Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2006:AV7883

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
30-03-2006
Datum publicatie
03-04-2006
Zaaknummer
294893 CV EXPL 05-7313
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Consumentenrecht. Een in een huurkoopovereenkomst ingebouwde verzekering tegen inkomensverlies wegens arbeidsongeschiktheid (bij WAO worden huurkooptermijnen kwijtgescholden) is daarmee dermate nauw verbonden, dat een beroep op die verzekering bij wijze van verweer kan worden gedaan. Een afzonderlijke vordering in reconventie is daarvoor dus niet nodig.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton Locatie Zaandam

zaak/rolnr.: 294893 CV EXPL 05-7313

datum uitspraak: 30 maart 2006

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

Arenda B.V.

te Rijswijk,

eisende partij,

hierna te noemen Arenda,

gemachtigde deurwaarder H.J. Jansen,

tegen

[gedaagde]

te [adres],

gedaagde partij,

hierna te noemen [gedaagde],

gemachtigde geen (procedeert in persoon).

De procedure

Arenda heeft op gronden zoals in de dagvaarding vermeld een vordering ingesteld tegen [gedaagde].

Hierop heeft [gedaagde] geantwoord.

Vervolgens zijn partijen ter terechtzitting verschenen voor het geven van inlichtingen en het beproeven van een schikking. Daarvan zijn door de griffier aantekeningen gemaakt die zo nodig in de vorm van een proces-verbaal worden uitgewerkt.

Tenslotte is de uitspraak op vandaag bepaald.

De inhoud van alle processtukken, waaronder begrepen de mogelijk door partijen overgelegde producties, wordt als hier overgenomen beschouwd.

De vordering

Arenda vordert dat de kantonrechter, bij vonnis uitvoer-baar bij voorraad, [gedaagde] zal veroordelen aan Arenda te betalen de somma van € 5.659,29 in hoofdsom met € 833,-- wegens buitengerechtelijke incassokosten en (verdere) rente en kos-ten.

Het verweer

Het verweer strekt tot gehele of gedeeltelijke afwijzing van de vordering.

De feiten

In deze procedure zijn de volgende feiten voldoende komen vast te staan omdat deze niet, dan wel onvoldoende gemotiveerd betwist zijn gebleven.

1. Op of omstreeks 17 september 1999 heeft Arenda aan [gedaagde] in huurkoop verkocht een waterbed voor een bedrag van (in totaal) € 7.419,31, terug te betalen in 120 maandelijkse termijnen van € 93,84 met een slottermijn van € 207,24.

2. In het kader van deze overeenkomst is aan [gedaagde] een "verzekeringsverklaring" afgegeven, die kort gezegd hierop neerkomt dat de resterende termijnen (tot een maximum van 36 maanden) zullen worden kwijtgescholden, ingeval van (onder meer) arbeidsongeschiktheid van de klant.

3. Ingevolge de toepasselijke voorwaarden bestaat echter geen recht op kwijtschelding indien de reden van arbeidsongeschiktheid het gevolg is van op het moment van aanvrage bekende feiten.

4. Met ingang van 9 december 2001 is [gedaagde], die van beroep verhuizer was, arbeidsongeschikt verklaard in het kader van de WAO op grond van lichamelijke en psychische klachten. Hij heeft dit aan Arenda gemeld en heeft zich beroepen op de hiervoor onder 2. bedoelde "verzekeringsverklaring".

5. Hierop heeft Arenda aan [gedaagde] laten weten dat zijn arbeidsongeschiktheid niet onder de “dekking”viel omdat hij reeds eerder rugklachten en knieklachten had gehad.

6. Vervolgens is [gedaagde] gestopt met betalen. Omdat hij daarmee langer dan 2 maanden in gebreke is gebleven, is de restant-hoofdsom ineens opeisbaar geworden. Ook deze heeft [gedaagde] niettegenstaande behoorlijke aanmaning onbetaald gelaten.

De beoordeling van het geschil

De primaire stellingname van Arenda komt hierop neer, dat wordt vastgehouden aan de hiervoor onder 5. gegeven motivatie van de afwijzing van de “dekking”. Met [gedaagde] ben ik echter van oordeel dat deze motivering niet deugt. Om te beginnen blijkt uit niets dat de arbeidsongeschiktheid van [gedaagde] iets uitstaande had met knie- en/of rugproblemen. Niet, dan wel onvoldoende gemotiveerd is immers gebleven dat [gedaagde] is afgekeurd vanwege een chronische slijmbeursontsteking aan de armen en psychische klachten.

Voor het geval Arenda mocht hebben bedoeld aan te voeren dat ook laatstgenoemde klachten reeds bestonden bij het aangaan van de huurkoop moet worden vastgesteld dat dit is betwist en niet is bewezen. De slijmbeursontsteking is helemaal nieuw in het verhaal. Wèl was eerder sprake van psychische klachten, maar uit niets blijkt dat de klachten die hebben geleid tot de afkeuring een gevolg waren van de eerdere klachten. Psychische klachten zijn er van velerlei aard. De oorzaak is, anders dan bij somatische klachten, veelal niet precies vast te stellen.

In de dagvaarding verwijst Arenda nog naar een andere, veel preciezer geformuleerde dekkingsuitsluiting, waarin naast veroorzaken ook wordt gesproken van bevorderen en verergeren van de klachten, maar uit niets blijkt dat deze laatste formulering ooit deel heeft uitgemaakt van de aan [gedaagde] bij het sluiten van de huurkoop kenbaar gemaakte voorwaarden.

De subsidiaire, pas bij de mondelinge behandeling ontwikkelde stellingname van Arenda komt hierop neer dat [gedaagde] bij het aangaan van de “verzekeringsovereenkomst” zou hebben verzwegen dat hij eerder lichamelijke en psychische klachten zou hebben gehad. In het midden moet echter blijven of dit het geval is geweest, nu Arenda de overeenkomst desgevraagd niet wil vernietigen. Het standpunt van Arenda dat dit niet hoeft, omdat het enkele beroep van Arenda op de vermeende dekking niet afdoet aan de verschuldigdheid van de hoofdsom (geen verrekening mogelijk, terwijl geen tegenvordering is ingesteld strekkende tot nakoming van de gestelde verzekeringsovereenkomst) gaat niet op. Aangenomen immers al dat de hiervoor onder 2. bedoelde "verzekeringsverklaring" is aan te merken als een verzekeringsovereenkomst , nu gesteld noch gebleken is dat [gedaagde] daarvoor een premie heeft betaald, moet immers worden geconstateerd dat deze een onverbrekelijk deel uitmaakt van de huurkoopovereenkomst, zodat [gedaagde] zich daarop ook bij wijze van verweer tegen de vordering van Arenda mag beroepen.

De meer subsidiaire, eveneens pas bij de mondelinge behandeling ontwikkelde stellingname van Arenda, dat [gedaagde] hoogstens recht heeft op kwijtschelding van 36 maandtermijnen, gaat wèl op. Dat betekent dat [gedaagde] verschuldigd is € 5.659,29 -/- € 3.378,24 = € 2.281,05. De vordering blijkt in zoverre toewijsbaar.

De eveneens verschuldigde buitengerechtelijke incassokosten moeten over laatstgenoemd bedrag worden begroot, hetgeen neerkomt op € 357,--.

In totaal moet [gedaagde] dus nog betalen € 2.638,05 plus rente.

Omtrent de proceskosten moet worden beslist zoals hierna bepaald.

Beslissing

[gedaagde] wordt veroordeeld om aan Arenda te betalen de somma van € 2.638,05 vermeerderd met 9,3% rente per jaar over € 2.281,05 vanaf 24 februari 2004 tot de dag dat betaald is.

Iedere partij draagt de eigen proceskosten.

Dit vonnis wordt uitvoerbaar verklaard bij voorraad.

Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.M.Visser, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 30 maart 2006, in tegenwoordigheid van de griffier.