Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2005:AU7671

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
06-12-2005
Datum publicatie
08-12-2005
Zaaknummer
290834 AO VERZ 05-2337
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontbinding van de arbeidsovereenkomst van een directeur van een woningbouwvereniging. Hoewel er kanttekeningen zijn te plaatsen bij het optreden van de directeur, is geen sprake van een dringende reden. Ontbinding wegens ontbreken van het benodigde vertrouwen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rep.nr.: 290834 AO VERZ 05-2337

datum uitspraak: 6 december 2005

BESCHIKKING ONTBINDING ARBEIDSOVEREENKOMST

inzake

de stichting Woningbedrijf Velsen

te IJmuiden

verzoekster

hierna te noemen: Woningbedrijf Velsen

gemachtigde: mr. W.J.M. van Tongeren

tegen

[verweerder]

te [woonplaats]

verweerder

hierna te noemen: [verweerder]

gemachtigde: mr. R.J. Wiebosch

De procedure

1. Op 31 oktober 2005 is ter griffie een verzoekschrift ontvangen van Woningbedrijf Velsen, strekkende tot ontbinding van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst. [verweerder] heeft een verweerschrift ingediend.

2. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 28 november 2005. Op deze zitting hebben partijen hun standpunt nader toegelicht. De gemachtigden van partijen hebben pleitnotities overgelegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen ter zitting is verhandeld.

3. Beide partijen hebben producties in het geding gebracht.

De feiten

1. [verweerder] is 47 jaar oud. Hij is sedert 1 april 2003 bij Woningbedrijf Velsen in dienst. De huidige functie van [verweerder] is directeur. Hij is tevens statutair bestuurder van de stichting. Zijn salaris bedraagt thans € 7.762,29 bruto per maand (exclusief emolumenten).

5. Woningbedrijf Velsen is een woningbouwcorporatie. De dagelijkse leiding is in handen van de directeur/bestuurder. Als toezichthoudend orgaan functioneert een Raad van Commissarissen (hierna: RvC).

6. In de op 13 mei 2003 door partijen getekende arbeidsovereenkomst is onder meer het volgende opgenomen:

“5. Representatiekosten

5.1 De corporatie kan de statutair directeur een representatiekostenvergoeding verstrekken ten bedrage van € 1.500,= per jaar voor uitgaven die niet behoeven te worden verantwoord in de vorm van nota’s.

(...)

5.3 Alle overige door de statutair directeur op persoonlijke titel in het belang van de corporatie gedane uitgaven kunnen door deze worden gedeclareerd.

6. Bedrijfsauto

6.1 Door de corporatie wordt aan de statutair directeur desgewenst een bedrijfsauto ter beschikking gesteld met een cataloguswaarde van € 30.000,= tot € 35.000,= (inclusief BTW/BPM).

(...)

13. Beëindiging overeenkomst

(...)

13.3 Indien de corporatie de arbeidsovereenkomst met de statutair directeur beëindigt, anders dan vanwege een dringende reden in de zin van artikel 7:677 lid 1 BW, ontvangt de statutair directeur een afvloeiingssom op basis van de zogenaamde ‘kantonrechtersformule (...)”

7. In februari 2004 heeft [verweerder] vernomen dat binnen Woningbedrijf Velsen verhalen en geluiden over Woningbedrijf Velsen en de directeur/bestuurder de ronde deden. Woning-bedrijf Velsen zou overeenkomsten en contracten met derden sluiten die niet ten gunste van Woningbedrijf Velsen zouden zijn, waarbij die derde partijen een slechte naam hebben dan wel corrupt zouden zijn.

8. In een brief van 23 februari 2005 heeft [verweerder] de RvC van het bovenstaande in kennis gesteld en verzocht de nodige actie te ondernemen.

9. In de periode van 22 maart 2005 tot 6 april 2005 heeft in opdracht van de RvC het bedrijf ‘Greep management- en organisatieontwikkeling’ (hierna: Greep) een onderzoek uitgevoerd naar de problematiek binnen Woningbedrijf Velsen. De aanleiding tot dit onderzoek is volgens het rapport:

“Onzekerheid over de sturing, het beleid, de communicatie binnen en naar buiten het bedrijf, de gevolgen daarvan voor de dagelijkse werkzaamheden en de in- en externe relaties doen het vertrouwen van de Ondernemingsraad in de directeur/bestuurder afnemen.

De ernstige bezorgdheid van het managementteam over de integriteit van de directeur/bestuurder en de slechte aansturing zijnerzijds van het Woningbedrijf leiden tot een vertrouwenscrisis tussen directeur/bestuurder en managementteam.”

10. In het rapport van 9 april 2005 is de volgende eindconclusie opgenomen:

“De huidige situatie levert een onaanvaardbaar risico op voor de continuïteit, de bedrijfsvoering, de volkshuisvestelijke bijdrage aan de ontwikkeling van Velsen, het imago van het bedrijf en het welbevinden van de medewerkers.

De relatie tussen directeur/bestuurder en de organisatie is in brede zin van het woord ernstig verstoord.

De directeur/bestuurder houdt zich niet aan de afspraken gemaakt in de arbeidsovereenkomst.

Er zijn aanwijzingen dat de directeur/bestuurder de zakelijke relaties gebruikt voor het verwerven van persoonlijk inkomen.

De directeur houdt zich niet aan het aanbestedingsbeleid.

De directeur/bestuurder negeert de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van het management.

De handelswijze rondom de prestatieafspraken schaadt het imago van het Woningbedrijf.

Elke manager en/of medewerker die dit gedrag openlijk ter discussie stelt, loopt het risico uitgeschakeld of publiekelijk beschadigd te worden.”

11. Naar aanleiding van de resultaten van het onderzoek door Greep heeft de RvC op 9 april 2004 besloten [verweerder] te schorsen in de uitoefening van zijn functie als directeur en bestuurder. Dit is hem op 11 april 2005 mondeling en schriftelijk meegedeeld.

12. Voorts heeft de RvC het bedrijf ‘4iTrust Forensic Services and Investigations B.V.’ (hierna: 4iTrust) opdracht gegeven een nader onderzoek te doen naar de mogelijke betrokkenheid van de directeur/bestuurder van het woningbedrijf bij mogelijke onregelmatigheden en naar de integriteit in relaties met derden.

13. Het onderzoek van 4iTrust is toegespitst op een vijftal aspecten, te weten:

a. De aanschaf van een bedrijfsauto mogelijk in strijd met het arbeidscontract;

b. Mogelijk privé-gebruik van een zakelijke pinpas;

c. Mogelijke privé-uitgaven voor het huren van een chalet ten laste gebracht van het Woningbedrijf;

d. Verkoop van kantoormeubilair tegen mogelijk niet-marktconforme voorwaarden;

e. Inhuur van interim-personeel waarvoor in privé mogelijk commissie wordt ontvangen.

14. Op 30 september 2005 heeft 4iTrust een rapport uitgebracht, waarin ten aanzien van bovengenoemde punten het volgende is geconcludeerd:

a. [verweerder] heeft het in zijn arbeidsovereenkomst opgenomen maximum bedrag ten behoeve van een bedrijfsauto zonder toestemming overschreden met € 10.973,04;

b. [verweerder] heeft zijn declaraties over 2003, 2004 en 2005 niet of nauwelijks verantwoord dan wel kunnen verantwoorden. Aannemelijk lijkt dat in een aanzienlijk aantal gevallen er sprake is van uitgaven met een privé-karakter, die onrechtmatig ten laste van het Woningbedrijf Velsen zijn gebracht;

c. [verweerder] heeft onrechtmatig de kosten van een week huur van een chalet te Frankrijk ten laste gebracht van Woningbedrijf Velsen;

d. door [XXX] zijn aan [verweerder] vergoedingen betaald die mogelijkerwijs mede betrekking hebben op de verkoop van kantoormeubilair aan Woningbedrijf Velsen.

e. door [XXX] zijn aan [verweerder] vergoedingen zijn betaald die zeer waarschijnlijk betrekking hebben op de inhuur van medewerkers ten behoeve van Woningbedrijf Velsen.

Het verzoek

15. Woningbedrijf Velsen verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Woningbedrijf Velsen baseert het verzoek primair op een dringende reden en subsidiair op veranderingen in de omstandigheden. Ter toelichting heeft Woningbedrijf Velsen – samengevat – gesteld dat sprake is van een dringende reden nu uit het rapport van i4Trust is gebleken dat [verweerder] ernstig heeft misgetast en [verweerder] bovendien hieromtrent geen opheldering dan wel infor-matie heeft willen geven. Derhalve is volgens Woningbedrijf Velsen geen plaats voor een vergoe-ding aan [verweerder], ook niet op grond van artikel 13 van de arbeidsovereenkomst. In geval van een ontbinding wegens veranderingen in de omstandigheden is volgens Woningbedrijf Velsen ook geen vergoeding aan [verweerder] op zijn plaats, aangezien de ontbinding geheel aan [verweerder] te wijten is.

Het verweer

16. [verweerder] concludeert tot niet-ontvankelijkheid dan wel afwijzing van het verzoek. [verweerder] heeft zich daartoe primair op het standpunt gesteld dat een rechtsgeldig ontslagbesluit van de RvC ontbreekt. Aan het dwingende voorschrift omtrent ontslag van bestuurders, opgenomen in de statuten van Woningbedrijf Velsen, kan volgens [verweerder] middels een ontbindings-verzoek niet worden ontkomen. Voorts heeft [verweerder] aangevoerd. dat hij vanaf 1 augustus 2003 geheel alleen verantwoordelijk was voor de algehele leiding van Woningbedrijf Velsen. Hem is toen gebleken dat de bedrijfscultuur binnen de organisatie sterk verambtelijk was en werd gekenmerkt door een sfeer van roddel en achterklap, kantoor-politiek, persoonlijke relaties en eigen “koninkrijkjes’ en dat een professionele bedrijfs-voering niet mogelijk was. [verweerder] heeft vele activiteiten onder-nomen om de interne organisatie te verbeteren en werd daarbij niet of nauwelijks onder-steund door de RvC. Met betrekking tot de aantijgingen die binnen de organisatie jegens hem werden gedaan, heeft [verweerder] opgemerkt dat hij het vermoeden heeft dat deze met opzet door bepaalde personen de wereld in zijn geholpen. Hij heeft zelf de RvC van deze beschul-digingen op de hoogte gesteld en direct aangedrongen op een nader onderzoek hieromtrent. Toen hij van de RvC geen duidelijkheid kreeg omtrent de aard en de strekking van het voor-genomen onderzoek, heeft [verweerder] zelf aan het bedrijf SBV Forensisc B.V. opdracht gegeven een onderzoek in te stellen. Dit onder-zoek heeft vervolgens ook plaatsgevonden, doch van de bevindingen is geen officiële rapportage vastgesteld. [verweerder] vermoedt dat de bevindingen van dat onderzoek hem volledig vrijpleiten van de jegens hem geuite aantij-gingen. De RvC heeft echter - zonder overleg met [verweerder] en zonder [verweerder] vooraf te informeren over de onderzoeken en de wijze waarop die onderzoeken zou plaatsvinden - het bedrijf Greep en vervolgens het bedrijf 4iTrust opdracht gegeven een onderzoek te doen. [verweerder] is echter niet naar behoren in de gelegenheid gesteld zijn visies op de onder-zoeks-rapportages naar voren te brengen. De RvC heeft onderhavig ontbindingsverzoek ingediend zonder de visie van [verweerder] daarin te betrekken. [verweerder] is dan ook van mening dat Woningbedrijf Velsen de beginselen van goed werkgeverschap heeft geschonden en dat aan de rapportages van de onderzoeken van genoemde bedrijven geen waarde kan worden gehecht. Bovendien bevat het rapport van het bedrijf Greep geen enkele feitelijke onderbouwing van de daarin opgenomen beschuldigingen en is ook het bewijs van de bevindingen van het bedrijf 4iTrust summier en onvoldoende, nu 4iTrust niet beschikte over verklaringen van personen uit de eerste hand en een aantal personen hebben geweigerd mee te werken aan het onderzoek.

17. Met betrekking tot de aspecten die in het onderzoek van 4iTrust aan de orde zijn gekomen, heeft [verweerder] nog het volgende aangevoerd:

a. ten aanzien van de bedrijfsauto heeft [verweerder] opgemerkt dat hij deze aangelegenheid beter met de RvC had kunnen communiceren, doch dat de RvC - ware zij op de hoogte geweest dat aan [verweerder] door de dealer een duurdere auto ter beschikking is gesteld in ruil voor zijn oorspronkelijke gebrekkige auto zonder meerprijs - haar toestemming niet aan [verweerder] zou hebben onthouden;

b. ten aanzien van het mogelijke privé-gebruik van de zakelijke pinpas heeft [verweerder] opgemerkt noch bij Woningbedrijf Velsen een declaratierichtlijn aanwezig was noch in zijn arbeidsovereenkomst een algemene rapportage- en verantwoordingsplicht was opgenomen. Voorts was het praktijk dat op ruimhartige wijze werd gedeclareerd, hetgeen ook de voormalige directeur van Woningbedrijf Velsen in het verleden zonder problemen heeft gedaan, en heeft het jaarlijkse accountantsonderzoek nooit vragen of opmerkingen opgeleverd;

c. ten aanzien van het privé-gebruik van een chalet op kosten van het Woningbedrijf Velsen heeft [verweerder] opgemerkt dat hij het chalet heeft gehuurd voor een team-buildingssessie, doch dat het managementteam op het laatste moment hiervan heeft afgezien, zodat hij niet redelijk is dat [verweerder] zelf zou moeten opdraaien voor de kosten van de huur van het chalet voor die week;

d. ten aanzien van verkoop van kantoormeubilair tegen mogelijk niet-marktconforme voorwaarden heeft [verweerder] opgemerkt dat uit niets blijkt dat hij feitelijke bemoeienis heeft gehad met de verkoop dan wel met de inkoop van kantoormeubilair;

e. ten aanzien van de inhuur van personeel waarvoor [verweerder] mogelijk in privé commissie heeft ontvangen heeft [verweerder] uitdrukkelijk ontkend commissies te hebben ontvangen, waarbij [verweerder] nog heeft opgemerkt dat enig concreet en tastbaar bewijs voor deze beschuldiging ontbreekt.

[verweerder] is voorts nog van mening dat Woningbedrijf Velsen niet duidelijk heeft gemaakt welk feit in haar visie een dringende reden oplevert. [verweerder] is overigens van mening dat er geen sprake is van een dringende reden.

18. Voor het geval de arbeidsovereenkomst toch wordt ontbonden, verzoekt [verweerder] om toekenning van een vergoeding van € 100.599,28 bruto. [verweerder] is van mening dat door Woningbedrijf Velsen zodanig onzorgvuldig is gehandeld dat hem naast de contractuele ontbindings-vergoeding tevens een afzonderlijke vergoeding op grond van artikel 7:685 lid 8 BW toekomt. Voorts is [verweerder] van mening dat hem een bedrag van € 40.000,-- aan immateriële schadevergoeding toekomt, nu hij door het handelen van Woningbedrijf Velsen in zijn eer en goede naam is geschonden.

De beoordeling van het verzoek

19. De kantonrechter heeft zich ervan vergewist of het verzoek verband houdt met het bestaan van een opzegverbod als bedoeld in artikel 7:685 lid 1 BW. Daarvan is in dit geval geen sprake. Ook het feit dat voorafgaand aan onderhavig verzoek van Woningbedrijf Velsen de RvC geen ontslagbesluit heeft genomen ten aanzien van [verweerder] als statutair bestuurder, staat onderhavig verzoek niet in de weg. In geen rechtsregel is enige grondslag voor een dergelijk vereiste te vinden.

20. Omtrent de vraag of zich gewichtige redenen voordoen die tot een ontbinding van de arbeidsovereenkomst nopen, is de kantonrechter van oordeel dat de feiten en omstandig-heden van onderhavige zaak niet een dringende reden in de zin van art. 7:677 lid 1 BW opleveren. De kantonrechter is van oordeel dat op grond van het rapport van 4iTrust niet met voldoende zekerheid kan worden geoordeeld dat [verweerder] in privé betalingen heeft ontvangen ter zake van het inhuren van personeel en/of ter zake van de in- en verkoop van kantoormeubilair. Wel is naar het oordeel van de kanton-rechter op grond van de stukken komen vast te staan dat [verweerder] op kosten van Woning-bedrijf Velsen een chalet in Frankrijk heeft gehuurd, dat na het vervallen van de daar geplande teambuildingssessie uitsluitend is gebruikt door [verweerder] privé. Overleg met Woningbedrijf Velsen hoe om te gaan met de kosten van het chalet nu de teambuildingssessie geen doorgang heeft gevonden, heeft ten onrechte niet plaatsgevonden.

De door [verweerder] in 2003 aangeschafte bedrijfsauto lag een dikke € 3.000,-- boven het bedrag dat [verweerder] daarvoor op grond van de tussen partijen bestaande arbeidsovereen-komst mocht aanwenden. Overleg met betrekking tot deze overschrijding heeft niet plaats-gevonden, toestemming is niet verzocht. [verweerder] kan er niet mee volstaan door op te merken dat de aanschaf in de jaarrekening 2003 is verwerkt en dat dientengevolge de RvC een en ander bekend was. De inruil van de in 2003 aangeschafte bedrijfsauto in 2004, ook zonder enig overleg, siert [verweerder] evenmin. Het is wel zo dat de inruil Woningbedrijf Velsen geen aantoonbaar financieel nadeel heeft opgeleverd, nu de noodzaak van de inruil vanwege de vele gebreken aan de oorspronkelijke bedrijfsauto niet bestreden is en enkel een bedrag is bijbetaald als werd er eenzelfde auto als ingeruild aangeschaft. Wel dringt de vraag zich op of [verweerder] zijn zakelijk talent, wardoor hij een duurder model verkreeg tegen de prijs van een eenvoudigere auto, niet had moeten aan-wenden om eenzelfde soort auto te verkrijgen als ingeruild, maar dan tegen een geringer bij te betalen bedrag dan nu het geval geweest is. In dat geval zou Woningbedrijf Velsen er financieel beter uitgesprongen zijn. [verweerder] heeft wel erg naar zichzelf gekeken.

Ten aanzien van het declaratie-gedrag van [verweerder], is de kantonrechter van oordeel dat artikel 5.3 van de arbeidsovereenkomst [verweerder] een dermate grote beoordelingsvrijheid gaf dat die vrijheid het ruime declaratiegedrag van [verweerder] enigszins kan verklaren. Wel is de kantonrechter van oordeel dat van [verweerder] verwacht kon worden dat hij wist dat uitgaven die hij deed ten laste van Woning-bedrijf Velsen voldoende onderbouwd moeten kunnen worden. De kantonrechter kan niet inzien waarom [verweerder] zich ten opzichte van Woningbedrijf Velsen heeft beroepen op het vertrouwelijk karakter van de niet onderbouwde declaraties.

Hoewel bij het optreden van [verweerder] wel enige kanttekeningen zijn te plaatsen, is de kantonrechter van oordeel dat in het onderhavige geval geen daden, eigenschappen of gedragingen zijn aan te wijzen die ofwel afzonderlijk ofwel tezamen een dringende reden vormen.

21. De kantonrechter is wel van oordeel dat vast is komen te staan dat het voor de uit-oefening van de functie van directeur benodigde vertrouwen tussen [verweerder] en de RvC geheel is verdwenen. Partijen hebben zulks ter zitting ook beaamd en zijn het erover eens dat voortzetting van de arbeidsovereenkomst niet wenselijk is. Gelet hierop zijn er voldoende gewichtige redenen de arbeidsovereenkomst op korte termijn te ontbinden. De kantonrechter zal de arbeidsovereenkomst ontbinden tegen 1 januari 2006.

22. Omtrent de vraag of de omstandigheden van het geval meebrengen dat [verweerder] naar billijkheid een vergoeding behoort te worden toegekend, wordt het volgende overwogen.

23. In artikel 13 van de arbeidsovereenkomst is reeds tussen partijen overeengekomen dat aan [verweerder] een afvloeiingssom toekomt indien zijn arbeidsovereenkomst wordt beëindigd, anders dan vanwege een dringende reden in de zin van artikel 7:677 lid 1 BW. Nu de kantonrechter van oordeel is dat de arbeidsovereenkomst dient te worden ontbonden wegens veranderingen in de omstandigheden, kan [verweerder] naar het oordeel van de kantonrechter aanspraak maken op de vergoeding die hem volgens de arbeidsovereenkomst toekomt. De kantonrechter ziet dan ook geen aanleiding aan [verweerder] in deze ontbindingsprocedure een afzonderlijke vergoeding toe te kennen. Alleen in het geval onherroe-pelijk komt vast te staan dat aan [verweerder] op basis van artikel 13 van de arbeidsovereenkomst een vergoeding toekomt die lager uitvalt dan € 30.000,--, kent de kantonrechter aan [verweerder] een vergoe-ding toe van een bedrag, dat tezamen met het bedrag van de contractuele afvloeiingssom € 30.000,-- bruto bedraagt. Gelet op het feit dat thans nog niet bekend is welk bedrag aan [verweerder] op basis van de arbeidsovereenkomst zal worden toegekend, is het bedrag van de vergoeding thans niet te bepalen, doch kan zo nodig aan de hand van hetgeen hiervoor is overwogen te zijner tijd worden vastgesteld.

24. Woningbedrijf Velsen heeft geen vergoeding aangeboden, zodat de kantonrechter Woningbedrijf Velsen in de gelegenheid zal stellen het verzoek in te trekken.

25. Tot slot merkt de kantonrechter nog op dat voor toekenning van immateriële schade-ver-goeding is in het kader van een ontbindingsverzoek slechts plaats indien het optreden van een partij apert onrechtmatig was en deze partij heeft geweten of had moeten weten dat de andere partij daardoor psychisch leed werd aangedaan of dat de andere partij in eer en goede naam werd aangetast. Daarvan is in dit geval onvoldoende gebleken. Woningbedrijf Velsen kan namelijk niet de bevoegdheid worden ontzegd een onderzoek te laten instellen in een geval als hier aan de orde. Dat daarbij een aantal personen is gevraagd inlichtingen dan wel informatie te verstrekken omtrent het handelen van [verweerder] is inherent aan een dergelijk onderzoek en kan niet als apert onrechtmatig worden aangemerkt. Een immateriële schade vergoeding zal daarom niet aan [verweerder] worden toegekend.

26. Gezien de aard van de procedure worden de kosten tussen partijen gecompenseerd in die zin dat ieder der partijen de eigen kosten draagt.

Beslissing

De kantonrechter:

- stelt partijen ervan in kennis voornemens te zijn de arbeidsovereenkomst tegen 1 januari 2006 te ontbinden onder toekenning van een vergoeding als hierna is vermeld;

- bepaalt dat Woningbedrijf Velsen tot woensdag 21 december 2005 te 15.00 uur de gelegenheid heeft het verzoek in te trekken door middel van een uiterlijk op die datum en dat tijdstip ter griffie ontvangen schriftelijke mededeling met gelijktijdige toezending van een afschrift daarvan aan de wederpartij;

voor het geval Woningbedrijf Velsen het verzoek niet intrekt wordt reeds thans als volgt beslist:

- ontbindt de arbeidsovereenkomst tegen 1 januari 2006;

- indien onherroepelijk komt vast te staan dat aan [verweerder] op basis van artikel 13 van de arbeids-overeenkomst een vergoeding toekomt die lager uitvalt dan € 30.000,--, kent de kantonrechter aan [verweerder] ten laste van Woningbedrijf Velsen een vergoeding toe als aanvulling op ingevolge sociale verzekerings-wetten te ontvangen uitkeringen dan wel elders te verwerven lager inkomen uit arbeid van een bedrag, dat tezamen met het bedrag van de contractuele afvloeiingssom € 30.000,-- bruto bedraagt;

- veroordeelt voor zover nodig Woningbedrijf Velsen tot betaling van die vergoeding;

- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

- bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;

- wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.

voor het geval Woningbedrijf Velsen het verzoek wel intrekt:

- bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. S.R. Mellema en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.