Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2006:BA1418

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
13-12-2006
Datum publicatie
23-03-2007
Zaaknummer
15/630894-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Artikel 47, 242 Sr, medeplegen van verkrachting.

Verdachte is in het verleden drie keer eerder voor vergelijkbare feiten veroordeeld, waarbij forse gevangenisstraffen zijn opgelegd. Hij heeft, evenals in de strafzaak uit 1998, geweigerd mee te werken aan het opmaken van gedragsdeskundige rapportage door het Pieter Baan Centrum. Gelet op deze houding en de eerdere veroordelingen kan de rechtbank niet anders concluderen dan dat het recidivegevaar als hoog moet worden ingeschat en dat de samenleving dan ook gebaat is bij een langdurige opsluiting van verdachte. De rechtbank van oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde straf onvoldoende recht doet aan de ernst van het feit en de persoon van verdachte. Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van acht jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE STRAFKAMER

Parketnummer: [nummer]

Uitspraakdatum: 13 december 2006

Tegenspraak

VERKORT STRAFVONNIS (art. 138b Sv)

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 29 november 2006 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres]

thans gedetineerd in Penitentiaire Inrichting Noord Holland Noord, Huis van Bewaring Zwaag.

1. Tenlastelegging

Op vordering van de officier van justitie is de tenlastelegging ter terechtzitting gewijzigd. Aan verdachte is, na wijziging, ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 07 december 2005 te Zaandam, gemeente Zaanstad, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) die [slachtoffer] gedwongen te dulden dat

- verdachte en/of zijn mededader zijn/hun, penis(sen) in de mond en/of de vagina en/of de anus van die [slachtoffer] heeft/hebben geduwd en/of gebracht en/of gehouden en/of

- haar hond aan haar vagina heeft gelikt en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte en/of zijn mededader

- die [slachtoffer] een of meerdere malen (met kracht) bij haar keel heeft/hebben gegrepen en/of de keel van deze [slachtoffer] heeft/hebben dichtgeknepen (gehouden) (waardoor die [slachtoffer] (tijdelijk) (bijna) het bewustzijn heeft verloren) en/of

- die [slachtoffer] op de grond heeft/hebben gegooid (waardoor die [slachtoffer] met haar achterhoofd tegen een (salon)tafel is gevallen) en/of

- die [slachtoffer] een of meerdere malen aan haar haren heeft/hebben getrokken en/of

- een knie op de borst van die [slachtoffer] heeft/hebben gezet en/of gehouden en/of

- die [slachtoffer] een of meerdere malen (met kracht) bij het hoofd en/of het lichaam heeft/hebben vastgegrepen en/of vastgehouden en/of

- aan de kleren van die [slachtoffer] heeft/hebben getrokken en/of gerukt en/of die kleren van het lichaam van die [slachtoffer] heeft/hebben afgetrokken (zodat de BH van die [slachtoffer] kapot ging) en/of

- die [slachtoffer] (met kracht) een of meerdere malen (op haar armen en/of bovenlichaam) heeft/hebben geslagen en/of

- die [slachtoffer] (met kracht) een of meerdere malen in haar borst(en) heeft/hebben geknepen en/of

-die [slachtoffer] een of meerdere malen (dreigend) te woorden heeft toegevoegd en/of toegeschreeuwd: "ik vermoord je als je schreeuwt" en/of "als je gaat schreeuwen, maak ik je af" en/of "vieze hoer, trut" en/of "pijpen, pijpen" en/of "je moet doorgaan, jij moet verder" en/of

(aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie acht het tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen en heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes (6) jaren met aftrek van de tijd die verdachte reeds in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Voorts heeft de officier van justitie hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] alsmede oplegging van de schadevergoedingsmaatregel gevorderd.

4. Bewijs

4.1Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan in dier voege dat hij

op 07 december 2005 te Zaandam, gemeente Zaanstad, tezamen en in vereniging met een ander door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte en zijn mededader die [slachtoffer] gedwongen te dulden dat

- verdachte en zijn mededader zijn/hun penissen in de mond en de vagina en/of de anus van die [slachtoffer] heeft/hebben geduwd en/of gebracht en/of gehouden en

- haar hond aan haar vagina heeft gelikt

en bestaande dat geweld en die bedreiging met geweld hierin dat verdachte

- die [slachtoffer] meerdere malen met kracht bij haar keel heeft gegrepen en de keel van deze [slachtoffer] heeft dichtgeknepen en

- die [slachtoffer] op de grond heeft gegooid en

- die [slachtoffer] meerdere malen aan haar haren heeft getrokken en

- een knie op de borst van die [slachtoffer] heeft gezet en gehouden en

- die [slachtoffer] meerdere malen met kracht bij het hoofd en het lichaam heeft vastgegrepen en vastgehouden en

- aan de kleren van die [slachtoffer] heeft getrokken en die kleren van het lichaam van die [slachtoffer] heeft afgetrokken (zodat de BH van die [slachtoffer] kapot ging) en

- die [slachtoffer] meerdere malen op haar armen en bovenlichaam heeft geslagen en

- die [slachtoffer] met kracht in haar borsten heeft geknepen en

-die [slachtoffer] dreigend de woorden heeft toegevoegd en toegeschreeuwd: (meermalen) "ik vermoord je als je schreeuwt" en "vieze hoer, trut" en "pijpen, pijpen" en "je moet doorgaan, jij moet verder"

en aldus voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan.

Voorzover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4.2 Bewijsmiddelen

De rechtbank grondt de bewezenverklaring op de volgende bewijsmiddelen:

1. De verklaring van het slachtoffer

2. De verklaring van medeverdachte [medeverdachte]

3. De verklaring van verdachte

4. De bevindingen van het NFI, beschreven in haar rapport dd. 10 januari 2006

5. De bevindingen van het NFI, beschreven in haar rapport dd. 17 mei 2006

6. De bevindingen van de technische recherche, beschreven op pag. 63 e.v. van het dossier.

5. Strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

Medeplegen van verkrachting.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering van sanctie(s) en van overige beslissingen

7.1 Hoofdstraf

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting en uit de bespreking aldaar van het vanwege het Pieter Baan Centrum uitgebrachte rapport van 12 oktober 2006 is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen.

Het slachtoffer en verdachte hadden elkaar eerder ontmoet. Naar aanleiding van deze ontmoeting meende het slachtoffer erop te kunnen vertrouwen dat het veilig zou zijn verdachte wederom bij haar thuis uit te nodigen.

Vervolgens heeft verdachte, zonder dit met het slachtoffer te hebben besproken, zijn mededader meegenomen naar de woning van het slachtoffer. Eenmaal in de woning van het slachtoffer heeft verdachte het slachtoffer door middel van geweld gedwongen hem te pijpen en zowel vaginale als anale geslachtsgemeenschap met hem te hebben. Hij heeft haar daarbij bij haar keel vastgepakt, aan haar haren getrokken, geslagen, geknepen en meermalen bedreigd. Ook heeft hij zijn mededader geslachtsgemeenschap met haar laten hebben en heeft zij zijn mededader moeten pijpen. Verdachte is daarbij geheel voorbij gegaan aan de gevoelens van angst die het slachtoffer heeft geuit. Verdachte heeft door zijn gedrag, dat louter was gericht op bevrediging van zijn eigen lustgevoelens, op grove wijze de lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer geschonden.

Dit delict behoort tot een categorie strafbare feiten die een ernstige inbreuk maakt op de rechtsorde en die hevige gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving veroorzaakt. De ervaring leert dat de slachtoffers van dergelijke feiten hiervan nog lange tijd de nadelige en traumatische gevolgen ondervinden. In het onderhavige geval vond het feit bovendien plaats in de eigen woning van het slachtoffer. Ieder mens moet zich in zijn eigen woning veilig kunnen voelen. Dit veiligheidsgevoel van het slachtoffer is door verdachte op grove wijze aangetast. Uit de brief van het slachtoffer die ter terechtzitting is voorgelezen, blijkt dat het slachtoffer ernstige problemen ondervindt als gevolg van het delict.

Verdachte is in het verleden drie keer eerder voor vergelijkbare feiten veroordeeld, waarbij forse gevangenisstraffen zijn opgelegd. Dit heeft verdachte er niet van weerhouden opnieuw een dergelijk feit te plegen. Verdachte heeft voorts geen inzicht in zijn handelen en denken willen geven. Hij heeft, evenals in de strafzaak uit 1998, geweigerd mee te werken aan het opmaken van gedragsdeskundige rapportage door het Pieter Baan Centrum. Gelet op deze houding en de eerdere veroordelingen kan de rechtbank niet anders concluderen dan dat het recidivegevaar als hoog moet worden ingeschat en dat de samenleving dan ook gebaat is bij een langdurige opsluiting van verdachte.

Gelet op het vorenoverwogene, is de rechtbank van oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde straf onvoldoende recht doet aan de ernst van het feit en de persoon van verdachte. Zij zal daarom een langere vrijheidsbenemende straf opleggen dan door de officier van justitie is gevorderd.

7.2. Vordering benadeelde partij [slachtoffer]

Namens de benadeelde partij [slachtoffer] heeft mr. Welter een vordering tot schadevergoeding van

€ 5.000,- ingediend tegen verdachte als voorschot wegens immateriële schade die zij als gevolg van het tenlastegelegde feit zou hebben geleden.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot het gevorderde bedrag eenvoudig is vast te stellen en rechtstreeks voortvloeit uit dit bewezenverklaarde feit. De vordering zal dan ook worden toegewezen. Daarbij zal de rechtbank bepalen dat, indien de medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

7.3. Schadevergoedingsmaatregel

Tevens acht de rechtbank termen aanwezig om een schadevergoe-dingsmaatregel aan verdachte op te leggen tot het bedrag waartoe de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, te weten € 5.000,-.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

Wetboek van Strafrecht art. 36f, 47 en 242.

9. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 4.1 vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde feit het hierboven onder 5. vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van acht (8) jaren.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer] geleden schade tot een bedrag van

€ 5.000,- en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan [slachtoffer], voornoemd, rekeningnummer [nummer], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Bepaalt dat, indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door de medeverdachte is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeel-de partij gemaakt, tot op heden vastgesteld op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 5.000,- bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 100 dagen dagen hechtenis.

Bepaalt dat, voorzover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens de mededader aan de benadeelde partij en/of de staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij, voornoemd, in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

10. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. R.H.G. Odink, voorzitter,

mrs. M.M.A. van den Boogaard en W.A.F. Jansen, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. J.A.M. Jansen,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 13 december 2006.