Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2006:AZ4198

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
08-12-2006
Datum publicatie
12-12-2006
Zaaknummer
129377
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Met het ter zitting aangeven door de rechter dat hij een omwisseling in de dagvaarding van twee nummeringen als een typefout beschouwt, heeft de rechter geen blijk van enige vooringenomenheid gegeven.Dat de rechter (instemmend) “Ja” naar de wederpartij zou hebben geknikt, is niet door de andere ter zitting aanwezigen waargenomen.

Voor zover verzoekster heeft betoogd dat de zaak moet worden doorverwezen naar een andere rechtbank waar men niet of minder met de eisende partij in de hoofdzaak heeft te maken heeft, overweegt de wrakingskamer dat deze rechtbank ingevolge de wet, bij uitsluiting van andere gerechten, bevoegd is om huurgeschillen met betrekking tot onroerende zaken als de onderhavige, die in het arrondissement zijn gelegen, te behandelen. Voor zover verzoekster met dit betoog alle rechters van de rechtbank Haarlem heeft willen wraken, overweegt de wrakingskamer dat een verzoek tot wraking slechts betrekking kan hebben op de rechter(s) die bemoeienis met de desbetreffende zaak heeft/hebben (vergelijk Hoge Raad 18 december 1998, NJ 1999,271).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Wrakingskamer

zaaknummer: 129377/HA RK 06-108

datum beslissing: 8 december 2006

Op verzoek van:

De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Bartnie Leisure BV,

gevestigd te Amsterdam

verzoekster.

1. Procesverloop

1.1 Bij schriftelijk verzoek van 24 oktober 2006 heeft verzoekster de wraking verzocht van mr. [V], hierna te noemen: de rechter, in de bij deze rechtbank, sector kanton, aanhangige zaak met kenmerk 320780/CV EXPL 06-8508, hierna te noemen: de hoofdzaak.

1.2 De rechter heeft schriftelijk op het verzoek gereageerd.

1.3 De wederpartij in de hoofdzaak, Beverwijkse Bazaar B.V., heeft schriftelijk gereageerd.

1.4 Verzoekster, de wederpartij en de rechter zijn in de gelegenheid gesteld te worden gehoord ter zitting van 13 november 2006. Verzoekster is zonder voorafgaand bericht van verhindering niet op die zitting verschenen. Omdat uit een na de oproep voor genoemde zitting door de voorzitter van de sector kanton aan verzoekster verzonden brief d.d. 6 november 2006 bij verzoekster het idee kan zijn ontstaan dat de zitting op 13 november geen doorgang zou vinden, heeft de wrakingskamer de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek aangehouden tot 5 december 2006. Verzoekster is op laatstgenoemde dag ter zitting verschenen bij haar directeur L.A. van Vuuren.

1.5 De rechter en de wederpartij hebben van de geboden gelegenheid, met bericht, geen gebruik gemaakt.

2. Het standpunt van verzoekster.

2.1 Verzoekster heeft ter onderbouwing van het verzoek het volgende aangevoerd. Ten onrechte heeft de rechter de omdraaiing in de dagvaarding van de nummering van de unit waar de zaak over gaat (unit 2 in Hal 02045 in plaats van unit 02045 in Hal 2 van de Beverwijkse Bazaar te Beverwijk) aangemerkt als een typefout. Ook heeft de rechter na een korte zitting aan de wederpartij gevraagd: “Zal ik dan maar vonnis wijzen?” waarbij hij “Ja” heeft geknikt richting wederpartij, hetgeen er volgens verzoekster op duidt dat de rechter niet onpartijdig is. Daarenboven heeft verzoekster betoogd dat de zaak doorverwezen moet worden naar een andere rechtbank waar men niet of minder met de Beverwijkse Bazaar te maken heeft.

3. Beoordeling

3.1 Een rechter kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uitgangspunt daarbij is dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet, die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een partij bij een geding een vooringenomenheid koestert, hierna ook te noemen de subjectieve toets.

Daarnaast kan er onder omstandigheden reden zijn voor wraking, indien geheel afgezien van de persoonlijke opstelling van de rechter in de hoofdzaak de bij een partij bestaande vrees voor onpartijdigheid van die rechter objectief gerechtvaardigd is, waarbij rekening moet worden gehouden met uiterlijke schijn, hierna ook te noemen de objectieve toets. Het subjectieve oordeel van verzoeker is niet doorslaggevend.

3.2 De rechter heeft aan de omwisseling van de nummering van unit en hal in de dagvaarding niet het belang gehecht dat verzoekster daaraan gehecht zou willen zien; de rechter heeft ter zitting aangegeven die omwisseling te beschouwen als een typefout. Daartoe was de rechter naar het oordeel van de wrakingskamer gerechtigd; hij heeft daarmee geen blijk gegeven van enige vooringenomenheid.

Dat de rechter “Ja” naar de wederpartij zou hebben geknikt, is niet door de andere ter zitting aanwezigen waargenomen. Bovendien staat het een rechter vrij om bij het einde van een mondelinge behandeling te bepalen dat vonnis zal worden gewezen. Ook die bezwaren van verzoekster leveren derhalve geen aanwijzing, laat staan een zwaarwegende aanwijzing, op voor het oordeel dat de rechter jegens verzoekster een vooringenomenheid koestert, althans bij verzoekster de vrees dat onpartijdigheid bij de rechter ontbreekt, subjectief gerechtvaardigd is.

3.3 Nu geen verdere feiten of omstandigheden die tot wraking van de rechter zouden kunnen leiden zijn voorgedragen, zal het verzoek om wraking van de rechter worden afgewezen.

3.4 Voor zover verzoekster heeft betoogd dat de zaak moet worden doorverwezen naar een andere rechtbank waar men niet of minder met de Beverwijkse Bazaar te maken heeft, overweegt de wrakingskamer dat de rechtbank te Haarlem ingevolge de wet, bij uitsluiting van andere gerechten, bevoegd is om huurgeschillen met betrekking tot onroerende zaken als de onderhavige, die in het arrondissement zijn gelegen, te behandelen. Aan een dergelijk verzoek kan derhalve niet worden voldaan. Voor zover verzoekster met genoemd betoog alle rechters van de rechtbank Haarlem heeft willen wraken, overweegt de wrakingskamer dat een verzoek tot wraking slechts betrekking kan hebben op de rechter(s) die bemoeienis met de desbetreffende zaak heeft/hebben (vergelijk Hoge Raad 18 december 1998, NJ 1999,271).

3.5 De wrakingskamer zal het verzoek om wraking afwijzen.

4. Beslissing

De rechtbank:

4.1 wijst het verzoek om wraking af;

4.2 beveelt de griffier onverwijld aan verzoekster, de rechter en de wederpartij een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden;

4.3 beveelt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek.

Deze beslissing is gegeven door mr. A.J. van der Meer, voorzitter, en mrs. M.J. Smit en A.A.F. Donders, leden van de wrakingskamer, en in het openbaar uitgesproken op 8 december 2006 in tegenwoordigheid van mr. I.M. ter Sluis als griffier.

Rechtsmiddel

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.