Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2005:AU7831

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
15-12-2005
Datum publicatie
15-12-2005
Zaaknummer
270583 CV EXPL 05-2178
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Consumentenrecht. Koop van een motorfiets via internet tot stand gekomen. In Frankrijk woonachtige koper heeft geen proefrit gemaakt. Sommige gebreken wel en andere gebreken niet voor zijn risio.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton Locatie Zaandam

zaak/rolnr.: 270583 CV EXPL 05-2178

datum uitspraak: 15 december 2005

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

[eiser]

te [woonplaats],

eisende partij,

hierna te noemen [eiser],

gemachtigde deurwaarder C.W.M. Stam,

tegen

[gedaagde]

te [woonplaats],

gedaagde partij,

hierna te noemen [gedaagde],

gemachtigde F. Zuydwijk.

De procedure

[eiser] heeft op gronden zoals in de dagvaarding vermeld een vordering ingesteld tegen [gedaagde].

Hierop heeft [gedaagde] geantwoord.

Vervolgens zijn partijen ter terechtzitting verschenen voor het geven van inlichtingen en het beproeven van een schikking. Daarvan zijn door de griffier aantekeningen gemaakt die zo nodig in de vorm van een proces-verbaal worden uitgewerkt. [eiser] heeft zijn eis toen verminderd.

Tenslotte is de uitspraak op vandaag bepaald.

De inhoud van alle processtukken, waaronder begrepen de mogelijk door partijen overgelegde producties, wordt als hier overgenomen beschouwd.

De vordering

[eiser] vordert na vermindering van eis dat de kantonrechter, bij vonnis uitvoer-baar bij voorraad, [gedaagde] zal veroordelen aan [eiser] te betalen de somma van € 2.516,96 met (verdere) rente en kos-ten.

Het verweer

Het verweer strekt tot gehele of gedeeltelijke afwijzing van de vordering.

De feiten

In deze procedure zijn de volgende feiten voldoende komen vast te staan omdat deze niet, dan wel onvoldoende gemotiveerd betwist zijn gebleven.

1. Op of omstreeks 12 oktober 2004 is tussen partijen via een e-mailwisseling een koopovereenkomst tot stand gekomen met betrekking tot een motorfiets, een Honda Pan European, gekentekend [kenteken], voor de prijs van € 3.000,--. Op 13 oktober 2004 is € 500,-- aanbetaald. Het restant is betaald bij de aflevering, in Nederland, op 24 oktober 2004.

2. Voor de koop heeft [eiser], die in Frankrijk woont, geen proefrit gemaakt. Aanvankelijk zou zijn zwager nog komen kijken, maar dat is niet doorgegaan. Via e-mail heeft [gedaagde] desgevraagd echter aan [eiser] laten weten dat de motor twee schaafplekjes had en dat deze verder in goede staat verkeerde. [gedaagde] heeft daarnaast meerdere malen bevestigd dat de motor technisch in goede staat verkeerde. Bij het doen van zijn definitieve bod, dat later door [gedaagde] is geaccepteerd, heeft [eiser] nog per e-mail gemeld dat hij ervan uitging dat er (kennelijk behoudens de krasjes) verder geen technische problemen zijn.

3. Bij aflevering heeft [eiser] direct gezien dat de voorband van de motor versleten was. Hij heeft daar toen geen punt van gemaakt. Verder heeft [gedaagde] hem toen gemeld dat de remmen een beetje plakten en dat de uitlaat niet origineel was.

4. Daarop is [eiser] met de motor naar huis gereden, hetgeen ongeveer 1200 kilometer was. Hij heeft toen inderdaad gemerkt dat de remmen een beetje plakten. Na thuiskomst heeft hij de motor ter controle aangeboden aan zijn garage. Dat was pas medio november 2004, omdat de garage eerder geen tijd had. Uiteindelijk is gebleken dat de remmen, voor en achter, versleten en kapot waren en moesten worden vervangen. Verder bleek de uitlaat niet te voldoen aan de Franse eisen en moest deze eveneens worden vervangen. Tenslotte is ook de voorband vervangen.

5. Bij brief van 1 december 2004 is [gedaagde] voor het eerst aansprakelijk gesteld voor de geconstateerde gebreken. Hij heeft deze aansprakelijkheid echter niet willen aanvaarden en weigert de door [eiser] gemaakte reparatiekosten te voldoen. De wettelijke rente is aangezegd tegen 4 april 2005.

De beoordeling van het geschil

Toepasselijk recht.

Nu gesteld noch gebleken is dat partijen, die ten tijde van het sluiten van de koop in verschillende landen hun gewone verblijfplaats hadden, een rechtskeuze hebben gedaan, wordt de koopovereenkomst op de voet van het bepaalde in artikel 4 van het EVO verdrag beheerst door Nederlands recht. Het CISG verdrag mist toepassing, nu het hier een koop van een motor betreft, bestemd tot persoonlijk gebruik door de koper (vgl. art. 2 CISG).

Inhoudelijke beoordeling.

Voorop gesteld moet worden dat de koop al op of omstreeks 12 oktober 2004 was gesloten.

Wat nadien is voorgevallen kan op zichzelf dan ook niet afdoen aan het in artikel 7.17 van het Burgerlijk Wetboek verwoorde conformiteitsbeginsel. Bij de beantwoording van de vraag of de afgeleverde motor aan de koopovereenkomst voldeed komt het dus aan op de verwachtingen die [eiser] op of omstreeks 12 oktober 2004 in redelijkheid mocht koesteren.

Naar mijn oordeel mocht [eiser], met name op grond van de herhaalde toezegging van [gedaagde] dat de motor technisch in goede staat verkeerde, in redelijkheid verwachten dat deze in elk geval was voorzien van deugdelijke remmen. Dat [gedaagde] daar bij aflevering enige kanttekeningen bij heeft geplaatst kan laatstgenoemde dus niet baten. Dat was te laat. Gesteld noch gebleken is dat [eiser] ten tijde van de aflevering afstand zou hebben gedaan van zijn recht om te klagen over die remmen.

Gelet op de overgelegde reparatienota’s van de Franse garage kan in redelijkheid niet worden betwijfeld dát die remmen ondeugdelijk waren. [gedaagde] heeft geen tegenbewijs op dit punt aangeboden, hetgeen temeer klemt nu [eiser] de betreffende kapotte onderdelen heeft bewaard en op eerste afroep voor onderzoek ter beschikking kan stellen. Van de kant van [gedaagde] is nooit gereageerd op de brieven van [eiser],. Door stil te zitten ontnam [gedaagde] zich de mogelijkheid om de staat van de remmen vóór de reparatie zelf te (laten) controleren.

Ik heb berekend dat met het vervangen/reviseren van de remmen een bedrag van totaal € 1.148,55 gemoeid was. [gedaagde], die een ondeugdelijke motor heeft afgeleverd, zal deze kosten moeten vergoeden. Daaraan kan niet afdoen dat [eiser] de motor voor het sluiten van de koopovereenkomst niet heeft doen keuren en zelfs geen proefrit heeft gemaakt. Nog daargelaten dat dit gelet op de afstand ([gedaagde] deed via e-mail zaken met een in Frankrijk wonende tegenpartij) praktisch niet goed uitvoerbaar was, bestond daartoe gelet op de hiervoor vastgestelde garantie van [gedaagde] ook geen reden. [eiser] mocht afgaan op de bewering van [gedaagde] dat de motor technisch in orde was. Het gaat niet aan om een koper te verwijten dat hij te gemakkelijk is afgegaan op zo’n (herhaalde) toezegging.

Voor wat betreft de uitlaat ligt de zaak anders. [eiser] mocht niet verwachten dat [gedaagde] zich zou verdiepen in de technische eisen die in Frankrijk aan uitlaten worden gesteld. Gesteld noch gebleken is dat de uitlaat op het moment van aflevering technisch ondeugdelijk was. Dat het geen originele uitlaat betrof doet op zichzelf niet af aan de technische staat van de motor. Bovendien heeft [eiser], die bij aflevering kreeg te horen dat de uitlaat niet origineel was, daartegen toen niet geprotesteerd hetgeen, mede gelet op het bepaalde in artikel 7.23 van het Burgerlijk Wetboek, eraan in de weg staat dat hij daar maanden later nog op terug kwam. In zoverre kan dus niet gesproken worden van een tekortkoming aan de zijde van [gedaagde].

Blijft over de voorband. Nog daargelaten of een versleten voorband mag worden gerekend tot de technische staat van de motor heeft ook hier te gelden dat [eiser] bij aflevering onmiddellijk zag dat de band versleten was en dat hij toen, zoals hij ter terechtzitting heeft erkend, besloot om daar geen punt van te maken. Daar mag hij thans niet meer op terugkomen.

Samenvattend moet [gedaagde] aan [eiser] betalen de somma van € 1.148,55 vermeerderd met € 178,50 wegens buitengerechtelijke incassokosten en de rente over € 1.148,55 vanaf 4 april 2005.

Proceskosten

Nu de vordering voor een belangrijk deel wordt afgewezen zal ik de proceskosten deels compenseren. De exploitkosten en het griffierecht komen geheel voor rekening van [gedaagde]. Partijen moeten voor het overige echter ieder hun eigen kosten dragen, waaronder de kosten van hun respectieve gemachtigden.

Beslissing

[gedaagde] wordt veroordeeld om aan [eiser] te betalen de somma van € 1.327,05 met de wettelij-ke rente over € 1.148,55 vanaf 4 april 2005 tot de dag dat alles betaald is.

[gedaagde] wordt veroordeeld aan [eiser] te vergoeden € 85,60 wegens kosten exploit en € 192,-- wegens griffierecht. Iedere partij draagt verder de eigen proceskosten.

Dit vonnis wordt uitvoerbaar verklaard bij voorraad.

Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.M.Visser, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 15 december 2005, in tegen-woor-digheid van de griffier.