Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2006:AZ1497

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
31-10-2006
Datum publicatie
30-11-2006
Zaaknummer
05-3341
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Eiseres heeft niet voldaan aan de administratieplicht van artikel 52 AWR. In de lokale coffeeshopbranche is een brutowinst van 100% op de inkoop van softdrugs gebruikelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2006-2265
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht, meervoudige belastingkamer

Procedurenummer: AWB 05/3341

Uitspraakdatum: 31 oktober 2006

Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen

X B.V., gevestigd te Y, eiseres

en

de inspecteur van de Belastingdienst Y, verweerder.

1. Ontstaan en loop van het geding

Met dagtekening 4 januari 2003 heeft verweerder aan eiseres voor het jaar 2000 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd, berekend naar een belastbaar bedrag van f 264.821. Bij afzonderlijke beschikkingen, vermeld op evenbedoeld aanslagbiljet, is aan eiseres een verzuimboete opgelegd van f 1.750, een vergrijpboete van f 45.093, en is f 6.943 heffingsrente berekend.

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 24 juni 2005 de aanslag en de boetebeschikkingen gehandhaafd.

Eiseres heeft daartegen bij brief van 18 juli 2005, aangevuld bij brief van 30 augustus 2005, beroep ingesteld.

Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

Eiseres heeft vóór de zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn in afschrift verstrekt aan verweerder.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 april 2006 te Haarlem. Eiseres is ter zitting vertegenwoordigd door haar directeur en enig aandeelhouder Z, bijgestaan door haar gemachtigden mr. drs. G. en mr. D FB. Namens verweerder zijn verschenen mr. S. en drs. J.

2. Feiten

Op grond van de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting staat het volgende vast:

2.1. Eiseres exploiteert sinds augustus 1993 een coffeeshop. In deze coffeeshop worden verschillende soorten softdrugs verkocht, alsmede producten waarin softdrugs zijn verwerkt zoals joints en spacecake. De coffeeshop is gedurende alle dagen van het jaar geopend van 9.00 tot 23.00 uur. Verantwoordelijk voor de bedrijfsvoering waaronder de inkoop van softdrugs is Z, enig aandeelhouder en directeur van eiseres.

2.2. De ingekochte softdrugs wordt door eiseres verwerkt tot zakjes softdrugs, tot joints en tot spacecake. In het jaar 2000 werden de zakjes in de coffeeshop verkocht tegen verkoopprijzen van f 50, f 25 en f 10. De verkoopprijzen van joints bedroegen in dat jaar f 7,50 en f 5 en de prijs voor een plak spacecake bedroeg f 7,50.

2.3. Op 2 en 11 februari 2000 heeft het Horeca Interventie Team (hierna: HIT), waar verweerder deel van uitmaakt, de coffeeshop van eiseres bezocht. De bevindingen van verweerder zijn neergelegd in een rapport van 16 februari 2000, welk rapport aan eiseres is toegezonden. In dit rapport is onder meer vermeld:

“(...) 5.2 Softdrugs

(...)

De verkoop van de softdrugs wordt als volgt geadministreerd:

Per dienst wordt een lijst bijgehouden waarop de begin- en eindvoorraad alsmede de tussentijdse bijvullingen genoteerd worden.

De ontvangsten gaan in de kassa doch worden niet aangeslagen.

Aan het eind van elke dienst maakt het personeel de kasomzet op door het verschil te nemen van de begin- en de eindvoorraad.

De inhoud van de kas alsmede de mutatielijst wordt gedeponeerd in een enveloppe en ter beschikking gesteld van de heer Z. welke ter controle beide met elkaar vergelijkt.

De gemiddelde omzet per dag is f 2.000 á f 3.000.

De aantekeningen van de softdrugs ontvangsten worden door de heer Z. bewaard.

De ondernemer is er op gewezen dat deze gegevens tot de administratie behoren en derhalve bewaard moeten blijven.

Eveneens dient u een voorraadadministratie bij te houden. (...)

7 Afspraken

Met u zijn de volgende afspraken gemaakt:

dat u met ingang van heden de inkopen van de softdrugs per hoeveelheid en betaling gaat bijhouden;

- dat u met ingang van heden een voorraadadministratie softdrugs gaat bijhouden; (...)

9 Slotopmerkingen

(...)

Wellicht ten overvloede wordt nog opgemerkt dat de administratie zelf niet is beoordeeld. (...)”

2.4. Verweerder heeft op 6 december 2000 wederom een bedrijfsbezoek bij eiseres afgelegd. Het ter zake op 7 december 2000 opgemaakte rapport vermeldt onder meer:

“(...) 1.3.2.2. Verkoop

(...) De verhouding tussen de verkoop van hash en weed is ongeveer 30% hash en 70% weed. Belastingplichtige verklaarde dat de brutowinstmarge van de hash 49,5% en weed 59,8% t.o.v. de inkoop softdrugs is. Deze berekening (...) betreft een gewogen gemiddelde. De gemiddelde inkoopprijzen zijn verstrekt door de heer Z.. Bovenstaande brutowinstmarges wijken sterk af bij hetgeen gebruikelijk is in de branche. (...)”

2.5. Op 6 december 2000 heeft een medewerker van het Korps Politie een hoeveelheid softdrugs van eiseres in beslag genomen, volgens het ter zake opgemaakte proces-verbaal 25,266 kilo op wiet gelijkende stof en 14,199 kilo op hasj gelijkende stof. Volgens de administratie van eiseres beliep de voorraad softdrugs op 6 december 2000 18,212 kg.

2.6. Op 6 april 2006 heeft de gemachtigde van eiseres een beschrijving overgelegd van de administratieve organisatie van het bedrijf van eiseres. De begeleidende brief van de gemachtigde luidt, voor zover van belang:

“(...) Vanwege het gegeven dat het houden van voorraden geestverruimende middelen illegaal is, worden geen inkoopdocumenten verstrekt. Binnenkomende voorraad wordt geboekt aan de hand van aantekeningen en die worden op een later tijdstip verwerkt in de bekende Excel-bestanden. De interne aantekeningen zijn daarna vernietigd omdat die dan zijn vervangen door elektronische verwerking. (...) De onderneming moet worden geplaatst in een context van een klein bedrijf waar een persoon zich bezig houdt met de verwerking van de ingekochte materialen. (...) De waarde van de eindvoorraad wordt geschat binnen de gangbare marges van de voorzichtigheid. Dit systeem leidt tot uitstel van heffing maar niet tot vermijding. (...)”

De beschrijving van de administratieve organisatie van het bedrijf van eiseres luidt, voor zover van belang:

“(...) Voorraadadministratie softdrugs (magazijn)

(...)

In de voorraadadministratie is per dag en per soort zichtbaar beginvoorraad, Inkopen, naar shop en Eindvoorraad, zowel in kwantiteit als in bedrag (inkoopprijs). Ook het afval vrijgekomen bij de verwerking wordt afzonderlijk geregistreerd. De in het magazijn aanwezige voorraden worden regelmatig geïnventariseerd door de directeur en vergeleken met de voorraadadministratie magazijn. (...)”

2.7. Tot de gedingstukken behoort een aantal geanonimiseerde passages uit jaarstukken van coffeeshops over perioden van 1997 tot en met 2003 en een aantal door de belastingdienst opgestelde passages uit verslagen van bij coffeeshops afgelegde bedrijfsbezoeken. Deze stukken vermelden de in de betreffende coffeeshops gerealiseerde brutowinstpercentages, die variëren van 93% tot 233%.

2.8. Bij het verweerschrift is een artikel gevoegd uit het tijdschrift ‘highlife’ waarin het proces wordt beschreven volgens welke een restproduct dat vrijkomt bij de vervaardiging van wiet, het zogeheten knipafval, kan worden verwerkt tot voor consumptie geschikte hasj.

2.9. Door verweerder is een boekenonderzoek ingesteld, waarvan de bevindingen zijn neergelegd in een rapport van 21 november 2002 (hierna: het controlerapport). Dit rapport vermeldt onder meer:

“6.5 Niet voldoen aan de administratie- en bewaarplicht (artikel 52 Algemene wet inzake rijksbelastingen)

De onderneming heeft niet aan de administratieve verplichtingen voldaan. De administratie wordt niet naar de eisen van het bedrijf ingericht en gevoerd met als gevolg dat essentiële verbanden van het bedrijfsproces niet in de administratie aanwezig en derhalve niet binnen een redelijke termijn controleerbaar zijn zo dat niet te allen tijde de verplichtingen van de ondernemer uit de administratie blijken. Op onderstaande punten voldoet de administratie niet aan de eisen van artikel 52 [van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, hierna:]AWR.

- Er wordt geen betrouwbare inkoopadministratie gevoerd.

- In het kasboek wordt per dag de theoretisch bepaalde brutowinst opgenomen. Het kasboek geeft geen getrouw beeld van de werkelijkheid.

- De in de administratie voorkomende inkopen softdrugs zijn theoretisch bepaald.

- De voorraad softdrugs wordt niet voor het juiste bedrag op de balans opgenomen.

- Het brutowinstpercentage wijkt af van wat als gebruikelijk wordt gehanteerd in deze branche.

De onderneming heeft niet voldaan aan de bewaarplicht. De volgende onderdelen van de administratie zijn niet bewaard gebleven:

- De primaire bescheiden (de dagelijkse aantekeningen) betreffende de verkopen van de joints.(...)

7.1 Brutowinstpercentage softdrugs

In de branche is een gemiddeld brutowinstpercentage van 100% gebruikelijk. Wij corrigeren de inkopen uitgaande van een gemiddeld brutowinstpercentage van 100% van de inkopen.

2000

Omzet softdrugs exclusief joints f 1.093.625

Inkoopwaarde 546.813

Brutowinst softdrugs f 546.813

Aangegeven brutowinst 399.626

Correctie meer winst f 147.187

7.2 Brutowinstpercentage joints

Uit de gevoerde administratie is niet te herleiden wat bewerkt is als “knipafval” en hoeveel gereed product hieruit is ontstaan, dit heeft gevolgen voor het brutowinstpercentage daar dit materiaal kosteloos verkregen is.

(...)

Dit leidt tot de volgende correctie:

2000 Inkoop deel Inkoop Totaal

niet gratis gratis

verkregen verkregen

Omzet joints 26.147 98.341 124.488

Inkoopwaarde 13.073 4.371 17.444

Brutowinst softdrugs 13.074 93.970 107.044

Aangegeven brutowinst 37.376

Correctie meer winst f 69.667

7.3 Verlies diefstal en inval

Op 22 juni 2000 heeft dhr Z. aangifte gedaan van diefstal. In het pand aan de C-weg 43 C te Y is onder andere 15,422 kg aan softdrugs weggenomen.

Op 6 december 2000 is er een inval geweest van het Horeca Interventie Team waarbij volgens het excellbestand van dhr. Z. 18,212 kg in beslag werd genomen.

Het totaal verlies aan softdrugs hierop is door dhr Z. gecalculeerd op f 237.808,-. Dit bedrag is tot stand gekomen door de inkoopwaarde op het moment van diefstal c.q. inval te nemen van de verschillende soorten gestolen / in beslag genomen softdrugs.

Deze berekening gaat uit van een te hoge inkoopprijs. Uitgaande van de bruto winstmarge op de dag van de diefstal en inval komen wij tot de volgende correctie:

Diefstal en inval 2000 diefstal Inval Totaal

Inkoopwaarde vlgs excelbestand 102.078 135.730 237.808

Brutowinstmarge 59,5% 61,4%

Verkoopwaarde:Inkoopwaarde/100

* brutowinstpercentage 162.814 219.068 381.882

Theoretisch bepaalde inkoopwaarde 81.407 109.534 190.941

Aangegeven inkoopwaarde 102.078 135.730 237.808

Correctie meer winst 20.671 26.196 46.867

7.4 Verkoop spacecake

De verkopen spacecake worden op de kassa op groep 4 aangeslagen. Op deze groep 4 wordt eveneens de verkopen tosti en sap aangeslagen. Het totale bedrag van deze groep 4 in het jaar 2000 bedraagt fl 21.328,85.

De verkoopprijs van een plak spacecake bedraagt f 7,50 in het jaar 2000. Er zijn maximaal fl 21.328,85 / fl 7,50 = 2.844 plakken spacecake verkocht.

(...)

Rekening houdend met de verklaringen van de heer Z. gaan wij uit van de gebruikte hoeveelheid meel van het recept van de heer Z. en komen wij tot de volgende correctie:

Meel

in kg.

Ingekochte hoeveelheden 100

Benodigde hoeveelheid per spacecake 0,3

Theoretisch aantal gebakken cakes 333,33

aantal plakken per cake 15

Theoretisch aantal plakken verkocht 5.000

aantal plakken maximaal verkocht 2.844

Verschil 2.156

Prijs per plak spacecake fl 7,50

Correctie meer winst fl 16.171 ”

2.10. Eiseres heeft op 29 januari 2002 aangifte gedaan voor de vennootschapsbelasting 2000 naar een belastbaar bedrag van f -/- 15.071. Bij het vaststellen van de aanslag is verweerder als volgt van de ingediende aangifte afgeweken:

Aangegeven belastbaar bedrag f -/- 15.071

Bij: correctie omzet softdrugs 147.187

Bij: correctie omzet joints 69.667

Bij: correctie verlies diefstal en inval 46.867

Bij: correctie omzet spacecake 16.171 +

Vastgesteld belastbaar bedrag f 264.821

3. Geschil

3.1. Eiseres betwist en verweerder verdedigt de rechtmatigheid van de correctie op de ingediende aangifte. Het geschil tussen partijen spitst zich in het bijzonder toe op het antwoord op de vragen of de administratie van eiseres voldoet aan de in artikel 52 AWR gestelde eisen en of het door verweerder gehanteerde brutowinstpercentage van 100 op de inkopen van softdrugs gebruikelijk is. Ten slotte is met betrekking tot de opgelegde boeten in geschil of de waarborgen van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens door tijdsverloop zijn geschonden.

3.2. Eiseres stelt dat de uitspraak op bezwaar onvoldoende is gemotiveerd. Verder neemt eiseres het standpunt in dat de administratie voldoet aan de wettelijke eisen. Van de voorraad worden dagelijks de volgende mutaties bijgehouden:

- de voorraad die buiten de winkel ligt opgeslagen per soort in hoeveelheden (gram) en tegen de inkoopprijs aan de hand van de primaire gegevens.

- de verplaatsing van de voorraad naar de winkelvoorraad en

- het uitboeken van de voorraad bij verkoop.

Het afval dat vrijkomt bij de verwerking wordt afzonderlijk geregistreerd. Eiseres heeft verder aangevoerd dat de voorraad in de coffeeshop bij de wisseling van de dienst wordt geïnventariseerd en vergeleken met de voorraad volgens de werklijst per soort.

In de kasadministratie worden de kasmiddelen bijgehouden die bij de directeur en de coffeeshop aanwezig zijn. In het kasboek wordt de inkoop van softdrugs vermeld. De inkoopbedragen sluiten volgens eiseres aan bij de voorraadadministratie. Tot slot is in de coffeeshop een kasregister aanwezig waarmee de verkoop van de overige producten, zoals koffie, frisdrank, broodjes en dergelijke, wordt geregistreerd. De kas wordt dagelijks gecontroleerd en vergeleken met het kasregister. Ten tijde van de bedrijfsbezoeken is het administratieve kassaldo noch de administratieve voorraad softdrugs vergeleken met het werkelijke kassaldo respectievelijk de werkelijke voorrad softdrugs, zodat er geen feitelijke grondslag bestaat voor de onderhavige correctie.

3.3. Verweerder heeft het standpunt ingenomen dat de administratie van eiseres niet voldoet aan de eisen van artikel 52 AWR. Verweerder voert hiertoe onder meer aan dat de inkopen sedert 1 februari 2000 in een Excelbestand zijn neergelegd, maar dat dit bestand niet volledig en daardoor niet betrouwbaar is. Tijdens het boekenonderzoek is volgens verweerder gebleken dat de inkopen van de benodigde softdrugs voor joints en spacecakes grotendeels niet zijn vermeld in het bestand. Ook bleek dat de voorraad, die volgens de administratie aanwezig zou zijn op 6 december 2000 veel lager was dan de 40 kg die op die dag in beslag is genomen. Verweerder heeft verder geconstateerd dat de dagelijkse Excelbestanden veelal op een later tijdstip zijn aangemaakt dan de dag waarop het bestand betrekking heeft en/of op latere data zijn gemuteerd. Er zijn geen primaire aantekeningen en/of bescheiden van inkoopbetalingen aanwezig. Evenmin zijn de betalingen per kas genoteerd in een kasboek. In het kasboek is de brutowinst van de verkochte zakjes softdrugs per dag opgenomen, maar deze brutowinst leidt tot een brutowinstmarge voor softdrugs en joints die volgens verweerder onverantwoord laag is ten opzichte van vergelijkbare branchegenoten.

4. Beoordeling van het geschil

4.1. Ten aanzien van de stelling van eiseres dat verweerder in de uitspraak op bezwaar niet inhoudelijk heeft gereageerd op de door eiseres aangevoerde feiten, oordeelt de rechtbank dat geen sprake is van handelen in strijd met enig beginsel van behoorlijk bestuur. In de uitspraak op bezwaar heeft verweerder aan de hand van wetgeving en jurisprudentie voldoende onderbouwd waarom de administratie van eiseres niet kon dienen als basis voor de fiscale winstberekening. Deze klacht faalt derhalve.

4.2. In artikel 52 AWR is, voor zover voor het onderhavige geschil van belang, bepaald dat administratieplichtigen gehouden zijn van hun vermogenstoestand en alles betreffende hun bedrijf op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat te allen tijde hun rechten en verplichtingen alsmede de voor de heffing van belasting overigens van belang zijnde gegevens hieruit duidelijk blijken. De administratie dient zodanig te zijn ingericht en te worden gevoerd en de gegevensdragers dienen zodanig te worden bewaard, dat controle daarvan door de inspecteur binnen een redelijke termijn mogelijk is.

4.3. Bij de beantwoording van de vraag of eiseres aan haar administratie- en bewaarplicht heeft voldaan, houdt de rechtbank rekening met de aard en de omvang van het bedrijf. Gelet op het vervolgingsbeleid ten aanzien van de inkoop van softdrugs bij de groothandel en het gegeven dat ter zake van de inkoop van softdrugs door de groothandel geen facturen pleegt uit te reiken, is de rechtbank van oordeel dat het ontbreken in de administratie van facturen ter zake van de inkoop van softdrugs op zichzelf beschouwd niet noopt tot de gevolgtrekking dat niet aan de eisen van artikel 52 van de AWR wordt voldaan.

4.4. Het voorgaande neemt niet weg dat een coffeeshophouder een administratie dient te voeren die als grondslag voor de fiscale winstbepaling kan dienen. In het onderhavige geval betekent zulks dat op controleerbare wijze dient te worden vastgelegd wanneer softdrugs zijn verkocht onder vermelding van soort en hoeveelheid. Voor de inkoop van softdrugs geldt dat vastgelegd dient te worden wanneer deze goederen zijn ingekocht, in welke hoeveelheden en tegen welke inkoopprijs. Een kas- en voorraadadministratie dienen hierop aan te sluiten.

4.5. In dit verband acht de rechtbank van belang dat eiseres ten aanzien van de inkoop van softdrugs niet kan aangeven wat de beginvoorraad was, welke mutaties er hebben plaatsgevonden en welk deel van de voorraad niet geschikt was voor de verkoop. Eiseres heeft aangegeven dat bij het in gebruik nemen van de Excelbestanden geen rekening is gehouden met de toen al aanwezige voorraad joints en dat dit een ‘onzichtbare voorraad’ van 7 kilo betrof. Verder blijkt uit het proces-verbaal en kennisgeving van inbeslagneming van 6 december 2000 dat bij eiseres 25,266 kilo wiet en 14,199 kilo hasj in beslag is genomen. Uit de voorraadadministratie volgt, zo heeft verweerder onweersproken gesteld, dat op die datum een voorraad van 18,212 kilo aanwezig zou zijn. Eiseres heeft hiervoor als verklaring gegeven dat een deel van de in beslaggenomen voorraad bestond uit hennepafval dat niet gebruikt kon worden voor de productie van joints. De rechtbank kent aan deze verklaring geen betekenis toe omdat verweerder gemotiveerd heeft weersproken dat evenbedoeld afval niet voor consumptie geschikt kan worden gemaakt en voorts omdat eiseres bij herhaling heeft aangegeven dat registratie plaatsvindt van afval dat vrijkomt bij ver- en bewerking van ingekochte softdrugs, maar eiseres niettemin op de dag van de inbeslagname niet in staat was op basis van een deugdelijke voorraadadministratie aan te geven welk deel van de aanwezige voorraad niet geschikt was voor verkoop.

4.6. Voorts kent de rechtbank betekenis toe aan de kopieën van dag- en avondregistratie van de verkochte geestverruimende producten van 1 juli en 2 juli 2000, die behoren tot de stukken van het geding. De totaaltelling van de registratie van 2 juli 2000 voor het dagdeel zou in totaal f 420 bedragen. Dit is op het formulier doorgestreept en veranderd in f 445. Ook op het overzicht voor de verkopen in de avond is een correctie aangebracht. Boven aan het formulier van de avondregistratie is met de hand geschreven ‘2.215 en 819,90’. De omzet van geestverruimende middelen op 2 juli 2000 zou, zo blijkt uit de door de rechtbank op 7 april 2006 van eiseres ontvangen kopieën van handgeschreven overzichten van de maanden juli en augustus 2000 f 2.215 bedragen. Dit bedrag kan echter niet worden afgeleid uit de aantallen verkochte producten voor de dag- en avondregistratie van 2 juli 2000. Hierdoor is van het op eenduidige wijze bijhouden en bewaren van overzichten waaruit de hoeveelheid verkochte producten blijkt, geen sprake. Ter zitting heeft eiseres nog aangevoerd dat de bedragen die zijn vermeld op de hiervoor bedoelde overzichten voor juli en augustus 2000 voor wat betreft de geestverruimende middelen, een overzicht geven van de brutowinst per dag. Deze brutowinst volgt volgens eiseres uit het verschil tussen het eerste en het tweede bedrag dat is vermeld na ‘GVM’, waarmee geestverruimende middelen wordt bedoeld. De rechtbank merkt hierover op dat het tweede door eiseres bedoelde bedrag, dat de inkoopprijs van de verkochte producten zou moeten zijn, niet kan worden afgeleid uit de administratie. In de door eiseres bijgehouden Excelbestanden ontbreken de hiervoor benodigde gegevens. Voorts heeft verweerder gesteld, en eiseres heeft dit niet of niet voldoende weersproken, dat de verkoop van joints niet op het moment van verkoop in het kasboek is opgenomen. Hiervoor werd aan het eind van elke maand slechts een bedrag aan behaalde winst in het kasboek vermeld.

4.7. Verweerder stelt dat in de coffeeshopbranche een brutowinstmarge op de inkoop van 100% gebruikelijk is en dat het door eiseres gerealiseerde brutowinstpercentage aanmerkelijk afwijkt van het gebruikelijke percentage. Ter onderbouwing van de gebruikelijkheid van een brutowinstpercentage van 100 heeft verweerder een aantal geanonimiseerde passages overgelegd van winst- en verliesrekeningen van coffeeshops die in de omgeving van eiseres zijn gevestigd en die evenals eiseres zelf softdrugs inkopen en deze verwerken tot voor de verkoop bestemde producten. Voorts heeft verweerder diverse geanonimiseerde verslagen ingebracht van bij coffeeshops afgelegde bedrijfsbezoeken. Volgens deze door verweerder overgelegde stukken worden in de branche brutowinstpercentages op de inkopen van softdrugs behaald die variëren van 93% tot 233%. Eiseres betwist de gebruikelijkheid van het door verweerder voorgestane brutowinstpercentage en voert daartoe aan, zonder dat nader te onderbouwen, dat zij lagere prijzen voor haar producten hanteert dan haar concurrenten. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres de gemotiveerde stelling van verweerder onvoldoende weersproken. De rechtbank acht aannemelijk dat in de lokale coffeeshopbranche een brutowinst van 100% op de inkoop van softdrugs gebruikelijk is.

4.8. Ten slotte is de rechtbank van oordeel dat eiseres haar plicht om de voor de heffing van belasting overigens van belang zijnde gegevens te bewaren niet is nagekomen nu eiseres de aantekeningen die zij ter zake van binnenkomende voorraad pleegt te maken (primaire vastleggingen) vernietigt nadat deze zijn verwerkt in Excelbestanden en deze niet voor controle beschikbaar houdt.

4.9. De slotsom is dat de gebreken die kleven aan de administratie van eiseres naar het oordeel van de rechtbank voldoende ernstig zijn om de conclusie te kunnen dragen dat eiseres niet heeft voldaan aan de administratieplicht van artikel 52 AWR en dat het beroep op de voet van artikel 27e AWR ongegrond wordt verklaard tenzij overtuigend wordt aangetoond dat en in hoeverre de aanslag onjuist is. Dat verweerder niet de juistheid van het administratieve kas en de administratieve voorraad ten tijde van de bedrijfsbezoeken heeft onderzocht verandert niets aan voormeld oordeel, nu een dergelijke controle inzicht kan verschaffen in de volledigheid van de opbrengstverantwoording maar verweerder met betrekking tot evenbedoelde volledigheid niet van de ingediende aangifte is afgeweken.

4.10. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres met de door haar overgelegde stukken en de toelichting op haar wijze van administreren geen cijfermatig inzicht gegeven in de omvang van de belastbare winst voor het jaar 2000. Eiseres heeft dientengevolge niet aangetoond dat en in hoeverre de uitspraak op bezwaar, en de aanslag die hier aan ten grondslag ligt, onjuist is. De berekening van de door verweerder aangebrachte correctie op de aangifte is opgenomen in het in onderdeel 2.9 geciteerde controlerapport. Aldus heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank een redelijke en niet willekeurige schatting van het belastbare bedrag van eiseres gemaakt.

4.11. Ten aanzien van de opgelegde verzuimboete van f 1.750 wegens het niet tijdig doen van aangifte stelt de rechtbank voorop dat eiseres hier geen klachten tegen heeft aangevoerd. De rechtbank ziet evenwel na te noemen ambtshalve grond voor matiging van deze boete tot f 1.312.

4.12. Verweerder heeft tevens op basis van artikel 67d AWR een vergrijpboete opgelegd van 50% van het bedrag van de aanslag. Verweerder heeft in het verweerschrift vermeld dat het, gelet op de periode tussen de aanslag en de uitspraak op bezwaar, passend is als de boete met 10% wordt verlaagd tot een boete van 40%. De rechtbank acht in het onderhavige geval een boete passend en geboden. Eiseres heeft nagelaten om maatregelen te nemen om haar voorraad-, kas- en verkoopadministratie zodanig in te richten dat, na controle van de daaraan ten grondslag liggende primaire bescheiden, daaruit de belastbare winst kan worden afgeleid. Verweerder heeft in februari 2000 afspraken gemaakt met eiseres over de inrichting van de administratie. Eiseres is deze afspraken niet voldoende nagekomen en heeft een onjuiste aangifte gedaan. De rechtbank is van oordeel dat het aan opzet van eiseres te wijten dat de aangifte onjuist is gedaan. Nu in het rapport van 21 november 2002 reeds is vermeld dat een boete zou worden opgelegd, bedraagt de periode tussen het moment waarop eiseres op de hoogte is gebracht van de boete en het tijdstip waarop de rechtbank uitspraak doet, bijna vier jaar. De rechtbank acht de redelijke termijn overschreden ziet hierin aanleiding om de opgelegde boeten te verminderen met 25%, zodat deze gesteld worden op f 1.312 respectievelijk op € 15.347 (f 33.820).

4.13. Gelet op het vorenoverwogene dient de opgelegde aanslag in stand te blijven en wordt het beroep gegrond verklaard voor zover dit de opgelegde boetes betreft.

5. Proceskosten

De rechtbank ziet in hetgeen is overwogen ten aanzien van de boete aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Aan eiseres wordt op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht wegens door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand een bedrag van € 644 toegekend (1 punt voor het beroepschrift en 1 punt voor het bijwonen van de zitting x € 322 per punt).

6. Beslissing

De rechtbank:

- verklaart eiseres beroep tegen de aanslag ongegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar, uitsluitend voor zover deze betrekking heeft op de boetes;

- vermindert de verzuimboete tot een bedrag van € 1.312;

- vermindert de vergrijpboete tot een bedrag van € 15.347;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres voor een bedrag van € 644 en wijst de Staat der Nederlanden aan als rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden;

- gelast dat de Staat der Nederlanden aan eiseres het griffierecht ten bedrage van € 276 vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan op 31 oktober 2006 en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken door mr. J. Snitker, voorzitter, mr. A.P.M. van Rijn en mr. J. M. van Kempen in tegenwoordigheid van mr. M. Put, griffier.

Afschrift

verzonden aan partijen op:

De rechtbank heeft geen bezwaar tegen afgifte door de griffier van een afschrift van de uitspraak in geanonimiseerde vorm.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum:

- hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam, dan wel

- beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag, mits de wederpartij daarmee schriftelijk instemt.

N.B. Bij het bestuursorgaan berust de bevoegdheid tot het instellen van beroep in cassatie niet bij de ambtenaar die de procedure voor de rechtbank heeft gevoerd.

Bij het instellen van hoger beroep dan wel beroep in cassatie dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep dan wel het beroep in cassatie is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep dan wel het beroep in cassatie.

Bij het instellen van beroep in cassatie dient daarnaast in acht te worden genomen dat bij het beroepschrift een schriftelijke verklaring van de wederpartij wordt gevoegd, inhoudende dat wordt ingestemd met het instellen van beroep in cassatie tegen de uitspraak van de rechtbank.