Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2005:AV2750

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
14-12-2005
Datum publicatie
28-02-2006
Zaaknummer
285753/CV EXPL 05-9376
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering betreft schadevergoeding uit hoofde van onrechtmatige daad, te weten beschadiging van kabel tijdens grondwerkzaamheden.

Onderzoeksplicht van de uitvoerder beperkt zich niet tot het doen van KLIC-melding. Verwijderen van asfalt dient te worden aangemerkt als grondwerkzaamheden.

Kantonrechter wijst vordering toe, nu gedaagde haar onderzoeksplicht niet voldoende heeft nageleefd.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 162
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JA 2006/63
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 285753/CV EXPL 05-9376

datum uitspraak: 14 december 2005

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

de besloten vennootschap Eneco Netbeheer B.V.

te Rotterdam

eisende partij

gemachtigde: H.J. Jansen

tegen

de besloten vennootschap Koop Tjuchem West B.V.

te Nieuw-Vennep

gedaagde partij

gemachtigde: mr. B.D. Roelink

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Eneco respectievelijk Koop.

De procedure

Eneco heeft Koop op 13 september 2005 gedagvaard (met bijgevoegd 1 productie). Koop heeft geantwoord (met 2 producties). Bij vonnis van 5 oktober 2005 is een comparitie van partijen gelast. De comparitie heeft plaatsgevonden op 11 november 2005. Vooraf heeft Eneco een akte genomen (met 5 producties). Vonnis is bepaald op heden.

De feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende betwist en/of op grond van de onweersproken inhoud van overgelegde producties, staat in dit geding het volgende vast:

a. Koop heeft op 27 oktober 2004 werkzaamheden verricht aan de Marnixlaan te Vlaardingen. De werkzaamheden bestonden uit het vervangen van asfalt. Dit vervangen van asfalt maakte deel uit van een omvangrijk project.

b. Voor aanvang van het project heeft Koop een zgn. KLIC-melding gedaan. KLIC staat voor Kabels en Leidingen Informatie Centrum. Aan de hand van de op die melding verkregen gegevens heeft Koop op 30 juni 2004 bij Eneco een tekening van het werkgebied opgevraagd.

c. Eneco heeft op 1 juli 2004 de tekeningen van het werkgebied aan Koop gezonden, vergezeld van haar “voorwaarden waaronder werkzaamheden in de onmiddellijke nabijheid van kabels en leidingen van NV Eneco uitgevoerd mogen worden”.

d. Koop heeft het asfalt met een graafmachine verwijderd en daarbij een kabel van Eneco geraakt.

e. Eneco heeft Koop bij brief van 1 november 2004 aansprakelijk gesteld, heeft de schade door eigen personeel laten herstellen en heeft op 6 januari 2005 aan Koop een bedrag van € 1.082,04 gefactureerd.

f. Koop heeft dit bedrag onbetaald gelaten.

De vordering

Eneco vordert (samengevat) veroordeling van Koop tot betaling van € 1.232,50, vermeerderd met rente over € 1.082,04. Zij stelt daartoe dat Koop zich schuldig heeft gemaakt aan een onrechtmatige daad, daardoor aansprakelijk is voor de door haar veroorzaakte schade en daarnaast buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd is.

Het verweer

Koop heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Daarop zal, voorzover van belang, bij de beoordeling van het geschil nader worden ingegaan.

De beoordeling van het geschil

Kern van het verweer van Koop is dat zij - door de KLIC-melding - alle maatregelen heeft genomen om schade te voorkomen, maar dat de kabel op een zodanig geringe diepte lag dat de kabel reeds bij het weggraven van het asfalt mee naar boven kwam. Bij conclusie van antwoord gaf Koop aan dat de kabel vast zat in het asfalt, maar ter zitting heeft haar vertegenwoordiger aangegeven dat deze in de uit puin bestaande funderingsconstructie direct onder het asfalt lag, in plaats van in de zandlaag daaronder.

Eneco heeft daar tegenover gesteld dat Koop in strijd met de voorwaarden die met de tekeningen waren meegezonden de tekening niet op de graaflocatie aanwezig had en de exacte locatie van de kabels evenmin heeft vastgesteld. Eneco wijst er op dat het met behulp van elektrische kabelzoekers mogelijk is om de exacte locatie van een kabel te bepalen, maar dat Koop dit heeft nagelaten. Zij betwist dat zij te weinig gronddekking boven de kabel heeft aangebracht, maar geeft aan dat het een feit van algemene bekendheid is dat in de loop der jaren de ligging van kabels kan wijzigen door grondzakking, ophoging en dergelijke. Ter zitting heeft de vertegenwoordiger van Eneco aangegeven dat de kabel aanvankelijk in de berm onder een tegelpad heeft gelegen, maar in de loop der jaren het maaiveld is gewijzigd (er lag immers asfalt), zodat het wel kan kloppen dat de gronddekking van de kabel inmiddels was verminderd.

Het volgende wordt overwogen. Bij het uitvoeren van grondwerken heeft een aannemer een onderzoeksplicht. Die onderzoeksplicht eindigt niet met het doen van een KLIC-melding. Uitgangspunt is dat een aannemer bij uit te voeren graafwerkzaamheden aan de hand van de aan hem door kabel- en leidingbeheerders verstrekte gegevens vaststelt wat de exacte ligging is van de kabels en de leidingen in het werkgebied. De tekeningen die een aannemer krijgt van een kabel- of leidingbeheerder zeggen immers in zijn algemeenheid slechts iets over de wijze waarop een kabel of leiding in het verleden is gelegd. Vast staat daarbij - Eneco stelt dit en Koop betwist dit niet, en de kantonrechter beschouwt het ook als een feit van algemene bekendheid - dat de ligging van kabels of leidingen zowel horizontaal als verticaal in de loop der tijd door allerlei van buiten komende oorzaken in belangrijke mate kan wijzigen. Omdat kabels relatief soepele verbindingen zijn geldt dit voor kabels nog in meerdere mate, waarbij met name de gronddekking snel aan wijziging onderhevig kan zijn omdat daarvan al sprake is als er grond wordt afgegraven of toegevoegd. Een beheerder heeft daar in beginsel weinig zicht c.q. invloed op. In het licht van de hiervoor geschetste omstandigheden mag een aannemer die grondwerken uit gaat voeren er niet vanuit gaan dat kabels in het werkgebied een gebruikelijke gronddekking hebben. De aannemer dient te onderzoeken waar de kabel (zowel horizontaal als verticaal) loopt en als de gronddekking van de kabel op bepaalde plaatsen zodanig gering is dat dit problemen oplevert bij de werkzaamheden dient de aannemer daarover in overleg te treden met de kabelbeheerder.

Vast staat dat Koop niet overeenkomstig de hierboven omschreven wijze (en overeenkomstig de voorwaarden die zij vooraf van Eneco had ontvangen) heeft gehandeld. Koop heeft ter zitting aangegeven dat zij het verwijderen van asfalt met een graafmachine vanwege de geringe diepte van het graafwerk niet als grondwerkzaamheden beschouwd, dat de tekeningen die als gevolg van de KLIC-melding waren verkregen ook niet vooraf geraadpleegd zijn en dat er door haar wanneer de opdracht louter asfaltvervanging is ook geen KLIC-melding wordt gedaan.

Het volgende wordt overwogen. Ook het verwijderen van asfalt met een graafmachine - waarbij toch enige diepte gemaakt moet worden - dient te worden beschouwd als grondwerkzaamheden. Met de wetenschap dat met name de gronddekking van in het werkgebied liggende kabels belangrijk kan fluctueren en dat daardoor sprake kan zijn van een zeer geringe gronddekking neemt een aannemer een risico indien hij deze werkzaamheden gaat verrichten zonder een KLIC-melding te doen of - indien hij wel een KLIC-melding heeft gedaan - de door een KLIC-melding verkregen gegevens niet te raadplegen en de exacte ligging van kabels in het werkgebied niet te bepalen. Uit bedrijfseconomisch oogpunt mag dit voor de aannemer een aanvaardbaar risico zijn - hij kan immers sneller werken en kennelijk gaat het meestal goed - maar dat neemt niet weg dat als zich een incident als het onderhavige voordoet de aannemer wegens het onvoldoende naleven van zijn onderzoeksplicht onrechtmatig handelt ten opzichte van de eigenaar c.q. beheerder van de kabel. Koop dient derhalve de door haar veroorzaakte schade te vergoeden.

Het bovenstaande leidt tot toewijzing van de door Eneco gevorderde hoofdsom, die in omvang niet door Koop is betwist. Ook de rente is toewijsbaar als gevorderd.

De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zijn door Koop betwist. Nu Eneco vervolgens heeft nagelaten nader te specificeren welke werkzaamheden (los van de werkzaamheden die dienen te worden beschouwd als voorbereiding op de onderhavige procedure) zijn verricht, hoeveel uren daaraan besteed is en welk tarief daarbij gehanteerd is dienen deze kosten - bij gebrek aan feitelijke onderbouwing van de zijde van Eneco - te worden afgewezen.

De proceskosten komen voor rekening van Koop omdat deze overwegend in het ongelijk wordt gesteld.

Beslissing

De kantonrechter:

- veroordeelt Koop tot betaling aan Eneco van € 1.082,04 te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 13 september 2005 tot aan de dag van de algehele voldoening;

- veroordeelt Koop tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van Eneco tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:

exploot € 71,93

vastrecht € 146,--

salaris gemachtigde € 200,--;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af hetgeen meer of anders mocht zijn gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. B. Vogel en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.