Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2006:AZ4440

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
13-12-2006
Datum publicatie
14-12-2006
Zaaknummer
320654 CV EXPL 06-8443
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arbeidszaak. Gedaagde heeft in strijd met haar contractuele verplichting gehandeld door eiser niet 6 maar 3 maanden voor het einde van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd mede te delen, dat de arbeidsovereenkomst niet zou worden verlengd. Eiser stelt door de te late aanzegging schade te hebben geleden en vordert schadevergoeding. De vordering wordt afgewezen, nu het causaal verband tussen de te late aanzegging en de door eiser gestelde schade niet is gebleken.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 611
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAR 2007/8
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 320654 CV EXPL 06-8443

datum uitspraak: 13 december 2006

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

[eiser]

eisende partij

hierna te noemen [eiser]

gemachtigde mr. P.N.M. van der Biezen

tegen

de besloten vennootschap MULTISERV TRANSPORT B.V.

te Velsen-Noord, gemeente Velsen

gedaagde partij

hierna te noemen Multiserv

gemachtigde J.E. van der Wolf

De procedure

Voor de inhoud van het geding verwijst de kantonrechter naar de volgende stukken, waarvan de inhoud als hier ingevoegd is te beschouwen:

- de dagvaarding van 14 augustus 2006,

- de conclusie van antwoord, met producties,

- het tussenvonnis van de kantonrechter van 11 oktober 2006 waarin een comparitie van partijen is bepaald,

- de aantekeningen van de griffier van de ingevolge dat vonnis op 14 november 2006 gehouden comparitie van partijen.

- de door [eiser] in het geding gebrachte producties.

De feiten

1. [eiser] is sedert 1 april 2006 bij (de rechtsvoorgangster van) Multiserv in dienst geweest op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, te weten tot 31 maart 2006.

2. Artikel 2.1. van de arbeidsovereenkomst luidt:

De arbeidsovereenkomst wordt aangegaan voor bepaalde tijd, zijnde voor 12 maanden en aldus eindigend op 31 maart 2006, zonder dat hiervoor enige opzeggingshandeling noodzakelijk is. Werkgever zal 6 maanden voor 1 april 2006 aan werknemer een contract aanbieden voor onbepaalde duur of werknemer schriftelijk mededelen geen vervolgovereenkomst op huidige arbeidsovereenkomst aan te willen gaan.

3. Multiserv heeft [eiser] bij brief van 9 januari 2006, voor zover van belang, het volgende bericht:

I also informed you that it was not our intention to offer you a permanent contract at the end of your fixed term contract which would formally come to an end on 31 March 2006. As a result of our discussion, I also informed you that the Company did not wish you to attend at work as from today and that we would honour payment of your salary and related terms and conditions until 31 March 2006. (…).

4. Bij brief van 18 januari 2006 heeft [eiser] Multiserv verzocht om de arbeidsovereenkomst drie maanden langer aan te houden danwel drie maanden salaris door te betalen, te weten een bedrag van € 21.753,--.

5. Multiserv heeft bij brief van 17 februari 2006 het door [eiser] verzochte van de hand gewezen.

De vordering

[eiser] vordert (samengevat) veroordeling van Multiserv tot betaling van € 26.327,28 bruto vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening.

[eiser] stelt daartoe dat Multiserv -in strijd met artikel 2.1. van de arbeidsovereenkomst- pas op 9 januari 2006 heeft bericht dat zijn contract niet verlengd zou worden. [eiser] heeft hierdoor schade geleden; hij heeft zich niet tijdig kunnen oriënteren op de arbeidsmarkt.

Het verweer

Multiserv betwist de vordering en voert daartoe -kort samengevat- het volgende aan. Een vordering tot schadevergoeding kan niet worden gebaseerd op de stelling van [eiser] dat Multiserv zich niet als goed werkgever heeft gedragen. Op die grond had [eiser] Multiserv hoogstens tot nakoming kunnen aanspreken. Multiserv is verder niet schadeplichtig omdat er geen causaal verband bestaat tussen de (te late) mededeling van Multiserv van 9 januari 2006 en de door [eiser] gestelde, niet geconcretiseerde schade.

De beoordeling van het geschil

Volgens artikel 2.1. van de arbeidsovereenkomst dient Multiserv zes maanden voor 1 april 2006 aan [eiser] te laten weten of de arbeidsovereenkomst verlengd wordt of niet. Vaststaat dat Multiserv deze verplichting niet is nagekomen, zij heeft immers eerst op 9 januari 2006 aan [eiser] meegedeeld dat de arbeidsovereenkomst na 1 april 2006 niet zal worden verlengd. Op grond van deze wanprestatie kan Multiserv aansprakelijk worden gehouden voor de door [eiser] als gevolg daarvan geleden schade.

Het verweer van Multiserv dat er geen causaal verband bestaat tussen de -te late- aanzegging van 9 januari 2006 en de vermeende schade, slaagt. Uit het feit dat Multiserv [eiser] niet vóór 1 oktober 2005 maar pas op 9 januari 2006 heeft meegedeeld dat de arbeidsovereenkomst niet zal worden verlengd volgt niet zonder meer dat het voor [eiser] dan ook drie maanden langer zal duren om ander werk te vinden. Het had immers ook zo kunnen zijn dat ingeval van tijdige mededeling door Multiserv van het einde van het dienstverband, [eiser] desondanks pas in juli 2006 een andere baan had gevonden. Het ligt dan ook op de weg van [eiser] als eisende partij die schadevergoeding vordert om te onderbouwen dat -en in welke zin- de late mededeling van Multiserv van 9 januari 2006 tot gevolg heeft gehad dat [eiser] niet aansluitend per 1 april 2006 maar pas in juli 2006 ander werk heeft gevonden. Nu [eiser] heeft nagelaten deze stelling deugdelijk te onderbouwen, kan niet worden vastgesteld dat er causaal verband bestaat tussen de wanprestatie van Multiserv en de door [eiser] gestelde schade. Dit brengt mee dat voor bewijslevering op dit punt geen plaats meer is.

Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht behoeft geen bespreking meer, nu dit in het licht van hetgeen in dit vonnis is vastgesteld en overwogen, niet tot een andere beslissing kan leiden.

Uit het voorgaande volgt dat de vordering bij gebreke van een deugdelijke rechtsgrond voor toekenning van schadevergoeding worden afgewezen.

De proceskosten komen voor rekening van [eiser] omdat deze in het ongelijk wordt gesteld.

Beslissing

De kantonrechter:

- wijst de vordering af;

- veroordeelt [eiser] tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van Multiserv tot en met vandaag worden begroot op € 800,-- aan salaris van de gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Dubois en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.