Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2006:AZ1548

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
02-11-2006
Datum publicatie
06-11-2006
Zaaknummer
322727 AO VERZ 06-1560
Rechtsgebieden
Civiel recht
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Werkgever verzoekt ontbinding omdat werknemer (loodgieter) niet naar behoren zou functioneren. Kern van de zaak bleek te zijn dat werknemer bij de arbeidsinspectie melding had gedaan van de aanwezigheid van asbest op een werklocatie, zonder dat hij dat eerst met de leidinggevende van verzoekster had opgenomen. Naar het oordeel van de kantonrechter kan dit werknemer gelet op de omstandigheden niet worden verweten. Verzoek afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

Zaak/rep.nummer: 322727/AO VERZ 06-1560

Datum uitspraak: 2 november 2006

BESCHIKKING ONTBINDING ARBEIDSOVEREENKOMST

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LINDEMAN VERWARMING B.V.,

gevestigd te Bloemendaal,

verzoekster,

hierna te noemen: Lindeman,

gemachtigde: mr. J. van den Bos,

tegen

[verweerder]

wonende te [woonplaats],

verweerder,

hierna te noemen: [verweerder],

gemachtigde: mr. R.E. Zalm (FNV Bondgenoten).

De procedure

Op 14 september 2006 is ter griffie een verzoekschrift ontvangen van Lindeman. [verweerder] heeft een verweerschrift ingediend. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsge-vonden op 26 oktober 2006. Op deze zitting hebben partijen hun standpunten nader toege-licht. De gemachtigde van Lindeman heeft een pleitnota overgelegd. De griffier heeft aan-tekeningen gemaakt van wat partijen verder naar voren hebben gebracht. Beide partijen hebben producties in het geding gebracht.

De feiten

[verweerder], 38 jaar oud, is sinds 26 maart 1996 bij Lindeman in dienst, laatstelijk in de functie van monteur tegen een salaris van € 2.167,37 bruto per vier weken exclusief 8% vakantie-toeslag.

Lindeman is een gespecialiseerd installatiebedrijf dat zich heeft toegelegd op het aanleggen van centrale verwarminginstallaties.

Het verzoek

Lindeman verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst op zo kort mogelijke termijn wegens veranderingen in de omstandigheden en zonder toekenning van enige vergoeding aan [verweerder].

Ter toelichting stelt Lindeman - samengevat - het volgende. De houding van [verweerder] laat ernstig te wensen over. Vanaf mei 2004 heeft Lindeman [verweerder] structureel op deze houding aangesproken. Lindeman heeft problemen met de negatieve houding van [verweerder] over het bedrijf, collega's en klanten, de lage productie van [verweerder] (in verhouding met zijn collega's)

door een gebrek aan gedegen vakkennis en een tekort aan de voor een monteur benodigde capaciteiten, de slechte communicatieve eigenschappen van [verweerder] (grof uitdrukken naar collega's, leidinggevenden en opdrachtgevers, het gebruiken van ongepaste bijnamen voor mensen die hem niet aanstaan), het zich niet houden aan de werktijden door [verweerder] en andere incidenten waarbij [verweerder] betrokken was zoals bijvoorbeeld de asbestmelding bij het Herbert Visser College te Nieuw Vennep. Door het gedrag van [verweerder] loopt Lindeman het risico dat zij vaste klanten kwijtraakt. [verweerder] weigert zijn gedrag aan te passen en staat niet open voor de door Lindeman geboden oplossingen. De opstelling van [verweerder] zorgt ervoor dat Lindeman geregeld in problemen komt met opdrachtgevers en dat door de wijze van werken en communiceren van [verweerder] veel tijd verloren gaat ten koste van productie. Daardoor is ook het draagvlak ten aanzien van [verweerder] bij het overige personeel aanzienlijk verslechterd. Lindeman ziet zich onder die omstandigheden genoodzaakt een ontbinding van de arbeidsovereenkomst te verzoeken. Nu Lindeman er alles aan heeft gedaan om het gedrag en de prestaties van [verweerder] op het vereiste niveau te brengen en [verweerder] bewust elke vorm van medewerking heeft geweigerd en zodoende heeft aangestuurd op een arbeidsconflict is er voor een door Lindeman aan [verweerder] te betalen vergoeding geen plaats.

Het verweer

[verweerder] concludeert primair tot niet-ontvankelijkheid van het verzoek en subsidiair tot afwijzing van het verzoek. Voor het geval de arbeidsovereenkomst toch wordt ontbonden, verzoekt [verweerder] meer subsidiair om toekenning van een vergoeding van minimaal

€ 55.788,04 bruto.

Ter toelichting voert [verweerder] - samengevat - het volgende aan. Op 10 december 2003 werd door Lindeman nog een uiterst positieve beoordeling gegeven. Op alle in het verslag van de functioneringsbespreking van die datum genoemde punten scoorde [verweerder] voldoende tot goed. De communicatie met klanten en met leidinggevenden, de vakvaardigheid, de werkhouding en het nakomen van de werktijden werden als goed betiteld. Ten aanzien van het werktempo werd aangegeven dat dit voldoende is. Na het asbestincident worden de beoordelingen ineens negatief. Dat is wel zeer toevallig te noemen.

[verweerder] erkent dat er sedert augustus 2004 communicatieve problemen tussen partijen zijn ontstaan. Naar zijn oordeel zijn deze aan het asbestincident gerelateerd. Van zeer onbeschoft gedrag aan de zijde van [verweerder] is nimmer sprake geweest. De conflicten die zich wel hebben voorgedaan, zijn niet van dien aard (geweest) dat deze de verzochte ontbinding rechtvaardigen. De gestelde lage productie wordt niet aannemelijk gemaakt.

Lindeman stelt zich ten onrechte op het standpunt dat [verweerder] om 8.00 uur de klus moet aanvangen en dat hij voordien spullen en gereedschappen bij het bedrijf van Lindeman moet hebben opgehaald. In de arbeidsovereenkomst van partijen is niet overeengekomen dat de reistijd van het bedrijf van Lindeman naar de klus in de privé-tijd dient plaats te vinden.

[verweerder] is van mening dat Lindeman na het asbestincident de relatie van partijen bewust heeft doen verslechteren. Wat [verweerder] betreft is er geen reden om de arbeidsovereenkomst te beëindigen. Hij werkt met veel plezier bij Lindeman en hoopt dat te blijven doen. Wat hem betreft moeten partijen de strijdbijl begraven en met een schone lei beginnen.

Indien naar het oordeel van de kantonrechter toch een ontbinding van de arbeidsovereen-komst gerechtvaardigd is, is [verweerder] van mening dat een vergoeding op zijn plaats is. Bij de vaststelling van die vergoeding moet rekening worden gehouden met een minimale correctie-factor van 2, nu de ontbinding geheel aan Lindeman valt te verwijten. [verweerder] verzoekt de kantonrechter om rekening te houden met de voor hem geldende fictieve opzegtermijn.

De beoordeling van het verzoek

1. De kantonrechter heeft zich ervan vergewist dat het verzoek geen verband houdt met het bestaan van een opzegverbod als bedoeld in artikel 7:685 lid 1 BW.

2. De belangrijkste reden die Lindeman ten grondslag legt aan haar verzoek is het niet goed functioneren van [verweerder], waarbij met name de houding van [verweerder] ernstig te wensen over zou laten. Dit niet goede functioneren moet - nu [verweerder] de stellingen van Lindeman dienaangaande gemotiveerd heeft betwist - door Lindeman aannemelijk worden gemaakt.

3. Tijdens de mondelinge behandeling heeft Lindeman gesteld dat [verweerder] een verkeerde interpretatie geeft aan het verslag van het op 10 december 2003 gehouden functione-ringsgesprek. Volgens Lindeman zou zij in dat gesprek al de nodige kritische opmer-kingen aan [verweerder] hebben geuit en zou een positieve insteek bij de beoordeling van [verweerder] zijn gekozen om hem te motiveren en om de relatie van partijen niet onnodig te verstoren. Voormelde stellingen van Lindeman worden door de kantonrechter gepas-seerd. Dat Lindeman in de verslaglegging van een functioneringsgesprek niet op papier zet wat zij daadwerkelijk vindt, is een omstandigheid die voor risico van Lindeman dient te komen. Uit het verslag blijkt naar het oordeel van de kantonrechter niet dat [verweerder], op 10 december 2003 uiterst positief is beoordeeld, zoals door [verweerder] is gesteld, maar wel dat [verweerder] op 10 december 2003 (en een periode voorafgaande aan die datum) voldoende tot goed heeft gefunctioneerd.

4. Ook de door Lindeman voor de periode na 10 december 2003 gegeven onderbouwing van haar stellingen aangaande het functioneren van [verweerder] oordeelt de kantonrechter volstrekt onvoldoende.

5. Bij een werknemer met een arbeidsverleden als dat van [verweerder], mag van een goede werkgever worden verwacht dat er een degelijk personeelsdossier is opgebouwd, uit welk dossier dan in zaken als de onderhavige kan worden geput. Lindeman heeft aan deze verplichting niet voldaan. Zij heeft onvoldoende gedocumenteerd. Verslagen van gehouden functionerings- en/of beoordelingsgesprekken in de periode na 10 december 2003 ontbreken. Het is dan ook niet voldoende duidelijk geworden of er in die periode dergelijke gesprekken hebben plaatsgevonden. De door Lindeman in het geding gebrachte besprekingsverslagen van 6 september 2004 en 29 september 2004 missen een ondertekening door [verweerder], waaruit blijkt dat hij van de inhoud van deze verslagen heeft kennis genomen en/of dat hij zich met deze inhoud akkoord heeft verklaard.

6. Het geschil over de werktijden had door Lindeman voorkomen kunnen worden door de regeling terzake deze tijden duidelijk in de arbeidsovereenkomst op te nemen. In de onderhavige procedure is niet aannemelijk geworden dat [verweerder] zich niet aan de werktijden houdt door zich om 8.00 uur bij Lindeman te melden om de auto en de benodigde materialen en gereedschappen op te halen en vervolgens naar de werkplek te gaan in plaats van ervoor te zorgen dat hij 8.00 uur de werkzaamheden op de werkplek kan aanvangen, zoals volgens Lindeman zou moeten.

7. Uit de in het geding gebrachte stukken en het ter terechtzitting gestelde blijkt dat Lindeman [verweerder] nog steeds verwijten maakt over diens handelwijze bij het zoge-naamde asbestincident. [verweerder] zou naar de stelling van Lindeman volkomen ten onrechte de arbeidsinspectie hebben ingeschakeld en als gevolg daarvan zou Lindeman nog steeds geconfronteerd worden met extra (zware) controles. De stelling van Lindeman dat [verweerder] ten onrechte de arbeidsinspectie zou hebben ingeschakeld is niet aannemelijk geworden. In de door [verweerder] geschetste omstandig-heden, welke niet door Lindeman zijn weersproken, valt de inschakeling van de arbeids-inspectie alleszins te rechtvaardigen. In werksituaties waarin sprake was van de aanwe-zigheid van asbest, werd door Lindeman normaal gesproken altijd voor de aanvang van de werkzaamheden door haar een professionele derde ingeschakeld om voor de verwij-dering van het asbest zorg te dragen. Op het moment dat de werknemers van Lindeman verschenen was het asbest verwijderd en zag het er keurig uit. [verweerder] werd evenwel geconfronteerd met een situatie waarin door de klant onprofessioneel met asbest was omgesprongen. Vast staat dat er op dat moment door Lindeman geen bedrijfsinstructie voor dit soort situatie op papier was gesteld. [verweerder] zag dat het niet goed ging en voelde zich genoodzaakt om actie te ondernemen. Dat valt hem niet te verwijten. Zo er al een verwijt valt te maken is dat eerder aan Lindeman. Zij had misschien in de onderha-vige situatie moeten besluiten om vooraf zelf een controle uit te voeren alvorens haar werknemers naar die werkplek te sturen.

8. Naar het oordeel van de kantonrechter moeten partijen (opnieuw) proberen met elkaar in gesprek te komen, eventueel met behulp van een neutrale derde (mediator), teneinde de tussen hen gerezen problemen in de communicatie op te lossen.

9. Al het voorgaande in aanmerking nemende komt de kantonrechter tot de conclusie dat er geen gewichtige redenen bestaan om de arbeidsovereenkomst te ontbinden, zodat het verzoek wordt afgewezen.

10. Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht behoeft geen bespreking meer, nu dit in het licht van hetgeen in deze beschikking is vastgesteld en overwogen, niet tot een andere beslissing kan leiden.

11. Gezien de aard van de procedure worden de kosten tussen partijen gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Beslissing

De kantonrechter:

- wijst het verzoek af;

- bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;

Deze beschikking is gegeven door mr. F.J.P. Veenhof en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.