Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2006:AX8821

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
09-06-2006
Datum publicatie
16-06-2006
Zaaknummer
309609 AO VERZ 06-789
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arbeidsrecht. Ontbinding van de arbeidsovereenkomst met vergoeding. Werkgever heeft het disfunctioneren van de werkneemster niet met stukken gestaafd, van enig disfunctioneren is dan ook niet gebleken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rep.nr.: 309609/ AO VERZ 06-789

datum uitspraak: 9 juni 2006

BESCHIKKING ONTBINDING ARBEIDSOVEREENKOMST

inzake

LEXPOINT B.V.

te Haarlemmermeer

verzoekster

hierna: Lexpoint

gemachtigde: mr. N. Jansen

tegen

[verweerster]

te [woonplaats]

verweerster

hierna: [verweerster]

gemachtigde: mr. S.C. de Lange

De procedure

Op 28 april 2006 is ter griffie een verzoekschrift ontvangen van Lexpoint. [verweerster] heeft een verweerschrift ingediend, tevens inhoudende een voorwaardelijk verzoek.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 2 juni 2006. Op deze zitting hebben partijen hun standpunten nader toegelicht. De gemachtigden hebben pleitnotities overgelegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen verder naar voren hebben gebracht.

Beide partijen hebben producties in het geding gebracht.

De feiten

Lexpoint is officieel dealer van de automerken Volkswagen en Audi.

[verweerster], 27 jaar oud, is sinds 1 mei 2002 bij Lexpoint in dienst, laatstelijk in de functie van verkoper Volkswagen tegen een salaris van € 1.969,50 bruto per maand exclusief vakantiegeld en overige emolumenten.

Op 30 december 2005 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen de directeur van Lexpoint en [verweerster], waarbij [verweerster] onder meer een provisieplan is aangeboden. [verweerster] heeft dat aanbod afgeslagen.

Lexpoint heeft [verweerster] op 10 maart 2006, een dag voor haar vakantie, meegedeeld dat Lexpoint haar na haar vakantie wilde spreken over beëindiging van het dienstverband. Dat vervolggesprek heeft plaatsvonden op 29 maart 2006 en is op 30 maart 2006 voortgezet. Die dag heeft Lexpoint [verweerster] meegedeeld dat zij werd vrijgesteld van haar werkzaamheden. [verweerster] heeft daarop aangegeven als verkoopster Volkswagen te willen blijven werken. [verweerster] heeft haar sleutels alsook haar lease-auto met sleutel aan Lexpoint moeten afgeven. Bij brief van 31 maart 2006 heeft [verweerster] bij brief van haar gemachtigde tegen de schorsing en de verdere gang van zaken geprotesteerd. Bij die brief heeft zij haar arbeid aangeboden. [verweerster] heeft vanaf 30 maart 2006 geen werkzaamheden meer voor Lexpoint verricht.

Het verzoek

Lexpoint verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens veranderingen in de omstandigheden.

Ter toelichting stelt Lexpoint – samengevat – het volgende. [verweerster] functioneert niet goed. Het ontbreekt [verweerster] aan voldoende inzet, interesse en nauwkeurigheid. Na 30 december 2005 is het functioneren van [verweerster] tot een bedenkelijk niveau gedaald; er zijn onder meer allerlei klachten naar voren gekomen over slordigheden in de door [verweerster] beheerde dossiers. Lexpoint heeft de functioneringsgebreken en haar gebrek aan motivatie herhaaldelijk met [verweerster] besproken, waarbij [verweerster] de kans is gegeven zich te verbeteren. [verweerster] heeft echter geen enkele verbetering laten zien in haar functioneren. De problemen die in de werkrelatie zijn ontstaan vinden hun directe oorzaak in de desinteresse van [verweerster] en haar disfunctioneren. Van Lexpoint kan niet gevergd worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Een ontbindingsvergoeding is hier niet op zijn plaats.

Het verweer en het voorwaardelijk tegenverzoek

[verweerster] concludeert tot toewijzing van het verzoek wat betreft de ontbinding, echter wel onder toekenning van een vergoeding van € 33.084,72. Voor het geval Lexpoint haar verzoek op enig moment zou intrekken, verzoekt [verweerster] zelf om ontbinding van de arbeidsovereenkomst onder toekenning aan haar van voormelde vergoeding.

Ter toelichting voert [verweerster] – samengevat – het volgende aan.

Er is geen sprake van dat [verweerster] heeft gedisfunctioneerd. Niet alleen heeft Lexpoint haar stellingen ter zake niet met stukken gestaafd of onderbouwd, haar leiddinggevende [werknemer] heeft in september 2005 zelfs gesproken over haar mogelijke promotie, overigens nog zonder dat een bepaalde functienaam werd genoemd.

Toen [verweerster] in december 2005, na het vertrek van die leidinggevende door de directeur van Lexpoint werd meegedeeld dat zij niet in aanmerking kwam voor die functie van business unitmanager, was zij zeer teleurgesteld. Lexpoint heeft haar de functie van verkoper Audi aangeboden, maar daarop heeft [verweerster] afwijzend gereageerd. Haar is ook toen niet meegedeeld dat zij disfunctioneerde.

Omdat Lexpoint met de schorsing en de andere maatregelen zowel intern en extern in de autobranche de indruk heeft gewekt dat [verweerster] zich schuldig zou hebben gemaakt aan ernstige verwijten, is [verweerster] van mening dat een vruchtbare voortzetting van de werkrelatie er niet meer inzit. Omdat dat te wijten is aan Lexpoint en omdat die diffamerende schorsing het haar extra moeilijk maakt om in de autobranche een nieuwe baan te vinden, is een vergoeding met correctiefactor 3 billijk.

De beoordeling van het verzoek

De kantonrechter heeft zich ervan vergewist dat het verzoek geen verband houdt met het bestaan van een opzegverbod als bedoeld in artikel 7:685 lid 1 BW.

Omdat beide partijen geen mogelijkheden meer zien om de samenwerking op een vruchtbare manier voort te zetten, zal de kantonrechter de arbeidsovereenkomst wegens wijzigingen in de omstandigheden ontbinden. De kantonrechter is voornemens dat te doen tegen 1 juli 2006.

Beoordeeld moet worden of aan [verweerster] in redelijkheid een vergoeding toekomt. De kantonrechter is van oordeel dat dat het geval is op grond van de volgende vaststellingen en overwegingen.

Tegenover de betwisting door [verweerster] heeft Lexpoint haar stelling dat [verweerster] disfunctioneerde niet met stukken gestaafd. Lexpoint heeft bijvoorbeeld geen enkel verslag van functionerings-gesprekken overgelegd. Ook de stelling dat de verkoopresultaten van [verweerster] achterbleven bij die van haar collega’s heeft Lexpoint niet met stukken gestaafd, terwijl dergelijke gegevens toch voorhanden moeten zijn. De door Lexpoint genoemde incidenten waaruit disfunctioneren zou moeten blijken, zijn door [verweerster] stuk voor stuk gemotiveerd weersproken. Lexpoint heeft de verwijten vervolgens niet nader feitelijk kunnen onderbouwen, zodat deze niet aannemelijk zijn gemaakt.

Lexpoint heeft nog wel een artikel overgelegd uit het blad Autovisie, waarin een mystery shopper kritiek uitte over de verkoopster (verweerster) die hem bij zijn bezoek aan Lexpoint te woord had gestaan, maar niet alleen stamt dat artikel over een eenmalig bezoek uit december 2004, daartegenover staan ook het voor [verweerster] positieve mystery shopper onderzoeksrapport van Audi waarin het veldwerk zich begin 2005 over enige weken heeft uitgestrekt en de brief van Lexpoint zelf van 12 juli 2005 waarin zij [verweerster] naar aanleiding van het tussentijds functioneringsgesprek en haar groeiende prestaties een salarisverhoging heeft toegekend.

Misschien heeft [verweerster] na het voor haar teleurstellende gesprek in december 2005 laten doorschemeren dat zij minder gemotiveerd was dan voorheen, maar dat zij daarna heeft gedisfunctioneerd is niet gebleken.

Met het oog op het voorgaande is het Lexpoint te verwijten dat zij [verweerster] op 30 maart 2006 heeft geschorst en dat [verweerster] diezelfde dag nog alle sleutels en haar auto heeft moeten inleveren.

Lexpoint stelt dat [verweerster] toen werd vrijgesteld van werkzaamheden en dat [verweerster] niet actief heeft geprotesteerd tegen die vrijstelling. Bij vrijstelling van werkzaamheden is echter gewoonlijk sprake van wederzijdse instemming en van instemming van de zijde van [verweerster] is niet gebleken. Integendeel, bij brief van haar gemachtigde van 31 maart 2006 is uitdrukkelijk geprotesteerd tegen de schorsing, waarbij zij heeft aangegeven dat zij de wijze waarop de arbeidsrelatie feitelijk op 30 maart 2006 door Lexpoint is beëindigd, onnodig grievend acht.

De kantonrechter kan die zienswijze van [verweerster] billijken. Voor de zware en diffamerende maatregel van schorsing is in deze geen grond gebleken.

Het vorenstaande leidt ertoe dat de kantonrechter [verweerster] een vergoeding toekent van € 12.750 bruto, waarbij rekening is gehouden met een maandsalaris van € 2.127,06 bruto inclusief vakantietoeslag. De kantonrechter ziet geen aanleiding om rekening te houden met het feit dat Lexpoint vanaf 30 maart 2006 het loon aan [verweerster] heeft doorbetaald zonder dat daar arbeid tegenover stond; Lexpoint heeft zelf de keuze gemaakt om [verweerster] niet voor haar te laten werken, terwijl [verweerster] had aangegeven gewoon te willen werken.

Lexpoint heeft geen vergoeding aangeboden, terwijl [verweerster] een hogere vergoeding heeft gevraagd, zodat de kantonrechter beide partijen in de gelegenheid zal stellen het (tegen)verzoek in te trekken.

Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht behoeft geen bespreking meer, nu dit in het licht van hetgeen in deze beschikking is vastgesteld en overwogen, niet tot een andere beslissing kan leiden.

Gezien de aard van de procedure worden de kosten tussen partijen gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Beslissing

De kantonrechter:

stelt partijen ervan in kennis voornemens te zijn de arbeidsovereenkomst tegen 1 juli 2006 te ontbinden onder toekenning van een vergoeding als hierna is vermeld;

bepaalt dat partijen de gelegenheid hebben het verzoek in te trekken door middel van een uiterlijk op 26 juni 2006 te 15.00 uur ter griffie ontvangen schriftelijke mededeling met gelijktijdige toezending van een afschrift daarvan aan de wederpartij;

voor het geval geen van partijen of slechts één partij het verzoek intrekt wordt alvast als volgt beslist:

ontbindt de arbeidsovereenkomst tegen 1 juli 2006;

kent aan [verweerster] ten laste van Lexpoint een vergoeding toe van € 12.750,00 bruto, ineens te voldoen, als aanvulling op ingevolge sociale verzekeringswetten te ontvangen uitkeringen dan wel elders te verwerven lager inkomen uit arbeid;

veroordeelt voor zover nodig Lexpoint tot betaling van die vergoeding;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst af hetgeen meer of anders is verzocht;

voor het geval beide partijen hun verzoeken intrekken:

bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.A. Boom en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.