Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2006:AU9671

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
05-01-2006
Datum publicatie
23-01-2006
Zaaknummer
05/1929
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Het LCD scherm wordt uitsluitend of hoofdzakelijk gebruikt in een automatisch gegevensverwerkend systeem en voldoet aan aantekening 5 B op hoofdstuk 84 van het GDT. Het moet dan ook ingedeeld worden onder post 8471 60 90 van het GDT. Beroep gegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht, meervoudige douanekamer

Registratienummer: AWB 05/1929

Uitspraakdatum: 5 januari 2006

Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen

A B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende

te Q, eiser,

gemachtigde B te Amsterdam,

en

de inspecteur van de Belastingdienst P,

verweerder,

gemachtigde C.

1. Ontstaan en loop van het geding

1.1. Verweerder heeft aan eiseres met dagtekening 15 oktober 2004 een uitnodiging tot betaling (hierna: UTB) met nummer 000.00.0000 opgelegd.

1.2. Eiseres heeft op 25 oktober 2004, ontvangen op 26 oktober 2004, bezwaar ingediend. Verweerder heeft bij uitspraak van 15 april 2005 het bezwaar ongegrond verklaard. Daartegen is door eiseres beroep ingesteld op 13 mei 2005.

1.3. Verweerder heeft op 8 juli 2005 een verweerschrift ingediend.

1.4. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 november 2005 te Haarlem. Partijen zijn daar verschenen. Namens eiseres is verschenen B, vergezeld door D. Namens verweerder is verschenen C, vergezeld door E.

1.5 Partijen hebben ter zitting hun standpunten nader uiteen gezet.

2. De feiten

2.1. Op 1 juni 2004 heeft eiseres onder nummer 000.00.0000 aangiften voor het vrije verkeer gedaan voor een zending LCD monitors van het type xxx (verder het product). Het product betreft een beeldscherm met een diameter van 20,1 inch (51 cm). De monitor beschikt over een DVI en D-Sub aansluiting. Het land van oorsprong is China.

2.2. De goederen zijn aangegeven onder post 8471 60 90 van het gemeenschappelijk douanetarief (GDT). Er is een monster genomen en de goederen zijn vrijgegeven. Het monster is vervolgens bekeken, waarna de goederencode is gewijzigd in 8528 12 89. Naar aanleiding hiervan heeft verweerder op 15 oktober 2004 een uitnodiging tot betaling aan eiseres uitgereikt.

2.3. De voormelde posten luiden, voorzover hier van belang, als volgt:

Post 8471 60 90:

“8471 Automatische gegevensverwerkende machines en eenheden daarvoor; magnetische en optische lezers, machines voor het in gecodeerde vorm op dragers overzetten van gegevens en machines voor het verwerken van die gegevens, elders genoemd noch elders onder begrepen:

(...)

8471 60 - invoereenheden en uitvoereenheden, ook indien zij in dezelfde behuizing geheugeneenheden bevatten:

(...)

8471 60 90 - - - andere.”.

Post 8528 21 90:

“8528 Ontvangtoestellen voor televisie, ook indien met ingebouwd ontvangtoestel voor radio-omroep of toestel voor het opnemen of het weergeven van geluid of van beelden; videomonitors en videoprojectietoestellen:

(...)

- videomonitors:

8528 21 - - voor kleurenweergave:

(...)

8528 21 90 - - - andere.”.

2.4. Aantekeningen 5B en 5E op hoofdstuk 84 luiden als volgt.

“B. Automatische gegevensverwerkende machines kunnen voorkomen in de vorm van systemen bestaande uit een variabel aantal afzonderlijke eenheden. Met inachtneming van het bepaalde in letter E hierna, wordt een eenheid als een deel van een compleet systeem aangemerkt, indien zij aan alle hierna omschreven voorwaarden voldoet, te weten:

a) zij moet van de soort zijn die uitsluitend of hoofdzakelijk wordt gebruikt in een automatisch gegevensverwerkend systeem;

b) zij moet, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenschakeling van een of meer andere eenheden, op de centrale verwerkingseenheid kunnen worden aangesloten, en

c) zij moet in staat zijn gegevens te ontvangen of te leveren in een vorm -codes of signalen- die bruikbaar is voor het systeem.”

“E. Machines die een eigen functie, andere dan automatische gegevensverwerking, vervullen en die een automatische gegevenverwerkende machine bevatten of daarmee in samenhang worden gebruikt, worden ingedeeld onder de post die overeenkomstig hun functie in aanmerking komt of, bij ontbreken daarvan, onder een sluitpost.”

Het geschil

3.1. In geschil is of het product moet worden ingedeeld onder post 8471 60 90 van het GDT, zoals eiseres bepleit, dan wel onder post 8528 21 90 van het GDT, hetgeen verweerder voorstaat. Daarnaast is in geschil of verweerder op goede gronden achteraf de douanerechten heeft geboekt.

4. Standpunten van de partijen

4.1. Eiseres heeft zich op het standpunt gesteld dat het product ingedeeld dient te worden onder post 8471 60 90 van het GDT, aangezien het product uitsluitend of hoofdzakelijk wordt gebruikt in een automatisch gegevensverwerkend systeem. Zij stelt dat het product daartoe is ontworpen en als zodanig wordt gebruikt. Gezien de vormgeving, de afwezigheid van andere aansluitingen dan een VGA- en/of DVI- aansluiting, de beeldschermverhouding, het ontbreken van een voorziening waarmee de monitor achteraf alsnog als videomonitor of televisie kan worden gebruikt, de afwezigheid van een kanalenkiezer of een andere voorziening die duidt op gebruik als televisie of videomonitor, het ondersteunen van VESA-standaarden alsmede de mogelijkheid om het beeldscherm te verstellen op een voet of standaard, kan worden vastgesteld dat het product uitsluitend of hoofdzakelijk is bedoeld om te worden gebruikt in een automatisch gegevensverwerkend systeem; het product is ook als zodanig op de markt gezet.

Verweerder heeft het Besluit van de Staatssecretaris van Financiën van 29 november 2004, nummer WT 2004-11-29 ten aanzien van de tariefindeling van bepaalde LCD schermen onjuist uitgelegd. Ook als niet geheel aan alle kenmerken die de Staatssecretaris heeft gegeven wordt voldaan, kan de monitor nog wel uitsluitend dan wel hoofdzakelijk worden gebruikt in een automatisch gegevensverwerkend systeem. De indelingscriteria die door de Staatssecretaris zijn gegeven zijn niet gebaseerd op enig wettelijk voorschrift en moeten in strijd met het EG-recht worden geacht. Het criterium is nog steeds uitsluitend dan wel hoofdzakelijk gebruik. Dat de diameter groter is dan 20 inch, namelijk 20,1 inch, is een te minieme afwijking om op grond hiervan te concluderen dat de monitor niet uitsluitend of hoofdzakelijk wordt gebruikt in een automatisch gegevensverwerkend systeem. Er is ook een Bindende Tarief Inlichting (hierna: BTI) afgegeven voor hetzelfde product voor post 8471 60 90 van het GDT.

Voorts heeft eiseres zich op het standpunt gesteld dat de UTB in strijd is met artikel 220, tweede lid, onderdeel b, CDW en is er sprake van schending van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Met name de redelijkheid en billijkheid, aangezien navorderingen op grond van verordeningen van een latere datum daarmee in strijd zijn.

4.2. Verweerder is van mening dat het product ingedeeld dient te worden onder post 8525 21 90 van het GDT. Gekeken moet worden naar de “objectieve kenmerken en eigenschappen”. Het product kan ook worden aangesloten op een DVD-speler en wordt daarom niet uitsluitend of hoofdzakelijk gebruikt in een automatisch gegevensverwerkend systeem. Het product is volgens de door eiseres overgelegde informatie uitstekend te gebruiken als medium om video’s en games zichtbaar te maken. De BTI waarnaar eiseres verwijst is na tien dagen weer ingetrokken en dus niet meer geldig.

Het product voldoet niet aan de door de Staatssecretaris gegeven criteria, aangezien de diameter te groot is en er andere aansluitingen zijn, namelijk een D-sub en DVI-aansluiting; het gelijkheidsbeginsel is dan ook niet aan de orde.

Verweerder verwijst voorts naar twee EG Verordeningen. In Verordening (EG) nr. 493/2005, van de Raad van 16 maart 2005, PB EG L 082 van 31 maart 2005, (hierna: Verordening 493/2005) worden de douanerechten geschorst voor videomonitoren met een diameter kleiner dan 19,1 inch die ingedeeld worden onder post 8528, omdat ook videobeelden van andere dan automatische gegevens verwerkende machines kunnen worden geproduceerd. Ingevolge Verordening (EG) nr. 634 /2005 van de Commissie van 26 april 2005 tot indeling van bepaalde goederen in de gecombineerde nomenclatuur, Pb EG L. 106 van 27 april 2005, (hierna: Verordening 634/2005) worden LCD schermen van 15 inch met meerdere aansluitingen ingedeeld in post 8528. Als deze Verordeningen niet met terugwerkende kracht toegepast kunnen worden, dan nog stelt verweerder zich op het standpunt dat de monitor ingedeeld moet worden in post 8528. Een Verordening verduidelijkt immers enkel en wijzigt de indeling in posten niet.

Daarnaast is er geen sprake van een boeking achteraf maar van een primaire boeking. Indien er wel sprake zou zijn van een boeking achteraf dan stelt verweerder zich op het volgende standpunt. Er kan pas sprake zijn van een vergissing indien er een welbewust standpunt is ingenomen. Dat is niet het geval, er was dan ook geen sprake van een actieve gedraging en dus ook niet van een vergissing. Iedere aangifte staat op zichzelf, andere aangiften staan er los van. Voorts zijn de algemene beginselen van bestuur niet integraal van toepassing in het communautaire recht. Indien eiseres een beroep doet op artikel 239 CDW, is dit te laat. Dit artikel kan niet ambtshalve getoetst worden.

5. Beoordeling van het geschil

5.1. De rechtbank stelt voorop dat de Verordening 634/2005, zoals volgt uit artikel 3 van deze verordening, eerst na de invoer van de onderhavige producten in werking is getreden en derhalve nog niet van toepassing was ten tijde van de litigieuze aangifte. Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit deze verordening niet dat deze ook van toepassing is op goederen welke vóór de inwerkingtreding daarvan in het vrije verkeer zijn gebracht. Ook Verordening 493/2005 is van na de datum van de aangiften ten invoer. Daarbij komt dat beide Verordeningen betrekking hebben op schermen met andere technische kenmerken. Ook het Besluit van de Staatssecretaris dateert van na de invoer. De rechtbank zal dan ook bij de beoordeling van het geschil zowel de Verordeningen als het Besluit buiten beschouwing laten.

5.2. Uit aantekening 5B op hoofdstuk 84 van het GDT volgt dat een eenheid als een deel van een compleet systeem wordt aangemerkt, indien zij onder andere van de soort is die uitsluitend of hoofdzakelijk wordt gebruikt in een automatisch gegevensverwerkend systeem. Niet in geschil is dat het product pleegt te worden gebruikt wordt in een automatisch gegevensverwerkend systeem. Het product heeft geen specifieke kenmerken om bijvoorbeeld als televisie te dienen, zoals een afstandsbediening, kanalenkeuze of antenne. Weliswaar is het mogelijk dat op de monitor televisie wordt gekeken, dvd’s gekeken worden of spellen gespeeld worden, maar dit kan alleen indien het scherm wordt aangesloten op een machine voor doorgifte (zoals bijvoorbeeld een modem en computer voor het kijken van televisie, een dvd-speler of een spelcomputer). De aanwezigheid van meerdere aansluitingen staat er niet aan in de weg dat het product hoofdzakelijk wordt gebruikt als scherm voor een automatisch verwerkend systeem. Daarenboven acht de rechtbank het doorslaggevend dat de monitor niet op de markt wordt gebracht als een televisie, maar als een scherm voor een automatisch gegevensverwerkend systeem.

5.3. Hetgeen hiervoor is overwogen, bezien in onderlinge samenhang en verwevenheid, leidt tot de conclusie dat het product uitsluitend of hoofdzakelijk wordt gebruikt in een automatisch gegevensverwerkend systeem en voldoet aan aantekening 5 B op hoofdstuk 84 van het GDT. Op grond hiervan is de rechtbank dan ook van oordeel dat het product ingedeeld moet worden onder tariefpost 84 71 60 90 van het GDT, zodat verweerder ten onrechte de onder 2.2 vermelde UTB heeft opgelegd. De overige gronden van beroep behoeven geen bespreking meer.

6. Proceskosten

In de uitkomst van het geding vindt de rechtbank aan-lei-ding om op grond van artikel 8:75 van de Awb verweerder te veroordelen in de kos-ten die eiseres in verband met de behande-ling van het beroep redelij-kerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op € 644 (1 punt voor het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 322 ). De rechtbank wijst de Staat der Nederlanden aan als de rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden.

7. Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar;

- vernietigt de onderhavige UTB;

- verklaart dat het product ingedeeld dient te worden onder post 8471 60 90 van het GDT;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten ten bedrage van € 644,--, onder aanwijzing van de Staat der Nederlanden die deze kosten aan eiseres dient te vergoeden;

- gelast dat de Staat der Nederlanden het door eiseres betaalde griffierecht van € 276,-- vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.W.S. de Groot, voorzitter, en mrs. E. Polak en L.G. Jobse, leden, in tegenwoordigheid van mr. C.J. Loggen – ten Hoopen, griffier. De beslissing is op 5 januari 2006 in het openbaar uitgesproken, in tegenwoordigheid van de griffier.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum:

- hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Amsterdam (douanekamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam; dan wel

- beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag, mits de wederpartij daarmee schriftelijk instemt.

N.B. Bij het bestuursorgaan berust de bevoegdheid tot het instellen van beroep in cassatie niet bij de ambtenaar die de procedure voor de rechtbank heeft gevoerd.

Bij het instellen van hoger beroep dan wel beroep in cassatie dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep dan wel het beroep in cassatie is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep dan wel het beroep in cassatie.

Bij het instellen van beroep in cassatie dient daarnaast in acht te worden genomen dat bij het beroepschrift een schriftelijke verklaring van de wederpartij wordt gevoegd, inhoudende dat wordt ingestemd met het instellen van beroep in cassatie tegen de uitspraak van de rechtbank.