Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2006:AY0315

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
04-07-2006
Datum publicatie
05-07-2006
Zaaknummer
124033
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Afwijzing toepassing schuldsanering. De rechtbank overweegt dat verzoekster aanzienlijke schulden heeft die zijn ontstaan uit onrechtmatige daad, bestaand in het maken van inbreuken op merk- en auteursrechten, en dat verzoekster ten aanzien van het ontstaan van die schulden niet te goeder trouw is geweest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
BIE 2007, 40
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afwijzing toepassing schuldsanering

Rekestnummer: 124033

nummer verklaring: ZAA9010600017

uitspraakdatum: 4 juli 2006

RECHTBANK HAARLEM

ENKELVOUDIGE KAMER

H. VAN V.,

wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER,

heeft op 26 april 2006 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.

Ter terechtzitting van 20 juni 2006 is verzoekster gehoord. Het proces-verbaal van dit verhoor dient als hier ingevoegd te worden beschouwd.

Bij ieder verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling dient de rechtbank ambtshalve te toetsen of de schuldenaar ten aanzien van het ontstaan en/of onbetaald laten van schulden te goeder trouw is geweest. Alle relevante omstandigheden worden meegewogen, zoals de aard en de omvang van de vorderingen, het tijdstip waarop de schulden zijn ontstaan en de mate waarin de schuldenaar een verwijt kan worden gemaakt van dit ontstaan of van het onbetaald laten van de schulden.

Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is het volgende gebleken.

Verzoekster is 42 jaar oud. Zij heeft vanaf 16 januari 2003 tot 25 januari 2006 een groothandel in dameskleding onder de naam El Vita gedreven. Op 14 en 15 november 2005 is bij El Vita en haar afnemer Lipstick Nederland B.V. kleding in beslag genomen. Deze was voorzien van een bij het modemerk Replay behorende teken, waarvan Fashion Box S.P.A. te Asolo (Italië) het merk- en auteursrecht voor de Benelux heeft. Bij vonnis in kort geding van 13 april 2006 is verzoekster op vordering van Fashion Box op straffe van een dwangsom van maximaal € 25.000,00, veroordeeld tot het verstrekken van financiële gegevens ter vaststelling van de schade die Fashion Box heeft geleden door de inbreuk op het merk- en auteursrecht van Fashion Box.

De rechtbank overweegt als volgt.

Verzoekster heeft inbreuk gemaakt op het recht van Fashion Box door in de periode augustus / september 2005 tot half november 2005 te handelen in imitatiekleding voorzien van het merkteken van Replay. Fashion Box heeft ter zake een vordering op verzoekster, waarvan de omvang thans nog niet is vastgesteld. Daar komt bij dat verzoekster heeft verklaard dat zij vanwege betalingsonmacht niet aan de veroordeling tot het verstrekken van door een accountant goed te keuren gegevens kan voldoen, waardoor moet worden aangenomen dat verzoekster € 25.000,00 aan dwangsommen zal verbeuren.

Fashion Box heeft in kort geding gesteld dat zij bij iedere verkoop van een kledingartikel met het inbreukmakende teken een winst heeft gederfd van € 50,00 à € 60,00. Verzoekster heeft ter terechtzitting verklaard dat zij drie maal een partij van 100 à 200 stuks kleding heeft ingekocht. Hoewel de exacte omvang van de schade van Fashion Box niet is vastgesteld kan thans reeds worden geconcludeerd dat deze substantieel is.

Verzoekster heeft ter terechtzitting verklaard dat het ontstaan van de vordering van Fashion Box haar niet kan worden verweten, omdat zij ten tijde van de inkoop van de kleding onbekend was met het merk Replay, en El Vita feitelijk werd gedreven door haar voormalige partner. De rechtbank wijst dat echter van de hand. Gelet op de algemene bekendheid van het merk Replay is niet aannemelijk dat verzoekster – toentertijd ondernemer in de modebranche – het merkteken van Replay niet kende. Nu de eenmanszaak voor rekening van verzoekster werd gedreven en bovendien ter terechtzitting is gebleken dat behoudens haar ex-partner, ook verzoekster kleding showde en verkocht aan klanten, moet zij aansprakelijk worden geacht voor de handel in imitatiekleding door El Vita.

De rechtbank concludeert derhalve dat verzoekster aanzienlijke schulden heeft die zijn ontstaan uit onrechtmatige daad en dat verzoekster ten aanzien van het ontstaan daarvan niet te goeder trouw is geweest. Deze schulden zijn ontstaan binnen de in de jurisprudentie gehanteerde termijn van vijf jaar. Gelet daarop dient het verzoek thans te worden afgewezen. De overige omstandigheden leiden niet tot een andere beslissing.

Bovenstaande brengt met zich mee dat het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling met toepassing van artikel 288 lid 2 onder b FW zal worden afgewezen.

BESLISSING

De rechtbank:

-wijst het verzoek af.

Gewezen door mr. L. van Berkum, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 juli 2006 in tegenwoordigheid van de griffier.