Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2006:AY6114

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
17-07-2006
Datum publicatie
10-08-2006
Zaaknummer
06-4174
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

In de door verzoekster bij brief van 19 juni 2006 gegeven reactie op de brief van de rechtbank van 7 juni 2006, wordt verzocht bij wege van voorlopige voorziening de werking van de afwijzing van de aanvraag voor een bouwvergunning van het tuinhuisje op te schorten. De gevraagde voorziening kan niet het door verzoekster gewenste resultaat sorteren, namelijk dat alsnog bouwvergunning wordt verleend voor het - reeds gebouwde - tuinhuisje. Wegens het ontbreken van spoedeisend belang, zal het verzoek daarom moeten worden afgewezen. Ter voorlichting van verzoekster merkt de voorzieningenrechter nog op, dat het eerst dan zinvol is om een voorlopige voorziening te vragen, als verweerder zal besluiten handhavend op te treden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 06/4174

uitspraak van de voorzieningenrechter van 17 juli 2006

in de zaak van:

[verzoekster],

wonende te [woonplaats],

verzoekster,

tegen:

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem,

verweerder.

1. Overwegingen

1.1 Bij besluit van 4 april 2006 heeft verweerder vrijstelling en bouwvergunning geweigerd voor het vernieuwen van een tuinhuisje aan het [adres], [perceelnummer], te Haarlem.

1.2 Tegen dit besluit heeft verzoekster bij brief van 8 mei 2006 bezwaar gemaakt. Voorts heeft zij bij brief van 8 mei 2006 de voorzieningenrechter gevraagd een voorlopige voorziening te treffen. In reactie op de brief van deze rechtbank d.d. 7 juni 2006 heeft verzoekster haar verzoek nader toegelicht bij brief van 19 juni 2006.

1.3 Verweerder heeft bij brief van 26 mei 2006 inhoudelijk op één en ander gereageerd.

1.4 In de door verzoekster bij brief van 19 juni 2006 gegeven reactie op de brief van de rechtbank van 7 juni 2006, wordt verzocht bij wege van voorlopige voorziening de werking van de afwijzing van de aanvraag voor een bouwvergunning van het tuin-huisje op te schorten. De voorzieningenrechter overweegt dienaangaande dat de ge-vraagde voorziening niet het door verzoekster gewenste resultaat zal sorteren, name-lijk dat alsnog bouwvergunning wordt verleend voor het - reeds gebouwde - tuin-huisje. Wegens het ontbreken van spoedeisend belang, zal het verzoek daarom moeten worden afgewezen. Ter voorlichting van verzoekster merkt de voorzieningenrechter nog op, dat het eerst dan zinvol is om een voorlopige voorziening te vragen, als ver-weerder zal besluiten handhavend op te treden, dat wil zeggen verzoekster zal gelasten het - zonder bouwvergunning gebouwde - tuinhuisje af te breken. De voorzieningen-rechter gaat er vooralsnog vanuit, dat verweerder niet eerder zal besluiten handhavend zal op te treden alvorens is beslist op het bezwaar tegen de weigering vrijstelling en bouwvergunning te verlenen.

1.5 Gegeven het vorenstaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat het houden van een zitting alvorens uitspraak wordt gedaan geen toegevoegde waarde heeft. De voor-zieningenrechter zal het verzoek met toepassing van artikel 8:83, derde lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb) afwijzen.

1.6 Ten aanzien van hetgeen verzoekster naar voren heeft gebracht omtrent het griffie-recht, wordt opgemerkt dat er geen termen zijn om verweerder op te dragen het griffie-recht aan haar te vergoeden. Ook zal het door haar betaalde griffierecht niet worden gerestitueerd gegeven het bepaalde in artikel 8:82, derde lid, Algemene wet bestuursrecht, waaruit blijkt dat slechts indien het verzoek wordt ingetrokken als het bestuursorgaan aan de voorzieningenrechter schriftelijk mededeelt dat het besluit hangende de procedure met betrekking tot de hoofdzaak wordt opgeschort het betaalde griffierecht door de griffier geheel of gedeeltelijk wordt vergoed. Van een dergelijke situatie is geen sprake.

2. Beslissing

De voorzieningenrechter:

wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Guinau, voorzieningenrechter, en op 17 juli 2006 in het openbaar uitgesproken, in tegenwoordigheid van mr. J. Poggemeier, griffier.

Afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.