Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2006:AZ4453

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
13-12-2006
Datum publicatie
14-12-2006
Zaaknummer
114278
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

OVERMACHT, AANSPRAKELIJKHEID VOOR (NIET) HANDELEN NOTARIS, INGEBREKESTELLING

Vertraging bij het passeren van leveringsakten van onroerende zaken door het (niet) handelen van de notarissen komt niet voor risico van de partijen bij die akten.

Ingebrekestelling gedaan op een moment dat (nog) geen sprake is van een aan de wederpartij toerekenbaar nalaten mee te werken aan de leveringsakte, terwijl de schuldeiser zelf niet in staat is om na te komen en geen sprake is van een voorwaardelijke ingebrekestelling, te weten vanaf het moment de wederpartij wel zou behoren na te komen, kan niet als een rechtsgeldige ingebrekestelling gelden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

Meervoudige kamer

zaaknummer / rolnummer: 114278 / HA ZA 05-885

Vonnis van 13 december 2006

in de zaak van

1. eiser sub 1,

wonende te [woonplaats], gemeente [gemeente],

2. eiser sub 2,

wonende te [woonplaats], gemeente [gemeente],

eisers in conventie,

verweerders in reconventie,

procureur mr. P.F. Keuchenius,

tegen

1. gedaagde sub 1,

wonende te [woonplaats], gemeente [gemeente],

2. gedaagde sub 2,

wonende te [woonplaats], gemeente [ gemeente],

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

procureur mr. H. Oomen,

advocaat mr. S. Hartog te Alkmaar.

Partijen zullen hierna [eisers]en [gedaagden] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 27 juli 2005

- het proces-verbaal van comparitie van 19 oktober 2005 en de daarin genoemde stukken

- de op 11 januari 2006 ambtshalve aan [eisers]verleende akte van niet-dienen

- de rolbeslissing d.d. 25 januari 2006, waarbij is bepaald dat genoemde akte van niet-dienen

is komen te vervallen

- de conclusie van repliek in conventie met 5 producties

- de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie

- de conclusie van dupliek in reconventie

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Bij koop-/aannemingsovereenkomst van 7 januari 1991(verder te noemen: de koop-/aannemingsovereenkomst van 7 januari 1991) heeft [eisers]van [A. J. S] (verder te noemen: S.) gekocht een perceel grond aan de Graaf Willemstraat 5E te [woonplaats].

2.2. In artikel 18 van de koop-/aannemingsovereenkomst van 7 januari 1991 is bepaald:

"A. De grond gelegen te [woonplaats] aan de Graaf Willemstraat tegenover de percelen 5B tot 5E, voorzover nu of later eigendom of anderszins ter beschikking van de ondernemer [bedoeld is [S.]], zal door de ondernemer worden vrijgemaakt van eventuele opstallen, uiterlijk een jaar na verwerving van deze grond. De ondernemer zal deze grond ook nadien niet (laten) bebouwen met enige opstal, en voorts door middel van een kettingbeding eventuele rechtsopvolger (s) een gelijke plicht opleggen, op straffe van een boete van f. 25.000,- (zegge: vijentwintigduizend gulden)

B. de in lid A van dit artikel bedoelde grond of delen daarvan, zal bij eventuele verkoop, verhuur of terbeschikkingstelling van welke aard ook, door de ondernemer als eerste worden aangeboden aan de verkrijgers van de percelen Graaf Willemstraat 5B, 5C, 5D en 5E, waarvan degenen die zulks wensen, iedere eigenaar worden voor een gelijk deel van het onverdeelde perceel. De door de ondernemer te bedingen prijs zal niet hoger zijn dan de prijs die ondernemer bij derden zal bedingen. Deze bepaling vervalt zodra verkrijger [bedoeld is Wiemeijer c.s.] eenmaal een dergelijk aanbod heeft afgeslagen.”

2.3. In 1989 heeft [S.] de hiervoor bedoelde grond (verder te noemen: de strook grond) gekocht. Na het sluiten van de koopovereenkomst is niet tot eigendomsoverdracht van de strook grond overgegaan.

2.4. Bij aangetekende brieven d.d. 26 maart 2003 heeft [S.] de strook grond aan elk van de eigenaren van de percelen Graaf Willemstraat 5B tot 5E te koop aangeboden.

2.5. Nadat van bedoelde eigenaren alleen [eisers]belangstelling had getoond in de aankoop van de strook grond heeft [S.] de strook grond in juni 2003 aan [eisers]verkocht. Ook toen is niet tot eigendomsoverdracht van de strook grond overgegaan.

2.6. Bij koopovereenkomst d.d. 19 januari 2005 (verder te noemen: de koopovereenkomst) heeft [eisers]de woning aan de Graaf Willemstraat 5E en de daarbij behorende steeg tezamen met de strook grond (het geheel verder te noemen: het gekochte) voor EUR 338.500,-- aan [gedaagden] verkocht. In de koopovereenkomst is onder meer het volgende bepaald:

"3.1. De akte van levering zal gepasseerd worden op 03 maart 2005 of zoveel eerder of later als partijen tezamen nader overeenkomen, ten overstaan van notaris Actus Notarissen (...) 3.2. Verkoper staat in voor zijn bevoegdheid tot verkoop en tot eigendomsoverdracht ten tijde van het passeren van de akte van levering. (…)

10.1. Indien één van de partijen, na in gebreke te zijn gesteld, gedurende acht dagen nalatig is of blijft in de nakoming van één of meer van haar uit deze overeenkomst voortvloeiende verplichtingen, kan de wederpartij van de nalatige deze overeenkomst zonder rechterlijke tussenkomst ontbinden door middel van een schriftelijke verklaring aan de nalatige. (...) 10.3. Indien de wederpartij geen gebruik maakt van zijn recht de overeenkomst te ontbinden en nakoming verlangt, zal de nalatige partij ten behoeve van de wederpartij na afloop van de in 10.1 vermelde termijn van acht dagen voor elke sedertdien verstrekken dag tot aan de dag van nakoming een onmiddellijk opeisbare boete verschuldigd zijn van drie promille van de koopprijs (…).

2.7. Bij brief van 17 januari 2005 heeft [S.] Actus Notarissen onder meer in het bezit gesteld van de hiervoor onder 2.4 bedoelde brieven aan de eigenaren van de percelen Graaf Willemstraat 5B, 5C en 5D.

2.8. Omdat het volgens Actus Notarissen op grond van haar beroepsregels niet mogelijk was om over te gaan tot de eveneens voor 3 maart 2005 voorziene eigendomsoverdracht van de strook grond aan [eisers]- er stond voor Actus Notarissen onvoldoende vast dat door [S.] was voldaan aan zijn hiervoor onder 2.2 bedoelde aanbiedingsplicht aan de eigenaren van de percelen Graaf Willemstraat 5B, 5C en 5D - is door Actus Notarissen het passeren van de akte van levering van het gekochte uitgesteld tot 15 maart 2005.

2.9. Bij brief van 3 maart 2005 heeft [gedaagden] [eisers]in gebreke gesteld en verzocht om binnen 8 dagen na ontvangst van die brief alsnog het gekochte te leveren.

2.10. Bij email van 16 maart 2005 heeft Actus Notarissen [eisers]onder meer het volgende geschreven: “Gisteren hebben wij overleg gehad met Uw advocaat en uiteengezet waarom het naar onze mening op grond van onze beroepsregels niet mogelijk is om met de huidige stand van zaken medewerking te verlenen aan de eigendomsoverdracht.”

2.11. Op 30 maart 2005 heeft notaris mr. J.L.M. van Erp (verder te noemen: notaris Van Erp) op verzoek van [eisers]de eigendomsoverdracht van de strook grond aan (de besloten vennootschap van) [S.] en van (de besloten vennootschap van) [S.] aan [eisers]uitgevoerd. In de desbetreffende leveringsakte (verder te noemen: de ABC-leveringsakte van 30 maart 2005) is het volgende kettingbeding opgenomen:

“Ter uitvoering van het bepaalde in de koopovereenkomst gesloten tussen partij 2 [bedoeld is de besloten vennootschap van [S.]] en partij 3 [bedoeld is Wiemeijer c.s.]wordt ten deze een kettingbeding gevestigd, inhoudende een verbod tot het (laten) bouwen van opstal(len) op het bij deze akte verkochte perceel grond op straffe van een boete van (…) € 11.344,51). Partij 3 is verplicht en verbindt zich jegens partij 2 het omschreven verbod bij overdracht in eigendom van het geheel of een gedeelte van bedoeld perceel grond, alsmede bij de verlening daarop van enig beperkt of zakelijk genotsrecht en bij een niet-goederenrechtelijk genotsrecht, aan de nieuwe eigenaar of beperkt of zakelijk gerechtigde of niet-goederenrechtelijke gebruiker ten behoeven van de bewoners/eigenaren van Graaf Willemstraat 5B t/m E te [woonplaats] op te leggen, die ten behoeve van deze laatste aan te nemen en, in verband daarmede, om het hier voor bepaalde in de akte van overdracht in eigendom of verlening van een beperkt of zakelijk genotsrecht of niet-goederenrechtelijk gebruiksrecht woordelijk op te nemen, zulks op verbeurte van een direct opvorderbare boete van (…) € 11.344,51) ten behoeve van de bewoners/eigenaren van Graaf Willemstraat 5B t/m E te [woonplaats], met de bevoegdheid voor deze daarnaast nakoming en/of de eventueel meer geleden schade van de gerechtigde te vorderen. Degenen die gehouden zijn de uit deze akte voortvloeiende verplichtingen na te komen, zullen in verzuim zijn door het enkele feit van de overtreding of toerekenbare tekortschieten (wanprestatie), zonder dat enige ingebrekestelling daartoe zal worden vereist, zodat zowel de bedongen boete, als de vergoeding der eventueel meer geleden schade terstond zullen kunnen worden gevorderd. ” [cursivering door de rechtbank]

2.12. Bij brief van 30 maart 2005 schrijft de advocaat van [eisers]de advocaat van [gedaagden] onder meer als volgt: “Een eventuele weigering om mee te werken aan de levering van het perceel tegenover de woning [bedoeld is de strook grond] (…) kan slechts worden uitgelegd als een doelbewust gepleegde en daarom toerekenbare tekortkoming in de zin van art. 10 van de koopovereenkomst. Zekerheidshalve stel ik uw cliënten door middel van deze brief op dit punt in gebreke.”

1.13. Bij faxbericht van 19 april 2005 van de advocaat van [gedaagden] aan Actus Notarissen heeft [gedaagden] laten weten dat partijen overeenstemming hebben bereikt over levering op de kortst mogelijk termijn van het gekochte door [eisers]aan [gedaagden] en verzoekt hij genoemd notariskantoor de daarvoor benodigde werkzaamheden te treffen.

1.14. Bij faxbericht van 20 april 2005 antwoordt Actus Notarissen de advocaat van [gedaagden] dat vóór de voorbereidingen voor de eigendomsoverdracht kunnen plaatsvinden het kettingbeding in de ABC-leveringsakte van 30 maart 2005 “in overeenstemming met de gemaakte afspraken aangepast [dient] te zijn. Correctie van dit beding door notaris Van Erp lijkt mij de enige optie, met name gelet op de positie van de rechthebbenden uit dit beding.” Dit faxbericht is bij brief van 20 april 2005 door de advocaat van [gedaagden] aan de advocaat van [eisers]doorgestuurd.

1.15. Bij brief van 21 april 2005 schrijft de advocaat van [eisers]de advocaat van [gedaagden] onder meer: “Tussen partijen bestaat volledige overeenstemming over opname in de transportakte van de tekst van het bouwverbod met kettingbeding in de bewoordingen van het oude art. 18A [van de koop-/aannemingsovereenkomst van 7 januari 1991]. De notaris weigert opnieuw dienst. Me dunkt dat noch uw noch mijn cliënten tot deze notaris veroordeeld zijn. Mr van Erp heeft zich, na kennisneming van de brief van Actus Notarissen, bereid verklaard om het transport over te nemen en de akte geheel overeenkomstig de gemaakte afspraken tussen partijen te verlijden, zonder daarvoor eerst de [de ABC-leverings]akte van 30 maart 2005 aan te passen.”

1.16. Bij brief van 21 april 2005 heeft de advocaat van [gedaagden] de advocaat van [eisers]onder meer laten weten dat [gedaagden] akkoord gaat met notaris Van Erp voor het regelen van de eigendomsoverdracht van het gekochte.

1.17. Bij brief van 22 april 2005 schrijft de advocaat van [eisers]de advocaat van [gedaagden] onder meer als volgt:

“Van Erp kan zijn werkzaamheden aanvangen zodra uw cliënten opdracht hebben gegeven aan Actus notarissen om het transport aan mr Van Erp over te dragen en hem in het bezit te stellen van de nodige stukken en gegevens. Mag ik hen via u verzoeken dit ten spoedigste te doen?"

1.18. Bij brief van 18 mei 2005 van Actus Notarissen aan de advocaat van [eisers]laat Actus Notarissen weten dat zij eerst die dag via de advocaat van [gedaagden] de bevestiging heeft gekregen dat [gedaagden] (onder bepaalde voorwaarden ) akkoord gaat met het passeren van de akten bij notaris Van Erp.

1.19. Bij brief 27 mei 2005 heeft notaris Van Erp de advocaat van [gedaagden] een (gewijzigd) ontwerp van de akte van levering van het gekochte doen toekomen, welke wijziging inhield dat in dat ontwerp niet het in de ABC-leveringsakte van 30 maart 2005 gevestigde kettingbeding was opgenomen, maar een kettingbeding werd gevestigd woordelijk gelijkluidend aan artikel 18 onder A van de koop-/aannemingsovereenkomst van 7 januari 1991.

1.20. Op 30 mei 2005 heeft via van notaris Van Erp op basis van genoemd ontwerp de eigendomsoverdracht van het gekochte aan [gedaagden] plaatsgevonden.

3. Het geschil

in conventie

3.1. [eisers]vordert - samengevat - dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagden] zal veroordelen tot betaling van de boete ex artikel 10.3 van de koopovereenkomst ter hoogte van drie promille van de koopprijs voor elke verstreken dag vanaf acht dagen na 30 maart 2005 tot aan 18 mei 2005, met aftrek van drie dagen, totaal 38 (dagen) x 0,003 x EUR 338.500,-- = EUR 38.589,--, en voorts in de kosten van deze procedure.

3.2. [eisers]legt aan deze vordering ten grondslag dat [gedaagden], nadat hij op 30 maart 2005 ingebreke was gesteld vanaf 8 dagen na 30 maart 2005 tot aan 18 mei 2005 toerekenbaar nalatig is gebleven in de zin van artikel 10.1 van de koopovereenkomst en daarom, nu [eisers]geen gebruik heeft gemaakt van zijn recht de koopovereenkomst te ontbinden, maar nakoming heeft verlangd, de in artikel 10.3 van de koopovereenkomst genoemde boete verschuldigd is geworden. Gedurende een tijdsbestek van drie dagen is de vertraging niet aan [gedaagden] te wijten, te weten vanaf 19 april 2005, toen overeenstemming werd bereikt over het plaatsvinden van de levering met een depot, tot aan 22 april 2005, toen [gedaagden] werd verzocht de opdracht aan Actus Notarissen in te trekken en dat kantoor te verzoeken de op het transport betrekking hebbende stukken en gegevens over te dragen aan notaris Van Erp.

3.3. [gedaagden] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.4. [gedaagden] vordert - samengevat - veroordeling van [eisers]tot betaling van EUR [naar de rechtbank leest:] 30.000,-- en - uitvoerbaar bij voorraad - in de kosten van het geding.

3.5. [gedaagden] legt aan zijn vordering het navolgende ten grondslag. [eisers]is wegens te late levering van het gekochte over de periode van 8 dagen na 3 maart 2005 tot het moment van levering op 30 mei 2005 op grond van artikel 10 van de koopovereenkomst een boete van 81(dagen) x EUR 1.015,50 = EUR 82.255,50 verschuldigd. Op grond van genoemd artikel 10 heeft [gedaagden] daarnaast recht op aanvullende schadevergoeding en kosten van verhaal. Die kosten bedragen in totaal € 16.729,68. In totaal heeft [gedaagden] derhalve recht op EUR 99.345,18. Uit het procestechnische overwegingen beperkt [gedaagden] zijn vordering tot EUR 30.000,--.

3.6. [eisers]voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

in conventie en in reconventie

4.1. Op grond van artikel 10 van de koopovereenkomst is een nalatige partij als in dat artikel bedoeld de in dat artikel genoemde boete verschuldigd. Op grond van het bepaalde in artikel 6:75 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan nalatigheid een schuldenaar niet worden toegerekend, indien zij niet te wijten is aan zijn schuld, noch krachtens wet, rechthandeling of in het verkeer geldende opvatting voor zijn rekening komt. Dan is sprake van niet toerekenbare nalatigheid.

4.2. Van de vertraging die tussen 8 dagen na 3 maart 2005 tot 8 dagen na 30 maart 2005 in het passeren van de akte van levering van het gekochte is ontstaan, kan naar het oordeel van de rechtbank niet gezegd worden dat die aan [eisers]kan worden toegerekend. Die vertraging is immers ontstaan door het feit dat Actus Notarissen weigerde uitvoering te geven aan de juridische levering van de strook grond door [S.] aan [eisers]en daarmee aan het door beide partijen gewenste passeren van de akte van levering van het gekochte, omdat voor Actus Notarissen onvoldoende vast stond dat door [S.] was voldaan aan zijn hiervoor onder 2.2 bedoelde aanbiedingsplicht aan de eigenaren van de percelen Graaf Willemstraat 5B, 5C en 5D. De rechtbank tekent hierbij aan dat tussen partijen niet in geschil is dat het de keuze van [gedaagden] was dat de akte van levering aan [gedaagden] van het gekochte ten overstaan van Actus Notarissen zou worden gepasseerd, terwijl aannemelijk is dat [eisers]daarop heeft bepaald dat dan ook de juridische levering van de strook grond door [S.] aan hem - waar [gedaagden] buiten stond, maar wel mee bekend was - terzelfder tijd door dat notariskantoor geregeld zou worden. Geconfronteerd met de weigering van Actus Notarissen heeft [eisers]notaris Van Erp aangezocht, die op 30 maart 2005 wel zijn medewerking aan de eigendomsoverdracht van de strook grond heeft gegeven. Nu gesteld noch gebleken is dat, als niet Actus Notarissen, maar notaris Van Erp was aangezocht om de akte van levering van het gekochte op 3 maart 2005 te passeren, de levering van het gekochte ook was vertraagd en voorts niet gezegd kan worden dat de keuze voor een bepaalde notaris om een akte van levering te passeren voor risico van een partij bij die akte komt, moet geoordeeld worden dat de onderhavige vertraging niet aan [eisers]is toe te rekenen. Het bepaalde in artikel 3.2 van de koopovereenkomst, maakt dit niet anders. Mitsdien is [eisers]voor de vertraging die tussen 8 dagen na 3 maart 2005 tot 8 dagen na 30 maart 2005 in de levering van het gekochte is ontstaan geen boete aan [gedaagden] verschuldigd.

4.3. De volgende periode van vertraging in de levering van het gekochte betreft die tussen 8 dagen na 30 maart 2005 en 22 april 2005.

Naar het oordeel van de rechtbank kan deze vertraging aan geen van partijen worden toegerekend. Nu in de ABC-leveringsakte van 30 maart 2005 door notaris Van Erp een voor een koper van de strook grond meer bezwarend kettingbeding was opgenomen dan het tussen [eisers]en [gedaagden] overeengekomen kettingbeding, te weten het kettingbeding zoals opgenomen in de koop-/aannemingsovereenkomst van 7 januari 1991, behoefde [gedaagden] geen levering van het gekochte met dat meer bezwarend kettingbeding te accepteren, hetgeen wel zou gebeuren indien het kettingbeding uit de ABC-leveringsakte van 30 maart 2005 - overeenkomstig het beding - in de leveringsakte van het gekochte aan [gedaagden] zou worden opgenomen. Mitsdien is [gedaagden] voor de vertraging die tussen 8 dagen na 30 maart 2005 en 22 april 2005 in de levering van het gekochte is ontstaan geen boete aan [eisers]verschuldigd. Dat laatste geldt ook voor [eisers]jegens [gedaagden] Dat notaris Van Erp op aanwijzing van [eisers]in de ABC-leveringsakte van 30 maart 2005 een kettingbeding heeft opgenomen dat afweek van het tussen partijen overeengekomen kettingbeding is gesteld noch gebleken. Hier heeft te gelden, maar dan ten gunste van Wiemeijer c.s., hetgeen [gedaagden] in punt 7 van zijn conclusie van repliek schrijft: “(…)in zijn algemeenheid wenst Peetoom voorop te stellen dat de rol van de notaris een volstrekt onafhankelijke is. De notaris wordt geacht de belangen van beide partijen op gelijke wijze te behartigen en treedt niet op als opdrachtgever voor één van beiden. Een eventuele tekortkoming van de zijde van de notaris [bedoeld is Actus Notarissen] kan dan ook in casu niet bij Peetoom worden neergelegd. “

Nu gesteld noch gebleken is dat [eisers]terzake van het opnemen in de ABC-leveringsakte van 30 maart 2005 van een kettingbeding dat afweek van het tussen [eisers]en [gedaagden] overeengekomen kettingbeding enig verwijt valt te maken, kan een eventuele tekortkoming in deze van notaris Van Erp dan ook niet bij [eisers]worden neergelegd.

4.4. Vervolgens dient de periode van vertraging in de levering van het gekochte tussen 22 april 2005 en 18 mei 2005 aan de orde te komen.

Naar het oordeel van de rechtbank valt die vertraging voor de meeste tijd aan [gedaagden] te wijten en in het geheel niet aan [eisers]

Zoals hiervoor onder 2.13 reeds is vastgesteld, heeft de advocaat van Wiemeijer c.s., nadat partijen overeenstemming hadden bereikt over een regelen door notaris Van Erp van de eigendomsoverdracht van het gekochte, de advocaat van [gedaagden] bij brief van 22 april 2005 gevraagd onder meer als volgt geschreven:

“Van Erp kan zijn werkzaamheden aanvangen zodra uw cliënten opdracht hebben gegeven aan Actus notarissen om het transport aan mr Van Erp over te dragen en hem in het bezit te stellen van de nodige stukken en gegevens. Mag ik hen via u verzoeken dit ten spoedigste te doen?"

Blijkens de hiervoor onder 2.14 samengevatte brief van 18 mei 2005 van Actus Notarissen aan de advocaat van Wiemeijer heeft Actus Notarissen eerst die dag van de advocaat van [gedaagden] de bevestiging heeft gekregen dat [gedaagden] (onder bepaalde voorwaarden ) akkoord gaat met het passeren van de akten bij notaris Van Erp.

Gezien die tussen partijen bereikte overeenstemming over de eigendomsoverdracht van het gekochte ten overstaan van notaris Van Erp en gezien de inhoud van de brief van 22 april 2005 van de advocaat van [eisers]aan de advocaat van [gedaagden] had van (de advocaat van) [gedaagden] verwacht mogen worden dat hij terstond na ontvangst van die laatste brief het in die brief bedoeld verzoek aan Actus Notarissen had gedaan en daarmee niet zou wachten tot 18 mei 2005. Voor die vertraging is van de kant van [gedaagden] geen enkele deugdelijke rechtvaardiging aangevoerd, terwijl die ook niet aan [eisers]kan worden toegerekend. Gezien het feit dat notaris Van Erp bereid was om, zonder daarvoor eerst de ABC-leveringsakte van 30 maart 2005 aan te passen, het transport over te nemen en de leveringsakte geheel overeenkomstig de gemaakte afspraken tussen partijen te verlijden, kon het feit dat in de ABC-leveringsakte van 30 maart 2005 een meer bezwarend kettingbeding was opgenomen dan tussen [eisers]en [gedaagden] was overeengekomen, niet langer een rechtvaardiging voor die vertraging opleveren. Genoemd in gebreke blijven van [gedaagden] leidt er echter niet toe dat hij over de onderhavige periode ook de boete van artikel 10 van de koopovereenkomst aan [eisers]verschuldigd is geworden. Dit omdat voor het verschuldigd worden van die boete krachtens genoemd artikel ingebrekestelling vereist is, terwijl [gedaagden] in het onderhavige verband niet (op juiste wijze) door [eisers]in gebreke is gesteld.

De brief van de advocaat van [eisers]aan de advocaat van [gedaagden] van 30 maart 2005 kan in het onderhavige verband niet als een rechtsgeldige ingebrekestelling gelden. Nog afgezien van het feit dat in bedoelde schriftelijke aanmaning - in strijd met het bepaalde in artikel 6:82 BW - geen (redelijke) termijn voor de nakoming wordt gesteld, is de ingebrekestelling gedaan op een moment dat (nog) geen sprake was van een aan [gedaagden] toerekenbaar nalaten mee te werken aan de akte van levering van het gekochte - [eisers]was, gelijk hiervoor overwogen, op 30 maart 2005, vanwege de kwestie van het kettingbeding, zelf niet in staat om na te komen -, terwijl geen sprake is van een voorwaardelijke ingebrekestelling, te weten vanaf het moment dat [gedaagden] wel zou behoren af te nemen.

4.5. Rest de periode tussen 18 mei 2005 en 30 mei 2005, over welke periode alleen [gedaagden] aanspraak maakt op de boete van artikel 10 van de koopovereenkomst. Wat hiervoor is overwogen ten aanzien van de door [eisers]jegens [gedaagden] gedane ingebrekestelling geldt mutatis mutandis ten dele ook voor de ingebrekestelling van de kant van [gedaagden] d.d. van 3 maart 2005. Op die datum was geen sprake van een toerekenbaar tekortkomen van Wiemeijer c.s., waarbij komt dat [gedaagden] nadien, zoals hiervoor overwogen, na 22 april 2005 zelf tekort is gekomen in zijn verplichting tot afname van het gekochte. Dat de tijd die notaris Van Erp tussen 18 en 30 mei 2005 nodig heeft gehad berust op nalatigheid van [eisers]is op geen enkele wijze aannemelijk geworden.

4.6. De conclusie is dat de vorderingen tot betaling van de boete van artikel 10 van de koopovereenkomst over en weer dienen te worden afgewezen. Nu, zoals hiervoor overwogen, geen sprake is geweest van aan [eisers]toerekenbaar nalatig zijn, dient dat ook te gebeuren met de vordering van [gedaagden] tot aanvullende schadevergoeding en tot betaling van kosten van verhaal.

in conventie

4.7. [eisers]zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagden] worden begroot op:

- vast recht EUR 850,00--

- salaris procureur 1.447,50 (2,5 punt × tarief EUR 579,00--)

Totaal EUR 2.297,50

in reconventie

4.8. [gedaagden] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eisers]worden begroot op:

- salaris procureur 1.447,50 (2,5 punt × factor 1,0 × tarief EUR 579,00--)

Totaal EUR 1.447,50

5. De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt [eisers]in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagden] tot op heden begroot op EUR 2.297,50

5.3. verklaart dit vonnis in conventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in reconventie

5.4. wijst de vorderingen af,

5.5. veroordeelt [gedaagden] in de proceskosten, aan de zijde van [eisers]tot op heden begroot op EUR 1.447,50.

Dit vonnis is gewezen door mr. Th. S. Röell, als voorzitter, en mrs. A.J. van der Meer en W.S.J. Thijs, als leden van genoemde kamer, en in het openbaar uitgesproken op 13 december 2006.?