Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2006:AZ0554

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
18-10-2006
Datum publicatie
19-10-2006
Zaaknummer
313489 / CV EXPL 06-5702
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eiser vordert (onder andere) vergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag. Het niet aanvaarden door eiser van de aan hem geboden mogelijkheid om franchiseondernemer te worden van het filiaal waar hij bedrijfsleider was, kan niet worden gelijkgesteld met het weigeren van een passende functie. De vordering wordt (deels) toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2007, 75
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 313489 / CV EXPL 06-5702

datum uitspraak: 18 oktober 2006

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

[eiser]

te [woonplaats]

eisende partij

hierna te noemen [eiser]

gemachtigde mr. F.S. Landa

tegen

de besloten vennootschap DE THUISKWEKER B.V.

te Beverwijk

gedaagde partij

hierna te noemen De Thuiskweker

gemachtigde J.West

De kantonrechter heeft bij het wijzen van dit vonnis acht geslagen op de gedingstukken, zijnde de dagvaarding, het ant-woord, het tussenvonnis van 26 juli 2006 waarbij een comparitie van partijen gelast is, de in het geding gebrachte producties alsmede de aantekeningen die de griffier ge-maakt heeft bij gele-genheid van de in deze zaak op 25 september 2006 gehouden compa-ri-tie. De inhoud van de geding-stuk-ken geldt als hier inge-last.

Bij het afsluiten van de comparitie van partijen is vonnis bepaald op heden.

Rechtsoverwegingen

1. Als erkend danwel niet voldoende gemotiveerd bestreden en/of op grond van de onweersproken inhoud van overgelegde producties, staat het volgende tussen partijen vast:

- [eiser] is op 1 november 1996 bij De Thuiskweker in dienst getreden in de functie van bedrijfsleider voor de vestiging van De Thuiskweker in Breda; laatstelijk verdiende [eiser] € 2.617,51 bruto per maand (excl. vakantiegeld),

- omdat de resultaten van het filiaal in Breda achterbleven en personeelsreductie aldaar aangewezen was – het aantal bedrijfsleiders aldaar moest worden teruggebracht van twee naar een - heeft De Thuiskweker het plan opgevat het filiaal te Breda te onderwerpen aan een franchiseconstructie,

- eind 2005 heeft De Thuiskweker [eiser] in dat kader aangeboden de franchisenemer in het filiaal te Breda te worden,

- [eiser] heeft dat aanbod afgeslagen, hij ambieerde geen eigen onderneming,

- vervolgens heeft De Thuiskweker de andere bedrijfsleider in het filiaal te Breda, [XXX] genaamd, een franchiseovereenkomst aangeboden, [XXX] heeft dat aanbod aanvaard,

- De Thuiskweker heeft daarop het CWI toestemming verzocht de arbeidsovereenkomst met [eiser] te mogen opzeggen; na op 22 maart 2006 verkregen toestemming van het CWI heeft De Thuiskweker de arbeidsovereenkomst met [eiser] opgezegd tegen 1 mei 2006,

- De Thuiskweker heeft [eiser] geen financiële compensatie geboden ter zake van de beëindiging van het dienstverband,

- het dienstverband van [XXX] met De Thuiskweker is later tot stand gekomen dan het dienstverband dat [eiser] met De Thuiskweker had.

2. Tegen de achtergrond van voormelde feiten en stellende dat er sprake is van een kennelijk onredelijk ontslag, vordert [eiser] van De Thuiskweker, naast nevenvorderingen,

- verklaring voor recht dat de beëindiging van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst kennelijk onredelijk is,

- betaling van een bedrag groot € 32.509,47 bruto.

Ter adstructie van de vordering voert [eiser] aan dat de kennelijke onredelijkheid zowel gebaseerd is op art. 6:681, lid 2 aanhef en sub a (valse/voorgewende reden) als op lid 2 aanhef en sub b van het zelfde artikel (onevenredigheid gevolgen).

3. De Thuiskweker heeft de vordering van [eiser] gemotiveerd weersproken.

4. Voorzover de vordering van [eiser] gebaseerd is op een voorgewende/valse reden dient de vordering te worden afgewezen. Het is niet juist dat De Thuiskweker enkel zou hebben aangevoerd dat de grond voor de ontslagaanvraag van bedrijfseconomische aard zou zijn terwijl de daadwerkelijke reden het willen omzetten van het filiaal te Breda in een franchiseonderneming zou zijn. In de procedure bij het CWI is door De Thuiskweker aan haar verzoek ook ten grondslag gelegd de wens om het filiaal te Breda om te zetten in een franchiseonderneming. Het CWI heeft dit element ook betrokken bij zijn oordeelsvorming omtrent het verzoek van De Thuiskweker.

5. Naar het oordeel van de kantonrechter gaat de vordering van [eiser] voorzover gebaseerd op het gevolgencriterium wel op. Op zich staat het een ondernemer als De Thuiskweker vrij haar onderneming (of onderdelen daarvan) te herstructureren. In dat kader kan de noodzaak zich voordoen dat bestaande arbeidsovereenkomsten moeten worden beëindigd. Voor die aldus af te vloeien werknemers dient een werkgever als De Thuiskweker haar verantwoordelijkheid wel te nemen. Dat spreekt in deze zaak te meer nu [eiser] op grond van het anciënniteitsbeginsel niet voor ontslag in aanmerking gekomen zou zijn en voor de noodzakelijke reductie van de kosten op zich volstaan had kunnen worden met het enkele ontslag van een bedrijfsleider, in dezen niet zijnde [eiser]. Het omzetten van het filiaal in een franchiseonderneming is gebeurd om de omzet te verhogen en niet zozeer uit het oogpunt van reductie van de kosten.

6. De Thuiskweker kan haar verantwoordelijkheid als genoemd onder 5. niet ontlopen door te wijzen op de door [eiser] afgewezen mogelijkheid franchiseondernemer te worden. Als [eiser] het ondernemerschap niet ambieert kan dat niet aan hem tegen geworpen worden. Het betreft hier geen geweigerde passende functie (elders). Ook het in acht nemen van de wettelijke opzegtermijn valt niet onder de verantwoordelijkheid als onder 5. bedoeld. De Thuiskweker houdt zich daarbij enkel aan de wet, hetgeen van haar verwacht mag worden, maar heeft met een invulling geven aan een verantwoordelijkheid ten opzichte van een werknemer niets van doen.

7. De verantwoordelijkheid waar onder 5. op gedoeld wordt vertaalt zich in deze zaak in het [eiser] uitbetalen van een bepaalde geldsom. Waar De Thuiskweker een en ander heeft nagelaten is er in deze sprake van een kennelijk onredelijk ontslag. De vergoeding die [eiser] in dat kader toekomt stelt de kantonrechter, rekening houdende met alle omstandigheden van het geval, vast op € 20.000,--.

8. Gelet op het vorenstaande moet de conclusie zijn dat de vordering van [eiser] kan worden toegewezen als na te melden.

De Thuiskweker zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij veroor-deeld worden in de kosten van deze procedure.

Beslissing

De kantonrechter:

verklaart voor recht dat de beëindiging van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst kennelijk onredelijk is,

veroordeelt De Thuiskweker om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser] te betalen de somma van € 20.000,-- vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 1 juni 2006 tot aan de algehele voldoening,

veroordeelt De Thuiskweker in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de kant van [eiser] begroot op € 880,87, waaronder € 600,-- aan salaris gemachtigde,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst af het meer of anders gevorderde.

Aldus gewezen door mr. S.R. Mellema, kantonrechter, en uitge-sproken op de openbare terechtzitting van 18 oktober 2006 in tegen-woor-dig-heid van de griffier.