Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2006:AY4781

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
19-07-2006
Datum publicatie
20-07-2006
Zaaknummer
15/035863-04
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Art. 246 Sr; feitelijke aanranding van de eerbaarheid: dwingen tot plegen van ontuchtige handelingen middels, zonder toestemming, via webcam opgenomen beelden.

Verdachte heeft onder bedreiging van feitelijkheden het slachtoffer, een (net als verdachte) jonge Turkse vrouw, gedwongen tot het plegen van ontuchtige handelingen. Verdachte was in bezit van eerder (zonder wetenschap van het slachtoffer) opgenomen beelden van het slachtoffer waarbij zich naakt toont voor de webcam. Onder de dreiging deze beelden aan de vader van het slachtoffer te geven en te verspreiden via internet, heeft verdachte de vrouw gedwongen tot het plegen van ontuchtige handelingen. Het slachtoffer is onder de grote druk die verdachte op haar uitoefende en ter bescherming van de eer van haar familie, bezweken. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden voorwaardelijk, alsmede tot een werkstraf voor de duur van 240 uren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE STRAFKAMER

Parketnummer: [nummer]

Uitspraakdatum: 19 juli 2006

Tegenspraak

VERKORT STRAFVONNIS (art. 138b Sv)

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 5 juli 2006 in de zaak tegen:

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres]

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat

zij op of omstreeks 4 maart 2004 te Haarlem en/of te Almelo, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit het (ten overstaan van een webcam, waardoor zij, verdachte, de handelingen van die [slachtoffer] kon waarnemen) die [slachtoffer] haar eigen kleding laten uittrekken en/of (vervolgens) die [slachtoffer] haar eigen tepels laten strelen en/of (vervolgens) die [slachtoffer] haar eigen vagina laten betasten en bestaande dat geweld of die andere

feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) uit het dreigen een cd, althans een gegevensdrager met daarop een film en/of foto's van [slachtoffer] terwijl deze naakt is en/of seksuele handelingen met zichzelf verricht aan de vader van die [slachtoffer] te geven en/of te laten zien en/of (via internet) aan derden te verspreiden.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, leest de rechtbank deze verbeterd. De verdachte wordt daardoor niet geschaad in haar verdediging.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Bewijs

3.1. Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan in dier voege dat

zij op 4 maart 2004 te Haarlem en te Almelo, door bedreiging met feitelijkheden [slachtoffer] heeft gedwongen tot het plegen van ontuchtige handelingen, bestaande uit het (ten overstaan van een webcam, waardoor zij, verdachte, de handelingen van die [slachtoffer] kon waarnemen) die [slachtoffer] haar eigen kleding laten uittrekken en die [slachtoffer] haar eigen tepels laten strelen en die [slachtoffer] haar eigen vagina laten betasten en bestaande die bedreiging met feitelijkheden uit het dreigen een cd met daarop foto's van [slachtoffer] terwijl deze naakt is en seksuele handelingen met zichzelf verricht aan de vader van die [slachtoffer] te geven en via internet aan derden te verspreiden.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. Strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

Feitelijke aanranding van de eerbaarheid

5. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

6. De vordering van de officier van justitie en motivering van de sanctie

6.1 De vordering van de officier van justitie

- Bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit.

- Oplegging van een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden en een taakstraf in de vorm een werkstraf voor de duur van 240 uur, bij het niet naar behoren verrichten te vervangen door 120 dagen hechtenis.

- Toewijzing van de vordering van de benadeelde partij. Wat betreft de immateriële schade tot een bedrag van € 2.000,- als voorschot alsmede vergoeding van de materiële schade, met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

- Verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen computer en de laptop.

6.2 Hoofdstraf

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting en uit de bespreking aldaar van het vanwege de Reclassering Nederland, Regio Midden- en Oost Nederland, Unit Almelo uitgebrachte rapport van 26 september 2005, is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft onder bedreiging van feitelijkheden het slachtoffer, een (net als verdachte) jonge Turkse vrouw, gedwongen tot het plegen van ontuchtige handelingen. Verdachte was in bezit van eerder (zonder wetenschap van het slachtoffer) opgenomen beelden van het slachtoffer waarbij zich naakt toont voor de webcam. Onder de dreiging deze beelden aan de vader van het slachtoffer te geven en te verspreiden via internet, heeft verdachte de vrouw gedwongen tot het plegen van ontuchtige handelingen. Verdachte heeft de vrouw, ondanks haar smeekbedes om haar dit niet aan te doen, zich laten uitkleden voor haar webcam, en heeft haar opgedragen haar tepels en vagina te betasten. Het slachtoffer is onder de grote druk die verdachte op haar uitoefende en ter bescherming van de eer van haar familie, bezweken.

De rechtbank rekent verdachte haar gedragingen zwaar aan. Zij heeft in grove mate misbruik gemaakt van de machtspositie die de naaktbeelden van het slachtoffer haar gaven. Als Turkse vrouw wist zij welke impact het tonen van de beelden zou hebben. Verdachte verklaart immers zelf dat indien haar eigen vader dergelijke naaktbeelden van haar zou krijgen zij niet meer zou leven. Het slachtoffer heeft geen weerstand kunnen bieden aan de psychische druk die verdachte uitoefende. De rechtbank rekent verdachte eveneens zwaar aan dat zij als Turkse vrouw heel goed wist hoe belangrijk eergevoel is in de Turkse cultuur, ook heeft verklaard daar zelf aan te hechten, maar desondanks toch haar gedragingen heeft doorgezet. Dergelijke gedragingen vormen een ernstige aantasting van de lichamelijke en geestelijke integriteit van slachtoffers en kunnen, naar de ervaring leert, voor hen ernstige psychische gevolgen hebben.

In de ernst van het feit ziet de rechtbank reden dezelfde straf op te leggen als door de officier van justitie is gevorderd. Ten voordele van verdachte heeft de rechtbank met de officier van justitie meegewogen dat verdachte ter terechtzitting spijt heeft betuigd en dat zij niet eerder met justitie in aanraking is geweest.

Dit alles overwegend is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd, zij het in voorwaardelijke vorm. Hiermee wordt de ernst van het feit benadrukt en wordt verdachte er hopelijk van weerhouden in de toekomst strafbare feiten te plegen.

Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat verdachte een taakstraf in de vorm van een werkstraf van na te noemen aantal uren moet worden opgelegd.

6.3 Vordering benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 5.193,44 ingediend tegen verdachte wegens immateriële en materiële schade die zij als gevolg van het tenlastegelegde feit zou hebben geleden.

De rechtbank is van oordeel dat de hoogte van de immateriële schade onvoldoende is onderbouwd met medische informatie.

Niet eenvoudig is vast te stellen in welke mate de door verdachte gepleegde strafbare handelingen de psychische en materiële schade hebben veroorzaakt. De rechtbank overweegt daartoe als volgt. Voordat de door verdachte ten laste gelegde handelingen hebben plaatsgevonden, zijn door een ander, heimelijk, naaktbeelden van het slachtoffer opgenomen en verspreid, hetgeen voor het slachtoffer ook zeer ingrijpend en schaamtevol is geweest. Dit wordt verdachte niet ten laste gelegd.

Concluderend stelt de rechtbank dat de vordering zich niet leent voor behandeling in dit strafgeding. De benadeelde partij zal dan ook niet in de vordering kunnen worden ontvangen.

6.4 Verbeurdverklaring

De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte inbeslaggenomen en niet teruggegeven computer (systeemkast) en laptop, dienen te worden verbeurd verklaard. Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat het bewezenverklaarde feit met behulp van die twee computers, die aan verdachte toebehoren, is begaan of voorbereid.

7. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

Wetboek van Strafrecht: 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 246

8. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3. vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van ZES (6) MAANDEN met bevel dat deze straf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich voor het einde van de op twee jaar bepaalde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Veroordeelt verdachte tot het verrichten van TWEEHONDERDVEERTIG (240) uren taakstraf in de vorm van een werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet naar behoren verrichten waarvan te vervangen door honderdtwintig (120) dagen hechtenis.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde taakstraf in mindering wordt gebracht, met dien verstande dat zes uren taakstraf in mindering worden gebracht.

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering.

Verklaart verbeurd:

– 1 Laptop computer, kleur grijs, ASUS A2500 H inclusief lader en tas;

– 1 computer, kleur grijs, systeemkast.

9. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. Scholte, voorzitter,

mrs. M.M.A. van den Boogaard en Jansen, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. Leyten,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 19 juli 2006.