Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2006:AY9108

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
07-09-2006
Datum publicatie
28-09-2006
Zaaknummer
06-7483
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening+bodemzaak
Inhoudsindicatie

Op grond van art. 2.1.4.3 APV is het verboden als straatfotograaf op te treden tijdens de kermissen van Edam en Volendam. Verweerder heeft nieuw beleid opgesteld met betrekking tot het aantal te verlenen ontheffingen. Gekozen is voor maximumstelsel. Ontheffingverlening geschiedt op volgorde van binnenkomst van de aanvragen. De voorzieningenrechter acht dit beleid niet kennelijk onredelijk. Verweerder heeft het nieuwe beleid gepubliceerd in 2 huis-aan-huis bladen, zodat is voldaan aan art. 3:42 Awb. Nu verzoekster heeft gewacht, na bekendmaking van het nieuwe beleid, met het indienen van een aanvraag, dient het voor haar risico te blijven dat de aanvraag te laat is ingediend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 06 - 7483

uitspraak van de voorzieningenrechter van 7 september 2006

in de zaak van:

VOF Fotobureau Het Levenslicht,

gevestigd te Sittard,

verzoekster,

gemachtigde: mr. J. Oskam, advocaat te Zaandam,

tegen:

het College van Burgemeesters en Wethouders van de Gemeente Edam-Volendam,

verweerder,

1. Procesverloop

Bij besluit van 19 juni 2006, verzonden op 20 juni 2006, heeft verweerder de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een tweetal ontheffingen in verband met straatfotografie op de kermissen van Edam en Volendam, afgewezen

Tegen dit besluit heeft verzoekster bij brief van 24 juni 20006 bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 25 augustus 2006, verzonden op dezelfde datum, heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft verzoekster bij brief van 1 september 2006 beroep ingesteld. Bij brief van dezelfde datum is tevens verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De zaak is behandeld ter zitting van 6 september 2006, alwaar voor verzoekster zijn verschenen mr. J. Oskam en de heer en mevrouw [fotografen]. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door mevrouw mr. I.N. Leenstra en de heer B.J. Kaasbergen, beiden werkzaam bij de gemeente Edam-Volendam.

2. Overwegingen

2.1 Ingevolge artikel 8:86, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter, indien het verzoek om een voorlopige voorziening hangende het beroep bij de rechtbank is gedaan en hij van oordeel is dat na de zitting nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak, onmiddellijk uitspraak doen in de hoofdzaak. De in het onderhavige geval verkregen informatie is van dien aard dat nader onderzoek geen relevante nieuwe gegevens zal opleveren. Ook overigens bestaat geen beletsel om met toepassing van voormeld wettelijk voorschrift onmiddellijk uitspraak in de hoofdzaak te doen.

2.2 Gebleken is dat verzoekster op 29 november 2005 een aanvraag heeft ingediend voor het verlenen van een vergunning voor het fotograferen langs de openbare weg voor het jaar 2006 tijdens de kermissen in Volendam en Edam. Bij schrijven van 12 december 2005 heeft verweerder aan verzoekster meegedeeld dat er beleid in ontwikkeling is voor het reguleren van straatfotografie tijdens de kermissen in de gemeente. Dit op advies van de politie. Aangekondigd werd dat verzoekster in het voorjaar van 2006 nader zou worden geïnformeerd over het beleid en de gevolgen daarvan voor de aanvraag. Bij schrijven van 26 april 2006 heeft verweerder verzoekster op de hoogte gesteld van het nieuwe beleid van verweerder inzake straatfotografie, vastgesteld op 20 april 2006. Verweerder heeft verzoekster tevens meegedeeld dat de aanvraag van 29 november 2005 op grond van dit nieuwe beleid niet in behandeling kan worden genomen. Voorts heeft verweerder een aanvraagformulier aan verzoekster doen toekomen voor het indienen van een nieuwe aanvraag. Ter zitting heeft verweerder aangegeven dat de formulering dat "de aanvraag niet in behandeling wordt genomen" ongelukkig is geweest. Verweerder heeft hieromtrent aangegeven dat in november 2005 nog geen regelgeving bestond met betrekking tot straatfotografie, zodat verzoekster strikt genomen op dat moment nog niet over een ontheffing hoefde te beschikken.

Op 26 april 2006 en 1 mei 2006 heeft de gemeente het nieuwe beleid gepubliceerd.

Op 12 juni 2006 heeft verzoekster door middel van het voorgeschreven aanvraagformulier een aanvraag ingediend voor het verlenen van ontheffing aan een tweetal fotografen. Bij schrijven van 19 juni 2006 heeft verweerder deze aanvraag afgewezen, omdat het maximale aantal te verlenen ontheffingen reeds bereikt was. In de beslissing op bezwaar heeft verweerder, onder verwijzing naar het advies van de bezwaarschriftencommissie van de gemeente Edam-Volendam, dit standpunt gehandhaafd.

2.3 Verzoekster heeft zich - zakelijk weergegeven - op het volgende standpunt gesteld. Verweerder heeft niet zorgvuldig gehandeld en een onjuiste belangenafweging gemaakt. Voorts is sprake van onjuiste bekendmaking en ontbreekt een deugdelijke motivering. Verzoekster fotografeert al meer dan twintig jaar met gemiddeld vier fotografen op de kermissen van Edam en Volendam. Verzoekster is een gespecialiseerd bedrijf in straatfotografie. De bedrijven die in 2006 van verweerder wel een ontheffing hebben verkregen zijn lokaal en niet gespecialiseerd. Gezien de geografische afstand, verzoekster is gevestigd in Sittard, waren de lokale bedrijven bij het inschrijven in het voordeel. Zij waren immers eerder op de hoogte van het nieuwe beleid. Er is voor verzoekster sprake van een spoedeisend belang, nu de kermis in Volendam begint op 8 september 2006 en duurt tot en met 11 september 2006. Indien verzoekster niet op de kermis in Volendam straatfotografie kan bedrijven, loopt zij aanzienlijke inkomsten mis. De kermis in Edam heeft reeds plaatsgevonden. Verzoekster verzoekt om het treffen van een voorlopige voorziening, inhoudende dat verzoekster op de kermis van Volendam van 8 september 2006 tot en met 11 september 2006, met de fotografen [vier fotografen], mag fotograferen, subsidiair alleen met de fotografen [twee fotografen].

De voorzieningenrechter overweegt als volgt.

2.4 Ingevolge artikel 2.1.4.3, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening Edam-Volendam 2004 (APV) is het verboden ten behoeve van publiek als straatartiest, straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te treden op of aan door de burgemeester aangewezen wegen of gedeelten daarvan. De burgemeester kan de werking van dit verbod op grond van het tweede lid APV beperken tot bepaalde dagen en uren.

De burgemeester heeft bij besluit van 20 april 2006 met inachtneming van artikel 2.1.4.3, eerste en tweede lid, APV wegen en/of weggedeelten aangewezen met betrekking tot straatfotografen gedurende - samengevat - de kermissen van Edam en Volendam.

2.5 Verweerder heeft - voor zover hier ter zake doende - het volgende beleid opgesteld:

1. De burgemeester geeft maximaal 10 ontheffingen voor de kermis in Volendam en vier ontheffingen voor de kermis in Edam af. Voor iedere onderneming worden maximaal twee ontheffingen per kermis afgegeven die gelden voor het gehele kermisterrein.

2. [...]

3. Er worden uitsluitend ontheffingen verleend aan ondernemingen die staan ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. 4. De ontheffing(en) dient/dienen per jaar te worden aangevraagd tussen 1 januari en 1 juli van het jaar waarin de kermis waarvoor de ontheffing wordt aangevraagd wordt gehouden en wordt/worden afgegeven op datum van binnenkomst. Aanvragen die voor of na voornoemde periode worden ontvangen worden niet in behandeling genomen.

5. Voor het aanvragen van een ontheffing dient gebruik te worden gemaakt van een door de gemeente opgesteld aanvraagformulier. [...]

2.6 Op grond van artikel 3.42, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb) geschiedt de bekendmaking van besluiten die niet tot een of meer belanghebbenden zijn gericht door kennisgeving van het besluit of van de zakelijke inhoud ervan in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad, dan wel op andere geschikte wijze.

2.7 Verweerder heeft besloten op grond van de openbare orde de straatfotografie tijdens de kermissen van Edam en Volendam te reguleren. Verweerder heeft op aanwijzen van de politie gemerkt dat er in de loop der jaren een groei van het aantal straatfotografen heeft plaatsgevonden. Omdat het teveel aan straatfotografen overlast veroorzaakte - hetgeen namens verzoekster ook wordt erkend - heeft de gemeente besloten tot maximering van het aantal te verlenen ontheffingen voor straatfotografen. Verweerder heeft hiertoe bovenomschreven beleid ontwikkeld. De voorzieningenrechter acht dit beleid niet kennelijk onredelijk.

2.8 Verzoeksters stelling dat het beleid op onjuiste wijze bekend is gemaakt faalt. Gebleken is dat verweerder het beleid heeft gepubliceerd op 26 april 2006 en op 1 mei 2006 in een tweetal huis-aan-huisbladen. Verweerder heeft dan ook voldaan aan het bepaalde in artikel 3.42, eerste lid, Awb.

2.9 Daarnaast heeft verweerder het nieuwe beleid, alsmede een aanvraagformulier op 26 april 2006 ter kennisgeving aan verzoekster toegezonden. De voorzieningenrechter is dan ook van oordeel dat verzoekster tijdig op de hoogte kon zijn van het nieuwe beleid. In het beleid is onder punt 4 weergegeven dat het verlenen van de ontheffingen geschiedt op volgorde van binnenkomst. Verzoekster had dan ook kunnen weten dat snel handelen geboden was. Nu verzoekster heeft gewacht met het indienen van de aanvraag tot 12 juni 2006, heeft verzoekster hiermee het risico genomen dat - gelet op de maximering van het aantal ontheffingen - de te verlenen ontheffingen al vergeven zouden zijn. Met verweerder is de voorzieningenrechter van oordeel dat op het moment dat verzoekster direct een aanvraag had ingediend, zij dezelfde kans had op het verkrijgen van een ontheffing als fotografiebedrijven die door middel van publicatie in de krant op de hoogte zijn geraakt van het nieuwe beleid. Uit het overzicht van verleende ontheffingen blijkt ook dat de eerste aanvrager op 28 april 2006 een aanvraag heeft ingediend. Op dat moment was verzoekster al op de hoogte gebracht van het nieuwe beleid en had zij zelf ook een aanvraag kunnen indienen. Verzoeksters stelling dat alleen aan lokale bedrijven een ontheffing is verleend is niet juist, nu gebleken is dat ook ontheffingen zijn verleend aan bedrijven uit Schagen, Amsterdam en Breda.

2.10 Verzoeksters stelling dat de gemeente bij de ontheffingverlening had moeten nagaan of sprake was van in straatfotografie gespecialiseerde bedrijven, kan niet worden gevolgd. Onder punt 3 van het beleid heeft de gemeente opgenomen dat ontheffingen alleen worden verleend aan ondernemingen die staan ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Hiermee heeft de gemeente gewaarborgd dat de ontheffingen niet worden verleend aan willekeurige particuliere fotografen. Dit beleid acht de voorzieningenrechter niet kennelijk onredelijk. Met verweerder is de voorzieningenrechter van oordeel dat verweerder bij de ontheffingverlening, gebaseerd op de openbare orde, zich niet kan mengen in economische aspecten en concurrentieverhoudingen. Het gaat de bevoegdheid van de gemeente te buiten om te eisen dat alleen bedrijven die gespecialiseerd zijn in straatfotografie in aanmerkingen kunnen komen voor een ontheffing. Hoewel het zeer te begrijpen is dat verzoekster na twintig jaar werkzaam geweest te zijn op de kermissen van Edam en Volendam, teleurgesteld is dat zij dit jaar geen ontheffing heeft gekregen, kan dit aspect, nu verweerder ervoor heeft gekozen dit niet te laten meewegen bij de ontheffingverlening, niet tot een ander oordeel leiden. Dit is een keuze geweest van verweerder en verweerder is hierin vrij. Niet is gebleken van zeer bijzondere feiten en omstandigheden op grond waarvan verweerder in redelijkheid had moeten afwijken van het gevoerde beleid.

2.11 De voorzieningenrechter zal het beroep ongegrond verklaren.

2.12 Nu in de hoofdzaak wordt beslist, zal de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening afwijzen.

2.13 Er is geen grond een van de partijen te veroordelen in de door de andere partij gemaakte proceskosten.

3. Beslissing

De voorzieningenrechter:

3.1 verklaart het beroep ongegrond;

3.2 wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Guinau, voorzieningenrechter, en op 7 september 2006 in het openbaar uitgesproken, in tegenwoordigheid van mr. A. Buiskool, griffier.

afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. Het hoger beroep dient te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen zes weken onmiddellijk liggend na de dag van verzending van de uitspraak door de griffier.