Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2006:AY4019

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
13-07-2006
Datum publicatie
17-07-2006
Zaaknummer
15/687001-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Artikelen 36f, 157, 310, 311, brandstichting, jeugdstrafrecht, geen toepassing van de hoofdelijkheidsclausule, schadevergoedingsmaatregel.

Verdachte heeft deel uit gemaakt van een groep jongens die in een periode van twee maanden in wisselende samenstelling vele malen heeft ingebroken en brand heeft gesticht in Beverwijk en Heemskerk. Verdachte heeft bij de brandstichtingen veelal een leidende rol gehad. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 10 maanden.

Beveelt dat van deze jeugddetentie een gedeelte, groot 4 maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd met bijzonder voorwaarden vast van twee jaar.

Gelet op omvang van de vorderingen benadeelde partij en de geringe draagkracht van de minderjarige verdachten en hun ouders heeft de rechtbank, in afwijking van wat gebruikelijk is, besloten de toe te wijzen bedragen te delen door het aantal verdachten (ouder dan 14 jaar) op wiens tenlastelegging het betreffende incident voorkomt en deze verdachten steeds te veroordelen tot betaling van dat deel van de vordering. De rechtbank heeft ten aanzien van de schadevergoedingsmaatregel, gelet op de draagkracht van verdachte, steeds een vervangingsmaatstaf gehanteerd van één dag jeugddetentie voor elk vol bedrag van 100 euro.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE STRAFKAMER

Parketnummer: [nummer]

Uitspraakdatum: 13 juli 2006

Tegenspraak

VERKORT STRAFVONNIS (art. 138b Sv)

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het achter gesloten deuren gehouden onderzoek op de terechtzittingen van 28 en 29 juni 2006 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres]

thans gedetineerd in RIJ de Heuvelrug, locatie Eickenstein, te Zeist.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat

1.

(incident 2)

hij op of omstreeks 10 januari 2006 te Beverwijk tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht in een caravan gestald aan de [adres], immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) toen aldaar opzettelijk een caravan geopend en/of (vervolgens) een of meer flessen spiritus in die caravan geleegd en/of (vervolgens) een brandende aansteker en/of een brandend papiertje, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met een, zich in die caravan bevindend(e) kussen/zitbank (doordrenkt met spiritus), althans met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan dat kussen/zitbank en/of die caravan en/of een of meer andere caravan(s) en/of een garage en/of een stal geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die caravan en/of de zich op dat terrein bevindende andere caravan(s) en/of een nabij gelegen (hooi)schuur en/of woonboerderij, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar voor de aanwezige personen in die woonboerderij, in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen, te duchten was;

2.

(indicent 5 en 6)

hij op of omstreeks 05 februari 2006 te Beverwijk tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een tuinhuisje gelegen op het volks-tuinencomplex Akermaat aan de [adres], heeft weggenomen een schroefboormachine en/of een of meer beitel(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij], in elk geval aan een an-der of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming

en/of (vervolgens)

opzettelijk brand heeft gesticht in twee (tuin)huisjes gelegen op het volkstuinencomplex Akermaat aan de [adres], immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) toen aldaar opzettelijk in die huisjes een brandende aansteker, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met (een) plastic tuinstoel(en) en/of een opengedraaide gasfles, althans met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan die tuinstoelen en/of die gasfles en/of die huisjes geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die huisjes en/of nabij gelegen huisjes op dat terrein, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was;

3.

(incident 8)

hij in of omstreeks de periode van 23 december 2005 tot en met 4 januari 2006 te Heemskerk opzettelijk brand heeft gesticht in een bouwkeet gelegen aan de [adres] immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk in die bouwkeet een brandende aansteker en/of een brandende verfspuit en/of een brandende spray,

in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met een kast (die vol lag met papieren en/of map-pen), althans met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan die kast en/of die bouwkeet geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die bouwkeet en/of belendende percelen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, te duchten was;

4.

(incident 13 en 14)

hij op een of meer stijdstippen op of omstreeks 04 februari 2006 te Beverwijk tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk brand heeft gesticht in het clubhuis [benadeelde partij], gelegen aan [adres], immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) toen aldaar (telkens) opzettelijk een brandende aansteker, in elk geval (telkens) opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met een of meer (plastic)stoel(en) die zich in dat clubhuis bevonden en/of een deel van een kettingkast die verdachte en/of een van zijn mededader(s) in de houten wand van dat clubhuis had(den) gestoken en/of een stuk plastic dat vlakbij dat clubhuis was neergelegd , althans met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan (telkens) dat clubhuis en/of die stoelen en/of dat deel van die kettingkast en/of dat stuk plastic geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan (telkens) gemeen gevaar voor dat clubhuis en/of belendende percelen, in elk geval (telkens) gemeen gevaar voor goederen en/of (telkens) levensgevaar voor de aanwezigen in dat clubhuis en/of de bewoners van de belendende percelen, in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen te duchten was;

5.

(incident 18)

hij op of omstreeks 05 oktober 2005 te Beverwijk met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fiets (Batavus Genova, kleur (licht)blauw), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij] in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

6.

(incident 19)

hij op of omstreeks 08 februari 2006 te Beverwijk met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fiets (merk Koga Miyata Advance, kleur blauw), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

7.

(incident 24)

hij op of omstreeks 04 februari 2006 te Beverwijk met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een (oma) fiets (merk Nostalgie, kleur blauw), in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [benadeelde partij], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Bewijs

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan in dier voege dat

1.

(incident 2)

hij op 10 januari 2006 te Beverwijk tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk brand heeft gesticht in een caravan gestald aan de [adres], immers hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) toen aldaar opzettelijk een caravan geopend en vervolgens flessen spiritus in die caravan geleegd en vervolgens een brandende aansteker in aanraking gebracht met een, zich in die caravan bevindend kussen (doordrenkt met spiritus), ten gevolge waarvan die caravan en andere caravans geheel of gedeeltelijk zijn verbrand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor de zich op dat terrein bevindende andere caravan en een nabij gelegen (hooi)schuur en woonboerderij en levensgevaar voor de aanwezige personen in die woonboerderij te duchten was;

2.

(incident 5 en 6)

hij op 5 februari 2006 te Beverwijk tezamen en in vereniging met anderen:

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een tuinhuisje gelegen op het volkstuinencomplex Akermaat aan de [adres], heeft weggenomen een schroefboormachine toebehorende aan [benadeelde partij], waarbij verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak

en vervolgens

opzettelijk brand heeft gesticht in twee tuinhuisjes gelegen op het volkstuinencomplex Akermaat aan de [adres], immers hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) toen aldaar telkens opzettelijk in die huisjes een brandende aansteker in aanraking gebracht met plastic tuinstoelen en/of een opengedraaide gasfles, ten gevolge waarvan brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten was;

3.

(incident 8)

hij in de periode van 23 december 2005 tot en met 4 januari 2006 te Heemskerk opzettelijk brand heeft gesticht in een bouwkeet gelegen aan de [adres] immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk in die bouwkeet een brandende aansteker in aanraking gebracht met een kast die vol lag met papieren en mappen, ten gevolge waarvan die kast geheel is verbrand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die bouwkeet en belen-dende percelen te duchten was;

4.

(incident 13 en 14)

hij op tijdstippen op 4 februari 2006 te Beverwijk tezamen en in vereniging met een ander of anderen, telkens opzettelijk brand heeft gesticht in het clubhuis [benadeelde partij], gelegen aan [adres], immers hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) toen aldaar opzettelijk een brandende aansteker in aanraking gebracht met plastic stoelen die zich in dat clubhuis bevonden of een deel van een kettingkast die verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) in de houten wand van dat clubhuis hadden gestoken, ten gevolge waarvan telkens brand is ontstaan, terwijl daarvan telkens gemeen gevaar voor dat clubhuis en/of levensgevaar voor de aanwezigen in dat clubhuis te duchten was;

5.

(incident 18)

hij op of omstreeks 5 oktober 2005 te Beverwijk met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fiets (Batavus Genova, kleur lichtblauw), toebehorende aan [benadeelde partij]

6.

(incident 19)

hij op 8 februari 2006 te Beverwijk met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fiets (merk Koga Miyata Advance, kleur blauw), toebehorende aan [benadeelde partij], waarbij verdachte het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

7.

(incident 24)

hij op 4 februari 2006 te Beverwijk met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een oma fiets merk Nostalgie, kleur blauw, toebehorende aan een ander dan aan verdachte.

Voorzover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte onder de feiten 1 tot en met 7 meer of anders is tenlastegelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. Strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

Feit 1: medeplegen van opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en

levensgevaar voor een ander te duchten is

Feit 2: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van

het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en medeplegen van opzettelijk brand stichten, ter

wijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is, meermalen gepleegd

Feit 3: opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is

Feit 4: medeplegen van opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of

levensgevaar voor een ander te duchten is, meermalen gepleegd

Feit 5: diefstal

Feit 6: diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van

braak

Feit 7: diefstal

5. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

6. Motivering van sanctie(s) en van overige beslissingen

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft veroordeling van verdachte gevorderd ten aanzien van de hem onder feit 1 tot en met 7 tenlastegelegde feiten tot een jeugddetentie van twaalf maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met als bijzondere voorwaarden verplicht contact met de jeugdreclassering, behandeling bij de Waag en Intensieve Traject Begeleiding.

Ten aanzien van de benadeelde partijen vordert zij hoofdelijke toewijzing van de volgende vorderingen: [benadeelde partij] tot een bedrag van € 2.848,-, [benadeelde partij] tot een bedrag van € 490,-, [benadeelde partij] tot een bedrag van € 4.055,-, [benadeelde partij] tot een bedrag van € 1.367,-, [benadeelde partij] bij wijze van voorschot tot een bedrag van € 500,-, [benadeelde partij] tot een bedrag van € 6.444,23 en [benadeelde partij] tot een bedrag van € 25,-.

Ten aanzien van deze vorderingen vordert zij tevens op te leggen een schadevergoedingsmaatregel. Ten aanzien van het meer of anders gevorderde verzoekt zij deze benadeelde partijen niet ontvankelijk te verklaren. Tenslotte vordert zij de benadeelde partijen [benadeelde partij], [benadeelde partij], [benadeelde partij] en [benadeelde partij], [benadeelde partij] en [benadeelde partij] niet ontvankelijk te verklaren.

Hoofdstraf

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte zoals van een en ander blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting en uit de bespreking aldaar van de volgende rapporten.

- Het rapport van Bureau Jeugdzorg, opgesteld door R.S. van den Broek van 26 mei 2006.

- Het Pro Justitia psychologisch onderzoeksrapport door drs. I. Schilperoord, GZ-psycholoog, van 15 mei 2006.

In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft deel uit gemaakt van een groep jongens die in een periode van twee maanden in wisselende samenstelling vele malen heeft ingebroken en brand heeft gesticht in Beverwijk en Heemskerk. Het was iedere week raak. Verdachte heeft bij de brandstichtingen veelal een leidende rol gehad.

De brand bij de caravanopslag aan de [adres] in Beverwijk maakt goed duidelijk wat de gevolgen kunnen zijn van het voor de kick in brand steken van een enkele caravan. Zes caravans zijn geheel en één caravan is gedeeltelijk in vlammen opgegaan. Omwonenden moesten hun woning verlaten omdat de brand dreigde over te slaan. De eigenaren van de caravans, veelal oudere mensen, hebben veel schade geleden door het verlies van hun caravan. Ook hebben zij emotionele schade geleden, omdat zij hun vakantieplannen in duigen hebben zien vallen.

Onbegrijpelijk is dat verdachte en zijn medeverdachten in de weken daarna zijn doorgegaan met het in de brand steken van een bouwkeet, tuinhuisjes en een clubhuis. Zij hadden immers ter plaatse en op de site van de brandweer met eigen ogen gezien hoe groot de gevolgen waren. Pas een betrapping op heterdaad een maand later, bij brandstichting in een speeltuin, heeft een einde kunnen maken aan de reeks van brandstich-tingen en de onrust die daardoor in Beverwijk en Heemskerk was ontstaan.

De rechtbank rekent het verdachte en zijn medeverdachten zwaar aan dat door hun toedoen bij de caravanbranden en bij een brand bij het clubhuis van [benadeelde partij] de daar aanwezige personen gevaar hebben gelopen en ook dat er door alle branden een enorme schade aan goederen is ontstaan van in totaal meer dan 100.000 euro.

Verder heeft verdachte zich met die groep in diezelfde periode schuldig gemaakt aan inbraken en diefstallen. De rechtbank rekent het verdachte en zijn medeverdachten aan dat zij geen rekening hebben gehouden met de schade en overlast voor de slachtoffers, maar puur uit eigen belang hebben gehandeld. Ook hier heeft verdachte gehandeld voor de kick en ging het hem niet zo zeer om de goederen zelf. Dit soort feiten zijn er de oorzaak van dat slachtoffers, hun omgeving en de samenleving zich onveilig voelen.

Ten nadele van de verdachte neemt de rechtbank in aanmerking dat hij blijkens een hem betreffend uittreksel uit de Justitiële documentatie d.d. 13 februari 2006 eerder voor brandstichting een transactie heeft gehad.

De deskundige, drs. I. Schilperoord, GZ-psycholoog stelt dat het psychologisch onderzoek onvoldoende aanwijzingen oplevert voor de diagnose pyromanie. Dit kan echter geenszins worden uitgesloten gelet op de reeks van brandstichtingen en de indruk dat verdachte een zekere fascinatie voor vuur lijkt te hebben en met de strafbare feiten ook deels spanningen lijkt te ontladen. Bij recidive adviseert de deskundige dubbelrapportage op te laten maken.

De deskundige acht het van belang dat verdachte op intensieve wijze wordt begeleid, om herhaling te voorkomen. Geadviseerd wordt daarom verdachte een verplichte intensieve begeleiding door de jeugdreclassering op te leggen, indien mogelijk in de vorm van Intensieve Traject Begeleiding. Daarnaast is het van groot belang dat verdachte een ambulante behandeling volgt bij ‘de Waag’, aldus de psycholoog.

De rechtbank neemt over de conclusie van de deskundige dat verdachte enigszins verminderd toerekeningsvatbaar is te achten.

Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. Een gedeelte daarvan behoeft vooralsnog niet ten uitvoer te worden gelegd om verdachte er van te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te begaan.

Daarnaast acht de rechtbank verplicht contact met Bureau Jeugdzorg Noord-Holland, afdeling jeugdreclassering, thans in de persoon van R.S. van den Broek, gedurende de proeftijd noodzakelijk, ook als dit inhoudt Intensieve Traject Begeleiding Harde Kern. Tevens acht de rechtbank ambulante behandeling bij De Waag nood-zakelijk. Deze verplichtingen zullen als bijzondere voorwaarden aan het voorwaardelijke deel van de op te leggen straf worden verbonden.

Ad info

Bij de beslissing over de op te leggen straf heeft de rechtbank er tevens rekening mee gehouden, dat verdachte heeft erkend zich te hebben schuldig gemaakt aan de strafbare feiten, opgenomen op de dagvaarding in de ter informatie bij het dossier gevoegde zaken met de parketnummers 687001-06 (betreffende incidenten 3, 15, 7, 9, 10, 11, 12, 16, 17, 22, 26 en 27) en 950018-06. De rechtbank gaat er vanuit dat de officier van justitie verdachte hiervoor niet meer zal vervolgen.

Vorderingen benadeelde partij

Gelet op omvang van de vorderingen benadeelde partij en de geringe draagkracht van de minderjarige verdachten en hun ouders heeft de rechtbank, in afwijking van wat gebruikelijk is, besloten de toe te wijzen bedragen te delen door het aantal verdachten (ouder dan 14 jaar) op wiens tenlastelegging het betreffende incident voorkomt en deze verdachten steeds te veroordelen tot betaling van dat deel van de vordering.

De benadeelde partij S. [benadeelde partij] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 3.098.- ingediend tegen verdachte en diens medeverdachten wegens materiële schade die hij als gevolg van het onder 1 tenlastegelegde feit zou hebben geleden.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot een bedrag van € 2.848,- eenvoudig is vast te stellen en rechtstreeks voortvloeit uit dit bewezenverklaarde feit. De vordering zal ten aanzien van verdachte worden toegewezen voor een bedrag van € 712,-. Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

De rechtbank zal de benadeelde partij ten aanzien van verdachte voor het overige niet in de vordering ontvangen.

De benadeelde partij J. [benadeelde partij] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 769,- ingediend tegen verdachte en diens medeverdachte wegens materiële en immateriële schade die zij als gevolg van het onder 1 tenlastegelegde feit zou hebben geleden.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot een bedrag van € 577,- eenvoudig is vast te stellen en rechtstreeks voortvloeit uit dit bewezenverklaarde feit. De vordering zal ten aanzien van verdachte worden toegewezen tot een bedrag van

€ 144,25. Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

De rechtbank zal de benadeelde partij ten aanzien van verdachte voor het overige niet in de vordering ontvangen.

De benadeelde partij [benadeelde partij] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 2.415,- ingediend tegen verdachte en diens medeverdachten wegens materiële schade die hij als gevolg van het onder 1 tenlastegelegde feit zou hebben geleden.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade zonder nadere onderbouwing, die ontbreekt, niet eenvoudig is vast te stellen, zodat de benadeelde partij in de vordering niet zal kunnen worden ontvangen.

De benadeelde partij P.H.M. [benadeelde partij] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 1.695,64 ingediend tegen verdachte en diens medeverdachten wegens materiële schade die zij als gevolg van het onder 1 tenlastegelegde feit zou hebben geleden.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade zonder nadere onderbouwing, die ontbreekt, niet eenvoudig is vast te stellen, zodat de benadeelde partij in de vordering niet zal kunnen worden ontvangen.

De benadeelde partij [benadeelde partij] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 1.000,- ingediend tegen verdachte en diens medeverdachten wegens materiële schade die hij als gevolg van het onder 1 tenlastegelegde feit zou hebben geleden.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade zonder nadere onderbouwing, die ontbreekt, niet eenvoudig is vast te stellen, zodat de benadeelde partij in de vordering niet zal kunnen worden ontvangen.

De benadeelde partij [benadeelde partij] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 1.130,- ingediend tegen verdachte en diens medeverdachten wegens materiële schade die zij als gevolg van het onder 1 tenlastegelegde feit zou hebben geleden.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade bij wijze van voorschot tot een bedrag van € 500,- eenvoudig is vast te stellen en rechtstreeks voortvloeit uit dit bewezenverklaarde feit. De vordering zal ten aanzien van verdachte bij wijze van voorschot worden toegewezen tot een bedrag van € 125,-. De rechtbank zal de benadeelde partij ten aanzien van verdachte voor het overige niet in de vordering ontvangen.

De benadeelde partij B. [benadeelde partij] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 4.505,- ingediend tegen verdachte en diens medeverdachten wegens materiële schade die hij als gevolg van het onder 1 tenlastegelegde feit zou hebben geleden.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot een bedrag van € 4.255,- eenvoudig is vast te stellen en rechtstreeks voortvloeit uit dit bewezenverklaarde feit. De vordering zal ten aanzien van verdachte worden toegewezen tot een bedrag van

€ 1.063,75. Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

De rechtbank zal de benadeelde partij ten aanzien van verdachte voor het overige niet in de vordering ontvangen.

De benadeelde partij [benadeelde partij] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 3.367,- ingediend tegen verdachte wegens materië-le schade die zij als gevolg van het onder 2 tenlastegelegde feit zou hebben geleden.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot een bedrag van € 1.367,- eenvoudig is vast te stellen en rechtstreeks voortvloeit uit dit bewezenverklaarde feit. In zoverre zal de vordering dan ook worden toegewezen.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet in de vordering ontvangen.

De benadeelde partij [benadeelde partij] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 1.521,- ingediend tegen verdachte en diens medeverdachte wegens materiële schade die hij als gevolg van het onder 2 tenlastegelegde feit zou hebben geleden.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade bij wijze van voorschot tot een bedrag van € 500,- eenvoudig is vast te stellen en rechtstreeks voortvloeit uit dit bewezenverklaarde feit. De vordering zal ten aanzien van verdachte bij wijze van voorschot worden toegewezen tot een bedrag van € 250,-. Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

De rechtbank zal de benadeelde partij ten aanzien van verdachte voor het overige niet in de vordering ontvangen.

De benadeelde partij [benadeelde partij] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 2.500,- in-gediend tegen verdachte en diens medeverdachten wegens materiële schade die zij als gevolg van het onder 3 tenlastegelegde feit zou hebben geleden

De rechtbank is van oordeel dat deze schade zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet eenvoudig is vast te stellen, zodat de benadeelde partij in de vordering niet zal kunnen worden ontvangen.

De benadeelde partij Club de [benadeelde partij] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 6.879,58 ingediend tegen verdachte en diens medeverdachte wegens materiële schade die zij als gevolg van het onder 4 tenlastegelegde feit zou hebben geleden.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot een bedrag van € 6.444,13 eenvoudig is vast te stellen en rechtstreeks voortvloeit uit dit bewezenverklaarde feit. De vordering zal ten aanzien van verdachte worden toegewezen tot een bedrag van

€ 3.222,07. Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

De rechtbank zal de benadeelde partij ten aanzien van verdachte voor het overige niet in de vordering ontvangen.

De benadeelde partij N. [benadeelde partij] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 242,- ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die zij als gevolg van het onder 5 tenlastegelegde feit zou hebben geleden.

De benadeelde partij heeft de vordering niet onderbouwd.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet in de vordering ontvangen.

De benadeelde partij [benadeelde partij] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 64,50 ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die zij als gevolg van het onder 6 tenlastegelegde feit zou hebben geleden.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot het gevorderde bedrag eenvoudig is vast te stellen en rechtstreeks voortvloeit uit dit bewezenverklaarde feit. De vordering zal dan ook worden toegewezen.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

Schadevergoedingsmaatregel

Tevens acht de rechtbank termen aanwezig om ten aanzien van bovengenoemde vorderingen benadeelde partij steeds een schadevergoedingsmaatregel ter hoogte van het toegewezen bedrag aan verdachte op te leggen. De rechtbank heeft daarbij, gelet op de draagkracht van verdachte, steeds een vervangingsmaatstaf gehanteerd van één dag jeugddetentie voor elk vol bedrag van 100 euro.

7. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

Wetboek van Strafrecht: 36f, 47, 77a, 77h, 77i, 77l, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 157, 310, 311.

8. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten 1 tot en met 7 heeft begaan zoals hiervoor vermeld onder 3.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezenverklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 10 maanden.

Beveelt dat van deze jeugddetentie een gedeelte, groot 4 maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaar.

Bepaalt dat de tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien:

– verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt;

– verdachte niet naleeft de bijzondere voorwaarde dat hij zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door of namens Bureau Jeugdzorg Noord-Holland, afdeling jeugdreclassering, thans in de persoon van R.S. van den Broek, ook als dit inhoudt Intensieve Traject Begeleiding Harde Kern.

– verdachte niet naleeft de bijzondere voorwaarde dat hij een ambulante behandeling bij De Waag zal ondergaan en voltooien

Geeft in het kader van deze bijzondere voorwaarde tevens aan Bureau Jeugdzorg Noord-Holland, afdeling jeugdreclassering de opdracht tot het verlenen van hulp en steun ex artikel 77aa Wetboek van Strafrecht.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij S. [benadeelde partij] geleden schade tot een bedrag van € 2.848,- en veroordeelt verdachte tot betaling van een bedrag van € 712,- aan [benadeelde partij], voornoemd, rekeningnummer [nummer], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Veroor-deelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij ten aanzien van verdachte niet-ontvankelijk in het meer of anders gevorderde.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer S. [benadeelde partij] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 712,-, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 7 dagen jeugddetentie.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij, voornoemd, in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij J. [benadeelde partij] geleden schade tot een bedrag van € 577,- en veroordeelt verdachte tot betaling van een bedrag van € 144,25 aan [benadeelde partij], voornoemd, rekeningnummer [nummer] tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Veroo-deelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij ten aanzien van verdachte niet-ontvankelijk in het meer of anders gevorderde.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer J. [benadeelde partij] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 144,25, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 1 dag jeugddetentie.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij, voornoemd, in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in de vordering.

Verklaart de benadeelde partij P.H.M. [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in de vordering.

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in de vordering.

Wijst bij wijze van voorschot toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [benadeelde partij] geleden schade tot een bedrag van € 500,- en veroordeelt verdachte bij wijze van voorschot tot betaling van een bedrag van € 125,- aan [benadeelde partij], voornoemd, rekeningnummer [nummer], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij ten aanzien van verdachte niet-ontvankelijk in het meer of anders gevorderde.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 125,-, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 1 dag jeugddetentie.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij, voornoemd, in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij B. [benadeelde partij] geleden schade tot een bedrag van € 4.255,- en veroordeelt verdachte tot betaling van een bedrag van € 1.063,75 aan [benadeelde partij], voornoemd, rekeningnummer [nummer], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Veroor-deelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij ten aanzien van verdachte niet-ontvankelijk in het meer of anders gevorderde.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer B. [benadeelde partij] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 1.063,75, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 10 dagen jeugddetentie.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij, voornoemd, in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [benadeelde partij] geleden schade tot een bedrag van € 1.367,- en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan [benadeelde partij], voornoemd, rekeningnummer [nummer], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het meer of anders gevorderde.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 1.367,- bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 13 dagen jeugddetentie.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij, voornoemd, in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [benadeelde partij] geleden schade tot een bedrag van € 500,- en veroordeelt verdachte tot betaling van een bedrag van € 250,- aan [benadeelde partij], voornoemd, rekeningnummer [nummer], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Veroor-deelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij ten aanzien van verdachte niet-ontvankelijk in het meer of anders gevorderde.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde partij] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 250,-, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 2 dagen jeugddetentie.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij, voornoemd, in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in de vordering.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij Club de [benadeelde partij] geleden schade tot een bedrag van € 6.444,13 en veroordeelt verdachte tot betaling van een bedrag van € 3.222,07 aan Club de [benadeelde partij], voornoemd, rekeningnumm [nummer], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij ten aanzien van verdachte niet-ontvankelijk in het meer of anders gevorderde.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer Club de [benadeelde partij] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 3.222,07, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 32 dagen jeugddetentie.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij, voornoemd, in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij N. [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in de vordering.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [benadeelde partij] geleden schade tot een bedrag van € 64,50 en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan [benadeelde partij], voornoemd, rekeningnummer [nummer], tegen behoorlijk bewijs van kwijting. Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het meer of anders gevorderde.

Beveelt de opheffing van het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur van die voorlopige hechtenis gelijk wordt aan de duur van het onvoorwaardelijk gedeelte van de opgelegde vrijheidsstraf.

9. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.M.A.van den Boogaard, voorzitter, tevens kinderrechter,

mrs. Donders en Mateman, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. Foppe,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 13 juli 2006.