Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2006:AV7917

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
31-03-2006
Datum publicatie
03-04-2006
Zaaknummer
302366 AO VERZ 06-242
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met arbeidsongeschikte werknemer.

De kanonrechter is van oordeel, dat werkgeefster zich niet voldoende heeft ingespannen om werknemer te helpen bij het overwinnen van zijn alcoholverslaving. Geen dringende reden die de ontbinding rechtvaardigt, terwijl evenmin is gebleken van een zodanige verandering van omstandigheden dat de arbeidsovereenkomst dient te worden ontbonden.

Het verzoek wordt afgewezen. De reflexwerking van het opzegverbod bij ziekte heeft bij deze beslissing een rol gespeeld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RAR 2006, 105
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

sector kanton, locatie Haarlem

zaaknummer: 302366 AO VERZ 06-242

datum uitspraak: 31 maart 2006

Beschikking ontbinding arbeidsovereenkomst

in de zaak van:

de besloten vennootschap P.C. VAN DER WIEL B.V.

te Beinsdorp (gemeente Haarlemmermeer)

verzoekster

hierna: “Van der Wiel”

gemachtigde: mr. J. Cival

--tegen--

[verweerder]

te [woonplaats]

verweerder

hierna: [verweerder],

gemachtigde: mr. N. Jansen

1. De procedure

1.1 Op 16 februari 2006 is ter griffie een verzoekschrift ontvangen van Van der Wiel, strekkende tot ontbinding van de tussen partijen bestaande arbeidsover-eenkomst. [Verweerder] heeft een verweerschrift ingediend dat op 10 maart 2006 bij de griffie is ontvangen. Daarna zijn van partijen nog producties ontvangen.

1.2 De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 16 maart 2006. Op deze zitting hebben partijen hun standpunten nader toegelicht. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen ter zitting is verhandeld en door beide partijen is een pleitnota overgelegd.

1.3 De inhoud van de hiervoor genoemde stukken dient als hier ingelast te worden beschouwd.

2. De feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende betwist, staat tussen partijen het volgende vast:

a. [Verweerder] is in dienst van Van der Wiel vanaf 9 april 1996 op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. [Verweerder] is 54 jaar oud. Het huidige salaris van [verweerder] bedraagt € 1.734,-- bruto per maand exclusief vakantiegeld. Sedert 1 januari 2006 ontvangt [verweerder] 70% daarvan. [verweerder] is werkzaam als algemeen medewerker.

b. In december 2004 is [verweerder] uitgevallen met lichamelijke klachten, die verband hielden met een hartaandoening. In oktober 2005 heeft [verweerder] zijn werkzaamheden gedeeltelijk, voor 50% en op arbeidstherapeutische basis, hervat in zoveel mogelijk aangepast werk. Per 12 december 2005 was [verweerder] formeel 50% arbeidsgeschikt. Per 1 februari 2006 is [verweerder] weer volledig arbeidsongeschikt wegens, aldus de bedrijfsarts, fors beperkte fysieke/psychische belastingsmogelijkheid.

c. [Verweerder] heeft een alcoholprobleem.

3. Het verzoek

3.1 Van der Wiel verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Van der Wiel baseert het verzoek primair op het bestaan van een dringende reden en subsidiair is het verzoek gebaseerd op een verandering in de omstandigheden. Ter toelich-ting heeft Van der Wiel – samengevat – het volgende gesteld.

3.2 Kort na werkhervatting in oktober 2005 is Van der Wiel geïnformeerd over alcoholgebruik tijdens het werk door [verweerder]. [Verweerder] ontkende dit. In november 2005 heeft Van der Wiel de kwestie voorgelegd aan de Arbo-arts. Wederom ontkende [verweerder] dat er alcoholproblematiek speelde. [Verweerder] is door de Arbo-arts gewezen op de risico’s van alcoholgebruik tijdens het werk en op zijn verantwoordelijkheden. [Verweerder] is verwezen naar een maatschappelijk werker en op 25 november 2005 heeft [verweerder] een schriftelijke waarschuwing gekregen van Van der Wiel. Op tweede kerstdag 2005 deed zich een ernstig incident voor terwijl [verweerder] aan het werk was bij een opdrachtgever van Van der Wiel. [Verweerder] viel bij aankomst op zijn werk bij het openen van de deur uit zijn bedrijfswagen en verkeerde in kennelijke staat van dronkenschap. [Verweerder] is toen verboden te gaan werken op de strooiwagen. [Verweerder] heeft dit verbod in de wind geslagen en geweigerd instructies en verzoeken van Van der Wiel op te volgen. Uiteindelijk heeft [verweerder] de auto verlaten waarna in de wagen van [verweerder] talloze halve literflessen bier werden aangetroffen waarvan er vijf leeg waren. [Verweerder] is verboden ooit nog het terrein van de opdrachtgever te betreden en is het terrein afgezet. [Verweerder] is vervolgens ontslag aangezegd. Daarna was [verweerder] niet meer op het werk en telefonisch niet bereikbaar. Eerst in de loop van januari 2006 meldde [verweerder] telefonisch dat hij niet in staat was om te werken. Van der Wiel is primair van oordeel dat het incident op 26 december 2005 een dringende reden oplevert en er bovendien toe heeft geleid dat geen en-kele medewerker van Van der Wiel ooit nog met [verweerder] wenst samen te werken. Subsidiair heeft Van der Wiel aangevoerd dat de arbeidsrelatie met [verweerder] als gevolg van diens handelen ernstig is verstoord zodat een vruchtbare samenwerking niet meer mogelijk is. Op grond hiervan dient ontbinding van de arbeidsovereenkomst plaats te vinden. Van der Wiel biedt geen vergoeding aan.

4. Het verweer

4.1 [Verweerder] heeft primair geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek. Voor het geval de arbeidsovereenkomst toch wordt ontbonden heeft [verweerder] in het ver-weerschrift verzocht om toekenning van een vergoeding ad € 48.687,66 bruto. Ter toelichting heeft [verweerder] – samengevat – het volgende aangevoerd.

4.2 [Verweerder] vraagt aandacht voor zijn voorgeschiedenis en heeft aangegeven in augustus 2004 van zijn specialist te horen te hebben gekregen dat hij een pro-bleem had met één van de kleppen van zijn hart. Hij is geopereerd en heeft in het begin van 2005 een moeilijke periode gekend met veel angsten en stress. Ook problemen in zijn familie en zijn huwelijk maakten dat [verweerder] zijn toevlucht zocht tot de drank. Daardoor voelde hij zich beter. Een operatie in maart 2005 heeft tot problemen geleid waardoor [verweerder] moest revalideren. Zijn huwelijk kwam tot een einde en na intensieve revalidatie ging het weer beter. Wel was er nog sprake van een alcoholverslaving. Voor die alcoholverslaving wordt hij be-handeld. Ondanks deze problemen wil [verweerder] wel weer aan het werk bij Van der Wiel. Hij is nu van de drank af. Hij ontkent ooit op zijn werk te hebben gedronken. Zijn verslaving heeft hij uit schaamte ontkend. [Verweerder] ontkent uit-drukkelijk dat er sprake was van dronkenschap op 26 december 2005. Zijn onzekere gang op die dag werd veroorzaakt doordat hij last had van duizelingen die het gevolg waren van zijn hartfalen. [Verweerder] ontkent dat de gang van zaken op 26 december 2005 zo is geweest als door Van der Wiel is beschreven. [Verweerder] wijst erop dat hij momenteel weer volledig arbeidsongeschikt is en dat het verzoek van Van der Wiel verband houdt met zijn arbeidsongeschiktheid. Als er al sprake zou zijn van een verstoorde arbeidsrelatie dan ligt het op de weg van Van der Wiel om te trachten die relatie weer te normaliseren. Van der Wiel heeft naar het oordeel van [verweerder] geen enkele inspanning in dat opzicht verricht. In plaats daarvan is een voorstel gedaan ter beëindiging van het dienstverband. [Verweerder] betwist dat collega’s niet meer met hem willen werken.

5. De beoordeling van het verzoek

5.1 De kantonrechter heeft zich ervan vergewist of het verzoek verband houdt met het bestaan van een opzegverbod als bedoeld in artikel 7:685 lid 1 BW. Daarvan is geen sprake nu Van der Wiel het verzoek baseert op een dringende reden en subsidiair op verstoorde verhoudingen. Feit is echter wel dat [verweerder] momenteel volledig arbeidsongeschikt is welke arbeidsongeschiktheid geen verband houdt met zijn werk bij Van der Wiel.

5.2 Omtrent de vraag of zich gewichtige redenen voordoen die tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst moeten leiden wordt het volgende overwogen.

5.3 Ter zitting is gebleken dat partijen verschillend aankijken tegen het alcohol-probleem van [verweerder]. Van der Wiel heeft de indruk dat er weliswaar een probleem is maar dat [verweerder], die eerder ontkende een alcoholprobleem te hebben, nu aangeeft dat er sprake is van een alcoholverslaving om daarmee de situatie uit de verwijtbare sfeer te halen. Gebleken is in ieder geval dat [verweerder] zich voor het probleem laat behandelen. In hoeverre het alcoholprobleem (mede) heeft geleid tot de huidige volledige arbeidsongeschiktheid is niet duidelijk (geworden).

5.4 Het is niet zo dat een werkgever zich van een alcoholverslaafde werknemer alles moeten laten welgevallen. Evenmin is het zo dat een werknemer zich steeds achter zijn alcoholprobleem kan verschuilen. Wel wordt van een werkgever verwacht de werknemer de nodige hulp te bieden om van het probleem af te komen. Valt de werknemer, ondanks geboden hulp, toch steeds weer terug in problematisch gedrag, met alle belastende gevolgen van dien voor de bedrijfsvoering van de werkgever, dan zal beëindiging van het dienstverband aangewezen kunnen zijn. Daarbij dienen de persoonlijke belangen van de werknemer en de omstandigheden van het geval niet uit het oog te worden verloren. [Verweerder] is tien jaar in dienst en niet is gebleken dat er, voordat [verweerder] uitviel in december 2004, sprake is geweest van problemen met betrekking tot het functioneren. [Verweerder] is thans 54 jaar, is volledig arbeidsongeschikt als gevolg van hartklachten en heeft –daardoor- een moeilijke positie op de arbeidsmarkt. Hij laat zich behandelen voor zijn alcoholprobleem. Sedert oktober 2005 is Van der Wiel voor het eerst geconfronteerd met alcoholproblemen bij [verweerder]. Hierover heeft Van der Wiel de Arbo-arts geïnformeerd en [verweerder] is verwezen naar een maatschappelijk werker. Van der Wiel heeft zelf echter geen daadwerkelijke hulp aangeboden maar een waarschuwing gegeven op 25 november 2005. De lezingen van het door Van der Wiel beschreven incident op 26 december 2005 verschillen. De kantonrechter wil zeker aannemen dat de gebeurtenissen op die dag ingrijpend waren en tot grote problemen hebben geleid maar het was de eerste keer dat zich zoiets voordeed en er zijn – gelukkig – geen ongelukken gebeurd. Ter zitting heeft Van der Wiel nog aangegeven dat de verzekeraar heeft besloten geen ziekengeld uit te keren aan Van der Wiel omdat de gang van zaken [verweerder] kan worden aange-rekend. Volgens de verzekeraar moest Van der Wiel daarom maar ontslag aan-vragen. Nog afgezien van de vraag of deze houding van de verzekeraar juist is, is dit gegeven naar het oordeel van de kantonrechter niet relevant voor de beoordeling van het verzoek van Van der Wiel.

5.5 Gezien dit alles is het zo dat [verweerder] zich als een gewaarschuwd man kan beschouwen maar de feiten en omstandigheden leveren, mede gezien de alcoholproblematiek van [verweerder], geen dringende reden op die het ontbindingsverzoek rechtvaardigen. Evenmin is naar het oordeel van de kantonrechter sprake van een dusdanige verandering in de omstandigheden dat de arbeidsovereenkomst thans op die grond dient te worden ontbonden. Het verzoek zal derhalve worden afgewezen. De kantonrechter benadrukt dat de reflexwerking van het opzegverbod bij ziekte bij het nemen van deze beslissing een aanzienlijke rol heeft gespeeld.

6. De beslissing

De kantonrechter:

Wijst het verzoek af.

Bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. P.A. Charbon en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.