Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2006:AY5388

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
27-07-2006
Datum publicatie
01-08-2006
Zaaknummer
15/694023-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Artikel 2, 10 en 10a Opiumwet, vrijspraak van medeplegen invoer cocaine.

Verdachte heeft zich gedurende een lange periode - met anderen - schuldig gemaakt aan het plegen van voorbereidingshandelingen, gericht op het met regelmaat invoeren van cocaïne in Nederland. Daartoe heeft hij onder meer vergaderingen belegd, reizen gemaakt, vluchtschema's en begrotingen opgesteld, routes voor koeriers op Schiphol bedacht, laten bedenken en gecontroleerd en medewerkers van de luchthaven Schiphol, waaronder medewerkers van de Koninklijke Marechaussee, in zijn plannen betrokken en getracht hen daarbij betrokken te houden op momenten waarop zij aangaven hierin niet langer betrokken te willen zijn. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij bij de genoemde voorbereidingshandelingen een zeer actieve en leidende rol heeft vervuld. Daarnaast heeft verdachte samen met een ander op zijn verblijfadres meer dan één ons amfetamine, ruim 1800 zegels LSD en 14 XTC-tabletten opzettelijk aanwezig gehad, alsmede heeft verdachte nog 16 zegels LSD ingevoerd.

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 44 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE STRAFKAMER

Parketnummer: [nummer]

Uitspraakdatum: 27 juli 2006

Tegenspraak

STRAFVONNIS

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 10 juli 2006 en 13 juli 2006 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres]

thans gedetineerd in P.I. Utrecht, Huis van Bewaring locatie Nieuwegein, te Nieuwegein.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd wat in de dagvaarding is omschreven.

Op vordering van de officier van justitie is de omschrijving van de tenlastelegging ter terechtzitting aangepast. De rechtbank heeft de vordering gedeeltelijk toegewezen zodat na de aanpassing van de omschrijving van de tenlastelegging aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

[Zaaksdossier B 01: voorbereiding van cocainesmokkel vanuit Zuid-Amerika]

hij in of omstreeks de periode van 01 april 2005 tot en met 22 december 2005 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, en/of te Haarlem en/of te Amsterdam en/of te Lelystad en/of te Breukelen en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

om (een) feit(en), bedoeld in het derde of vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het meermalen, althans eenmaal, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen van (een) hoeveelhe(i)d(en) cocaine, in elk geval (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen,

- (een) ander(en) heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen en/of te doen plegen en/of mede te plegen en/of uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en/of

- zich en/of (een) ander(en) gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen en/of

- (een) voorwerp(en) en/of (een) vervoermiddel(en) en/of (een) stof(fen) en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist of ernstige reden had om te vermoeden dat zij bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en),

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of (een of meer van) zijn mededader(s), opzettelijk

- (een of meer van) zijn mededader(s) (met elkaar) (telefonisch en/of persoonlijk) in contact gebracht en/of bij elkaar geintroduceerd

en/of

- een of meer ontmoetingen gearrangeerd en/of afgesproken en/of gehad en/of een of meer persoonlijke en/of telefonische gesprekken gevoerd en/of een of meer afspraken gemaakt aangaande

* de tussen hem en (een of meer van) zijn mededader(s) te gebruiken communicatiemiddelen en/of communicatiecode's en/of

* de wijze(n), waarop en/of de route (op de luchthaven Schiphol), waarlangs de hoeveelhe(i)d(en) cocaine, althans (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, binnen het grondgebied van Nederland zou(den) (moeten) worden gebracht en/of

* de (verdeling van) taken en/of activiteiten tussen hem en/of (een of meer van) zijn mededader(s) voorafgaande aan en/of bij en/of tijdens en/of na het binnen het grondgebied van Nederland brengen van de hoeveelhe(i)d(en) cocaine, althans (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I en/of

* de/het tijdstip(pen), waarop en/of de termijn(en), waarbinnen de hoeveelhe(i)d(en) cocaine, althans (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, binnen het grondgebied van Nederland zou(den)(moeten) worden gebracht,

en/of

- een of meer reis/reizen naar Mexico en/of naar elders in Zuid-Amerika ondernomen (teneinde aldaar overleg te voeren over het vanuit Zuid-Amerika binnen het grondgebied van Nederland brengen van de hoeveelhe(i)d(en) cocaine, althans (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I) en/of

- een of meer plattegronden van de luchthaven Schiphol getekend en/of voorhanden gehad en/of (aan elkaar) getoond en/of overhandigd en/of in ontvangst genomen en/of

- een (week)schema (met vluchten vanuit Zuid-Amerika) opgesteld en/of voorhanden gehad en/of (aan elkaar) getoond en/of overhandigd en/of in ontvangst genomen en/of

en/of

- een notitie met daarop (fonetisch) geschreven: "GAMEKA mondeggo bay mrtino", "Sondo Domonko", "Pondo kondo", "Puarda plata","Mrtino", "Mesksika siti", "KAL" voorhanden gehad en/of

- een plattegrond van de Business Lounge op de luchthaven Schiphol voorhanden gehad en/of

- een of meer notitie(s) met daarop (fonetisch) geschreven: "Mexico City", "Cancoon", "Sao Paolo", "Sante domingo", "Trinidrad", "Porcomar/Venuezuala (La Isla M.)" overhandigd en/of in ontvangst genomen en/of voorhanden gehad en/of

- een of meer foto's (van (nog) te arriveren koerier(s)) voorhanden gehad en/of (aan elkaar) getoond en/of overhandigd en/of in ontvangst genomen en/of

- een bij en/of tijdens het arriveren van (een) koerier(s) te gebruiken telefoon voorhanden gehad en/of overhandigd en/of in ontvangst genomen;

2.

[Zaaksdossier B 21: invoer 24 kilo cocaine in een trolley van MartinAir]

hij op of omstreeks 12 mei 2005 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht

ongeveer 23,88 kilogram,

in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaine, zijnde cocaine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

3.

[Zaaksdossiers B 16 + 22: voorhanden hebben PMK en een lijst met stoffen]

hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2005 tot en met 22 december 2005 te Amsterdam en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

om (een) feit(en), bedoeld in het derde of vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het meermalen, althans eenmaal, opzettelijk

- binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen en/of

- bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of

- vervaardigen

van (een) hoeveelhe(i)d(en) van MDMA en/of MDA, in elk geval(een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen,

- (een) ander(en) heeft getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen en/of te doen plegen en/of mede te plegen en/of uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of

- zich en/of (een) ander(en) gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen en/of

- (een) voorwerp(en) en/of (een) vervoermiddel(en) en/of (een) stof(fen) en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist of ernstige reden had om te vermoeden dat zij bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en),

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of (een of meer van) zijn mededader(s), opzettelijk

- (in een woning gelegen aan de [adres]) te Amsterdam 0,4 liter, althans een hoeveelheid, PMK (Piperonylmethylketon) en/of

- (in een laptoptas in een woning, gelegen aan de [adres] te Amsterdam) een (handgeschreven) notitie, inhoudende een opsomming van (chemische) stoffen (welke noodzakelijk zijn voor, althans geschikt zijn voor het vervaardigen van MDMA en/of MDA, althans (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I)

voorhanden gehad;

4.

[Zaaksdossier B 16: Aantreffen verdovende middelen in de [adres]] te Amsterdam en in de [adres] te Amsterdam]

hij op of omstreeks 20 december 2005 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad in perceel [adres] te Amsterdam,

- ongeveer 802 zegeltjes en/of 99,4 gram en/of 923 zegeltjes bevattende LSD (Lysergide) (a + b + k) en/of

- ongeveer 101 tabletten bevattende MDMA (c + d + e + g + h + j + n) en/of

- ongeveer 10 tabletten bevattende metamfetamine en/of ethylamfetamine (f + i) en/of

- ongeveer 60 gram amfetamine (o)

in elk geval (een) hoeveelhe(i)d(en) van (een) materia(a)l(en) bevattende (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet

en/of

op of omstreeks 20 december 2005 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad in perceel [adres] te Amsterdam,

- ongeveer 107 gram bevattende amfetamine (b) en/of

- ongeveer 1865 zegeltjes bevattende LSD (Lysergide) (g) en/of

- ongeveer 14 tabletten MDMA (j + k + l + m)

in elk geval (een) hoeveelhe(i)d(en) van (een) materia(a)l(en) bevattende (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

5.

[Zaaksdossier B 20: LSD zegels in handbagage]

hij op of omstreeks 22 december 2005 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht

ongeveer 16 zegels LSD (Lysergide),

in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft – zakelijk weergegeven – tot het navolgende gerekwireerd:

- bewezenverklaring van de onder 1, 2, 3, 4 en 5 tenlastegelegde feiten;

- oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van negen (9) jaren met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

4. Bewijsbeslissingen

4.1 Vrijspraak

De onder 2 en 3 tenlastegelegde feiten en het onder 4 tenlastegelegde feit voor wat betreft het opzettelijk aanwezig hebben van verdovende middelen op de [adres] te Amsterdam acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen, zodat verdachte daarvan (partieel) dient te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van feit 2 overweegt de rechtbank het volgende.

Voor bewezenverklaring van medeplegen van invoer van cocaïne dient te worden vastgesteld dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking daartoe. De bewijsmiddelen daarvoor zijn in deze zaak niet voorhanden. Buiten de verklaring van verdachte, een aantal van zijn medeverdachten en een getuige dat verdachte op verzoek van derden anderen heeft ingeschakeld om te bezien wat er mis is gegaan met een vlucht op 12 mei 2005, en enkele aantekeningen in een notitieboekje van verdachte aangaande die vlucht, heeft de rechtbank ten aanzien van dit feit immers geen aanwijzingen aangetroffen op grond waarvan kan worden gesteld dat een in strafrechtelijke zin relevante relatie bestaat tussen het achteraf op zoek gaan door verdachte naar informatie over de vlucht MP 640 van 12 mei 2005 van MartinAir komend vanuit Venezuela met bestemming Schiphol, waarop in containers bijna 24 kilo cocaïne is aangetroffen en de invoer van de desbetreffende cocaïne.

Ten aanzien van feit 3 en 4 is van belang dat verdachte ter terechtzitting heeft verklaard dat hij al geruime tijd niet meer in de woning aan de [adres] te Amsterdam verbleef, dat hij deze onderverhuurde aan verschillende personen en geen weet heeft gehad van de verdovende middelen die op verschillende plekken in de woning zijn aangetroffen. Volgens verdachte zouden deze verdovende middelen zeer wel door één van de bewoners van de woning daar kunnen zijn bewaard en zouden deze personen evenzeer als verdachten kunnen worden aangemerkt. Uit de dossierstukken en het verhandelde ter terechtzitting blijkt dat verdachte stond ingeschreven op het onderhavige adres, nog steeds de beschikking had over deze woning (verdachte beschikte over de sleutel van de woning; hij liet de woning verbouwen) en er regelmatig was. Het geeft daarbij te denken dat op zowel het verblijfadres van verdachte aan de [adres] te Amsterdam als zijn inschrijfadres aan de [adres] dezelfde soorten verdovende middelen zijn aangetroffen, maar dit alles is onvoldoende om te komen tot het bewijs van opzet op de aanwezigheid van die middelen op voornoemd adres aan de [adres], nu deze daar ook zeer mogelijk door anderen dan verdachte kunnen zijn bewaard.

Aangezien niet is bewezen dat verdachte opzettelijk de verdovende middelen in een woning aan de [adres] te Amsterdam aanwezig had, is ook niet bewezen dat verdachte betrokken is geweest bij het aanwezig hebben in die woning van 0,4 liter PMK, een voor de vervaardiging van XTC bestemde stof. Dat verdachte de beschikking heeft gehad over een notitie waarop verschillende bereidingsmethoden van XTC staan omschreven is wel komen vast te staan. Daarnaast is bij verdachte een notitie aangetroffen die melding maken van PMK, BMK, eveneens een stof die bestemd is voor de vervaardiging van XTC en MDMA en bevat het dossier afgeluisterde telefoongesprekken, waarin versluierd wordt gesproken en het onder meer gaat over prijzen en flesjes. Deze feiten en omstandigheden vormen, zowel afzonderlijk als in onderling verband bezien, geen (direct) bewijs voor het voorbereiden van een/de in de tenlastelegging genoemd(e) misdrijf/misdrijven.

4.2 Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan in dier voege dat:

1.

[Zaaksdossier B 01]

hij in de periode van 1 mei 2005 tot en met 22 december 2005 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, en/of te Haarlem en/of te Amsterdam en/of te Lelystad en/of te Breukelen en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met anderen om feiten, bedoeld in het derde of vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het meermalen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen van hoeveelheden cocaïne, zijnde een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen:

- anderen heeft getracht te bewegen om die feiten te plegen en/of te doen plegen en/of mede te plegen en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of

- zich en/of anderen gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van die feiten heeft getracht te verschaffen en/of

- voorwerpen voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist dat zij bestemd waren tot het plegen van die feiten,

immers hebben hij, verdachte, en/of zijn mededaders:

- een of meer van zijn mededaders met elkaar telefonisch en/of persoonlijk in contact gebracht en/of bij elkaar geïntroduceerd

en/of

- een of meer ontmoetingen gearrangeerd en/of afgesproken en/of gehad en/of een of meer persoonlijke en/of telefonische gesprekken gevoerd en/of een of meer afspraken gemaakt aangaande:

* de tussen hem en een of meer van zijn mededaders te gebruiken communicatiemiddelen en communicatiecode's en/of

* de wijzen waarop en/of de route op de luchthaven Schiphol waarlangs de hoeveelheden cocaïne binnen het grondgebied van Nederland zouden moeten worden gebracht en/of

* de verdeling van taken en/of activiteiten tussen hem en/of een of meer van zijn mededaders voorafgaande aan en/of bij en/of tijdens en/of na het binnen het grondgebied van Nederland brengen van de hoeveelheiden cocaïneen/of

* de tijdstippen waarop en/of de termijnen waarbinnen de hoeveelheden cocaïne binnen het grondgebied van Nederland zouden moeten worden gebracht

en/of

- reizen naar Mexico en/of naar elders in Zuid-Amerika ondernomen teneinde aldaar overleg te voeren over het vanuit Zuid-Amerika binnen het grondgebied van Nederland brengen van de hoeveelheden cocaïne en/of

- plattegronden van de luchthaven Schiphol getekend en/of voorhanden gehad en/of aan elkaar getoond en/of overhandigd en/of in ontvangst genomen en/of

- een weekschema met vluchten vanuit Zuid-Amerika opgesteld en/of voorhanden gehad en/of aan elkaar getoond en/of overhandigd en/of in ontvangst genomen

en/of

- een notitie met daarop geschreven: "GAMEKA mondeggo bay mrtino", "Sondo Domonko", "Pondo kondo", "Puarda plata","Mrtino", "Mesksika siti", "KAL" voorhanden gehad en/of

- een plattegrond van de Business Lounge op de luchthaven Schiphol voorhanden gehad en/of

- notities met daarop geschreven: "Mexico City", "Cancoon", "Sao Paolo", "Sante domingo", "Trinidrad", "Porcomar/Venuezuala (La Isla M.)" overhandigd en/of in ontvangst genomen en/of voorhanden gehad en/of

- een of meer foto's (van nog te arriveren koeriers) voorhanden gehad en/of overhandigd en/of in ontvangst genomen en/of

- een tijdens het arriveren van eenkoerier te gebruiken telefoon voorhanden gehad en/of overhandigd en/of in ontvangst genomen;

4.

[Zaaksdossier B 16]

hij op 20 december 2005 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk aanwezig heeft gehad in perceel [adres] te Amsterdam,

- ongeveer 107 gram bevattende amfetamine (b) en

- ongeveer 1865 zegeltjes bevattende LSD (Lysergide) (g) en

- ongeveer 14 tabletten MDMA (j + k + l + m),

bevattende middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

5.

[Zaaksdossier B 20]

hij op 22 december 2005 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht

ongeveer 16 zegels LSD (Lysergide),

bevattende een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

Voorzover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4.3 Bewijsoverwegingen

Ten aanzien van feit 1

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij in de tenlastegelegde periode ontmoetingen heeft gehad, telefoongesprekken heeft gevoerd en informatie heeft ingewonnen over criminaliteit in het algemeen en criminaliteit op Schiphol in het bijzonder, maar dat hij met dit alles geenszins de bedoeling heeft gehad om verdovende middelen in te voeren of verder te vervoeren. Verdachte zou dit alles hebben gedaan uit een vergaande interesse in criminaliteit in verband met een te publiceren boek over zijn leven met en zonder zijn criminele vader. De contacten met de mensen van de Koninklijke Marechaussee en de schoonmakers zouden zijn verbroken omdat deze (veel) geld vroegen voor hun informatie. Deze lezing van verdachte is ongeloofwaardig en wordt op geen enkele wijze ondersteund in het dossier; integendeel het dossier en de hieronder gebezigde bewijsmiddelen kunnen tot geen andere conclusie leiden dan dat verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan de voorbereiding van de misdrijven als genoemd.

De rechtbank heeft geconstateerd dat verdachte in het dossier door het Onderzoeksteam mede wordt aangeduid als “Johan”. In de te bezigen bewijsmiddelen komt deze naam bij bepaalde opgenomen en afgeluisterde telefoongesprekken en in de observatieverslagen voor. Verdachte heeft weliswaar ontkend Johan te worden genoemd, maar heeft niet ontkend dat waar in telefoongesprekken of observaties de spreker of geobserveerde wordt geduid als Johan, hij dat niet is. De rechtbank heeft voorts aan de hand van de telefoonnummers en foto’s kunnen vaststellen dat waar de naam “Johan” wordt genoemd, verdachte wordt bedoeld.

Ten aanzien van feit 4

Over de op het adres [adres] te Amsterdam aangetroffen hoeveelheid amfetamine heeft verdachte ter terechtzitting gesteld dat die amfetamine daar mogelijk door de zoon van zijn vriendin [getuige], hoofdbewoonster van voornoemd adres, is bewaard en dat hij daarvan geen weet heeft gehad. Verdachte heeft zich hiermee beroepen op de afwezigheid van opzet op het aanwezig hebben van die verdovende middelen. Dit verweer verwerpt de rechtbank, aangezien verdachte en getuige [getuige], hebben verklaard dat zij thuis verdovende middelen, waaronder XTC, gebruiken. De aangetroffen hoeveelheid amfetamine is net als de eveneens in de woning aangetroffen 1865 LSD zegels niet te beschouwen als een gewone gebruikershoeveelheid. Nu ook geen enkele aanwijzing uit het dossier naar voren komt dat de verdovende middelen aan een ander dan verdachte toehoren, gaat de rechtbank er van uit dat verdachte ervan op de hoogte moet zijn geweest dat zich op zijn verblijfadres ook amfetamine bevond en hij deze dus opzettelijk aanwezig heeft gehad.

5. Strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

medeplegen van een feit, bedoeld in het derde of vierde lid van artikel 10 Opiumwet, voorbereiden of bevorderen door een ander trachten te bewegen dat feit te plegen, te doen plegen of mede te plegen of om daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen en zich of een ander gelegenheid tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen en voorwerpen voorhanden te hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit.

Ten aanzien van feit 4:

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod.

Ten aanzien van feit 5:

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder A, van de Opiumwet gegeven verbod.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering van de sanctie

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, alsmede de persoon van verdachte zoals uit het onderzoek ter terechtzitting en uit de bespreking aldaar van het vanwege de Reclassering Nederland, regio Amsterdam, units regio Amsterdam, uitgebrachte voorlichtingsrapport van

22 juni 2006, is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich gedurende een lange periode - met anderen - schuldig gemaakt aan het plegen van voorbereidingshandelingen, gericht op het met regelmaat invoeren van cocaïne in Nederland. Daartoe heeft hij onder meer vergaderingen belegd, reizen naar Mexico gemaakt, vluchtschema's en begrotingen opgesteld, routes voor koeriers op Schiphol bedacht, laten bedenken en gecontroleerd en medewerkers van de luchthaven Schiphol, waaronder medewerkers van de Koninklijke Marechaussee, in zijn plannen betrokken en getracht hen daarbij betrokken te houden op momenten waarop zij aangaven hierin niet langer betrokken te willen zijn.

Aldus heeft verdachte een bijdrage geleverd aan de instandhouding van het internationale criminele drugscircuit. Het gaat hier om cocaïne, een stof die gevaarlijk is voor de gezondheid van de gebruikers, met alle gevolgen voor de gebruikers en voor de maatschappij van dien. Drugshandel gaat immers vaak gepaard met geweldscriminaliteit en leidt tot vele vormen van vermogenscriminaliteit bij de verslaafden. Met de handel in deze stoffen wordt veel geld verdiend. Kennelijk heeft verdachte zich laten leiden door het oogmerk van financieel gewin ten koste van anderen.

De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij bij de genoemde voorbereidingshandelingen een zeer actieve en leidende rol heeft vervuld.

Daarnaast heeft verdachte samen met een ander op zijn verblijfadres meer dan één ons amfetamine, ruim 1800 zegels LSD en 14 XTC-tabletten opzettelijk aanwezig gehad. Deze aangetroffen hoeveelheden harddrugs zijn van zo’n omvang dat het niet aannemelijk is dat deze uitsluitend bestemd waren voor eigen gebruik. De rechtbank gaat er dan ook van uit dat deze harddrugs bestemd zijn geweest voor de handel, met alle schadelijke gevolgen voor de gebruikers en de maatschappij van dien. Ook wat dit feit betreft heeft verdachte kennelijk uit winstbejag gehandeld zonder zich rekenschap te geven van de schadelijke maatschappelijke gevolgen van zijn handelwijze.

Ten slotte heeft verdachte nog 16 zegels LSD ingevoerd. In het licht van hetgeen hiervoor is overwogen kan ook deze hoeveelheid LSD-zegels niet ander dan bestemd zijn geweest voor de verdere handel.

Gelet op het voorgaande is een gevangenisstraf van aanzienlijke duur op zijn plaats. De op te leggen straf is van beduidend mindere duur dan door de officier van justitie geëist, aangezien de rechtbank - anders dan waarvan de officier van justitie in haar eis is uitgegaan - tot bewezenverklaring is gekomen van minder feiten.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

Opiumwet: 2, 10, 10a

Wetboek van Strafrecht: 47, 57

9. Beslissing

De rechtbank:

Spreekt verdachte vrij van de hem onder 2 en 3 tenlastegelegde feiten.

Verklaart bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 4.2 vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezenverklaarde feiten de hierboven onder 5. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vierenveertig (44) MAANDEN.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

10. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. Van Dijk, voorzitter,

mrs. Van Zutphen en Van Acker, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffiers mrs. Dijkstra en Ket,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 27 juli 2006.