Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2006:AY0054

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
03-07-2006
Datum publicatie
03-07-2006
Zaaknummer
125050
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Met een artikel in Story over het beëindigen van de relatie tussen eiser en diens voormalig advocaat zijn gedaagden op één punt in zorgvuldigheid te kort geschoten. Vordering tot betaling van een voorschot op schadevergoeding afgewezen omdat niet te verwachten valt dat de bodemrechter, indien geadieerd, een vordering tot schadevergoeding zal toewijzen. Dit mede nu eiser van het aanbod van Story om zijn zienswijze op genoemde beëindiging alsnog te publiceren geen gebruik heeft gemaakt

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 125050 / KG ZA 06-256

Vonnis in kort geding van 3 juli 2006

in de zaak van

[EISER],

volgens de dagvaarding: “feitelijk verblijvende te [Woonplaats]”,

eiser,

procureur mr. D.H. Oolbekkink,

advocaat mr. P. Geervliet te Amsterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SANOMA UITGEVERS B.V.,

gevestigd te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer,

2. [GEDAAGDE SUB 2],

wonende in [Woonplaats],

kantoorhoudende te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer,

gedaagden,

procureur mr. M. Middeldorp,

advocaat mr. E.M. Polak te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [Eiser] en Sanoma en [Gedaagde sub 2] genoemd worden.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van Eiser

- de pleitnota van Sanoma en Gedaagde sub 2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1 [Eiser] is gehuwd met [echtgenote], een nicht van [tante]. De relatie tussen [Eiser] en [echtgenote] enerzijds en de familie van [echtgenote] anderzijds is ernstig verstoord geraakt. Tussen [eiser] en [echtgenote] is een echtscheidingsprocedure aanhangig.

2.2 Gedurende de afgelopen jaren heeft [eiser] in het kader van het conflict met de koninklijke familie en in het kader van de echtscheidingsprocedure juridische bijstand gehad van diverse advocaten, laatstelijk van mr. de V. te Amsterdam.

2.3 Sanoma is uitgeefster van het weekblad Story. In Story van 23 mei 2006 is een artikel verschenen van de hand van Gedaagde sub 2 (hierna ook: “het artikel”) over de breuk tussen [eiser] en mr. de [V.] voornoemd. Bij het artikel is een foto geplaatst van [eiser] en mr. de [V.] met daarin de tekst “Topadvocaat mr. Pim de Vos breekt met De Roy van Zuydewijn” en, in kleinere letters, “Krankzinnig gedrag en hysterische huibuien”. Boven het artikel zelf staat vermeld “Meer dan 50.000 euro aan onbetaalde rekeningen”

2.4 Het artikel bevat onder meer de volgende passages:

“(…)

Al eerder vernam Story uit betrouwbare bron dat mr. PIM DE VOS overwoog te stoppen met zijn werkzaamheden voor EDWIN DE ROY VAN ZUYDEWIJN. Mr. De Vos weigerde dat destijds te bevestigen. Deze week zegt hij echter exclusief tegen Story: ‘Over cliënten mag en kan ik geen mededelingen doen. Wel kan ik u thans bevestigen dat ons kantoor de relatie met de heer De Roy heeft beëindigd’.

(…)

Mr. De Vos is de man die met veel engelengeduld bewerkstelligde dat de vaak wispelturige en bij vlagen zelfs krankzinnig gedrag vertonende echtgenoot van prinses MARGARITA zich weer enigszins normaal en haast sympathiek ging gedragen.

(…)

Met het wegvallen van mr. Pim de Vos als zijn grote steun en toeverlaat is de Roy thans overgeleverd aan zichzelf; aan zijn eigen grillen en grollen die zich regelmatig uiten in aanvallen van wartaal en hysterische huilbuien.

(…)

Pim de Vos wilde gezien zijn beroepsgeheim niet bevestigen dat hij zijn werkzaamheden voor De Roy al enkele weken geleden heeft opgeschort ten einde zijn cliënt en diens omstreden adviseur PATRIC ROCTUS de gelegenheid te geven orde op zaken te stellen. Roctus zou immers volgens eigen zegen de niet door De Roy betaalde advocaatrekeningen – inmiddels opgelopen tot meer dan 50.000 euro – voldoen.

(…)

In hoeverre het verbreken van de relatie door mr. De Vos te maken heeft met het feit dat deze financier van De Roy niet aan zijn verplichtingen heeft voldaan, valt op dit moment niet goed vast te stellen.

(…)

In een recent interview met Panorama haalde De Roy zeer grof uit naar koningin BEATRIX en MAXIMA, die hij een lellebel noemde. Mr. De Vos wilde niet bevestigen dat dit voor hem de doorslaggevende reden was geweest om te stoppen, maar bekende Nederlanders die de advocaat goed kennen hebben Story gezegd dat mr. Pim de Vos niet gediend is van dit soort moddergooien.

(…)”

2.5 Bij brief van 23 mei 2006 heeft mr. Geervliet voornoemd Sanoma en Gedaagde sub 2 aansprakelijk gesteld voor de immateriële schade die [eiser] ten gevolge van de publicatie van het artikel heeft geleden en nog zal lijden en hen gesommeerd hem ter vergoeding van die schade EUR 10.000,-- te betalen. Sanoma en Gedaagde sub 2 hebben daaraan niet voldaan.

3. Het geschil

3.1 [eiser] vordert - samengevat – dat de voorzieningenrechter Sanoma en Gedaagde sub 2 zal veroordelen tot betaling aan [eiser] van een voorschot van EUR 5.000,--, ter vergoeding van de door hem geleden immateriële schade.

3.2 Sanoma en Gedaagde sub 2 voeren verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1 [eiser] stelt dat het artikel onrechtmatig is jegens hem, omdat daarin feitelijk onjuiste uitlatingen over hem worden gedaan en omdat het artikel een zeer negatief beeld van hem schetst.

4.2 Volgens [eiser] wordt in het artikel ten onrechte gesuggereerd dat hij declaraties van mr. de [V.] tot een bedrag van EUR 50.000,-- onbetaald heeft gelaten en dat dit aanleiding zou zijn geweest voor mr. de V. om zijn diensten aan [eiser] te beëindigen. [eiser] stelt dat hij geen declaraties van mr. de V. tot genoemd bedrag heeft ontvangen en dat tussen hem en mr. de V. de afspraak bestond dat de kosten van mr. de V. zouden worden voldaan uit de royalty’s van een boek waar [eiser] aan werkte. Mr. de V. heeft zich voorts, aldus [eiser], beroepen op toezeggingen die zouden zijn gedaan door mr. [R.], een adviseur van [eiser]. Van die afspraken stelt [eiser] niet op de hoogte te zijn. Volgens [eiser] spelen onbetaalde rekeningen bij de breuk met mr. de V. in het geheel geen rol. De vertrouwensbreuk is, aldus [eiser] ontstaan doordat hij tijdens de behandeling van een ander kort geding vernam dat mr. de V. buiten zijn medeweten overleg had gevoerd met de advocaat van zijn wederpartij.

4.3 In dit betoog kan [eiser] niet worden gevolgd. Bij een door [eiser] zelf in het geding gebracht e-mail van 3 mei 2006 heeft mr. de V. hem onder meer als volgt bericht:

“(…)

Ter vermijding van misverstanden: onze werkzaamheden blijven opgeschort totdat onze relatie met jou en Patric (voorzieningenrechter: lees mr. Roctus) naar onze tevredenheid zal zijn geregeld, c.q. hersteld. Daarvoor is vereist dat de verplichtingen tegenover ons kantoor alsnog worden nagekomen en dat we overeenstemming met elkaar bereiken over zowel onze vertrouwensrelatie als over de te volgen strategie.

(…)”

4.4 Vervolgens heeft mr. de V. blijkens een eveneens door [eiser] overgelegde brief van 12 mei 2006 medegedeeld:

“(…)

De declaraties aan het adres van Fidice/de heer Roctus worden gehandhaafd, zoals blijkt uit de bijgesloten kopie van mijn mail aan de heer Roctus. Deze heeft overigens niet de facturen geretourneerd. U kunt wel zeggen dat het uw zaak is, maar de heer Roctus heeft zich uitdrukkelijk verbonden om zowel het bedrag van EUR 25.000,-- ex. als de kosten van het kort geding en de daarmee samenhangende werkzaamheden voor zijn rekening te nemen. Hij heeft Fidice BV als factuuradres opgegeven en bij herhaling betaling toegezegd, zoals u herhaaldelijk en hier op kantoor onlangs nog duidelijk is uitgelegd.

(…)

Nadat mijn compagnon en mij eerder is beloofd dat wij betaald zouden worden uit het voorschot of de voorschotten die gegenereerd zouden worden door het boek of de boeken die u aan het schrijven zou zijn. Vorige week moesten wij van u vernemen dat u maar op de knop hoefde te drukken en de boeken zouden klaar zijn, maar dat u dat nu niet uitkomt en dat u dat moment voor u uit wil schuiven. Reden voor mijn compagnon Lensink en mij om u te confronteren met uw uitdrukkelijke toezeggingen en uw verantwoordelijkheid tegenover ons. Waarbij ik benadrukt heb en dat was niet de eerste keer dat het feit dat de heer Roctus op zich heeft genomen om EUR 25.000 ex. over het verleden voor zijn rekening te nemen en ook de kosten van het kort geding te betalen, niet betekende dat u zelf daarvoor niet verantwoordelijk zou zijn.

(…)

Inmiddels bedraagt de vordering van ons kantoor inclusief het nog niet uit gedeclareerde onderhandenwerk waarvoor de heer Roctus/Fidice aansprakelijk is een bedrag van EUR 64.708,96.

(…)”

4.5 Op grond van de hiervoor aangehaalde correspondentie is niet onaannemelijk dat [eiser] declaraties van mr. de V. onbetaald heeft gelaten en dat mr. de V. zijn werkzaamheden voor hem - in ieder geval mede - in verband daarmee heeft beëindigd. Ook blijkt uit de brief van 12 mei 2006 dat [eiser] zich niet op onbekendheid met de afspraken tussen mr. de V. en mr. Roctus kan beroepen. Bovendien nemen die afspraken niet weg dat het gaat om declaraties voor werkzaamheden die zijn verricht ten behoeve van [eiser], voor de betaling waarvan hij in de eerste plaats zelf verantwoordelijk is. Dit betekent dat het artikel niet als onrechtmatig kan worden aangemerkt voorzover daarin wordt gesuggereerd dat de onbetaald gebleven declaraties aanleiding kunnen zijn geweest voor mr. de V. om zijn werkzaamheden voor [eiser] te beëindigen.

4.6 Voorts stelt [eiser] zich op het standpunt dat het artikel onrechtmatig jegens hem is doordat het een zeer negatief beeld geeft van zijn gedrag en karakter en suggereert dat er een verband bestaat tussen dat karakter en de beëindiging van de samenwerking door mr. de V.. Door die suggestie wordt, volgens [eiser], tevens het negatieve beeld dat in sommige media al van hem bestaat in stand gehouden en zelfs versterkt.

4.7 Sanoma en Gedaagde sub 2 betwisten dat de toon en de sfeer van het artikel negatief zijn.

Gelet echter op de gebruikte bewoordingen (“wispelturig, krankzinnig gedrag, hysterische huilbuien, wartaal”) en de toonzetting valt in redelijkheid niet te ontkennen dat het artikel een negatief beeld schetst van [eiser]. Daar staat tegenover dat [eiser] in het kader van zijn conflict met de koninklijke familie veelvuldig de publiciteit heeft gezocht en door zijn uitlatingen in interviews, tijdens televisieprogramma’s alsmede op zijn website het publiek zelf al een indruk heeft gegeven van zijn temperament. Uitgaande van het beeld dat van [eiser] naar voren komt in die uitlatingen kan het artikel niet onrechtmatig jegens hem worden geacht. Dat ligt anders ten aanzien van het in het artikel gesuggereerde verband tussen de persoonlijkheid van [eiser] en de beëindiging van de samenwerking door mr. de V.. Dat verband wordt gesuggereerd door zinnen als “Zijn opvliegende karakter is De Roy dus mogelijk opnieuw opgebroken.”, “Dat het allemaal niet meer zo goed boterde tussen De Roy en zijn raadsheer bleek al tijdens de onlangs gehouden persconferentie in het Amsterdamse Hilton hotel.” “Mr De Vos wilde niet bevestigen dat dit voor hem de doorslaggevende reden was geweest om te stoppen, maar bekende Nederlanders die de advocaat goed kennen hebben Story gezegd dat mr. Pim de Vos niet gediend is van dit soort moddergooien”. Volgens Sanoma en Gedaagde sub 2 is hier slechts sprake van het noemen van mogelijk redenen voor de breuk tussen [eiser] en mr. de V.. In de overgelegde stukken zijn echter onvoldoende aanknopingspunten te vinden die de hier gesuggereerde mogelijkheid kunnen rechtvaardigen. Sanoma en Gedaagde sub 2 hebben deze uitlatingen ook ter zitting niet nader onderbouwd. Op dit punt moet daarom worden geconcludeerd dat Sanoma en Gedaagde sub 2 jegens [eiser] in zorgvuldigheid zijn tekortgeschoten.

4.8 Vervolgens komt aan de orde de vraag of er aanleiding is om op die grond aan [eiser] een voorschot op schadevergoeding toe te kennen. Dienaangaande wordt het volgende overwogen. Sanoma en Gedaagde sub 2 hebben niet betwist dat zij [eiser] niet de gelegenheid hebben geboden zijn visie op de gang van zaken kenbaar te maken voordat het artikel werd gepubliceerd. Zij hebben dat toegelicht door erop te wijzen dat [eiser] geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland heeft, dat zij wel hebben geprobeerd met hem in contact te komen, maar dat dat niet is gelukt voor de deadline van Story 20, op maandag 15 mei 2006. Op dat moment was nog niet bekend wie de nieuwe advocaat was van [eiser]. Na ontvangst van de sommatiebrief van mr. Geervliet heeft Sanoma bij brief van 30 mei 2006 wel aangeboden een interview met [eiser] te publiceren waarin hij zijn kant van het verhaal zou kunnen laten horen. Op dat aanbod is [eiser] niet ingegaan. Nu [eiser] aldus geen gebruikt heeft gemaakt van de hem geboden mogelijkheid om zijn zienswijze te laten publiceren, valt niet te verwachten dat de bodemrechter, indien geadieerd, een vordering tot schadevergoeding zal toewijzen. Tegen die achtergrond is in het kader van een afweging van de wederzijdse belangen het gevorderde voorschot niet voor toewijzing vatbaar. De voorzieningenrechter heeft bij dit oordeel tevens betrokken zijn twijfel of - nog los het vorenstaande - [eiser] door genoemde onzorgvuldigheid van Sanoma en Gedaagde sub 2 zodanig in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast dat plaats is voor vergoeding van immateriële schade.

4.9 De gevraagde voorziening zal derhalve worden geweigerd. [eiser] zal als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Sanoma en Gedaagde sub 2 worden begroot op:

- vast recht EUR 248,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal EUR 1.064,00

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1 weigert de gevraagde voorziening,

5.2 veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van Sanoma en Gedaagde sub 2 tot op heden begroot op EUR 1.064,00,

5.3 verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. van der Meer en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2006.