Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2006:AV7764

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
29-03-2006
Datum publicatie
30-03-2006
Zaaknummer
287779 CV EXPL 05-10212
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eiser vordert schadevergoeding van de gemeente wegens aansprakelijkheid als bezitter van een opstal (art. 6:174 BW) dan wel uit hoofde van onrechtmatige daad (art.6:162 BW).

De vordering wordt afgewezen, nu niet is komen vast te staan dat de noodweg ter plaatse van het ongeval een zodanig gebrek vertoonde (vervuiling door zand en/of modder) dat de bestuurder van de auto ondanks een snelheid van 30 km/u ten gevolge van dat gebrek in een slip is geraakt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 287779/ CV EXPL 05-10212

datum uitspraak: 29 maart 2006

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

de besloten vennootschap VTN EUROPE B.V.

te Leimuiden

eisende partij

hierna te noemen VTN

gemachtigde A.E.H. Lafleur

tegen

Gemeente Haarlemmermeer

te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer

gedaagde partij

hierna te noemen de gemeente

gemachtigde H. Terhoeven

De procedure

VTN heeft de gemeente gedagvaard op respectievelijk 22 september 2005 en (bij herstelexploot) 29 september 2005. De gemeente heeft schriftelijk geantwoord.

Nadat de kantonrechter had beslist dat de zaak zich niet leent voor een comparitie van partijen na antwoord, heeft VTN schriftelijk op het antwoord gereageerd, waarna de gemeente nog een schriftelijke reactie heeft gegeven.

De feiten

1. Uit een door de Politie Kennemerland op 23 september 2003 opgemaakt proces-verbaal blijkt dat op 22 september 2003 om 22.45 uur een eenzijdig ongeval heeft plaats-gevonden op de Hoofdweg te Hoofddorp. Bij dit ongeval was een door [xxx] bestuurde en aan VTN in eigendom toebehorende auto met het kenteken 72-BD-LX betrokken.

2. Omtrent de toedracht van het ongeval vermeldt voornoemd proces-verbaal het volgende:

“Betrokkene […] reed over de Hoofdweg westzijde te Nieuw Vennep, gemeente Haarlemmermeer, komende uit de richting Venneperweg en gaande in de richting Bennebroekerweg. Nabij de Bennebroekerweg, ter hoogte van perceel 941, wordt de Hoofdweg westzijde over een lengte van ongeveer 150 meter omgeleid over betonnen platen. Deze platen waren op bepaalde gedeelten besmeurd met klei en/of modder. Langs de omleiding, aan de zijde van de hoofdvaart, stond een hekwerk. Betrokkene {…} had niet voortdurend zijn voertuig onder controle en raakte van de weg. Hierdoor botste hij tegen het hekwerk.”

3. Op een door [xxx] op 1 oktober 2003 ingevuld aanrijdingsformulier staat als datum en tijdstip van de aanrijding 23 september 2003 te plusminus 11.00 uur vermeld.

4. Vanaf 23 maart 2003 vonden op het gedeelte van de Hoofdweg westzijde tussen de Bennebroekerweg en de Noorderdreef vanaf perceel 901 tot en met 1127 werkzaamheden plaats, welke (onder andere) betrekking hadden op de montage van een nieuwe brug.

5. In verband met voornoemde werkzaamheden was het voor verkeer komende vanuit de richting van de Bennebroekerweg en de Noorderdreef verboden om het gedeelte van de Hoofdweg westzijde tussen de perceelnummers 901-1127 in te rijden. Voor de bewoners van genoemde percelen gold een ontheffing. Het woonadres van [xxx] bevindt zich op de Hoofdweg in perceel 1033.

6. Het verkeer op de Hoofdweg westzijde werd ter hoogte van de nieuw aan te leggen brug omgeleid over een noodweg van circa 100 meter lang, bestaande uit zogenoemde betonnen Stelconplaten. Aan het begin van deze omleiding waren afzethekken geplaatst voorzien van het verkeersbord C1 van bijlage 1 RVV 1990.

7. Halverwege de noodweg bevond zich aan beide zijden van de weg een uitrit voor bouwverkeer. Voor deze uitritten was het bord J16 van bijlage 1 RVV 1990 (werk in uitvoering) geplaatst voorzien van het gele onderbord met de tekst “uitrit bouwverkeer”.

8. De noodweg werd verlicht door middel van een zestal lichtmasten. In de berm langs de noodweg waren retroreflecterende geleidebakens geplaatst.

De vordering

VTN vordert (samengevat) veroordeling van de gemeente tot betaling van € 4.243,12, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 september 2003. VTN stelt daartoe het volgende.

De gemeente is aansprakelijk voor de door VTN geleden schade, primair op grond van artikel 6:174 BW, subsidiair op grond van artikel 6:162 BW.

Artikel 6:174 BW bepaalt dat de bezitter van een opstal die niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen, en daardoor gevaar voor personen en zake oplevert, aansprakelijk is wanneer dit gevaar zich verwezenlijkt. In het onderhavige geval heeft het gevaar zich daadwerkelijk voorgedaan, nu [xxx], die zijn snelheid tot 30 km/u had teruggebracht, toch in een slip is geraakt, omdat het wegdek spekglad was door de modder die erop lag. Op de gemeente rustte de plicht ervoor zorg te dragen dat de omleiding geen groter gevaar opleverde dan waarop [xxx] bedacht behoorde te zijn. De enkele plaatsing van het bord J16 is niet voldoende. De gemeente had ook moeten waarschuwen voor het slipgevaar en het wegdek beter schoon moeten houden. Door dit na te laten, heeft de gemeente niet aan haar zorgplicht voldaan en heeft zij tevens onrechtmatig gehandeld jegens VTN.

De schade aan de auto bedraagt volgens een expertiserapport € 3.753,32. De kosten van de expertise bedragen € 83,80. De gemeente dient de schade aan VTN te vergoeden. Door niet tot betaling over te gaan heeft de gemeente VTN genoodzaakt haar vordering ter incasso uit handen te geven. VTN heeft daardoor vermogensschade geleden, bestaande uit de buiten-gerechtelijke incassokosten ten belope van € 406,--. Deze kosten komen eveneens voor rekening van de gemeente.

Het verweer

De gemeente betwist de vordering. Zij voert daartoe onder meer het volgende aan.

De datum waarop het ongeval heeft plaatsgevonden, is twijfelachtig. Het staat niet vast dat het ongeval op 22 september 2003 heeft plaatsgevonden, nu [xxx] op het door hem ingevulde aanrijdingsformulier een andere datum heeft vermeld, te weten 23 september 2003.

Indien komt vast te staan dat het ongeval op 22 september 2003 heeft plaatsgevonden, dan is de gemeente niet aansprakelijk voor de door VTN ten gevolge van dat ongeval geleden schade, omdat de situatie op de noodweg niet als een gebrek in de zin van artikel 6:174 BW kan worden aangemerkt. De noodweg voldeed aan de eisen die men aan zo’n weg mag stellen en die van een geheel andere orde zijn dan die welke voor een normale weg gelden. Er stonden borden die de weggebruiker erop attent maakten dat er werkzaamheden plaatsvonden en dat er een uitrit voor bouwverkeer was. De weg was door middel van de lichtmasten voldoende verlicht en werd door de aannemer regelmatig schoongemaakt.

Daarbij komt dat van [xxx] een verhoogde mate van voorzichtigheid en oplettendheid had mogen worden verwacht, nu hij op de hoogte was van de situatie. [xxx] woont immers aan het gedeelte van de Hoofdweg westzijde waar de werkzaamheden werden uitgevoerd. Hij moet sedert de aanvang van die werkzaamheden al vele malen over de noodweg zijn gereden. De mogelijkheid van zand ten gevolge van het bouwverkeer was [xxx] dus bekend. Hij had daarom bedacht moeten zijn op het potentiële slipgevaar en zijn snelheid moeten aanpassen. Extra waarschuwingsborden waren dan ook niet nodig. Dat [xxx] in een slip is geraakt, kan niet anders worden verklaard, dan doordat hij veel te hard heeft gereden.

Indien komt vast te staan dat het ongeval wel door een gevaarlijk gebrek is veroorzaakt, wordt de aansprakelijkheid van de gemeente verminderd doordat er sprake is van eigen schuld aan de zijde van VTN, nu [xxx] zijn rijgedrag niet aan de situatie heeft aangepast.

De gemeente betwist ten slotte de omvang van de door VTN gestelde schade, nu VTN geen factuur heeft overgelegd waaruit de werkelijk voldane reparatiekosten blijken. Voor toewijzing van de wettelijke rente vanaf 23 september 2003 is reeds geen aanleiding, aangezien op die datum nog geen kosten waren gemaakt.

De beoordeling van het geschil

De inleidende dagvaarding vermeldt naast de naam van VTN die van Brieswijk Holding B.V. VTN heeft bij conclusie van repliek opgemerkt dat dit op een vergissing berust. Het dient er derhalve voor te worden gehouden dat in de onderhavige procedure VTN als eisende partij optreedt, zoals reeds uit de kop van dit vonnis blijkt.

Dat het ongeval op 22 september 2003 en niet op 23 september 2003 heeft plaatsgevonden blijkt genoegzaam uit het door de politie opgemaakte proces-verbaal. Het hierop gerichte verweer van de gemeente kan derhalve geen effect sorteren.

Voor het aannemen van (gehele of gedeeltelijke) aansprakelijkheid van de gemeente ex artikel 6:174 BW dan wel artikel 6:174 BW is vereist dat (a) komt vast te staan dat het ongeval het gevolg is geweest van een zodanig gebrek van de op de Hoofdweg westzijde aangelegde noodweg, dat daardoor de veiligheid van [xxx] in gevaar is gebracht, en (b) dat de gemeente onvoldoende maatregelen heeft getroffen om die veiligheid te waarborgen.

De gemeente heeft gemotiveerd betwist dat de het wegdek van de noodweg op 22 september 2003 ten gevolge van zand en/of modder zo glad was, dat een auto die met 30 kilometer per uur rijdt, in een slip zou kunnen raken. Op VTN rust dan de bewijslast van haar stelling dat [xxx], ondanks zijn snelheid van 30 km per uur, in een slip is geraakt omdat het wegdek van de noodweg ten gevolge van de vervuiling door zand en/of modder spekglad was. VTN heeft geen bewijs van deze stelling aangeboden.

Het voorgaande leidt tot de slotsom, dat niet is komen vast te staan, dat de noodweg langs de Hoofdweg westzijde (een) zodanig(e) gebrek(en) vertoonde dat [xxx] daardoor in een slip is geraakt. Nu aan het eerste vereiste voor het aannemen van aansprakelijkheid van de gemeente niet is voldaan, behoeft de vraag of de gemeente voldoende maatregelen heeft getroffen om de veiligheid van [xxx] te waarborgen, niet meer te worden beantwoord.

Daarmee komt zowel de primaire als de subsidiaire grondslag aan de vordering te ontvallen.

Deze zal derhalve worden afgewezen.

De proceskosten komen voor rekening van VTN omdat deze in het ongelijk wordt gesteld.

Beslissing

De kantonrechter:

- wijst de vordering af;

- veroordeelt VTN tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van de gemeente tot en met vandaag worden begroot op € 400,00 aan salaris van de gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.J. Harts en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.