Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2006:AZ1224

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
29-06-2006
Datum publicatie
31-10-2006
Zaaknummer
15/500391-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

UItvoer XTC. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de uitvoer van een grote hoeveelheid MDMA. Dit is een voor de gezondheid van personen schadelijke stof.

De uitgevoerde hoeveelheid was van dien aard, dat deze bestemd moet zijn geweest voor verdere verspreiding en handel. Het betreft hier een gezondheidsondermijnend, verslavend en bewustzijnsbeïnvloedend middel waar de wetgever (onder meer) de productie van en de handel in heeft verboden. Met de productie van en de handel in MDMA kunnen enorme winsten worden behaald.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

VESTIGING SCHIPHOL

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE STRAFKAMER

Parketnummer: 15/500391-06

Uitspraakdatum: 29 juni 2006

Tegenspraak

VERKORT STRAFVONNIS (art. 138b Sv)

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 15 juni 2006 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans gedetineerd in P.I. Zuid Oost, HvB Ter Peel Evertsoord te Ter Peel.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat zij op of omstreeks 08 maart 2006 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, al dan niet als bedoeld in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet, ongeveer 1569,0 gram (10460 stuks), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA (xtc), zijnde MDMA (xtc) een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

art 2 ahf/ond A Opiumwet

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Bewijs

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan in dier voege dat zij op 08 maart 2006 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, 1569,0 gram van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, leest de rechtbank deze verbeterd. De verdachte wordt daardoor niet geschaad in haar verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. Strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder A, van de Opiumwet gegeven verbod.

5. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

6. Motivering van de sanctie en van overige beslissingen

Eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een

gevangenisstraf voor de duur van dertien maanden met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

Tevens heeft de officier van justitie gevorderd dat alle op de beslaglijst voorkomende voorwerpen verbeurd worden verklaard, met uitzondering van het telefoontoestel. Ten aanzien van dit telefoontoestel heeft de

officier van justitie gevorderd dat deze aan verdachte zal worden teruggegeven.

Hoofdstraf

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede door de persoon van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de uitvoer van een grote hoeveelheid MDMA. Dit is een voor de gezondheid van personen schadelijke stof.

De uitgevoerde hoeveelheid was van dien aard, dat deze bestemd moet zijn geweest voor verdere verspreiding en handel. Het betreft hier een gezondheidsondermijnend, verslavend en bewustzijnsbeïnvloedend middel waar de wetgever (onder meer) de productie van en de handel in heeft verboden. Met de productie van en de handel in MDMA kunnen enorme winsten worden behaald.

Noch in de omstandigheden van de onderhavige zaak, noch in de persoonlijke omstandigheden van verdachte vindt de rechtbank aanleiding om af te wijken van de straf die ten aanzien van dit soort misdrijven in vergelijkbare gevallen pleegt te worden opgelegd

Op grond van het vorenoverwogene behoort een vrijheidsbenemende straf van na te melden duur te worden opgelegd.

Verbeurdverklaring

De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten de claimtags, het label en het vliegticket, dienen te worden verbeurd verklaard. Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat het bewezenverklaarde feit met behulp van die goederen, toehorende aan

verdachte, is begaan of voorbereid.

De rechtbank is van oordeel dat het onder verdachte inbeslaggenomen en niet teruggegeven geld, te weten de Euro’s, in totaal € 7800,- dient te worden verbeurdverklaard. Bewezen is verklaard dat verdachte opzettelijk MDMA uit Nederland heeft gebracht. Het kan niet anders dan dat verdachte voor het drugstransport enige

beloning zou ontvangen.

Aangenomen moet worden dat het bij verdachte aangetroffen en haar toebehorende geldbedrag, met name gelet op de hoogte daarvan, geheel of grotendeels door middel van het bewezenverklaarde feit is verkregen.

7. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

33, 33a van het Wetboek van Strafrecht;

2, 10 van de Opiumwet.

8. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan zoals

hiervoor onder 3. vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens dit feit tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf (12) maanden.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige

hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd:

– Geld Nederlands, 15X500= 7500 Euro;

– Geld Nederlands, 6 X 50= 300 Euro;

– 1.00 STK Label, TAP AIR PORTUG, bagagelabel;

– 1.00 STK Claimtag, TAP AIR PORTUGA;

– 1.00 STK Claimtag, TAP AIR PORTUGA;

– 1.00 STK Vliegticket, TAP AIR PORTUGL;

– 1.00 STK Instapkaart, TAP AIR PORTUGL;

– 1.00 STK Instapkaart, TAP AIR PORTUGL;

Gelast de teruggave aan verdachte van:

– 1.00 STK Telefoontoestel Kl: grijs, LG.

9. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. Aardenburg, voorzitter,

mrs. Honig en Hol, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. Van der Ploeg,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 29 juni 2006.

Mr. Hol is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.