Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2006:AZ4961

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
11-12-2006
Datum publicatie
17-01-2007
Zaaknummer
05/6526
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Eiseres is geen ondernemer in de zin van art. 7 Wet OB. Zij heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij een houdstermaatschappij is zoals bedoeld in Resolutie VB91/347. Eiseres kan daarom met haar dochtermaatschappij, die wel ondernemer is, niet worden aangemerkt als één ondernemer in de zin van art. 7, vierde lid, Wet OB.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N 2007/49.16 met annotatie van Redactie
FutD 2007-0127
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht, meervoudige

belastingkamer

Procedurenummer: AWB 05/6526

Uitspraakdatum: 11 december 2006

Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen

X Beheer B.V.,, gevestigd te Z,

eiseres,

en

de inspecteur van de Belastingdienst/P, verweerder.

1. Ontstaan en loop van het geding

Bij beschikking van 28 april 2005 heeft verweerder een door eiseres ingevolge artikel 7, vierde lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968 (hierna: de Wet) ingediend verzoek afgewezen.

Eiseres heeft tegen deze beschikking een bezwaarschrift ingediend, dat op 26 mei 2005 door verweerder is ontvangen.

Verweerder heeft bij uitspraak van 12 oktober 2005 het bezwaar afgewezen.

Eiseres heeft daartegen bij faxbericht van 23 november 2005 beroep ingesteld bij de rechtbank.

Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

Verweerder heeft vóór de zitting bij brief van 28 maart 2006 nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn in afschrift verstrekt aan eiseres.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 oktober 2006. Verschenen zijn A namens eiseres, tot zijn bijstand vergezeld van B, alsmede C namens verweerder. Namens eiseres is een pleitnota overgelegd en voorgedragen, waarvan de inhoud als hier opgenomen geldt.

2. Tussen partijen vaststaande feiten

2.1. Eiseres is op 18 februari 2004 opgericht door D. In de slotverklaring van de akte van oprichting is vermeld dat D tot (algemeen) directeur van eiseres wordt benoemd. Blijkens deze akte bedraagt het geplaatst kapitaal € 18.000, hetwelk door D is volgestort.

2.2. In het door de Belastingdienst aan eiseres verstrekte - op 14 mei 2004 door D ondertekende - formulier ‘Opgaaf Gegevens startende onderneming’ is onder ‘4. Aard en rechtsvorm onderneming’ vermeld:

“Stamrecht B.V., het verrichten van diensten op het gebied van bedrijfsadvisering en detachering.”

2.3. Op 1 juni 2004 zijn bij notariële akte alle aandelen in de besloten vennootschap E aan eiseres overgedragen. In de akte is vermeld dat eiseres als bestuurder van E wordt benoemd.

2.4. Tot de stukken behoren de notulen van de buitengewone vergadering van aandeelhouders van E, gehouden op 1 juni 2004. Het in deze vergadering gedane voorstel om eiseres als enig bestuurder te benoemen is met algemene stemmen aangenomen.

2.5. Tot de stukken behoren de notulen van de buitengewone vergadering van aandeelhouders van E, gehouden op 2 juni 2004. Het in deze vergadering gedane voorstel om D als statutair directeur te benoemen is met algemene stemmen aangenomen. Voorts is aangenomen het voorstel omtrent het salaris en overige arbeidsvoorwaarden van D.

2.6. Eiseres diende op 13 april 2005 een verzoek fiscale eenheid omzetbelasting in. Hierin is vermeld:

“(Eiseres) is statutair directeur van (...) (E). Ik wil u hierbij verwijzen naar het uittreksel van de kamer van koophandel. (...) (D) is in dienst van (...) (E) en is daarnaast statutair directeur van (...) (eiseres). Op grond van de zogenaamde holdingresolutie kan (...) (eiseres) opgenomen worden in de fiscale eenheid nu deze een beleidsbepalende functie heeft voor (...) (E).”

2.7. In de van het internet afkomstige uittreksel-informatie van 23 januari 2006 van het handelsregister van de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor F is, voor zover hier van belang, omtrent E vermeld:

“Bedrijfsomschrijving: Automatisering en telecommunicatie voor bedrijven met als specialisatie: hotel automatisering Van advies tot levering, installatie, onderhoud en systeembeheer van de bedrijfsnetwerken en telefooncentrales

(...)

Bestuurder(s): Inhoud bevoegdheid: Het bestuur vertegenwoordigt de vennootschap De bevoegdheid tot vertegenwoordiging komt mede toe aan:

a. iedere bestuurder met de titel algemeen directeur afzonderlijk;

b. twee gezamenlijk handelende bestuurders

Naam: (...) (eiseres)

(...)

Infunctietreding: 01-06-2004”

2.8. Blijkens mededelingen van de gemachtigde van eiseres ter zitting is, in afwijking van de onder 2.7. vermelde informatie van internet, D enig bestuurder van eiseres en van E.

3. Geschil

In geschil is of eiseres een houdstermaatschappij in de zin van de punten 6 en 7 van de Resolutie van 18 februari 1991, nr. VB91/347 (hierna: de Resolutie) is. Zo ja, dan dient de bestreden uitspraak te worden vernietigd en dient eiseres tezamen met E te worden aangemerkt als één ondernemer als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de Wet.

4. Standpunten van partijen

Voor de standpunten van partijen wordt verwezen naar de stukken van het geding en de pleitnota.

Ter zitting hebben partijen, zakelijk weergegeven, hieraan nog het volgende toegevoegd:

Namens eiseres:

Uit de notulen van de vergadering van aandeelhouders van E van 2 juni blijkt niet met zoveel woorden dat D enig bestuurder is, maar dat is wel het geval.

De activiteiten van eiseres inzake E volgen uit het houden van de aandelen. De ondernemingsstructuur kan alleen bestaan doordat eiseres de aandelen houdt. Daardoor is zij een belangrijke factor voor de verrichting door E van haar activiteiten. Zij zorgt voor de besluitvorming binnen het concern. Binnen eiseres als zodanig worden geen andere activiteiten verricht dan binnen het concern. Daarin worden geen aandelen gehouden, maar ondernemingsactiviteiten uitgeoefend, te weten automatiseringsactiviteiten. De besluiten van E worden in de aandeelhoudersvergadering genomen. Door financiering en bepaling van het beleid heeft eiseres invloed op de bedrijfsvoering van E.

Zelfstandig bezien is eiseres geen ondernemer, maar met een beroep op de Resolutie kan de fiscale eenheid van toepassing zijn.

D kreeg een gouden handdruk. Eiseres is opgericht om die gelden erin onder te brengen en daarmee activiteiten te starten. Er is begonnen met automatiseringsactiviteiten, daarmee behoeft het niet op te houden.

Het voordeel van de fiscale eenheid is het in aftrek brengen van aan eiseres in rekening gebrachte omzetbelasting. Het gaat hierbij om kosten van de notaris en jaarlijks terugkerende kosten. Ook kosten met betrekking tot de advisering inzake de aankoop van deelnemingen. Op dit moment speelt dat laatste niet concreet. Naarmate de onderneming groeit, kan er behoefte ontstaan om meer te investeren.

Voor het verlenen van zekerheid ontvangt eiseres geen vergoeding. Aan gemachtigde is niet bekend of derden adviseren over de borgstelling enz. Door de borgstelling kan E op gunstige voorwaarden geld lenen. De gemachtigde meent dat eiseres nog over het geld van het stamrecht beschikt. Wij kunnen ervoor zorgen dat er nadere stukken over borgstelling en gunstige financiering komen.

Namens verweerder:

Wat in het verweerschrift staat omtrent punt 12 van de Resolutie stamt uit de tijd dat ons niet bekend was dat D niet in dienstbetrekking bij eiseres was. Het feit dat hij bij E in dienstbetrekking is, verandert overigens niets aan ons standpunt dat eiseres geen wezenlijk verlengstuk is van de ondernemingsactiviteiten van E. Als er sprake is van één werkmaatschappij, valt er weinig te coördineren.

Onze mening zou niet per definitie anders zijn, indien er nog een werkmaatschappij zou zijn. Wij moeten wel het idee hebben dat de activiteiten van eiseres als een verlengstuk volgen uit de ondernemingsactiviteiten. In casu zijn er geen beleidsbepalende en besturende elementen - vereist in de Resolutie - te zien. In die visie is niet doorslaggevend of er maar één werkmaatschappij is.

Het is voor ons een nieuw punt dat door de borgstelling van eiseres voor E financieringsmogelijkheden worden geschapen. Wij zien echter niet in welk verschil dat maakt, daargelaten dat wij het niet feitelijk kunnen weerspreken. In de borgstelling zien wij niet het actieve moeien met de ondernemingsactiviteiten. Een en ander is niet structureel van aard en leidt niet tot ondernemerschap van eiseres. Voor dergelijke prestaties is de Resolutie niet geschreven.

De invloed op de bedrijfsvoering hangt heel erg samen met het houden van de aandelen. Feitelijk wordt de onderneming bepaald door D in zijn hoedanigheid van directeur van E.

5. Beoordeling van het geschil

5.1. Tussen partijen is niet in geschil dat eiseres niet kan worden aangemerkt als ondernemer in de zin van artikel 7 van de Wet op de omzetbelasting 1968. Uit de feiten en omstandigheden is de rechtbank niet gebleken dat parijen hierbij zijn uitgegaan van een onjuist juridisch standpunt.

5.2. Eiseres stelt zich op het standpunt dat zij dient te worden aangemerkt als een houdstermaatschappij als bedoeld in punt 6 van de Resolutie. Ter ondersteuning van haar standpunt voert eiseres hoofdzakelijk aan dat zij hoofdelijk aansprakelijk is voor een door E gesloten lease-overeenkomst, dat er door de bank een pandrecht op de aandelen E is gevestigd ten behoeve van een aan E verstrekte lening, dat zij borg staat voor een door de bank aan E verstrekte lening en dat zij zich door het uitoefenen van de zeggenschap over de aandelen bezig houdt met de beleidsbepaling en sturing binnen het concern. Al deze activiteiten stijgen uit boven de aan het normale aandeelhouderschap verbonden activiteiten. Ter zitting is met betrekking tot het eerder vermelde uitoefenen van de zeggenschap door de gemachtigde desgevraagd nog toegevoegd dat de activiteiten van eiseres inzake E volgen uit het houden van de aandelen E.

5.3. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat zij een sturende en beleidsbepalende functie vervult ten dienste van E, zoals een in de Resolutie bedoelde houdstermaatschappij die vervult binnen concernverband. Met name heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat zij, vooropgesteld dat zij zich in sterke mate bezighoudt met de besluitvorming van E, volledig in dienst staat van het totaal van de bedrijfsvoering van E en als zodanig geacht kan worden voor de instandhouding daarvan een belangrijke factor te vormen; een en ander zoals omschreven in punt 7, eerste volzin, van de Resolutie. Veeleer moet worden geconcludeerd dat de door eiseres ten behoeve van E verrichte activiteiten dan wel op zich genomen verplichtingen voortvloeien uit de enkele eigendom van de aandelen E. Voormelde conclusie vindt bevestiging in hetgeen namens eiseres ter zitting is verklaard.

5.4. Nu overigens gesteld noch gebleken is dat eiseres ten aanzien van E andere dan de door eiseres aangevoerde activiteiten verricht, welke andere activiteiten tot een andere conclusie zouden kunnen leiden, is de rechtbank van oordeel dat eiseres geen houdstermaatschappij in de zin van de punten 6 en 7 van de Resolutie is.

5.5. Op grond van het onder 5.3. en 5.4. overwogene is het gelijk aan verweerder.

6. Proceskosten

De rechtbank acht geen termen aanwezig voor het uitspreken van een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van de Awb.

7. Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 11 december 2006 en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken door mr. E. Polak, voorzitter, mr. A.J. Roke en mr. A. van Dongen, leden, in tegenwoordigheid van mr. V.M. Maat, griffier.

Afschrift verzonden aan partijen op:

De rechtbank heeft geen bezwaar tegen afgifte door de griffier van een afschrift van de uitspraak in geanonimiseerde vorm.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum:

- hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam, dan wel

- beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag, mits de wederpartij daarmee schriftelijk instemt.

N.B. Bij het bestuursorgaan berust de bevoegdheid tot het instellen van beroep in cassatie niet bij de ambtenaar die de procedure voor de rechtbank heeft gevoerd.

Bij het instellen van hoger beroep dan wel beroep in cassatie dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep dan wel het beroep in cassatie is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep dan wel het beroep in cassatie.

Bij het instellen van beroep in cassatie dient daarnaast in acht te worden genomen dat bij het beroepschrift een schriftelijke verklaring van de wederpartij wordt gevoegd, inhoudende dat wordt ingestemd met het instellen van beroep in cassatie tegen de uitspraak van de rechtbank.