Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2006:AV3390

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
02-03-2006
Datum publicatie
06-03-2006
Zaaknummer
299886 AO VERZ 06-74
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen. Aan werknemer verweten gedrag levert vooralsnog geen gewichtige reden voor ontbinding op. "Zwartepiet" eenzijdig aan werknemer toebedeeld. Werkgever dient werknemer eerst in de gelegenheid te stellen door middel van training of coaching gedrag te verbeteren.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 685
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JIN 2006/141
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rep.nr.: 299886/AO VERZ 06-74

datum uitspraak: 2 maart 2006

BESCHIKKING ONTBINDING ARBEIDSOVEREENKOMST

inzake

de besloten vennootschap Compaan Van Zijl B.V.

te Heemstede

verzoekster

hierna: Compaan

gemachtigde: mr. J. Brons

tegen

[verweerder]

te [woonplaats]

verweerder

hierna: [verweerder]

gemachtigde: mr. M.M.C. Roos

De procedure

Op 19 januari 2006 is ter griffie een verzoekschrift ontvangen van Compaan. [verweerder] heeft een verweerschrift ingediend.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 23 februari 2006. Op deze zitting hebben partijen hun standpunten nader toegelicht. De gemachtigde van Compaan heeft pleitnotities overgelegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen verder naar voren hebben gebracht.

Beide partijen hebben producties in het geding gebracht.

De feiten

[verweerder], 45 jaar oud, is sinds 1987 bij (de rechtsvoorgangers van) Compaan in dienst, laatstelijk in de functie van tankwagenchauffeur, vervoer gevaarlijke stoffen, tegen een salaris van €2.189,66 bruto per maand exclusief vakantiegeld( en overige emolumenten).

Bij Compaan werken in totaal 12 à 13 personen, waaronder tien chauffeurs.

[verweerder] verzorgt leveranties bij ongeveer 15 klanten van Compaan. In beginsel zijn dit dezelfde klanten.

Sedert ongeveer medio 2004 bestaan tussen partijen verschillen van inzicht over de manier waarop [verweerder] zich gedraagt jegens klanten en/of collega's.

Bij brief van 4 mei 2004 heeft Compaan [verweerder] dringend verzocht zijn houding en gedrag te verbeteren.

Compaan heeft schriftelijke klachten ontvangen van twee van haar klanten over het gedrag van [verweerder].

In een gesprek op 13 september 2005 hebben partijen met elkaar gesproken over het gedrag en de houding van [verweerder]. Naar aanleiding van dit gesprek heeft Compaan bij brief van 21 oktober 2005 [verweerder] nogmaals verzocht zijn gedrag aan te passen.

Drie collega's van [verweerder] hebben zich jegens Compaan in negatieve zin uitgelaten over [verweerder].

Een van die drie collega's gaat binnenkort met vervroegd pensioen.

Het verzoek

Compaan verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens veranderingen in de omstandigheden.

Ter toelichting stelt Compaan – samengevat – het volgende.

Sinds 1 mei 2004 gedraagt [verweerder] zich onhebbelijk en onfatsoenlijk tegenover de directie en tegenover zijn collega’s. [verweerder] permitteert zich niet alleen ten opzichte van zijn collega’s onhebbelijkheden, maar ook tegenover de klanten, tegenover wie hij zich laagdunkend uitlaat over zijn werkgever.

Op 29 juni 2005 heeft [verweerder] zich misdragen door willens en wetens te laat te verschijnen op een training en daar met een smoesje te vroeg te vertrekken.

Op geen van de brieven van Compaan heeft [verweerder] gereageerd. Dat alleen al is voor Compaan onacceptabel. Daarenboven werd Compaan gedurende de kerstdagen benaderd door klanten die hun ongenoegen kenbaar maakten over de houding en het functioneren van [verweerder].

Compaan kan dat niet langer tolereren. Compaan meent dat zij [verweerder] voldoende malen heeft gewaarschuwd en dat thans de maat vol is.

Van Compaan kan in de onderhavige omstandigheden in redelijkheid niet gevergd worden dat de arbeidsovereenkomst met [verweerder] wordt voortgezet.

Het verweer

[verweerder] concludeert primair tot afwijzing van het verzoek. Voor het geval de arbeidsovereenkomst toch wordt ontbonden, verzoekt [verweerder] om toekenning van een vergoeding van €104.052,64 bruto, waarbij rekening wordt gehouden met de voor [verweerder] geldende fictieve opzegtermijn, dan wel toekenning van de genoemde vergoeding vermeerderd met een bedrag ter grootte van het salaris over die opzegtermijn, zijnde €7.094,50 bruto.

De beoordeling van het verzoek

De kantonrechter heeft zich ervan vergewist dat het verzoek geen verband houdt met het bestaan van een opzegverbod als bedoeld in artikel 7:685 lid 1 BW.

Bij de mondelinge behandeling is gebleken dat partijen over een groot aantal zaken verschillend denken. Dit geldt niet alleen voor de feiten waarover partijen in het verleden al met elkaar hebben gesproken, maar ook voor wat ter zitting aan de orde kwam. Compaan heeft weliswaar gesteld geen vertrouwen meer te hebben in een juiste werkhouding van [verweerder], maar dat is onder de gegeven omstandigheden onvoldoende voor toewijzing van het verzoek.

Tussen partijen staat vast dat [verweerder] een zekere vrijheid heeft bij het uitvoeren van zijn werkzaamheden. Onvoldoende gebleken is dat [verweerder] zijn werkzaamheden niet naar behoren uitvoert. Het knelpunt is kennelijk voornamelijk de wijze waarop hij sedert medio 2004 een aantal collega's en klanten niet op correcte wijze heeft bejegend. Naar het oordeel van de kantonrechter gaat het hier slechts om een beperkt aantal klanten en collega's, terwijl bovendien een van die collega's binnenkort met vervroegd pensioen gaat, nog daargelaten dat [verweerder] heeft betwist met die betrokken collega een slechte relatie te hebben.

Gelet op het lange dienstverband van [verweerder] is de kantonrechter van oordeel dat Compaan onvoldoende heeft gedaan om de relatie tussen [verweerder] en de betrokken collega's te verbeteren. Weliswaar heeft Compaan [verweerder] een aantal keren verzocht zijn houding en gedachten verbeteren, maar niet gebleken is op welke wijze zij de andere werknemers, die klachten over [verweerder] hadden, bij dit verbetertraject heeft betrokken. De kantonrechter is van oordeel dat thans te eenzijdig de zwartepiet aan [verweerder] wordt toebedeeld.

Nu voorts niet gebleken is dat de houding en het gedrag van [verweerder] tot omzetverlies hebben geleid is de kantonrechter op grond van het vooraanstaande van oordeel dat thans geen sprake is van een zodanige wijziging in omstandigheden dat de arbeidsovereenkomst zou moeten worden ontbonden. Partijen dienen met elkaar in overleg te treden, waarbij het met name de taak van Compaan is [verweerder] in staat te stellen door middel van trainingen of coaching zijn houding en gedrag te verbeteren. Zolang dat nog niet is geprobeerd is het nog te vroeg om bij een lang dienstverband als waarvan hier sprake is de arbeidsovereenkomst te ontbinden.

Al het voorgaande in aanmerking nemende komt de kantonrechter tot de conclusie dat er geen gewichtige redenen bestaan om de arbeidsovereenkomst te ontbinden, zodat het verzoek wordt afgewezen.

Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht behoeft geen bespreking meer, nu dit in het licht van hetgeen in deze beschikking is vastgesteld en overwogen, niet tot een andere beslissing kan leiden.

Gezien de aard van de procedure worden de kosten tussen partijen gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Beslissing

De kantonrechter:

wijst het verzoek af;

bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. F.J.P. Veenhof en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde d is atum.