Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2006:AX8660

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
31-05-2006
Datum publicatie
15-06-2006
Zaaknummer
109653/HA ZA 05-134
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Na bewijslevering oordeelt de rechtbank dat X., die in de loop der jaren problematisch speelgedrag heeft ontwikkeld in een casino van gedaagde, zijn als gevolg van dat speelgedrag geleden schade niet op gedaagde kan verhalen. Daartoe wordt overwogen dat (het personeel van) gedaagde, anders dan X. heeft aangevoerd, X. in de tijdspanne waarop de vordering betrekking heeft niet tegen zichzelf in bescherming hoefde te nemen. Dit omdat gedaagde uit het gedrag van X. in die periode niet heeft behoren af te leiden dat X. problematisch speelgedrag had ontwikkeld.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 162
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JA 2006/110
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 109653 / HA ZA 05-134

Vonnis van 31 mei 2006

in de zaak van

X,

wonende te [woonplaats],

eiser,

procureur mr. R.A. van Wijk,

advocaat mr. M.N.R. Nasrullah te Rotterdam,

tegen

de stichting NATIONALE STICHTING TOT EXPLOITATIE VAN CASINOSPELEN IN NEDERLAND,

gevestigd te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer,

gedaagde,

procureur mr. M. Middeldorp,

advocaat mr. S.F. Sagel te 's-Gravenhage.

Partijen zullen hierna X. en Holland Casino genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 23 maart 2005

- het proces-verbaal van comparitie van 10 juni 2005 en de stukken waarnaar daarin wordt verwezen

- de producties 6 tot en met 8 (bedoeld zal zijn: 7 tot en met 9), die zijdens Holland Casino bij brief van 14 oktober 2005 aan de griffie zijn toegezonden

- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 17 oktober 2005

- het proces-verbaal van tegenverhoor van 22 december 2005

- conclusie na enquete zijdens X.

- conclusie van antwoord na enquete zijdens Holland Casino.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Holland Casino organiseert en exploiteert speelcasino’s. Zij is daartoe bevoegd krachtens vergunning uit hoofde van de Wet op de Kansspelen (1975). Vanaf 1990 is zij haar preventiebeleid kansspelverslaving gaan intensiveren door naast de reeds bestaande mogelijkheid van een vrijwillig entreeverbod de mogelijkheid in te stellen dat een bezoeker voor de duur van zes of twaalf maanden zijn bezoekfrequentie beperkt tot een afgesproken aantal bezoeken aan de casino’s. Dergelijke maatregelen zijn niet tussentijds opzegbaar, zo bepaalt artikel 11 lid 2 van het Huisreglement voor de speelcasino’s, een regelement als bedoeld in artikel 10 van de Beschikking casinospelen 1996 (hierna: de Beschikking). Artikel 12 van dat reglement luidt als volgt:

Terzake van het door Holland Casino te voeren preventiebeleid kansspelverslaving kan onder bijzondere omstandigheden aan personen de toegang tot het speelcasino worden ontzegd, dan wel een bezoekbeperking worden opgelegd. Zulks kan het geval zijn indien het speelgedrag de belangen van de betrokken persoon of diens direct afhankelijken schaadt.

Artikelen 14 en 15 van de Beschikking luiden als volgt:

Artikel 14.

1. De stichting ziet erop toe dat het speelzaalpersoneel geen aansporingen doet tot onmatige deelneming aan de door de stichting georganiseerde kansspelen.

2. (...)

Artikel 15

1. De stichting draagt zorg voor een evenwichtig beleid op het gebied van de kansspelverslaving en treft de maatregelen en voorzieningen die nodig zijn om onmatige deelneming aan de door de stichting georganiseerde kansspelen zoveel mogelijk te voorkomen.

2. (...)

2.2. Sinds medio 1997 is bij Holland Casino tevens het zogenoemde OASE-systeem in werking. Dit is een volledig geautomatiseerd systeem waarin alle incidenten en bijzonderheden, zoals kansspelverslaving, wangedrag of beschermende maatregelen worden verwerkt. Het systeem is gekoppeld aan het bezoekersregistratiesysteem van Holland Casino.

2.3. Na afloop van een beschermende maatregel als hiervoor aangeduid vindt een nazorggesprek plaats. Vervolgens geldt in beginsel nog een nazorgperiode van dertien maanden waarin de maandelijkse bezoekfrequentie van de desbetreffende bezoeker wordt gecontroleerd, hetgeen tot een nieuw gesprek aanleiding kan geven.

2.4. Sinds 2000 worden de meest frequente bezoekers actief door Holland Casino benaderd, waarbij aanvankelijk van 20 bezoeken per maand werd uitgegaan, later van 15 bezoeken per maand. Met hen wordt door de floormanager een neutraal gastheergesprek gehouden. Wanneer de floormanager naar aanleiding daarvan een verslavingsprobleem bij de desbetreffende bezoeker vermoedt, wordt deze bevinding in het OASE-systeem opgenomen en aan de afdeling Security & Risk Control gemeld, waarna deze afdeling beoordeelt of een kansspelverslavingsgesprek met de bezoeker nodig is.

2.5. X. bezoekt sinds eind 1985 de vestiging van Holland Casino in Rotterdam. Sinds de periode mei/juni 2001 lijdt hij aan de ziekte van Besnier Boeck, waarvan hij psychische problemen als neerslachtigheid en depressiviteit ondervindt.

2.6. Op 25 oktober 2002 heeft X. een gesprek gehad met M.W., die onder de naam “M.” als tafelleidster bij Holland Casino te Rotterdam werkzaam is.

Ten vervolge op dit gesprek en het door W. daarvan uitgebrachte verslag in het OASE-systeem heeft J.P.M. van der G., als assistent manager Security Risk & Control bij Holland Casino werkzaam, op 27 oktober 2002 een gesprek met X. gevoerd. Dit gesprek is niet gevolgd door enige maatregel ten aanzien van X.. Wel heeft Van der G. in het OASE-systeem aangetekend: “nagaan BF in verband met nazorg”.

2.7. Per 31 januari 2003 heeft X. op zijn verzoek een bezoekbeperking tot één bezoek per maand voor de duur van zes maanden door Holland Casino opgelegd gekregen. Op 4 april 2003 heeft X. om opheffing van deze bezoekbeperking verzocht, maar dat verzoek is door een medewerker van Holland Casino afgewezen omdat de termijn van zes maanden nog niet was verstreken.

2.8. Op 10 april 2004 heeft X. een entreeverbod voor de duur van één jaar genomen. Bij brief van 10 september 2004 heeft hij Holland Casino aansprakelijk gesteld voor de door hem na mei/juni 2001 geleden verliezen met het roulettespel in haar vestiging te Rotterdam, alsmede voor de immateriële schade die hij als gevolg daarvan heeft geleden. Bij brief van 23 september 2004 heeft Holland Casino iedere aansprakelijkheid van de hand gewezen.

3. Het geschil

3.1. X. vordert - samengevat – een verklaring voor recht dat Holland Casino (jegens hem) toerekenbaar is tekort geschoten in de nakoming van haar verplichtingen en onrechtmatig heeft gehandeld, en daarnaast de veroordeling van Holland Casino tot betaling van een bedrag van in totaal € 89.500,--, vermeerderd met rente en kosten, alles zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad. Genoemd bedrag bestaat uit een bedrag van € 78.000,-- wegens geleden verliezen, een bedrag van € 10.000,-- wegens immateriële schade en nog een bedrag van € 1.500,-- voor kosten advocaat. X. legt, mede gelet op zijn verklaringen ter comparitie, aan deze vordering ten grondslag dat hij tussen mei/juni 2001 en 31 januari 2003 frequent roekeloos speelgedrag bij het roulettespel vertoonde en dat de medewerkers van Holland Casino in weerwil van haar preventiebeleid hem daarvan niet hebben weerhouden, maar juist hebben bevorderd dat hij daarmee voortging totdat hij op 30 januari 2003 op eigen initiatief om een bezoekbeperking kwam vragen. Eerst nadien heeft hij zijn speelgedrag onder controle gekregen, waarna Holland Casino hem pas in augustus 2003 terzake aansprak en dat nog alleen omdat de bezoekbeperking toen was afgelopen.

3.2. Holland Casino voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Waar Holland Casino de stellingen van X. gemotiveerd betwist, en ook ter comparitie is blijven betwisten, heeft de rechtbank bij gelegenheid van de comparitie, uitgaande van de hiervoor weergegeven bepalingen van de Beschikking en het Huisreglement van Holland Casino, X. opgedragen te bewijzen dat het voor medewerkers van Holland Casino te Rotterdam in de periode vanaf mei 2001 tot medio oktober 2002 kenbaar was dat hij, X., frequent roekeloos en problematisch speelgedrag vertoonde en dat zijn problematisch speelgedrag zowel voor als na oktober 2002 door medewerkers van Holland Casino werd bevorderd.

4.2. In het kader van de hierop gevolgde bewijslevering heeft eerst X. drie getuigen doen horen, waarna Holland Casino in tegenverhoor één getuige heeft voorgebracht.

4.3. Bij de waardering van de bewijslevering in samenhang met de door partijen ingenomen standpunten staat voorop dat iedere bezoeker van Holland Casino in beginsel vrij is te bepalen aan welke spelvariant hij deelneemt, welke bedragen hij daarbij inzet en hoe vaak. Iedere deelnemer draagt ook in beginsel de verantwoordelijkheid voor zijn eigen speelgedrag. Dit kan anders komen te liggen indien zich omstandigheden voordoen die voor Holland Casino kenbaar zijn en voor haar aanleiding behoren te vormen in te grijpen ter bescherming van de belangen van de bezoeker of zijn direct afhankelijken, zoals bedoeld in artikel 12 van het Huisreglement voor de speelcasino’s (zie hiervoor in 2.1.). Het gaat in zo’n geval niet alleen om een bevoegdheid als neergelegd in die bepaling maar tevens om een verplichting van Holland Casino jegens de bezoeker, welke verplichting onder meer uitdrukking vindt in de hiervoor weergegeven bepalingen van de Beschikking.

4.4. X. was een ervaren bezoeker van Holland Casino te Rotterdam. Hij kwam daar sinds 1985. Uit de door Holland Casino overgelegde bezoekfrequentielijst kan worden afgeleid dat zijn bezoekfrequentie fluctueerde. Zo kan daaruit worden afgelezen dat hij in de maanden september, oktober, november en december 2003 - een periode waarin hij zijn speelgedrag naar eigen zeggen (weer) onder controle had - 22, respectievelijk 16, 12 en 17 keer een bezoek aan Holland Casino heeft gebracht. In de periode, die in dit geding ter discussie staat - mei 2001 tot en met januari 2003 - was zijn bezoekfrequentie: 15, 11, 14, 19, 22, 4, 10, 12, 17, 17, 19, 18, 22, 17, 13, 6, 2, 17, 13, 18 en 22. April 2001 laat een aantal bezoeken van 15 zien. In de periode daarvoor is het beeld beduidend rustiger. Maar mei 2000 (een jaar voordat X. ziek werd) noteert 17 bezoeken, terwijl 1999 het volgende beeld laat zien: 13, 6, 9, 4, 8, 16, 3, 3, 6, 17, 10 en 9. Het jaar 1998 noteert aantallen van 14 (in juli en augustus) en van 10 en 9 (in oktober en december), maar ook van 3 (in november) en 5 (in september).

4.5. Uit vorenstaande cijfers kan worden opgemaakt dat de bezoekfrequentie van X. van 1998 tot 2004 onregelmatig was, met pieken van 22 (in september en januari 2003, in mei 2002 en in september 2001), hoge scores (in december 2003, een aantal maanden in 2002 en 2001, maar ook in mei 2000, juni 1999 en augustus en juli 1998) en lage aantallen (in april en februari 2004, maar ook in september 2002, in oktober, februari en januari 2001 en in een aantal maanden in 2000 en 1999, maar nauwelijks in 1998).

4.6. Ervan uitgaande, op basis van de stellingen van X. zelf, dat zijn speelgedrag voor mei 2001 en na augustus 2003 niet problematisch was, kan niet aan de hand van deze bezoekcijfers worden gezegd dat Holland Casino in de daar tussen gelegen periode in de bezoekfrequentie van X. aanleiding had behoren te vinden zich om zijn speelgedrag te bekommeren.

4.7. De omstandigheid dat X. in laatstbedoelde periode aan de ziekte van Besnier/Boeck leed, vormde daartoe evenmin aanleiding, nu niets erop wijst dat Holland Casino het bestaan van die omstandigheid uit het gedrag van X. of uit andere bron had behoren af te leiden.

4.8. X. heeft Holland Casino er zelf na mei 2001 klaarblijkelijk ook niet op eenduidige wijze op gewezen dat hij ziek was en/of zijn speelgedrag problematische vormen had aangenomen. Weliswaar heeft hij op 25 oktober 2002 bij de tafelleidster M. W. (“M. ”) zijn gemoed uitgestort en verteld hoeveel hij al had verloren, maar op 27 oktober 2002, daarop aangesproken door J.P.M. van der G. heeft hij, naar deze als getuige verklaart, geamuseerd gereageerd en ook overigens niet de indruk gewekt dat hij problemen met zijn speelgedrag ondervond. Als partijgetuige geeft X. weliswaar een andere lezing van dit gesprek, maar van de juistheid daarvan kan niet worden uitgegaan, gelet ook op de gedetailleerde, andersluidende verklaring van Van der G. hierover en op de verklaring van W., die inhoudt dat nooit iets bijzonders aan X. te merken viel, behoudens tijdens het gesprek dat zij op 25 oktober 2002 met hem heeft gehad, van welk gesprek zij een formulier heeft opgemaakt, dat tot het onderhoud van 27 oktober heeft geleid.

4.9. Zowel X. als de door hem voorgebrachte getuige B.S. S. verklaren dat hij, X., in de hier aan de orde zijnde periode roekeloos en problematisch speelgedrag vertoonde door de bedragen, die hij inzette, door zijn keuze voor het Paroli-spel en door de drank, die hij daarbij bestelde en kreeg aangeboden van het personeel van Holland Casino. Zo rende X. tussen de geldautomaat en de speeltafel op en neer, ging hij naar mate de avond vorderde meer drinken en met grotere bedragen spelen, en moedigde het personeel hem aan zijn inzet na winst nog eens te laten staan, waarbij X. als mijnheer P. werd aangesproken. Aldus de getuigen.

4.10. Indien op grond van deze verklaringen al kan worden aangenomen dat voor Holland Casino kenbaar is geweest dat X. na mei 2001 roekeloos is gaan spelen - de door X. overgelegde bankafschriften van geldopnamen van X. in de vestiging van Holland Casino te Rotterdam uit die periode bieden daarvoor eveneens enige aanknopingspunten (met name voor wat betreft 17 en 21 september, 1 en 10 oktober en 17 december 2001, op 10, 18 en 21 januari, 4 maart, 29 mei, 17 en 18 oktober, 11 november en 17 december 2002, en op 27 januari en 3 februari 2003) - dan nog is onvoldoende aannemelijk geworden dat Holland Casino het verwijt kan worden gemaakt dat zij niet heeft onderkend dat het speelgedrag van X. behalve roekeloos ook problematisch was en wel in die zin dat hij daar zelf geen greep meer op had, zodat Holland Casino had dienen in te grijpen.

4.11. Uit de door X. overgelegde bankafschiften uit de periode mei 2001 tot medio maart 2003 kan worden afgeleid dat het aantal dagen per maand waarop X. in die periode in de vestiging van Holland Casino te Rotterdam geld heeft opgenomen wel fluctueert, maar zelden uitkomt boven de zeven. Het aantal opnamen per bezoekdag fluctueert na augustus 2001 beduidend, maar op veruit de meeste bezoekdagen wordt niet meer dan één keer per half uur een opname gedaan. Op bezoekdagen waarop een aanzienlijk aantal opnamen te zien is of waarop binnen één uur meer dan twee opnamen plaatsvinden, valt tevens af te lezen dat het dan in bijna alle gevallen om opnamen gaat van aanzienlijk minder grote bedragen (veelal tussen € 100 en € 300) dan op dagen, die maar enkele geldopnamen laten zien (aldus op 21, 28, 29 en 30 januari, 26 februari, 4 maart, 15 april, 8 en 28 augustus, 9 september, 17 oktober en 13 december 2002 en op 15 en 27 januari en 3 februari 2003).

4.12. Het zojuist weergegeven opnamepatroon geeft niet het beeld van een bezoeker, die de greep op zijn speelgedrag kwijt is; X. mag wellicht op een aantal bezoekdagen roekeloos hebben ingezet, over de omvang van de bedragen, die hij opnam om te gaan inzetten had hij kennelijk nog wel bepaalde controle. In ieder geval valt niet in te zien dat of hoe Holland Casino uit dit opnamepatroon - hetwelk zich in zijn inzetten bij het roulettespel zal hebben vertaald - voor 31 januari 2003 had behoren af te leiden dat X. problematisch speelgedrag had ontwikkeld en dus tegen zichzelf moest worden beschermd, teminder waar hij zich altijd terughoudend en correct gedroeg (aldus W.), nooit klaagde (behoudens op 25 oktober 2002) en desgevraagd (op 27 oktober 2002) te kennen gaf geen problemen te hebben.

4.13. Hierbij tekent de rechtbank nog aan dat ook indien wordt aangenomen dat het speelgedrag van X. in de gegeven omstandigheden Holland Casino zonder meer verplichtte in de tweede helft van 2001 of de eerste helft van 2002 met X. contact op te nemen teneinde te onderzoeken of bij hem sprake was van problematisch speelgedrag (in plaats van zich te beperken tot het opvangen van signalen of het doen van waarnemingen op afstand), dit voor de uitkomst van het onderhavige geschil geen verschil maakt, nu - bij die benadering - het betoog van X. afstuit op de omstandigheid dat hij op 27 oktober 2002, hoewel uitdrukkelijk daarop aangesproken in een daartoe door Holland Casino gearrangeerd onderhoud, niet aan Van der G. heeft verteld wat er met hem aan de hand was en uit niets blijkt dat hij dat wel zou hebben gedaan wanneer hij op enig eerder (of later) moment door Holland Casino ter zake zou zijn aangesproken.

4.14. Het voorgaande wordt niet anders wanneer daarbij wordt betrokken de aanname dat X. meermalen tussen speeltafel en geldautomaat heeft gerend en/of tijdens het spel meer whiskey dronk dan verstandig kan worden genoemd. Uit de bewijslevering kan namelijk vanwege de verklaring van W. niet als vaststaand worden aangenomen dat Holland Casino X. stelselmatig meerdere glazen whiskey per bezoek aanbood en dat hij (mede) als gevolg van overmatig drankgebruik meer dan eens de controle over zijn speelgedrag verloor. Een dergelijk royaal drankbeleid zou ook niet zijn te rijmen met het hiervoor weergegeven preventiebeleid van Holland Casino waaraan zij in het geval van X. zo te zien strak de hand heeft gehouden; op zijn ontboezemingen van 25 oktober 2002 volgde reeds op 27 oktober 2002 een gesprek met Van der G., toen X. op 4 april 2003 om opheffing van zijn bezoekbeperking verzocht, werd dat verzoek door Holland Casino afgewezen en op zijn verzoek heeft X. op 10 april 2004 een entreeverbod voor de duur van één jaar gekregen. In de gegeven omstandigheden is niet aangetoond dat Holland Casino zich nog meer om X. had moeten bekommeren. Daartoe had X. zelf meerdere en ook eerdere signalen dienen af te geven, die Holland Casino had kunnen verstaan als de signalen van een regelmatig bezoeker, die in september 2001 de controle over zijn speelgedrag is kwijtgeraakt en daarom hulp nodig had. Gesteld noch gebleken is dat hij dan wel iemand uit zijn omgeving dat heeft gedaan.

4.15. De slotsom is dat het gevorderde aan X. dient te worden ontzegd.

4.16. Als de in het ongelijk gestelde partij zal X. in de gedingkosten worden verwezen, uitvoerbaar bij voorraad zoals gevorderd.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. wijst het gevorderde af,

5.2. veroordeelt X. in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Holland Casino begroot op € 1.970,-- voor verschotten en op € 3.576,-- voor kosten procureur,

5.3. verklaart vorenstaande kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mrs. D.P. Ruitinga, M. Flipse en P.M. Wamsteker en in het openbaar uitgesproken op 31 mei 2006.?