Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2006:AZ5237

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
28-12-2006
Datum publicatie
28-12-2006
Zaaknummer
zaak/rolnr.: 320445 CV EXPL 06-5214
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Huurrecht. Hennepplantage in huurwoning. Wanprestatie huurster. Zwakbegaafde huurster misbruikt? Kantonrechter: toerekenbaarheid wanprestatie geen voorwaarde voor ontbinding huurovereenkomst. Speelt wel een rol bij de beoordeling van de ernst van de wanprestatie. Volgt ontbinding en ontruiming.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton Locatie Zaandam

zaak/rolnr.: 320445 CV EXPL 06-5214

datum uitspraak: 28 december 2006

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

in de zaak van:

Stichting Intermaris De Hoeksteen

te Hoorn

eisende partij

hierna te noemen De Hoeksteen

gemachtigde deurwaarder H.J. Jansen

tegen

[gedaagde]

te [adres]

gedaagde partij

hierna te noemen [gedaagde]

gemachtigde mr. M. Dekker.

De procedure

De Hoeksteen heeft op gronden zoals in de dagvaarding vermeld een vordering ingesteld tegen [gedaagde].

Hierop heeft [gedaagde] geantwoord.

Vervolgens zijn partijen ter terechtzitting verschenen voor het geven van inlichtingen en het beproeven van een schikking. De gemachtigden van partijen hebben de zaak toen ook bepleit aan de hand van een pleitnota. Van dit alles zijn door de griffier aantekeningen gemaakt die zo nodig in de vorm van een proces-verbaal worden uitgewerkt.

Tenslotte is de uitspraak op vandaag bepaald.

De inhoud van alle processtukken, waaronder begrepen de mogelijk door partijen overgelegde producties, wordt als hier overgenomen beschouwd.

De feiten

In deze procedure zijn de volgende feiten voldoende komen vast te staan omdat deze niet, dan wel onvoldoende gemotiveerd betwist zijn gebleven.

1. De Hoeksteen verhuurt sinds 29 april 1999 aan [gedaagde] de woonruimte gelegen te [adres] aan de [adres]

2. Op 22 mei 2006 zijn bij een politie-inval op de zolder van het gehuurde, welke bereikbaar is via een vlizo-trap, een paar honderd hennepplanten aangetroffen, alsmede de voor de kweek daarvan gebruikelijke apparatuur, zoals assimilatielampen en afzuig- en toevoerventilatoren.

3. De jaren voorafgaande aan de politie-inval is een enorme toename van het stroomverbruik geconstateerd. De daarmee gemoeide hoge energiekosten zijn altijd door [gedaagde] betaald.

De vordering.

De Hoeksteen vordert dat de kantonrechter, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, de huurovereenkomst zal ontbinden, met veroordeling van [gedaagde] het gehuurde te ontruimen en te verlaten en verdere nevenvorderingen, zoals in de dagvaarding vermeld.

Het verweer.

Het verweer strekt tot gehele of gedeeltelijke afwijzing van de vordering.

De beoordeling van het geschil

Voorop gesteld moet worden dat het niet was noch is toegestaan om hennep te kweken in het gehuurde, althans niet in de mate als in dit geval is gebleken. Gelet op het aantal aangetroffen planten, alsmede de daarbij behorende apparatuur, mag gesproken worden van een professionele hennepkwekerij. Het spreekt voor zich dat De Hoeksteen een dergelijke illegale kweek in haar woning niet hoefde noch hoeft te dulden. Nog daargelaten de overlast die dit kan opleveren voor omwonenden, voor zover deze eveneens huurders van De Hoeksteen zijn, is het immers een feit van algemene bekendheid dat een dergelijke illegale kwekerij een verhoogd brandgevaar oplevert, terwijl onze hoogste rechter inmiddels klip en klaar heeft beslist dat een daarvan onkundige brandverzekeraar niet hoeft uit te keren, indien dit risico zich verwezenlijkt. Tenslotte behoeft verder geen bewijs dat illegale activiteiten als de onderhavige een nadelig effect hebben op de directe woonomgeving en dus op de aantrekkelijkheid van daarin gelegen huurobjecten, als de onderhavige.

Het enkel hebben van een dergelijke kwekerij in het gehuurde moet daarom reeds worden aangemerkt als ernstig in strijd met het goed huurderschap, zoals bedoeld in artikel 7.213 van het Burgerlijk Wetboek, hetgeen een tekortkoming oplevert zoals bedoeld in artikel 6.265 van het Burgerlijk Wetboek. Gelijk in laatstgenoemd wetsartikel met zoveel woorden is uitgedrukt, geeft iedere tekortkoming van de schuldenaar de wederpartij in beginsel de bevoegdheid om de overeenkomst te ontbinden. Niet vereist is dus dat deze tekortkoming aan de schuldenaar kan worden toegerekend. Indien de schuldenaar ter zake van de tekortkoming geen enkel, dan wel slechts in geringe mate een verwijt kan worden gemaakt, dan is dat natuurlijk wèl een omstandigheid die moet worden meegewogen bij de beantwoording van de vraag of de geconstateerde tekortkoming vanwege haar bijzondere aard of geringe betekenis de ontbinding wel rechtvaardigt. Bij deze afweging behoort in huurzaken verder nog het belang dat de huurder bij het behoud van de betreffende woonruimte een belangrijke rol te spelen.

Daarover wordt als volgt geoordeeld.

Om te beginnen is volstrekt ongeloofwaardig dat [gedaagde], zoals zij volhoudt, geen idee had van de kweek van hennep in haar huurwoning. Als het al zo is dat de door haar genoemde [belanghebbende] op eigen houtje en zonder haar toestemming hennep is gaan verbouwen op zolder, dan kan het niet anders of [gedaagde] moet op zijn minst het vermoeden hebben opgevat dat dit niet pluis was. Dat kan ook wel worden afgeleid uit het door De Hoeksteen overgelegde verslag van haar medewerker Johan Bommerson. Het is verder een feit van algemene bekendheid dat de teelt van hennep naar zijn aard gepaard gaat met stankoverlast. Weliswaar kan men door middel van technische voorzieningen wel proberen om die stankoverlast te beperken, maar dat [gedaagde] in haar huis niets heeft geroken kan en wil ik gewoon niet geloven. Tenslotte moet het [gedaagde] zijn opgevallen dat haar energiekosten buitengewoon stegen. Ik heb haar gevraagd hoe zij dit met haar uitkering kon betalen, althans voorschieten, waarop ik geen bevredigend antwoord heb gekregen.

Maar ook al zou het voorgaande niet opgaan, dan nóg blijft overeind dat [gedaagde] volgens haar eigen zeggen een sleutel van de woning heeft overhandigd aan genoemde [belanghebbende] zonder enig, althans voldoende toezicht te houden op hetgeen die in haar huurwoning uitspookte.

Daaraan kan niet afdoen dat [gedaagde], zoals door haar gemachtigde nog aangevoerd, geestelijk onder het gemiddelde zou functioneren en/of minder dan de gemiddelde mens in staat moet worden geacht om weerstand te bieden aan lieden zoals meergenoemde [belanghebbende]. Het is zonder meer juist dat hennepkwekers steeds vaker gebruik maken van geestelijk en/of sociaal-maatschappelijk minder weerbare mensen. Dat mag echter in zijn algemeenheid geen vrijbrief opleveren voor betrokkenen, welke vrijbrief gemakkelijk gelezen kan worden in rechterlijke beslissingen, waarin een en ander aan een overigens gerechtvaardigde ontbinding in de weg zou staan. In dit geval is in elk geval niet gebleken van voldoende concrete feiten en/of omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten leiden.

Het is tenslotte ongetwijfeld waar dat [gedaagde] door een gedwongen ontruiming ernstig gedupeerd zal raken. Daar staat echter tegenover dat [gedaagde], van wie gesteld noch gebleken is dat zij eerder moeilijkheden heeft veroorzaakt, normaal gesproken in aanmerking komt voor een zogenaamde tweede kans woning bij een andere verhuurder. Het is dus zeker niet zo dat zij na ontruiming per definitie (blijvend) dakloos zal raken.

Alles tegen elkaar afwegend kom ik tot het oordeel dat er geen goede grond bestaat om de gevorderde ontbinding en ontruiming af te wijzen. Wel zal ik [gedaagde] een behoorlijke termijn gunnen om naar andere woonruimte om te zien.

Omtrent de proceskosten moet worden beslist zoals hierna bij de beslissing bepaald.

Beslissing

De huurovereenkomst betreffende de woonruimte met aanhorigheden gelegen te [adres] aan de [adres] wordt ontbonden.

[gedaagde] wordt veroordeeld om deze woonruimte met aanhorigheden met al wie of wat zich daarin of daarop vanwege [gedaagde] mocht bevinden binnen drie maanden na betekening van dit vonnis te verlaten en te ontruimen en onder afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking te stellen van De Hoeksteen, met machtiging aan De Hoeksteen om, als [gedaagde] daarmee in gebreke mocht blijven, deze ontruiming zelf op kosten van [gedaagde] te doen bewerkstelligen, desnoods met behulp van de sterke arm.

[gedaagde] wordt veroordeeld in de kosten van deze procedure, deze voor zover gerezen aan de zijde van De Hoeksteen tot op heden begroot op € 672,87, waarvan € 300,-- wegens salaris van de gemachtigde.

Dit vonnis wordt uitvoerbaar verklaard bij voorraad.

Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.M.Visser, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 28 december 2006, in tegenwoordigheid van de griffier.