Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2006:AY6190

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
25-07-2006
Datum publicatie
14-08-2006
Zaaknummer
06-5780
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Op voorhand kan niet volstrekt onaannemelijk worden geacht dat de stelling van verzoekster dat onvoldoende is verzekerd dat de bouw van het geplande gezondheidscentrum niet tot gevolg heeft dat de voor haar inrichting geldende geluidsnormen zodanig zullen worden aangescherpt dat voortzetting van de huidige bedrijfsvoering niet langer meer mogelijk is, juist is. Schorsing bouwvergunning.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 06/5780

uitspraak van de voorzieningenrechter van 25 juli 2006

in de zaak van:

[verzoekster].,

gevestigd te Nieuw-Vennep, gemeente Haarlemmermeer,

verzoekster,

gemachtigde: mr. D. Winters, advocaat te Hoofddorp,

tegen:

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer,

verweerder,

gemachtigde: mr. drs. A.E. Jansen, werkzaam bij de gemeente Haarlemmermeer,

derde partij:

Gezondheidscentrum "De Pionier",

gevestigd te Aalsmeer.

1. Procesverloop

Op 5 oktober 2005 heeft Gezondheidscentrum De Pionier een aanvraag gedaan voor het bouwen van een gezondheidscentrum op het perceel aan de Hugo de Vriesstraat 11 te Nieuw-Vennep, kadastraal bekend, gemeente Haarlemmermeer, sectie E, nr 3731.

Bij besluit van 31 mei 2006 heeft verweerder vrijstelling ex artikel 19, tweede lid, Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) verleend van het vigerende bestemmingsplan voor het bouwplan. Vervolgens heeft verweerder bij besluit van 14 juni 2006 voor het bouwen van het gezondheidscentrum bouwvergunning verleend.

Tegen deze besluiten heeft verzoekster bezwaar gemaakt. Daarbij is tevens verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Het verzoek is behandeld ter zitting van 20 juli 2006. Namens verzoekster zijn verschenen haar gemachtigde alsmede [directeur], directeur. Namens ver-weerder zijn verschenen voornoemde gemachtigde alsmede N. Lamme en C.G. Hogenkamp, beiden werkzaam bij de gemeente Haarlemmermeer. Namens Gezond-heidscentrum "De Pionier" is verschenen [naam vertegenwoordiger].

2. Overwegingen

2.1 De voorzieningenrechter heeft geen aanknopingspunt gevonden voor de juistheid van de ongemotiveerde stelling van verzoekster dat niet aan de door gedeputeerde staten van Noord-Holland uitgewerkte voorwaarden voor toepassing van de bevoegdheid van artikel 19, tweede lid, Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) is voldaan.

2.2 Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter biedt hetgeen verzoekster heeft aangevoerd voorts onvoldoende grond voor het door haar verlangde oordeel dat in dit geval ten onrechte van die bevoegdheid gebruik is gemaakt.

2.3 Niettemin acht de voorzieningenrechter, mede in aanmerking genomen de aanmer-kelijke belangen die bij de onmiddellijke uitvoering van het bestreden (primaire) besluit zijn gemoeid, grond aanwezig voor het treffen van een voorlopige voorziening. Dit naar aanleiding van de reeds bij haar zienswijze opgeworpen stelling van ver-zoekster die erop neer komt dat onvoldoende is verzekerd dat de bouw van het geplande gezondheidscentrum niet, zoals verweerder heeft gesteld, tot gevolg heeft dat de voor haar inrichting geldende geluidsnormen zodanig zullen worden aangescherpt dat voortzetting van de huidige bedrijfsvoering niet langer meer mogelijk is.

2.4 Daartoe overweegt de voorzieningenrechter het volgende.

De inrichting van verzoekster - waarin onder meer metalen worden verwerkt - is gelegen op een industrieterrein waarop het Besluit grenswaarden binnen zones rond industrieterreinen (hierna: Besluit grenswaarden) van toepassing is.

Ingevolge voorschriften 5.7 tot en met 5.10, behorende bij de bij besluit van gedeputeerde staten van Noord-Holland van 11 november 2002 voor de inrichting ver-leende vergunning als bedoeld in Wet milieubeheer, geldt ten aanzien van het door de inrichting geproduceerde geluid dat, kort gezegd, het langtijdgemiddeld beoordelings-niveau de waarde van 60 dB(A) en het maximale geluidniveau de waarde van 75 dB(A) niet mag overschrijden op de gevel van de woningen [adressen]. Ten aanzien van die woningen is - naar ter zitting door beide partijen is bevestigd - een hogere grenswaarde (dan de gangbare) vastgesteld.

Het gezondheidscentrum is gepland op het betrokken industrieterrein, in de directe nabijheid van de inrichting van verzoekster, op iets grotere afstand daarvan dan de dichtstbijzijnde woning [adres].

Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat de aanwezigheid van het geplande gezondheidscentrum niet tot gevolg zal hebben dat de voor de inrichting geldende geluidvoorschriften door gedeputeerde staten van Noord-Holland zullen worden aangepast.

Verweerder heeft zijn standpunt - zo is ter zitting verklaard - uitsluitend gebaseerd op een eigen interpretatie van het begrip gezondheidszorggebouw. Ter zitting is van de zijde van verweerder verklaard dat daarover geen informatie is ingewonnen bij gedeputeerde staten van Noord-Holland. Volgens verweerder is een gebouw als het onderhavige, dat is bestemd voor de huisvesting van een huisartsenpraktijk, een fysio-therapiepraktijk en een apotheek niet aan te merken als een gezondheidszorggebouw in de betekenis van het Besluit grenswaarden, gelezen in samenhang met het Bouwbesluit 2005, omdat het niet - zoals bij een gezondheidszorg gebouw in die be-tekenis - gaat om een gebruiksfunctie voor medisch onderzoek, verpleging, verzorging of behandeling.

Nu het hier gaat om een gebouw waar in elk geval medisch onderzoek en medische behandeling zal plaatsvinden, valt naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet zonder meer en niet zonder nadere motivering in te zien dat het geplande gezondheidscentrum niet moet worden aangemerkt als een gebouw met een gebruiks-functie die gevoelig is voor industrielawaai en waarvoor als standaardwaarde - die niet kan worden verhoogd - voor de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting, kort gezegd, 50 dB(A) geldt. Ook als het gebouw niet zou moeten worden aangemerkt als gezond-heidszorggebouw, valt niet zonder nadere motivering in te zien dat zodanige waarde niet als hoogste toelaatbare geluidsbelasting zou moeten gelden. Gelet op de onder meer de afstand tussen de inrichting en het geplande gezondheidszorggebouw, is voorts niet zonder meer evident dat de inrichting in de huidige omstandigheden aan zodanige norm zou kunnen voldoen. Onderzoek terzake heeft verweerder niet verricht.

Nu het, gelet op het vorenstaande, op voorhand niet volstrekt onaannemelijk kan worden geacht dat de stelling van verzoekster dat onvoldoende is verzekerd dat de bouw van het geplande gezondheidscentrum niet tot gevolg heeft dat de voor haar inrichting geldende geluidsnormen zodanig zullen worden aangescherpt dat voortzetting van de huidige bedrijfsvoering niet langer meer mogelijk is, juist is en derhalve evenmin vaststaat dat die bouw geen vergaande consequenties voor de bedrijfsvoering van verzoekster zou kunnen hebben, ligt het naar het oordeel van de voorzieningenrechter op de weg van verweerder om daarop - en wel, mede gelet op de belangen van de vergunninghouder, zo spoedig mogelijk - bij de behandeling van het bezwaar de te verlangen helderheid te verschaffen. In het kader van de behandeling van de voorlopige voorzieningprocedure is daarvoor geen plaats.

2.5 Gegeven de thans bestaande onzekerheid, acht de voorzieningenrechter, gelet op de betrokken belangen, schorsing van de bestreden besluiten geboden tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op het bezwaar van verzoekster.

2.6 Voorts zijn er termen verweerder te veroordelen in de proceskosten die verzoekster redelijkerwijze heeft moeten maken in verband met door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

3. Beslissing

De voorzieningenrechter

3.1 schorst het besluit d.d. 14 juni 2006 tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op het bezwaar van verzoekster;

3.2 veroordeelt verweerder in de door verzoekster gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 644,-- te betalen door de gemeente Haarlemmermeer aan verzoekster;

3.3 gelast dat de gemeente Haarlemmermeer het door verzoekster betaalde griffierecht van € 281,-- aan haar vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Groverman, voorzieningenrechter, en op 25 juli 2006 in het openbaar uitgesproken, in tegenwoordigheid van mr. J. Poggemeier, griffier.

afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.