Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2006:AV6098

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
16-03-2006
Datum publicatie
21-03-2006
Zaaknummer
302731 VV EXPL 06-19
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Het uitdelen van een ijsje door een supermarktmanager aan personeelsleden (totale waarde ijsjes € 2,49) levert onder de gegeven omstandigheden geen dringende reden op als in artikel 7:677 lid 1 BW, ook al was dit wellicht in strijd met de interne voorschriften van de werkgever. Geen motief om zichzelf of anderen onrechtmatig te verrijken.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 678
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2006, 72
JAR 2006/92
XpertHR.nl 2010-365863
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton Locatie Zaandam

zaak/rolnr.: 302731 VV EXPL 06-19

datum uitspraak: 16 maart 2006

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

[eiser]

te [woonplaats]

eisende partij

hierna te noemen: [eiser]

gemachtigde mr. S. van Ketel,

tegen

Laurus Nederland B.V.,

h.o.d.n. Edah Lekker en Laag,

te Zaandam

gedaagde partij

hierna te noemen Laurus

gemachtigde mr. P. Wapsenkamp.

De procedure

Op gronden zoals in de dagvaarding vermeld heeft [eiser] een vordering ingesteld tegen Laurus strekkende tot het verkrijgen van een onmiddellijke voorziening bij voorraad. Deze vordering is ter terechtzitting buiten bezwaar van Laurus gewijzigd.

Op de terechtzitting heeft Laurus geconcludeerd voor antwoord.

Daarna hebben partijen hun respectieve standpunten nader toegelicht. De gemachtigden van partijen hebben zich daarbij bediend van pleitnotities.

De griffier heeft aantekening gehouden van hetgeen ter terechtzitting is voorgevallen. Deze aantekeningen worden zo nodig in de vorm van een proces-verbaal uitgewerkt.

Tenslotte is de uitspraak van dit vonnis op vandaag bepaald, te 14.00 uur.

De inhoud van alle processtukken, waaronder begrepen de mogelijk door partijen overgelegde producties, wordt als hier overgenomen beschouwd.

De vordering.

[eiser] vordert na wijziging van eis als onmiddellijke voorziening bij voorraad dat de kantonrechter, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

a. Laurus op straffe van een dwangsom zal veroordelen –kort samengevat- om [eiser] weer tot zijn werkzaamheden als supermarktmanager te Zaandam toe te laten;

b. Laurus zal veroordelen aan [eiser] te betalen het loon van € 3.263,04 bruto per vier weken vanaf 16 februari 2006 tot het moment dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig geëindigd zal zijn, alles te vermeerderden met vakantiebijslag, wettelijke verhoging, wettelijke rente en proceskosten.

Het verweer

Het verweer strekt tot gehele of gedeeltelijke afwijzing van de vordering.

De feiten

In deze procedure zijn de volgende feiten voldoende komen vast te staan omdat deze niet, dan wel onvoldoende gemotiveerd betwist zijn gebleven.

1. [eiser], geboren op 24 maart 1963, is van 6 februari 1989 tot 4 oktober 1994 op arbeidsovereenkomst werkzaam geweest voor (een rechtsvoorganger van) Laurus, op het laatst als assistent-bedrijfsleider in een supermarkt te Hippolytushoef. Vanaf 4 oktober 1994 tot eind 1996 is [eiser] werkzaam geweest voor Vomar Voordeelmarkt B.V. als supermarkt manager. Eind 1996 is hij weer door Laurus benaderd om voor haar te gaan werken als supermarktmanager te Hippolytushoef. [eiser] heeft dat aanbod aanvaard.

2. Vanaf 20 januari 1997 is [eiser] derhalve (weer) op arbeidsovereenkomst werkzaam geweest bij (de rechtsvoorganger van) Laurus in de functie van supermarkt manager. Het laatst verdiende salaris bedroeg € 3.263,04 bruto per vier weken exclusief vakantiebijslag.

3. Van 1997 tot 2004 werkte [eiser] als supermarktmanager te Hippolytushoef (Super de Boer formule). In oktober 1999 is [eiser] aangesproken op het niet afrekenen van artikelen voor eigen gebruik. Hem is toen te verstaan gegeven dat deze direct afgerekend moeten worden en dat dit ook geldt voor een supermarktmanager.

4. Met ingang van mei 2004 is [eiser] overgeplaatst naar een filiaal van Laurus in Amsterdam (Super de Boer formule). Medio juni 2005 is [eiser], nadat Laurus het filiaal te Amsterdam had verkocht, overgeplaatst naar een filiaal te Zaandam (Super de Boer formule). Vanaf 7 november 2005 werd de formule van laatstgenoemd filiaal gewijzigd van Super de Boer in Edah lekker en laag.

5. Op 17 november 2005 werd in een vergadering met bloemen afscheid genomen van [eiser] vanwege zijn overgang naar Edah. Na afloop werd hij nog informeel aangesproken op een kassabon. Deze had betrekking op voor eigen gebruik van [eiser] bestemde boodschappen die [eiser], niettegenstaande herhaald verzoek van de hoofdcaissière, reeds geruime tijd onbetaald had gelaten. [eiser] heeft die kassabon alsnog onmiddellijk betaald.

6. Het vernieuwde filiaal is op 23 november 2005 officieel geopend. Inmiddels was [eiser] onder een nieuwe leidinggevende komen te vallen, de heer Brantz. Die heeft hem bij enige gelegenheid, kennelijk naar aanleiding van het hiervoor onder 5. bedoelde kassobon-incident, informeel laten weten dat hij niet zou accepteren dat [eiser] niet (onmiddellijk) zou afrekenen voor artikelen die hij voor eigen gebruik zou meenemen. In dat verband is zelfs aangegeven dat hij [eiser] er dan uit zou schoppen.

7. De overgang naar een nieuwe supermarktformule bracht veel extra werkzaamheden met zich mee voor [eiser]. Bovendien werd hij in zijn filiaal geconfronteerd met een matig presterende versmanager en (tot 20 februari 2006) het ontbreken van een hoofd caissière.

8. Op 14 februari 2006 had [eiser] zijn werkzaamheden bij sluitingstijd nog niet voltooid. Omdat de supermarkt volgens intern voorschrift na sluitingstijd door alle personeelsleden gezamenlijk moet worden verlaten betekende dit dat de overige vier medewerkers moesten wachten. Om dat ongemak te verzachten heeft [eiser] deze vier werknemers vervolgens een ijsje aangeboden, waartoe hij een verpakking van vier Magnums, met een winkelwaarde van € 2,49, uit de diepvries heeft gehaald en geopend. Eén van de werknemers hoefde niet, waarop [eiser] het overgebleven ijsje zelf heeft genuttigd. [eiser] heeft deze ijsjes noch betaald noch anderszins verantwoord.

9. Nadat Laurus daarover door de versmanager van het filiaal was getipt heeft zij [eiser] uitgenodigd voor een gesprek op 16 februari 2006. Van de kant van Laurus waren daar toen aanwezig de leidinggevende van [eiser], de heer Brantz, alsmede de heer Reitz van P&O. [eiser] is vervolgens geschorst zonder behoud van salaris, onder verwijzing naar artikel 19 lid 1 sub c van de toepasselijke CAO voor personeelsleden van grootwinkelbedrijven in levensmiddelen, welk artikel luidt als volgt:

De werkgever mag in afwijking van artikel 7.628 van het Burgerlijk Wetboek een werknemer schorsen met inhouding van loon bij de aanwezigheid van een dringende reden tot ontslag als bedoeld in artikel 7:678 van het Burgerlijk Wetboek, indien de werkgever niet tot ontslag wil overgaan, met een maximum van twee weken.

10. Deze schorsing werd bevestigd bij brief gedateerd 15 februari 2006 (een woensdag), waarin werd verwezen naar het gesprek welke op donderdag 15 februari 2006 heeft plaatsgevonden. 16 februari 2006 viel op een donderdag.

11. In het Laurus-concern gelden als Huishoudelijke Afspraken Filialen aangeduide voorschriften. In artikel 3.1.1 staat vermeld:

Het is streng verboden artikelen zonder betaling en/of zonder toestemming van de directe chef te gebruiken of mee te nemen. Hieronder wordt onder andere verstaan:

? Het openbreken van verpakkingen, als dat niet tot de werkzaamheden behoort;

? ….

? ….

? Het nuttigen van artikelen die eigendom zijn van het bedrijf.

In artikel 6 staat vermeld:

Diefstal, verduistering, ontvreemding van goederen/diensten tijdens dienstbetrekking gepleegd door een medewerker, heeft in de regel ontslag op staande voet tot gevolg. Onder diefstal wordt verstaan: het zich wederrechtelijk toe-eigenen van goederen, diensten of geld van de werkgever, collega’s of derden.

In artikel 8.1 staat vermeld:

Alle gekochte artikelen moeten contant betaald worden bij de kassa. Aankopen worden in eigen tijd verricht en worden aan één kassa verwerkt. De Supermarktmanager zal u hierover informeren.

12. Niettegenstaande de hiervoor weergegeven strenge regels omtrent het aanschaffen/gebruiken van goederen van de werkgever is het wel degelijk toegestaan sommige van die goederen voor eigen gebruik tijdens diensttijd aan te wenden. Dat geldt in elk geval voor koffie, thee, suiker, melk en toiletpapier. Deze goederen worden verantwoord op zogenaamde afschrijvingslijsten (WCA’s).

13. Laurus heeft inmiddels besloten om [eiser] niet te ontslaan. In plaats daarvan heeft ze hem per brief van 22 februari 2006 bij wijze van maatregel overgeplaatst naar een filiaal te Utrecht in de functie van afdelingsmanager vers. Het bij de functie van supermarktmanager passende salaris van € 3.263,04 bruto per vier weken zal in 9 loonperiodes worden afgebouwd naar het bij de functie van afdelingsmanager vers behorende salaris van € 1.908,08 bruto per vier weken.

14. [eiser] heeft geweigerd in te stemmen met deze degradatie, waarop Laurus de loonbetaling niet heeft hervat. Op dat laatste is zij later in zoverre teruggekomen, dat zij heeft aangekondigd de loonbetaling uit coulance te zullen hervatte, waarbij zij zich echter uitdrukkelijk het recht heeft voorbehouden om dit loon later als onverschuldigd betaald terug te vorderen, mocht zij wat deze kwestie betreft in het gelijk worden gesteld. Ten tijde van de behandeling van de zaak ter terechtzitting was echter nog geen loon door [eiser] ontvangen.

15. Het gaat op het ogenblik slecht met Laurus. Er moet flink bezuinig worden. De supermarktformule Edah wordt daarom verkocht, hetgeen zal betekenen dat ook de winkel waar [eiser] werkzaam was aan een derde zal worden overgedaan. Het is in de supermarktbranche niet gebruikelijk dat de filiaalmanager in zo’n geval méé overgaat. Commercieel wordt dat niet aantrekkelijk gevonden voor de overdragende partij, nu filiaalmanagers in de regel concurrentiegevoelige informatie bezitten.

De beoordeling van het geschil

Partijen blijken eerst en vooral verdeeld over de vraag of het aan de schorsing ten grondslag gelegde incident gelet op alle omstandigheden van het geval mag worden aangemerkt als een dringende reden in de zin van artikel 7. 677 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek en artikel 19 lid 1 sub c. van de toepasselijke CAO.

Naar mijn voorlopig oordeel moet deze vraag, gelet op hetgeen tot nu toe is komen vast te staan, ontkennend worden beantwoord.

De incidenten die zich in het verleden hebben voorgedaan betroffen gevallen waarin [eiser] kennelijk voor eigen gebruik genoten, dan wel meegenomen producten van zijn werkgever niet, althans niet onmiddellijk had afgerekend. Het gaat dan om een vorm van zelfverrijking ten koste van de werkgever, waarmee laatstgenoemde geen genoegen hoeft te nemen. Aan Laurus moet onmiddellijk worden toegegeven dat juist een supermarktmanager, die wat dat betreft het goede voorbeeld moet geven, zich daaraan niet mag schuldig maken. Was het anders, dan heeft hij immers geen recht van spreken meer jegens zijn ondergeschikten en wordt de zaak uiteindelijk leeggestolen. Had [eiser] zich wederom aan zoiets schuldig gemaakt dan had dat, gelet op de voorgeschiedenis en zijn positie in het filiaal, ongetwijfeld een dringende reden voor ontslag opgeleverd, waarbij in beginsel niet ter zake had gedaan om hoeveel geld het daarbij ging.

Een dergelijk geval doet zich naar mijn voorlopig oordeel in de onderhavige zaak echter niet voor. [eiser] heeft immers niet beoogd zichzelf ten koste van zijn werkgever te verrijken, doch meende bevoegd te zijn om zijn ondergeschikten, die zijnentwille moesten nablijven, op een ijsje van de zaak te trakteren. Verdedigbaar is weliswaar dat hij daartoe op grond van de geldende richtlijnen niet zelfstandig mocht besluiten, maar vooralsnog lijkt niet vol te houden dat dit toen dusdanig duidelijk voor hem was, dat sprake was van een bewuste en moedwillige overtreding van de voor hem geldende regels. Het ging per slot van rekening om (in geld uitgedrukt) een kleinigheid. In elk geval zat op dat moment slechts het bedrijfsbelang voor, te weten het belonen en motiveren van medewerkers die zonder morren waren nagebleven. Daaraan kan niet afdoen dat hij uiteindelijk ook zelf een ijsje heeft opgelikt, nu degene voor wie dat bestemd was het niet wilde.

Uiteraard had [eiser], die in de veronderstelling verkeerde dat hij een dergelijke traktatie mocht afboeken op de WCA lijst, dat ook onmiddellijk moeten doen. Het moet er vooralsnog echter voor worden gehouden dat hij dit gewoon vergeten is. Van enig stiekem handelen is niet gebleken. Integendeel, de ijsjes zijn in alle openheid uitgereikt.

In dat verband moet verder worden opgemerkt dat sommige artikelen uit de winkel, zoals koffie en thee, wel degelijk gratis aan het personeel ter beschikking worden gesteld. Verder is niet, dan wel onvoldoende weersproken gebleven dat het in het concern niet ongebruikelijk is dat supermarktmanagers wel eens wat lekkers uitdelen aan het personeel, als dat zo uitkomt. Dat dit formeel allemaal niet mag is heel goed mogelijk, maar waar het in deze om gaat is wat in de praktijk gebeurt. Zeker nu gesteld noch gebleken is dat Laurus met kracht en voor iedereen duidelijk optreedt tegen deze volgens haar verboden gang van zaken. Het is hoe dan ook niet zó vreemd dat [eiser] zich bij het invullen van zijn bevoegdheden in zekere zin spiegelt aan wat collega’s zoal doen.

Samenvattend hebben we naar mijn voorlopig oordeel slechts van doen met een waarschijnlijke overtreding van de voor [eiser] geldende interne regels, waar het zijn bevoegdheid betrof om het personeel te trakteren op een ijsje. Een en ander is echter openlijk en met de beste bedoelingen gebeurd, waarbij elk motief om zichzelf of anderen onrechtmatig te verrijken ontbrak. Een dergelijke vermoedelijke overtreding van de interne regels behoort hoogstens aanleiding te geven tot een waarschuwing en niet tot een ontslag op staande voet. De eerdere incidenten waren, zoals hiervoor reeds overwogen, van een geheel andere aard en behoren geen rol van betekenis te spelen in de onderhavige kwestie.

Nu moet worden aangenomen dat geen dringende reden aanwezig was, komt daarmee de grond te ontvallen aan zowel de schorsing als aan de als vervolg daarop eenzijdig door Laurus eenzijdig doorgevoerde overplaatsing en vermindering in salaris. Het zogenaamde Taxi Hofman-criterium kan niet dusdanig worden opgerekt, dat het de werkgever, die zijn vertrouwen in een werknemer verliest vanwege een niet als dringende reden aan te merken incident als het onderhavige, vrij zou staan om de functie en het salaris van betrokkene vervolgens eenzijdig te verlagen. Van [eiser] mag niet worden gevergd dat hij daarmee akkoord gaat.

Het voorgaande voert naar mijn voorlopig oordeel tot de slotsom dat Laurus verplicht is om het loon door te betalen zoals gevorderd, met rente, waarbij de wettelijke verhoging vooralsnog wordt gemaximeerd op 10%. De gevorderde vakantiebijslag is nog niet opeisbaar.

Ook voor wat betreft de gevorderde wedertewerkstelling in de oude functie wordt de vordering toewijsbaar geacht. De schorsing is vooralsnog onterecht te beschouwen en [eiser] heeft een in rechte te respecteren belang dat deze onrechtmatige situatie wordt teruggedraaid. Ik zal Laurus wat dat betreft echter een iets langere termijn gunnen dan gevorderd, opdat zij de terugkeer van [eiser] in het filiaal te Zaandam behoorlijk kan begeleiden. Ik zal de gevorderde dwangsom beperken en maximeren.

Omtrent de proceskosten moet worden beslist zoals hierna bepaald.

Beslissing

a. Laurus wordt veroordeeld om [eiser] binnen zeven dagen na heden weer toe te laten tot zijn overeengekomen werkzaamheden als supermarktmanager in de vestiging te Zaandam op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,-- per dag of gedeelte daarvan dat zij in gebreke mocht blijven daaraan te voldoen, met een maximum van € 100.000,--.

b. Laurus wordt veroordeeld aan [eiser] te betalen het loon van € 3.263,04 bruto per vier weken vanaf 16 februari 2006 tot de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn geëindigd; een en ander vermeerderd met de wettelijke verhoging ex artikel 7.625 van het Burgerlijk Wetboek, die wordt gemaximeerd op 10%, alsmede de wettelijke rente over al het voorgaande, telkens te berekenen vanaf de dag van opeisbaarheid daarvan, tot de dag dat alles betaald is.

c. Laurus wordt veroordeeld in de kosten van deze procedure, deze voor zover gerezen aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op € 989,87 waarvan € 800,-- wegens salaris van de gemachtigde (verhoogd tarief wegens zwaarte van de zaak).

Dit vonnis wordt uitvoerbaar verklaard bij voorraad.

Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.M.Visser, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 16 maart 2006, in tegen-woor-digheid van de griffier.