Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2006:AY7960

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
18-07-2006
Datum publicatie
11-09-2006
Zaaknummer
312036 AO VERZ 06-934
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Werknemer (sedert mei 1975 in dienst bij werkgever) is in maart 2001 arbeidsongeschikt geworden. Reïntegratietraject mislukt. Voldoende gewichtige reden voor de ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Geen verwijtbaarheid nu de oorzaak van het mislukken van de reïntegratie in overwegende mate ligt in het gegeven dat werknemer ondanks een relatief lage opleiding een relatief hoog salaris geniet. Toekenning aan werknemer van een vergoeding van € 100.000,--. Werkgever krijgt relatief lange periode voor intrekking verzoek, gelet op de door werknemer lopende de procedure uitgesproken bereidheid om lagere functie tegen een lager salaris te aanvaarden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2006, 173
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rep.nr.: 312036/AO VERZ 06-934

datum uitspraak: 18 juli 2006

BESCHIKKING ONTBINDING ARBEIDSOVEREENKOMST

inzake

de naamloze vennootschap Koninklijke Luchtvaart Maatschappij N.V.

te Amstelveen

verzoekster

hierna: KLM

gemachtigde: mr. N. Kampert

tegen

[verweerder]

te [woonplaats]

verweerder

hierna: [verweerder]

gemachtigde: mr. A.J. Butter

De procedure

Op 29 mei 2006 is ter griffie een verzoekschrift ontvangen van KLM. [verweerder] heeft een verweerschrift ingediend.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 11 juli 2006. Op deze zitting hebben partijen hun standpunten nader toegelicht. De gemachtigden hebben pleitnotities overgelegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen verder naar voren hebben gebracht.

Beide partijen hebben producties in het geding gebracht.

De feiten

a. [verweerder], 51 jaar oud, is sinds 19 mei 1975 bij KLM in dienst tegen een salaris van € 3.835,68 bruto per maand exclusief emolumenten.

b. Vanaf januari 1999 vervulde [verweerder] de functie van Coach (thans genaamd Sectormanager). In maart 2001 heeft KLM aan [verweerder] medegedeeld dat zij hem niet geschikt achtte voor deze functie. KLM heeft [verweerder] vervolgens geplaatst in de functie Teamleider Omdraai (TLO). Deze functie is nooit door [verweerder] uitgeoefend.

c. Op 5 maart 2001 heeft [verweerder] zich ziek gemeld in verband met schouder- en elleboogklachten.

d. Na een jaar arbeidsongeschiktheid is [verweerder] afgeschat op een arbeidsongeschiktheidspercentage van 65-80%.

e. Partijen hebben getracht [verweerder] intern te reïntegreren. [verweerder] heeft in de jaren 2002-2004 diverse vervangende werkzaamheden verricht, die niet tot reïntegratie hebben geleid.

f. KLM heeft vervolgens aan het CWI om toestemming verzocht om de arbeidsovereenkomst met [verweerder] op te mogen zeggen. Bij beslissing van 22 december 2004 heeft het CWI deze toestemming aan KLM onthouden, waarbij zij met name heeft overwogen dat KLM [verweerder] onvoldoende gelegenheid heeft gegeven om te reïntegreren in de functie van Sectormanager of in de functie van TLO c.q. deze functies aan te passen aan de beperkingen van [verweerder].

g. Na deze beslissing hebben partijen afgesproken dat [verweerder] zou mogen solliciteren op de functie van Sectormanager. In dat kader hebben er gesprekken met [verweerder] plaatsgevonden en heeft deze een assessment ondergaan bij een extern bureau. De conclusie van het assessment was dat de capaciteiten van [verweerder] tekort zouden schieten voor wat betreft beleidsmatige en leidinggevende aspecten.

h. Per 1 juni 2005 is de arbeidsongeschiktheid van [verweerder] afgenomen tot minder dan 15% en is zijn WAO-uitkering beëindigd.

i. Vanaf juni 2005 heeft een intern reïntegratietraject plaatsgevonden. [verweerder] heeft in dat kader op verschillende afdelingen van KLM werkzaamheden verricht en diverse sollicitaties verricht. Ook heeft KLM door een extern bureau laten onderzoeken welke functies bij [verweerder] passen gelet op zijn capaciteiten, interesses en persoonlijkheid.

j. Een en ander heeft niet tot plaatsing van [verweerder] in een vaste functie bij KLM geleid.

Het verzoek

KLM verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens veranderingen in de omstandigheden.

Ter toelichting stelt KLM - samengevat - het volgende. [verweerder] is meer dan 5 jaar arbeidsongeschikt voor zijn eigen functie van TLO. Sindsdien heeft KLM alles gedaan om hem te reïntegreren in een andere passende functie binnen KLM. Toen het CWI en [verweerder] mogelijkheden zagen om [verweerder] te laten reïntegreren in de functie van Sectormanager heeft KLM hem deel laten nemen aan een assessment. Daaruit bleek dat hij voor deze functie niet geschikt is. Vervolgens is gedurende 10 maanden getracht [verweerder] intern te reïntegreren. Daarbij is hij voorgedragen voor diverse functies en zijn hem diverse (om)scholingsmogelijkheden geboden. Dit heeft echter geen andere baan opgeleverd. KLM heeft geen passende functie voor [verweerder] en het ziet er niet naar uit dat hij binnen afzienbare tijd een functie binnen KLM zal vinden. Een ontbinding is daarom gerechtvaardigd. KLM is van mening dat [verweerder] de hem geboden mogelijkheden onvoldoende heeft benut. Gezien die omstandigheid en gezien het gegeven dat KLM [verweerder] steeds zijn volledige salaris heeft doorbetaald c.q. zijn WAO-uitkering heeft aangevuld terwijl daar nauwelijks een arbeidsprestatie tegenover staat, ziet zij geen aanleiding aan [verweerder] een vergoeding te betalen.

Het verweer

[verweerder] concludeert primair tot niet-ontvankelijkheid c.q. afwijzing van het verzoek. Voor het geval de arbeidsovereenkomst toch wordt ontbonden, verzoekt hij om toekenning van een vergoeding van € 153.273,61, dan wel € 118.062,11.

Ter toelichting voert [verweerder] - samengevat - het volgende aan. [verweerder] heeft zich in de CWI-procedure terecht op het standpunt gesteld dat hij nimmer akkoord is gegaan met de wijziging van zijn functie in 2001 (van Sectormanager tot TLO). Nadat [verweerder] uiteindelijk voor de functie van Sectormanager is afgewezen, heeft [verweerder] zich vanaf juni 2005 volledig ingezet in het reïntegratietraject. Hij heeft werkzaamheden verricht op verschillende afdelingen van KLM, wilde daar ook graag blijven, maar werd geconfronteerd met het beleid van KLM dat deze functies slechts tijdelijk mochten worden uitgeoefend. Hij heeft diverse sollicitaties verricht en is een computercursus en een cursus Engels gaan volgen. Achterliggend probleem is echter dat [verweerder] een relatief lage opleiding en een relatief hoog salaris ontvangt. Gelet op zijn opleiding en praktische vaardigheden zijn er voldoende functies die passend zijn, maar er ontstaat steeds een budgettair probleem vanwege het relatief hoge salaris dat [verweerder] thans geniet. Het had op de weg van KLM gelegen om dit probleem met [verweerder] te bespreken. [verweerder] is bereid om zijn laatste werkzaamheden (bij de afdeling E & M) tegen een lager salaris te blijven uitvoeren.

De beoordeling van het verzoek

De kantonrechter heeft zich ervan vergewist dat het verzoek geen verband houdt met het bestaan van een opzegverbod als bedoeld in artikel 7:685 lid 1 BW.

De kernvraag die beantwoord moet worden is of KLM thans voldoende heeft gedaan om passende arbeid voor [verweerder] te vinden. Daarbij is het volgende van belang. Op grond van het verhandelde ter terechtzitting acht de kantonrechter het aannemelijk dat KLM in maart 2001 met [verweerder] heeft besproken dat zij hem niet geschikt acht voor de - op dat moment door hem uitgeoefende - functie van Coach. [verweerder] heeft dit ter zitting ook met zoveel woorden gezegd. Dat er enig causaal verband is met de ziekmelding die ook in die periode plaatsvond is gesteld noch gebleken. Deze toevallige samenloop, gevoegd bij de - naar het oordeel van de kantonrechter - onvoldoende heldere vastlegging door KLM van de afspraken die partijen bij aanvang van de functie van Coach gemaakt zouden hebben over deze eventuele teruggang in functie, heeft geleid tot een zeer lange zoekperiode naar passend werk. Die omstandigheid ligt echter volledig in de risicosfeer van KLM. Het had immers op haar weg gelegen om de door haar gestelde afspraken op een deugdelijke wijze vast te leggen.

Na de voor KLM negatieve CWI-beslissing heeft [verweerder] bij een extern bureau een assessment ondergaan, waarbij met name is gekeken naar zijn leidinggevende capaciteiten. Met het gegeven dat [verweerder] op dat punt een onvoldoende scoorde - een resultaat dat niet gemotiveerd door hem is betwist - is naar het oordeel van de kantonrechter voldoende basis gegeven aan de beslissing van KLM om leidinggevende functies niet (meer) als voor [verweerder] passende arbeid te beschouwen. Vervolgens heeft KLM door een arbeidsdeskundige en een psycholoog van een extern bureau onderzoek laten doen naar de capaciteiten, persoonlijkheid en interesses van [verweerder] om te kijken welke functies bij hem passen. [verweerder] heeft intussen bij verschillende afdelingen van KLM tijdelijke werkzaamheden verricht, KLM heeft scholing aan hem aangeboden en er is binnen een tamelijk brede “range” gekeken naar mogelijke functies waar hij voor in aanmerking zou kunnen komen.

Naar het oordeel van de kantonrechter heeft KLM daarmee voldoende reïntegratie-inspanningen verricht. Dat reïntegratie niet gelukt is, is naar het oordeel van de kantonrechter in overwegende mate te wijten aan het gegeven dat [verweerder] ondanks een relatief lage opleiding een relatief hoog salaris geniet, terwijl hij thans bovendien fysieke beperkingen heeft. Aannemelijk is dat bij KLM voor functies met een hoger salaris doorgaans een hogere opleiding nodig is, terwijl het bij lagere functies bovendien doorgaans zo is dat de fysieke belasting groter is. In dat licht was het op voorhand niet eenvoudig een passende functie voor [verweerder] te vinden. Daarbij geldt - anders dan [verweerder] thans aanvoert - dat de hoogte van zijn salaris wel degelijk meeweegt bij de beoordeling van de vraag of een functie al dan niet passend is. De omstandigheid dat hij thans aanvoert bereid te zijn een lagere functie tegen een lager salaris uit te willen oefenen maakt dat niet anders, nu hij dit tijdens het zoekproces nimmer heeft aangegeven.

Met het gegeven dat KLM voldoende reïntegratie-inspanningen heeft verricht maar dat het desondanks niet is gelukt passend werk voor [verweerder] te vinden zijn er dus voldoende gewichtige redenen om de arbeidsovereenkomst op korte termijn te ontbinden, zodat het verzoek in zoverre toewijsbaar is.

Beoordeeld moet worden of aan [verweerder] in redelijkheid een vergoeding toekomt. Uitgangspunt bij deze beoordeling is dat - naar het oordeel van de kantonrechter - geen van partijen iets te verwijten valt. KLM heeft zich, zeker na de CWI-procedure, buitengewoon ingespannen om een andere functie voor [verweerder] te vinden. Ook [verweerder] heeft zich voldoende ingespannen. Dat hij op bepaalde functies niet heeft willen solliciteren wordt hem daarbij niet euvel geduid, nu hij steeds gemotiveerd heeft aangegeven waarom die functie minder geschikt was. Ook verbindt de kantonrechter geen gevolgen aan de keuze van [verweerder] om een bepaalde aangeboden opleiding (Beveiliger) niet te volgen. Hij heeft immers andere aangeboden opleidingen wel gevolgd en het is een beetje te gemakkelijk om achteraf te zeggen dat juist de niet gevolgde opleiding buitengewoon goede perspectieven bood.

Alles afwegende zal de door KLM te betalen vergoeding worden bepaald op € 100.000,--. KLM heeft geen vergoeding aangeboden, zodat de kantonrechter haar in de gelegenheid zal stellen het verzoek in te trekken. Daarbij wordt overwogen dat de hoogte van de vergoeding mede bepaald is door het pas in deze procedure door [verweerder] opgeworpen standpunt dat hij bereid is om tegen een lager salaris bij KLM te blijven werken. De bepaalde vergoeding is - gezien de leeftijd van [verweerder] - te laag om tot zijn 65e achterover te leunen, maar veel hoger dan KLM bereid was te betalen. Beide partijen dienen dit als een prikkel te beschouwen om op korte termijn in overleg te treden over een lagere functie voor [verweerder] tegen een lager salaris. In verband met dit mogelijke overleg zal de ontbindingsdatum en de datum tot welke KLM haar verzoek in kan trekken enigszins vooruit worden geschoven.

Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht behoeft geen bespreking meer, nu dit in het licht van hetgeen in deze beschikking is vastgesteld en overwogen, niet tot een andere beslissing kan leiden.

Gezien de aard van de procedure worden de kosten tussen partijen gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Beslissing

De kantonrechter:

stelt partijen ervan in kennis voornemens te zijn de arbeidsovereenkomst tegen 1 september 2006 te ontbinden onder toekenning van een vergoeding als hierna is vermeld;

bepaalt dat KLM de gelegenheid heeft het verzoek in te trekken door middel van een uiterlijk op 28 augustus 2006 te 15.00 uur ter griffie ontvangen schriftelijke mededeling met gelijktijdige toezending van een afschrift daarvan aan de wederpartij;

voor het geval KLM het verzoek niet intrekt wordt alvast als volgt beslist:

ontbindt de arbeidsovereenkomst tegen 1 september 2006;

kent aan [verweerder] ten laste van KLM een vergoeding toe van € 100.000,-- bruto, ineens te voldoen, als aanvulling op ingevolge sociale verzekeringswetten te ontvangen uitkeringen dan wel elders te verwerven lager inkomen uit arbeid;

veroordeelt voor zover nodig KLM tot betaling van die vergoeding;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst af hetgeen meer of anders is verzocht;

voor het geval KLM het verzoek wel intrekt:

bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. B. Vogel en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.