Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2006:AV5317

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
17-03-2006
Datum publicatie
17-03-2006
Zaaknummer
118596 - HA RK 05-114
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoekschrift voorlopig getuigenverhoor. Relatieve bevoegdheid. De rechtbank is van oordeel, mede bezien in het licht van de aard en de omvang van de vordering, dat het geschil in kwestie moet worden aangemerkt als een aangelegenheid die het hoofdkantoor te Hoofddorp betreft, in de zin van artikel 1:14 BW. Dat de onderhavige aangelegenheid daarnaast ook één of meer van de nevenvestigingen betreft, doet daaraan niet af.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2006, 410
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rekestnummer: 118596 / HA RK 05-114

Beschikking van 17 maart 2006

in de zaak van

de naamloze vennootschap

N.V. SUBARU BENELUX,

gevestigd te Aalsmeer,

verzoekster,

procureur mr. M. Middeldorp,

advocaten mr. H.E. Schweers en mr. R.A. Fibbe te Rotterdam,

tegen

de stichting

NATIONALE STICHTING TOT EXPLOITATIE VAN CASINOSPELEN IN NEDERLAND,

statutair gevestigd te ‘s-Gravenhage,

verweerster,

procureur mr. H.K. Garvelink,

advocaat mr. H.J.A. Knijff te 's-Gravenhage.

Partijen worden hierna aangeduid als Subaru en Holland Casino.

1. De procedure

Voor het verloop van de procedure wordt verwezen naar:

- het verzoekschrift d.d. 9 november 2005 (met 2 producties), ingekomen ter griffie van

deze rechtbank op 10 november 2005;

- het verweerschrift;

- de mondelinge behandeling van 31 januari 2006;

- de pleitaantekeningen van mr. Schweers.

2. Het verzoek en het verweer

2.1. Het verzoekschrift strekt ertoe dat de rechtbank een voorlopig getuigenverhoor zal bevelen met betrekking tot - kort samengevat - de stelling van Subaru dat Holland Casino onrechtmatig heeft gehandeld jegens Subaru, althans ongerechtvaardigd is verrijkt, omdat Holland Casino gedurende een aantal jaren grote geldbedragen heeft geaccepteerd van een werknemer van Subaru die deze geldbedragen wederrechtelijk aan Subaru onttrokken heeft. Holland Casino was en is immers, aldus Subaru, verplicht om verdachte gokhandelingen te melden, dit op grond van de Wet Melding Ongebruikelijke Transacties, het Besluit van 24 februari 2003 tot aanwijzing van instellingen en diensten in het kader van de Wet Identificatie bij Dienstverlening (WID), de Wet Economische Delicten en op grond van de licentie van Holland Casino, gegeven door de Nederlandse Staat, om casino’s te exploiteren.

Doordat Holland Casino heeft gehandeld in strijd met (onder meer) deze wetten en regelingen, heeft Subaru, zo stelt zij voorts, schade geleden, die zij voornemens is in een bodemprocedure van Holland Casino te vorderen.

2.2. Holland Casino voert geen verweer tegen het verzoek zelf, maar stelt zich op het standpunt dat de rechtbank te Haarlem onbevoegd is om van het verzoekschrift kennis te nemen. Hiertoe stelt Holland Casino dat zij statutair gevestigd is te ’s-Gravenhage en dat zij weliswaar kantoor houdt te Hoofddorp, maar dat de feiten waarop de te initiëren bodem-procedure betrekking heeft, geen aangelegenheden zijn die dat kantoor te Hoofddorp betreffen zoals bedoeld in artikel 1:14 Burgerlijk Wetboek (BW), zodat op deze grond niet geoordeeld kan worden dat de vermoedelijk bevoegde bodemrechter als bedoeld in artikel 187 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) de rechtbank te Haarlem is.

2.3. Subaru heeft haar stelling dat de rechtbank Haarlem bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen ter mondelinge behandeling van 31 januari 2006 nader toegelicht. Subaru stelt dat de feiten waarop zij haar vordering baseert zich met name hebben voorgedaan in de nevenvestigingen van Holland Casino te Scheveningen, Amsterdam, Rotterdam en Utrecht. Nu echter het hoofdkantoor van Holland Casino, waar de Raad van Bestuur zetelt en waar de stafafdelingen (waaronder de afdeling(en) die zich bezighoudt(-houden) met de interne beheersing van risico’s en naleving van relevante wet- en regelgeving) zijn gevestigd, zich in Hoofddorp bevindt moet het er volgens Subaru voor worden gehouden dat haar vordering, mede gelet op de aard en omvang ervan, betrekking heeft op aangelegenheden die het hoofdkantoor van Holland Casino te Hoofddorp betreffen. Subaru verwijst naar het jaarverslag 2004 van Holland Casino, waarin het volgende is vermeld:

“Risico’s en interne beheersing

Het bestuur is verantwoordelijk voor een adequate inrichting van de interne controle- en risicobeheersingssystemen van Holland Casino en voor een effectieve werking van deze systemen. Daaronder wordt niet alleen de interne beheersing van een betrouwbare financiële verslaggeving begrepen, maar ook de interne beheersing van operationele risico’s en de naleving van relevante wet- en regelgeving”

Derhalve is de rechtbank Haarlem bevoegd om van het verzoek kennis te nemen, aldus Subaru.

3. De beoordeling

3.1. De rechtbank dient allereerst te beoordelen of zij bevoegd is van het verzoek van Subaru tot het bevelen van een voorlopig getuigenverhoor kennis te nemen.

3.2. Op grond van art. 187 lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) wordt een verzoek tot het bevelen van een voorlopig getuigenverhoor gedaan aan de rechter die vermoedelijk bevoegd zal zijn van de zaak, indien deze aanhangig wordt gemaakt, kennis te nemen, of aan de rechter tot wiens absolute bevoegdheid de zaak behoort en binnen wiens rechtsgebied de personen die men als getuigen wil doen horen, of het grootste aantal van hen, woonachtig zijn of verblijven.

3.3. Geen van de personen die Subaru blijkens het verzoekschrift als getuigen wenst te doen horen, wonen of verblijven in het arrondissement Haarlem. Derhalve dient te worden onderzocht of de rechtbank Haarlem, indien de zaak bij haar aanhangig wordt gemaakt, vermoedelijk bevoegd zal zijn daarvan kennis te nemen.

3.4. De onderhavige zaak behoort tot de absolute bevoegdheid van de rechtbank. Met betrekking tot de relatieve bevoegdheid geldt op grond van artikel 99 lid 1 Rv als hoofdregel dat bevoegd is de rechter van de woonplaats van gedaagde. Welke plaats heeft te gelden als woonplaats dient te worden bepaald aan de hand van het bepaalde in art. 1:10-15 Burgerlijk Wetboek (BW).

3.5. Op grond van art. 1:10 lid 2 heeft een rechtspersoon zijn woonplaats ter plaatse waar hij volgens wettelijk voorschrift of volgens zijn statuten of reglementen zijn zetel heeft. Art. 1:14 BW bepaalt dat een persoon die een kantoor of een filiaal houdt, ten aanzien van aangelegenheden die dit kantoor of dit filiaal betreffen, mede aldaar woonplaats heeft.

3.6. Blijkens het uittreksel uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Amsterdam is Holland Casino statutair gevestigd te ’s-Gravenhage. Het uittreksel vermeldt als adres van de onderneming (uitsluitend) Hoofdweg 640 te Hoofddorp. Daarnaast blijkt uit het uittreksel van het bestaan van 15 nevenvestigingen van Holland Casino.

3.7. Voor het antwoord op de vraag of de rechtbank Haarlem bevoegd is van het verzoek kennis te nemen, is van belang of Holland Casino geacht kan worden (mede) woonplaats te hebben op het adres Hoofdweg 640 te Hoofddorp. Voor het antwoord op die vraag is doorslaggevend of het in de onderhavige zaak gaat om “aangelegenheden die dit kantoor of dit filiaal betreffen” als bedoeld in art. 1:14 BW.

3.8. Op het adres Hoofdweg 640 te Hoofddorp is het hoofdkantoor van Holland Casino gevestigd. Hier zijn zowel de Raad van Bestuur als de stafafdelingen gehuisvest, waaronder de afdelingen die zich bezighouden met de interne beheersing van risico’s en naleving van relevante wet- en regelgeving. Naar blijkt uit de door Subaru geciteerde passage uit het jaarverslag 2004, is het bestuur van Holland Casino (naar Holland Casino ook verder niet heeft weersproken) verantwoordelijk voor een adequate inrichting en een effectieve werking van de interne controle- en risicobeheersingssystemen van Holland Casino. Daaronder wordt mede begrepen de interne beheersing van operationele risico’s en de naleving van relevante wet- en regelgeving, aldus het jaarverslag. Niet gesteld of gebleken is dat dit in de jaren waarop het geschil betrekking heeft (1999 tot 2004), anders was.

3.9. Gelet op het voorgaande, mede bezien in het licht van de aard en de omvang van de vordering, is de rechtbank, met Subaru, van oordeel dat het geschil in kwestie moet worden aangemerkt als een aangelegenheid die het hoofdkantoor te Hoofddorp betreft, in de zin van art. 1:14 BW. Dat de onderhavige aangelegenheid daarnaast ook één of meer van de nevenvestigingen betreft, doet daaraan niet af.

3.10. Het voorgaande betekent dat de rechtbank Haarlem op grond van art. 99 lid 1 Rv juncto art. 1:14 BW de vermoedelijk bevoegde rechter in het bodemgeschil is, zodat zij op grond van art. 187 lid 1 Rv eveneens bevoegd is om van het onderhavige verzoek kennis te nemen.

3.11. Gelet op het hiervoor overwogene kan in het midden blijven of de stellingen van Subaru (ook) voldoende aanknopingspunten boden om de bevoegdheid van de rechtbank Haarlem te gronden op het bepaalde in art. 102 Rv.

3.12. Nu Subaru zich overigens niet tegen toewijzing van het verzoek verweert en dit verzoek op de wet is gegrond, zal het worden toegewezen.

3.13. Uit een oogpunt van de werklastbeheersing is de rechtbank genoodzaakt het aantal te horen getuigen vooralsnog te beperken tot maximaal vijf. Voor zover in het verzoekschrift meer dan vijf getuigen zijn vermeld, dient de verzoekende partij vooralsnog een keuze te maken en aan de rechter-commissaris schriftelijk op te geven de namen van de vijf getuigen die zij allereerst gehoord wensen te zien. De rechtbank merkt daarbij op, dat indien aan de verzoekende partij na het horen van de genoemde vijf getuigen het horen van nog enkele getuigen noodzakelijk voorkomt, zij dit schriftelijk en gemotiveerd aan de rechter-commissaris kan meedelen. Deze zal, zo nodig, na overleg ter zake beslissen.

3.14. De rechter-commissaris gaat ervan uit dat de partijgetuigen worden gehoord aan de hand van een tevoren op schrift gestelde verklaring. De rechter-commissaris verzoekt de procureur van verzoekende partij de betrokken verklaringen twéé weken voor de zittingsdatum aan de rechtbank en aan de wederpartij toe te zenden.

4. De beslissing

De rechtbank,

beveelt een voorlopig getuigenverhoor,

benoemt een nog aan te wijzen rechter van deze rechtbank tot rechter-commissaris,

bepaalt dat dit getuigenverhoor zal plaatsvinden in het gerechtsgebouw te Haarlem aan Jansstraat 81,

bepaalt dat verzoeker binnen twee weken na de datum van deze beschikking schriftelijk aan de rechtbank - ter attentie van de rekestenadministratie van de sector civiel - de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden april tot en met juni 2006 direct opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,

bepaalt dat verzoeker uiterlijk op 17 april 2006 een afschrift van het verzoekschrift en van deze beschikking bij aangetekende brief aan verweerder moet doen toekomen.

Deze beschikking is gegeven door mr. A. Warmerdam en in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2006.?