Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2006:AY8211

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
13-09-2006
Datum publicatie
14-09-2006
Zaaknummer
312020/CV EXPL 06-5277
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eiseres heeft advertentie geplaatst voor het bedrijf van gedaagde na telefonische opdrachr door de zoon van gedaagde. Gedaagde beroept zich op de onbevoegdheid van zijn zoon tot het geven van de opdracht. Door het uitblijven van een reactie van gedaagde op de factuur en betalingsherinneringen mocht eiseres redelijkerwijs aannemen dat de zoon van gedaagde bevoegd was tot het geven van de opdracht. In het licht van het bepaalde in art. 3:61 lid 2 BW komt gedaagde geen beroep op de onjuistheid van die veronderstelling toe.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 312020/CV EXPL 06-5277

datum uitspraak: 13 september 2006

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

de besloten vennootschap Mediatrend Publicaties B.V.,

gevestigd te Alkmaar,

eisende partij,

gemachtigde F.J.M. van der Meer,

-- tegen --

[gedaagde],

h.o.d.n. Schoonmaakbedrijf Ben’s Cleaning Service,

wonende te [woonplaats],

gedaagde partij,

procederend in persoon.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Mediatrend respectievelijk [gedaagde].

De procedure

Mediatrend heeft [gedaagde] op 22 mei 2006 gedagvaard (met bijgevoegd 5 producties). [gedaagde] heeft mondeling geantwoord. Partijen hebben gerepliceerd (met 5 producties) en mondeling gedupliceerd, waarna vonnis is bepaald op heden.

De feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende betwist en/of op grond van de onweersproken inhoud van overgelegde producties, staat in dit geding het volgende vast:

a. Mediatrend exploiteert de website www.schoonmaakbedrijvengids.nl. Op deze site kunnen schoonmaakbedrijven tegen betaling een advertentie plaatsen.

b. Op of omstreeks 1 april 2005 is er telefonisch contact geweest tussen Mediatrend en ene [XXX]. Laatstgenoemde heeft in dit telefoongesprek bevestigd dat hij opdracht heeft gegeven tot het plaatsen van een advertentie van Ben’s Cleaning Service op deze site. Dit gesprek is met toestemming van [XXX] opgenomen.

c. Mediatrend heeft de advertentie vervolgens geplaatst en op 8 april 2005 een factuur ad € 166,60 inclusief BTW en een schermuitdraai van de advertentie naar het bedrijfsadres van [gedaagde] gezonden.

d. Mediatrend heeft op 10 mei, 8 juni en 8 juli 2005 herinneringen naar [gedaagde] gezonden. [gedaagde] heeft hierop niet gereageerd.

e. Mediatrend heeft haar vordering vervolgens uit handen gegeven. In reactie op een brief van de incassogemachtigde heeft [gedaagde] het volgende aan Mediatrend geschreven:

Een paar maanden geleden heeft uw client(e) Mediatrend publicaties b.v. telefonisch contact opgenomen met [XXX] en hebben hem verteldt dat Ben’s Cleaning Service maarliefst 36 honderd keer is opgezocht op het internet. [XXX] vertelde hun vervolgens dat BCS geen zaken doet over de telefoon, en dat ze informatie en bewijs daarvan moesten opsturen. Al snel ontvingen wij van uw client(e) een brief, het was alleen geen informatie of bewijs, maar een rekening. (…)

f. [gedaagde] heeft de factuur onbetaald gelaten.

De vordering

Mediatrend vordert (samengevat) veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 209,50, zijnde het factuurbedrag, vermeerderd met rente en buitengerechtelijke incassokosten.

Het verweer

[gedaagde] heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Daarop zal, voorzover van belang, bij de beoordeling van het geschil nader worden ingegaan.

De beoordeling van het geschil

Kern van het verweer van [gedaagde] is dat hij geen opdracht heeft gegeven tot plaatsing van de advertentie, dat kennelijk zijn zoon [XXX] dat gedaan heeft, maar dat deze daartoe niet bevoegd is.

Het volgende wordt overwogen. [gedaagde] heeft niet betwist dat hij de factuur (met beeldschermuitdraai) en de betalingsherinneringen op zijn bedrijfsadres heeft ontvangen. Deze waren alle ter attentie van [XXX]. Ook heeft [gedaagde] de inhoud van het door Mediatrend opgenomen telefoongesprek (tussen [XXX] en een medewerkster van Mediatrend) dat als productie op CD is overgelegd, niet betwist. Indien [XXX] niet bevoegd was om opdracht te geven tot het plaatsen van een advertentie namens [gedaagde] - wat daar ook van zij, uit de brief van [gedaagde] van 18 september 2005 (productie 4 bij dagvaarding) was [XXX] immers kennelijk wel bevoegd om namens [gedaagde] te zeggen “dat BCS geen zaken doet over de telefoon, en dat ze (d.w.z. Mediatrend) informatie en bewijs daarvan op moesten sturen” - had het op de weg van [gedaagde] gelegen om adequaat te reageren op de door hem ontvangen factuur en de herinneringen. Daarbij had hij direct aan moeten geven dat hij geen opdracht had gegeven tot het plaatsen van een advertentie en dat [XXX] tot het geven van een dergelijke opdracht niet bevoegd was.

[gedaagde] heeft dit alles echter nagelaten. Hij heeft op geen enkele wijze gereageerd op de aanschrijvingen van Mediatrend tot laatstgenoemde een incassogemachtigde inschakelde. Door het stilzitten van [gedaagde] - waar een adequate reactie wel op zijn plaats was geweest - mocht Mediatrend redelijkerwijs aannemen dat [XXX] bevoegd was deze overeenkomst namens [gedaagde] aan te gaan. In het licht van het bepaalde in artikel 3:61 lid 2 BW kan [gedaagde] op de onjuistheid van deze veronderstelling in deze procedure daarom geen beroep doen.

Dit leidt ertoe dat hij het factuurbedrag verschuldigd is. Dit geldt eveneens voor de gevorderde rente en buitengerechtelijke incassokosten nu daartegen geen afzonderlijke weren zijn gericht. Met betrekking tot de gevorderde rente geldt echter dat de wettelijke rente zal worden toegewezen, nu Mediatrend heeft verzuimd aan te geven welke contractuele rente verschuldigd zou zijn.

De vordering zal derhalve worden toegewezen. Al hetgeen partijen overigens hebben opgeworpen behoeft in dat licht geen nadere bespreking.

De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] omdat deze in het ongelijk wordt gesteld.

Beslissing

De kantonrechter:

- veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Mediatrend van € 209,50 te vermeerderen met de wettelijke rente over € 166,60 vanaf 22 mei 2006 tot aan de dag van de algehele voldoening;

- veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van Mediatrend tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:

exploot € 82,32;

vastrecht € 90,--;

salaris gemachtigde € 60,--;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af hetgeen meer of anders mocht zijn gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. B. Vogel en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.