Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2006:AV7336

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
03-03-2006
Datum publicatie
28-03-2006
Zaaknummer
301091 VV EXPL 06-37
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Leer/arbeidsovereenkomst. Werkgeefster beoordeelt het praktijkgedeelte van eiseres als onvoldoende en besluit de leer/arbeidsovereenkomst met eiseres te beëindigen en diens functie van leerling verzorgende IG te wijzigen in die van helpende. Eiseres vordert wedertewerkstelling in oorspronkelijke functie.

De kantonrechter wijst de vordering af, nu het de werkgeefster vrij moet staan om bij gebleken ongeschiktheid van de deelnemer aan de opleiding voor de desbetreffende functie de leer/arbeidsovereenkomst te beëindigen en voorts nu de opleiding conform het beoordelingsreglement bij twee onvoldoende beoordelingen dient te worden beëindigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RAR 2006, 119
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

Zaak/rolnummer: 301091/VV EXPL 06-37

Datum uitspraak: 3 maart 2006

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER IN KORT GEDING

inzake

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

eisende partij,

hierna te noemen: [eiseres],

gemachtigde: mr. A. Tekin Erdogan,

tegen

STICHTING HEEMSWIJK, onderdeel van stichting Partners in de Zorg,

gevestigd te Heemskerk,

gedaagde partij,

hierna te noemen: Heemswijk,

gemachtigde: mr. H.C. Tonino.

De procedure

[eiseres] heeft Heemswijk op 7 februari 2006 gedagvaard. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 22 februari 2006. Op deze zitting hebben partijen hun stand-punten nader toegelicht. De gemachtigden van partijen hebben pleitnotities overgelegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen verder naar voren hebben gebracht.

Beide partijen hebben producties in het geding gebracht.

De feiten

[eiseres] (geboren 2 augustus 1980; 25 jaar oud) is op 13 april 2004 bij Heemswijk in dienst getreden in de functie van helpende. Met ingang van 1 september 2004 is de functie van [eiseres] gewijzigd naar leerling verzorgende IG. Partijen zijn daartoe een leer-/arbeidsover-eenkomst aangegaan voor 36 uur per week, voor de duur van de opleiding, doch uiterlijk tot 1 september 2006. Het salaris van [eiseres] bedraagt € 1.566,27 bruto per maand, exclusief vakantiegeld (en overige emolumenten). Op de arbeidsovereenkomst is de CAO- voor de Verpleeg- en Verzorgingstehuizen van toepassing.

In artikel 3 van de leer-/arbeidsovereenkomst zijn de verplichtingen van [eiseres] en Heemswijk opgenomen: "Werkgever verplicht zich werknemer op te leiden of te doen opleiden tot verzorgende IG, terwijl werknemer zich verplicht om de in het kader van de opleiding gegeven opdrachten uit te voeren met inachtneming van de eigen verantwoordelijkheid."

Bij brief van 25 april 2005 heeft Heemswijk [eiseres] bericht dat haar leer-/arbeidsovereen-komst met ingang van 1 mei 2005 zal worden beëindigd. De reden hiervoor zou zijn gelegen in de omstandigheid dat [eiseres] de opleiding tot verzorgende IG niet met goed gevolg zou hebben afgerond. Heemswijk heeft deze aanzegging van de beëindiging echter ingetrokken, nadat [eiseres] daartegen bij brief van 26 mei 2005 bezwaar had gemaakt, en [eiseres] bericht dat zij alsnog in staat zal worden gesteld om haar opleiding te vervolgen.

Op 12 december 2005 heeft er een gesprek tussen Heemswijk en [eiseres] plaatsgevonden. In dat gesprek is onder meer gesproken over de komende reïntegratie van [eiseres]. Zij was enige tijd arbeidsongeschikt geweest, maar zou op grond van een recent advies van de arbo-arts in staat moeten worden geacht om 4x4 uren per week aangepaste werkzaamheden uit te voeren.

Tevens heeft Heemswijk [eiseres] in dat gesprek geïnformeerd dat zij in het op 13 december 2005 geplande eindgesprek van de opleiding zal aangeven dat zij het praktijkgedeelte onvoldoende oordeelt. [eiseres] is aangeboden om tot de einddatum van de leer-/arbeids-overeenkomst bij Heemswijk in de functie van helpende te blijven werken.

[eiseres] heeft zich op 13 december 2005 ziek gemeld en is sedertdien arbeidsongeschikt.

Op 13 december 2005 heeft het eindgesprek over de opleiding van [eiseres] plaatsgevonden tussen Heemswijk en mevrouw Oosterveer, praktijkdocent van het Novacollege, waarvan een verslag is gemaakt. [eiseres] was bij dit gesprek niet aanwezig.

In dit gesprek heeft Heemswijk te kennen gegeven dat haar algemene eindbeoordeling van het praktijkgedeelte van de opleiding van [eiseres] onvoldoende is.

In de maand december 2005 is er een geschil tussen partijen ontstaan over het al dan niet houden aan de verplichtingen bij ziekteverzuim door [eiseres].

Heemswijk heeft de loonbetaling over de maand december 2005 en die over de eerste elf dagen van de maand januari 2006 opgeschort, maar is - nadat [eiseres] tegen deze opschorting bezwaar had gemaakt en er deskundigenoordelen van het UWV werden ontvangen - op

15 februari 2006 alsnog tot uitbetaling van dat loon over gegaan.

[eiseres] zal in de maand april 2006 met zwangerschapsverlof gaan.

De vordering

[eiseres] vordert bij wijze van voorlopige voorziening (samengevat) veroordeling van Heemswijk haar weder te werk te stellen als leerling verzorgende IG en haar daarbij in staat te stellen haar opleiding tot verzorgende IG af te ronden, een en ander op straffe van een dwangsom, tot (door)betaling van het loon vanaf 1 december 2005, te vermeerderen met wettelijke verhoging en wettelijke rente, en tot betaling van de buitengerechtelijke kosten en de kosten van rechtsbijstand.

[eiseres] stelt daartoe (samengevat) het volgende. Heemswijk ziet het niet behalen van het praktijkgedeelte van de opleiding als een ontbindende voorwaarde voor de arbeidsover-eenkomst. Een dergelijke voorwaarde is slechts onder strikte voorwaarden toegelaten. Een ontbindende voorwaarde die bepaalt dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt in een situatie waarvoor op grond van het ontslagrecht een vergunning is vereist, is niet rechts-geldig. De vervulling van de ontbindende voorwaarde mag ook niet verbonden zijn aan de subjectieve waardering door de werkgever. Heemswerk kan redelijkerwijs geen beroep doen op de ontbindende voorwaarde, nu zij de vervulling daarvan in de vorm van de beoordeling van de opleiding (praktijkgedeelte) zelf in de hand heeft gewerkt. Heemswijk heeft [eiseres] niet de mogelijkheden geboden om de vereiste praktijkopdrachten uit te voeren en heeft zich ook anderszins onvoldoende ingespannen om aan haar contractuele verplichting om [eiseres] op te leiden tot verzorgende IG te voldoen. Heemswijk motiveert niet op grond waarvan [eiseres] niet zou voldoen aan het praktijkgedeelte.

Daarnaast heeft Heemswijk ten onrechte een eenzijdige wijziging in de arbeidsovereenkomst doorgevoerd door [eiseres] in te zetten als helpende.

De salarisbetaling over de maand december 2005 is ten onrechte opgeschort. [eiseres] heeft aan alle controleverplichtingen voldaan.

Het verweer

Heemswijk heeft gemotiveerd verweer gevoerd waarop, voor zover van belang, bij de beoordeling van het geschil zal worden ingegaan.

De beoordeling van het geschil

1. Als uitgangspunt heeft te gelden dat de gevorderde voorlopige voorziening alleen kan worden toegewezen als in dit geding aan de hand van de thans bekende feiten en om-standigheden de verwachting gewettigd is dat een soortgelijke vordering van [eiseres] in een eventueel tussen partijen nog te voeren bodemprocedure tot een toewijzing van die vordering zal leiden.

2. Vast is komen te staan dat Heemswijk de loonbetalingen aan [eiseres] heeft hervat en dat zij het achterstallige loon inmiddels ook heeft voldaan. De kantonrechter zal derhalve niet beslissen op de gevorderde (door)betaling van het loon.

3. [eiseres] vordert de wettelijke rente en de wettelijke verhoging over het niet tijdig uitbe-taalde loon over de periode vanaf 1 december 2005 tot 12 januari 2006. De kantonrechter zal deze onderdelen van vordering weigeren, nu niet valt uit te sluiten dat de rechter in een eventuele bodemprocedure aanleiding zal zien om deze rente en verhoging - gelet op de omstandigheden van het geval - te matigen.

4. In de door partijen voor bepaalde tijd gesloten leer-/arbeidsovereenkomst is geen ontbin-dende voorwaarde opgenomen. Partijen zijn wel voor beide een tussentijdse opzegmo-gelijkheid overeengekomen. Gelet daarop en op het feit dat de arbeidsovereenkomst van partijen niet is beëindigd, zullen de stellingen, die [eiseres] in de onderbouwing van haar vordering met betrekking tot een ontbindende voorwaarde heeft aangevoerd, door de kantonrechter worden gepasseerd.

5. De vraag die de kantonrechter in de onderhavige zaak dient te beantwoorden is of Heemswijk - gelet op de omstandigheden van het geval - in redelijkheid tot haar besluit heeft kunnen komen om (eenzijdig) de opleiding van [eiseres] tot verzorgende IG na twee negatieve beoordelingen te staken en de functie van [eiseres] voor de resterende looptijd van de overeenkomst (eenzijdig) te wijzigen van leerling verzorgende IG naar helpende. De kantonrechter beantwoordt deze vraag bevestigend. Het al dan niet voortzetten van de opleiding is in de onderhavige zaak weliswaar afhankelijk van de wil en/of de subjectieve waardering van een partij, maar dat is in situaties waarin een leer-/arbeidsovereenkomst in het kader van een beroepsopleiding wordt gesloten niet ongebruikelijk. Heemswijk blijft verantwoordelijk voor de zorg van haar patiënten. Naar het oordeel van de kantonrechter moet zij in staat zijn om een einde aan de opleiding te kunnen maken als de deelnemer volgens haar duidelijk de fysieke en/of cognitieve geschiktheid voor de uitoefening van de door hem/haar gekozen opleiding niet blijkt te bezitten en de zorg van de patiënten mogelijk in het geding komt. Daarnaast blijkt uit het op de opleiding van toepassing zijnde beoordelingsreglement van het Novacollege dat de opleiding en leer-/arbeidsovereenkomst bij twee onvoldoende beoordelingen dient te worden beëindigd. [eiseres] is momenteel arbeidsongeschikt en zij zal in de maand april 2006 met zwanger-schapsverlof gaan. Zij stelt weliswaar dat zij nog mogelijkheden ziet om haar opleiding in de korte tijd die haar daarvoor in het kader van de nog tot 1 september 2006 voort-durende arbeidsovereenkomst nog resteert alsnog met goed gevolg zou kunnen af te ronden, maar naar het oordeel van de kantonrechter heeft zij deze stelling - na de gemotiveerde betwisting daarvan door Heemswijk - onvoldoende aannemelijk gemaakt. Tevens heeft [eiseres] haar stellingen dat zij wel geschikt zou zijn voor de uitoefening van de functie van verzorgende IG en dat Heemswijk haar onvoldoende de gelegenheid zou hebben geboden om haar opleiding succesvol te kunnen volgen, na de gemotiveerde betwisting daarvan door Heemskerk, onvoldoende aannemelijk gemaakt.

6. Gelet op het bovenstaande zal de kantonrechter de gevorderde wedertewerkstelling in de functie van verzorgende IG weigeren.

7. Gelet op het voorgaande moeten de gevorderde betaling van de buitengerechtelijke kosten hetzelfde lot treffen.

8. De proceskosten komen voor rekening van [eiseres], omdat zij in het ongelijk zal worden gesteld.

Beslissing

De kantonrechter:

- weigert de gevorderde voorlopige voorziening;

- veroordeelt [eiseres] tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van Heemswijk tot en met vandaag worden begroot op € 200,-- aan salaris gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.R. Mellema en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.