Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2007:3650

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
20-07-2007
Datum publicatie
26-10-2016
Zaaknummer
349693 AO VERZ 07-620
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Pre-WWZ. Ontbinding arbeidsovereenkomst. Geen vergoeding naar billijkheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2016-1193
AR 2016/3095

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rep.nr.: 349693/ AO VERZ 07-620

datum uitspraak: 20 juli 2007

BESCHIKKING ONTBINDING ARBEIDSOVEREENKOMST

inzake

TJADE PETRI RETAIL B.V.

te Haarlem

verzoekster

hierna: Tjade Petri

gemachtigde: mr. M.H. Hehemann

tegen

[verweerder]

te [woonplaats]

verweerder

hierna: [verweerder]

gemachtigde: mr. J.J. de Boer

De procedure

Op 19 juni 2007 is ter griffie een verzoekschrift ontvangen van Tjade Petri. [verweerder] heeft een verweerschrift ingediend.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 13 juli 2007, tegelijk met die van het door [verweerder] aanhangig gemaakte kort geding (zaaknummer 350327). Op deze zitting hebben partijen hun standpunten nader toegelicht. De gemachtigde van Tjade Petri heeft pleitnotities overgelegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen verder naar voren hebben gebracht.

Beide partijen hebben producties in het geding gebracht.

De feiten

  1. Tjade Petri is een onderneming die zich onder meer bezig houdt met het verkopen en plaatsen van glaswerken.

  2. [verweerder] , nu 31 jaar oud, heeft van oktober 2006 tot en met april 2007 op freelance-basis, als zelfstandig ondernemer, voor Tjade Petri gewerkt in de functie van trainee bedrijfsleider. In die functie was [verweerder] verantwoordelijk voor de planning en de werkvoorbereiding van de glaszetters.

  3. In de periode van oktober 2006 tot en met april 2007 is [verweerder] meermaals te laat op het werk verschenen.

  4. [verweerder] is per 1 mei 2007 voor één jaar bij Tjade Petri in dienst getreden in de functie van uitvoerder glaswerken. In de arbeidsovereenkomst zijn partijen een proeftijd van één maand overeengekomen.

  5. [verweerder] is vanaf 1 mei 2007 meermaals te laat op het werk verschenen.

  6. [verweerder] is op 12 mei 2007 vijf uur te laat op werk gekomen. Tjade Petri heeft daarop de arbeidsovereenkomst mondeling opgezegd.

  7. Tjade Petri heeft het ontslag bij brief van 15 mei 2007 aan [verweerder] bevestigd.

  8. [verweerder] heeft aan Tjade Petri kenbaar gemaakt niet met het ontslag in te stemmen.

  9. Bij brief van 16 mei 2007 heeft de gemachtigde van [verweerder] aan Tjade Petri medegedeeld dat het proeftijdbeding nietig is, dat [verweerder] daarmee nog steeds in dienst is en dat [verweerder] zich beschikbaar houdt voor werk.

Het verzoek

Tjade Petri verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst, voor het geval het dienstverband tussen partijen nog mocht blijken te bestaan, wegens veranderingen in de omstandigheden.

Ter toelichting stelt Tjade Petri – samengevat – het volgende. Door de negatieve houding van [verweerder] is de arbeidsrelatie onherstelbaar verstoord. [verweerder] heeft de hem geboden kansen niet aangegrepen. Hij heeft zich niet, althans onvoldoende, ingespannen om zijn houding op de werkvloer te verbeteren, hoewel hij daarop meerdere malen is aangesproken, laatstelijk nog op 10 mei 2007.

Het verweer

[verweerder] concludeert primair tot afwijzing van het verzoek, althans tot referte. Voor het geval de arbeidsovereenkomst toch wordt ontbonden, verzoekt [verweerder] om toekenning van een vergoeding ter grootte van het loon dat [verweerder] zou ontvangen bij ongewijzigde voortzetting van het dienstverband.

Ter toelichting voert [verweerder] – samengevat – het volgende aan. De arbeidsrelatie is inderdaad verstoord, niet door [verweerder] maar door de handelwijze van Tjade Petri. [verweerder] betwist dat hij er met de pet naar gooide; als dat zo zou zijn geweest, dan is het onbegrijpelijk dat Tjade Petri [verweerder] in april 2007 een arbeidsovereenkomst heeft aangeboden. Het is verder onjuist dat hij met regelmaat zonder berichtgeving te laat op het werk is verschenen.

De beoordeling van het verzoek

1.

De kantonrechter heeft zich ervan vergewist dat het verzoek geen verband houdt met het bestaan van een opzegverbod als bedoeld in artikel 7:685 lid 1 BW.

2.

Gelet op hetgeen partijen over en weer hebben gesteld, is de kantonrechter van oordeel dat een vruchtbare voortzetting van de samenwerking niet verwacht kan worden, omdat de arbeidsrelatie duurzaam is verstoord.
Er zijn dus voldoende gewichtige redenen om de arbeidsovereenkomst op korte termijn te ontbinden, zodat het verzoek in zoverre toewijsbaar is.

3.

Beoordeeld moet worden of aan [verweerder] in redelijkheid een vergoeding toekomt. In dat verband wordt het volgende overwogen.

4.

[verweerder] heeft onvoldoende gemotiveerd betwist dat, ook in de tijd dat [verweerder] op freelance basis voor Tjade Petri werkte, het met regelmaat is voorgekomen dat [verweerder] te laat (al dan niet met berichtgeving) op het werk is verschenen en dat hij daarop is aangesproken. Verder is niet gemotiveerd betwist dat [verweerder] bij het aangaan van het dienstverband door Tjade Petri specifiek is voorgehouden dat hem de kans werd geboden om zich te bewijzen.
Gelet op die historie mocht Tjade Petri van [verweerder] verwachten dat hij er alles aan zou doen om op tijd op het werk te verschijnen.

5.

Desalniettemin is [verweerder] binnen twee weken na aanvang van het diensverband alweer meer dan een halve dag te laat gekomen. De redenen die daaraan volgens [verweerder] ten grondslag lagen, vallen binnen de risicosfeer van [verweerder] , zeker wat de ingenomen medicatie betreft. Het valt te begrijpen dat Tjade Petri zich op het standpunt stelt dat [verweerder] de kans die hij van Tjade Petri had gekregen aan zich voorbij heeft laten gaan.
Het voorgaande gevoegd bij de zeer korte duur van het dienstverband, de leeftijd van [verweerder] en zijn kansen op de arbeidsmarkt, leidt tot de conclusie dat er geen aanleiding bestaat [verweerder] een vergoeding naar billijkheid toe te kennen.

6.

Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht behoeft geen bespreking meer, nu dit in het licht van hetgeen in deze beschikking is vastgesteld en overwogen, niet tot een andere beslissing kan leiden.

7.

Gezien de aard van de procedure worden de kosten tussen partijen gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Beslissing

De kantonrechter:

ontbindt de arbeidsovereenkomst, voor het geval deze nog tussen partijen bestaat, tegen 1 augustus 2007;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.A. Boom en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.