Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2005:AU7668

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
08-12-2005
Datum publicatie
08-12-2005
Zaaknummer
117614 - KG ZA 05-554
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Aan gedaagde die al jarenlang overlast veroorzaakt door zich in en bij het stadskantoor van de gemeente Beverwijk verbaal agressief en intimiderend te gedragen wordt een sector- en contact verbod opgelegd voor de duur van twee jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 117614 / KG ZA 05-554

Vonnis in kort geding van 8 december 2005

in de zaak van

1. de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE BEVERWIJK,

zetelend te Beverwijk,

2. (EISER SUB 2),

wonende te (plaatsnaam),

3. (EISER SUB 3),

wonende te (plaatsnaam),

eisers,

procureur mr. M.W. Langhout,

tegen

(GEDAAGDE),

wonende te (plaatsnaam),

gedaagde,

procureur mr. J.P. van Vulpen.

Eisers zullen hierna ook worden aangeduid als de Gemeente, (eiser sub 2) en (eiser sub 3), gedaagde als (gedaagde).

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van (gedaagde).

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. (eiser sub 2) en (eiser sub 3) zijn wethouder, respectievelijk gemeenteraadslid te Beverwijk. De Gemeente en (gedaagde) onderhouden sedert begin jaren negentig contacten met elkaar, onder meer in verband met een door (gedaagde) ontvangen RWW-uitkering. Naar aanleiding van een door de Gemeente aan (gedaagde) opgelegde sanctie, die inhield dat zijn uitkering tijdelijk werd verlaagd, is tussen de Gemeente en (gedaagde) een gespan-nen sfeer ontstaan. Dat heeft erin geresulteerd dat het college van burgemeester en wethou-ders van de Gemeente (gedaagde) wegens herhaald agressief gedrag met ingang van 11 december 1997 voor de duur van drie maanden de toegang tot het stadskantoor heeft ont-zegd. Bij brief van 16 mei 2000 heeft de Gemeente (gedaagde) opnieuw wegens ontoelaat-baar gedrag voor een periode van drie maanden de toegang tot het standkantoor ontzegd.

2.2. Bij brief van 13 november 2003 heeft de burgemeester van de Gemeente (gedaag-de) onder meer het volgende medegedeeld:

“(…)

Burgemeester en wethouders zullen vanaf heden niet langer met u in gesprek gaan ten aan-zien van uw vragen en opmerkingen over uw uitkerings- en schulden situatie.

(…)

Tevens heeft de burgemeester u aangegeven uw vragen en opmerkingen over uw conflict met de gemeentelijke politie voldoende te hebben beantwoord en onderzocht. Over dit on-derwerp gaat de burgemeester niet meer met u in gesprek.

Naar aanleiding van uw gedrag en gedane uitlatingen, hebben wij verder besloten, u de toegang tot het bovenste gedeelte van het Stadskantoor te ontzeggen.

Indien u zich, zonder afspraak te hebben, binnen het Stadskantoor begeeft richting de ka-mers van de burgemeesters en wethouders of de kamers van ambetelijke medewerkers, zult u door de bodes staande worden gehouden.

(…)”

2.3. Op 17 november 2003 hebben burgemeester en wethouders van de Gemeente (ge-daagde) onder meer als volgt bericht:

“(…)

Vorige week heeft u echter wederom, zowel in het Stadskantoor als per telefoon, mondeling dreigementen geuit om uw ongenoegen over een aantal kwesties kracht bij te zetten. Uw gedrag ervaren wij als bedreigend en intimiderend en kunnen wij niet accepteren.

Bij de eerstvolgende keer wanneer u weer ongewenst gedrag vertoont, gaan wij onverwijld over tot het doen van aangifte bij de regiopolitie Kennemerland. Tevens zal u dan een alge-heel toegangsverbod voor het Stadskantoor worden opgelegd.

(…)”

2.4. Bij brief van 29 maart 2004 heeft de Gemeente zich bereid verklaard het toegangs-verbod tot het stadskantoor op te heffen mits (gedaagde) zich zou onthouden van dreigend en intimiderend gedrag.

2.5. In 2005 is de verhouding verslechterd. De Gemeente heeft (gedaagde) bij brief van 26 mei 2005 onder meer het volgende medegedeeld:

“(…)

Op dinsdag 17 mei 2005 heeft u een gesprek gehad met mevrouw R. C. en op donderdag 19 mei 2005 heeft u gesproken met de heer J. H. en met mw. R. C. U kwam beide keren vragen naar de uitbetaling van uw vakantiegeld. De twee gesprekken verliepen niet naar uw zin. En om uw ongenoegen kracht bij te zetten uitte u bedreigingen en ging u over tot stemverheffing en geschreeuw.

Op dinsdag 17 mei verstoorde u zelfs een vergadering. U verschafte zich toegang tot een vergaderkamer waar u niet hoort te zijn en u bedreigde een medewerker.

(…)

De incidenten stapelen zich weer op. Wij verwijzen ook nog maar even naar uw gedrag in februari 2005 toen u op agressieve toon een van onze raadsleden bejegende. Uw ge-drag ervaren wij als onredelijk, bedreigend en intimiderend en geeft ons aanleiding om u met onmiddellijke ingang, voor een periode van 6 maanden, een algeheel toegangs-verbod voor het Stadskantoor op te leggen. Wanneer u het Stadskantoor betreedt wordt u staande gehouden door een bode en wordt terstond de Politie ingeschakeld. Wanneer u gebruik moet maken van gemeentelijke diensten verwijzen wij u naar uw coach de heer C. S.

(…)”

2.6. Op 20 juli 2005 heeft (gedaagde) bij de zij-ingang van het stadskantoor de ge-meentesecretaris, mr. C.B.P.H. aangesproken. Naar aanleiding daarvan heeft laatstgenoem-de (gedaagde) bij brief van 29 juli 2005 het volgende medegedeeld:

“(…)

Op woensdag 20 juli 2005 sprak u mij aan, buiten bij de zij-ingang van het Stadskan-toor. Ik heb de tijd genomen om uw misnoegen aan te horen en wil daar graag als volgt op reageren.

(…)

Overigens constateer ik dat u al drie keer het verbod hebt overtreden. U hebt zich op 20 juni 2005 én op 20 juli 2005 toegang verschaft tot het Stadskantoor. Op 20 juli hebt u in de Publiekshal staan schreeuwen naar ambtenaren. Op 25 juli 2005 hebt u zich weer gemeld bij de info-balie. Een toegangsverbod is geen sinecure, u dient zich hier aan te houden. U laat ons geen andere keus; de volgende keer dat u het Stadskantoor binnen-treedt wordt door de medewerkers van het Publieksbureau politieassistentie ingeroepen.

Tot slot adviseer ik u, u te wenden tot uw coach de heer C. S. wanneer u gebruik dient te maken van gemeentelijke diensten. Het toegangsverbod zal pas op 26 november 2005 worden opgeheven. Althans wanneer u het toegangsverbod respecteert en dit niet meer overtreedt.

(…)”.

2.7. Nadien is de situatie verder geëscaleerd. Een brief van burgemeester en wethou-ders van de Gemeente aan (gedaagde) van 25 augustus 2005 bevat onder meer de vol-gende passages:

“(…)

Afgelopen maandag, 22 augustus 2005, hebben wij wederom moeten constateren dat u zich ernstig heeft misdragen middels verbaal agressief en bedreigend gedrag. Dit ge-drag is voor ons onacceptabel.

(…)

“Regelmatig houdt u zich de laatste tijd op in de directe omgeving van de personeelsingang van het Stadskantoor. Afgelopen maandag heeft u bij de personeelsingang wethouder (eiser sub 2) en wethouder H. aangesproken op een verbaal agressieve en bedreigende wijze. Tevens heeft u bedreigingen geuit richting wethouder (eiser sub 2) en raadslid (eiser sub 3). U heeft hiermee wederom een grens overschreven, en op grond hiervan is aangifte gedaan bij de politie.

Op grond van het feit dat u, ondanks het opgelegde gebouwverbod, uw gedrag op geen enkele wijze aanpast en onacceptabel gedrag blijft vertonen, hebben wij besloten om uw algehele toegangsverbod tot het Stadskantoor te verlengen tot 1 april 2006. Wanneer u het Stadskantoor desondanks betreedt zal u staande worden gehouden en wordt ter-stond de Politie ingeschakeld.

Gezien het feit dat u onacceptabel gedrag vertoont in de directe omgeving van het Stadskantoor heeft het college tevens besloten om een juridische procedure te starten, en de Rechtbank te verzoeken om aan u een straatverbod op te leggen voor de directe om-geving van het Stadskantoor en tevens een straatverbod voor de directe omgeving van de privé woningen van wethouder (eiser sub 2) en gemeenteraadslid (eiser sub 3).

(…)”

2.8. Op 22 augustus 2005 heeft (eiser sub 2) bij de politie Kennemerland/Beverwijk aangifte gedaan van bedreiging door (gedaagde). In zijn aangifte verklaart hij onder meer als volgt:

”(…)

Ik werd hedenochtend, omstreeks 09.00 uur aangesproken door de mij ambtshalve bekende (gedaagde).

(…)

Ik hoorde achter mij (gedaagde) met luide stem op opgewonden toon schreeuwen dat hij de PvdA kapot zou maken.

(…)

Ik weet wel dat hij sinds 1994 al raadsvergaderingen verstoord. Zijn agressie was toen voornamelijk gericht tegen (eiser sub 3), die destijds nog bij de politie werkte. Sinds een aantal jaren betrekt hij mij hier echter ook bij.

(…)

Nu werd ik rond 10.30 uur vandaag door de gemeente secretaris H. en de ambtenaar die belast is met agressiepreventie op het standskantoor aangesproken terwijl ik op kantoor zat.

(…)

Zij kwamen mij vertellen dat de dienst communicatie bericht gehad had van een journa-list. Dat (gedaagde) aan de journalist verteld had dat hij aanstaande donderdagavond (eiser sub 3) en Mij iets aan zou doen met een wapen. Het kan zijn dat (gedaagde) denkt dat dan de raadsvergadering is. Ik neem de bedreiging van (gedaagde) uiterst serieus. Zijn gedrag richting (eiser sub 3) en mij is in de loop van de jaren steeds agressiever en gekker geworden en ik zie hem er absoluut toe in staat om iets tegen mij en of (eiser sub 3) te ondernemen. Ik ben dan ook bang dat hij inderdaad donderdag iets zal proberen en kom daarom aangifte doen. Ik vrees voor mijn leven.

(…)”

2.9. Op 31 augustus 2005 heeft (eiser sub 3) aangifte gedaan van bedreiging door (gedaagde). (eiser sub 3) verklaart onder meer:

“(…)

Echter, sinds een half jaar begint de agressie en de intensiteit daarvan toe te nemen. Hij ontwijkt de confrontatie niet meer, maar lijkt deze juist op te zoeken. Hij zoekt express lichamelijk contact. Hij pakt mij vast of hij loopt express tegen mij aan. Waarbij hij dan op zachte toon bedreigingen uit of mij beledigd. Onder andere ’Viezerik’ en ‘Klootzak’.

De bedreigingen die hij uitte werden gerichter, hij heeft gezegd: ‘Ik ga je pakken om wat je mij en mijn moeder hebt aangedaan Je hebt mij kapotgemaakt, je hebt mijn moe-der kapotgemaakt en ik ga bij jou doen wat je bij mij gedaan hebt.’

Op de raadsvergadering van, volgens mij, 26 mei 2005 heeft hij de raadsvergadering zodanig verstoord door mij tijdens de vergadering te bedreigen. Dat was iets in de trent van : ‘Ik weet jou wel te pakken, ik weet jou wel te vinden.’ en ‘Wat je mijn moeder en mij hebt aangedaan dat ga ik jou aandoen.’

(…)

Al die beledigingen en bedreigingen hebben dus sinds 1994 al continu plaatsgevonden. Soms was het een maand rustig, soms was het een maand erg intensief. Nu het laatste half jaar is zijn gedrag zo ernstig geworden dat ik erg voorzichtig geworden ben. Ik ben inmiddels bang dat hij mij in mijn woonomgeving op gaat zoeken. Hij weet waar ik woon.

Nu heb ik gehoord dat hij mij, terwijl ik op vakantie was, zelfs bedreigd heeft met het feit dat hij mij dood ging schieten op de donderdag 25 augustus jongstleden. Ik acht hem hier toe in staat. Het feit dat ik op vakantie was die dag doet hier niets aan af. Ik acht hem er goed toe in staat om later nog eens terug te komen. Hij is veranderd en niet meer aanspreekbaar. Hij begint volgens mij door te draaien. Hij wordt steeds agressiever.

Ik ben bang voor het tijdstip dat hij vrijkomt. Alles wat hem de afgelopen 10 jaar over-komen is relateert hij naar mij.

(…)”

2.10. (gedaagde) bevindt zich sinds september 2005 in voorlopige hechtenis in verband met bedreiging van (eiser sub 3) en (eiser sub 2).

3. Het geschil

3.1. Eisers vorderen - samengevat - dat de voorzieningenrechter bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

primair:

a. (gedaagde) voor de duur van twee jaar na betekening van het te wijzen vonnis zal verbieden (behoudens uitdrukkelijk vooraf aan (gedaagde) gegeven schriftelijke toestemming van eisers) zich te begeven en/of te bevinden in de gebieden rondom het stadskantoor van de gemeente Beverwijk aan de President Kennedylaan 1, het nabijgelegen parkeerterrein aan de Dellaertlaan, het woonadres van (eiser sub 2) aan de (adres) en het woonadres van (eiser sub 3) aan de (adres), telkens te (plaats-naam), één en ander zoals aangegeven op de aan de dagvaarding gehechte platte-gronden;

b. (gedaagde) zal verbieden eisers en/of bij of in opdracht van de gemeente Bever-wijk werkzame personen lastig te vallen in de ruimste zin van het woord, onder meer -doch niet uitsluitend - door eisers en/of bedoelde personen uit te schelden, te bedreigen of anderszins onbetamelijk toe te spreken;

subsidiair:

a. (gedaagde) zal verbieden om binnen de primair onder a. bedoelde gebieden eisers en/of bij of in opdracht van de gemeente Beverwijk werkzame personen aan te spreken (zulks in de ruimste zin des woords);

b. (gedaagde) zal verbieden eisers en/of bij of in opdracht van de gemeente Bever-wijk werkzame personen lastig te vallen in de ruimste zin van het woord, onder meer -doch niet uitsluitend - door eisers en/of bedoelde personen uit te schelden, te bedreigen of anderszins onbetamelijk toe te spreken;

meer subsidiair:

c. (gedaagde) zal verbieden eisers en/of bij of in opdracht van de gemeente Bever-wijk werkzame personen lastig te vallen in de ruimste zin van het woord, onder meer -doch niet uitsluitend - door eisers en/of bedoelde personen uit te schelden, te bedreigen of anderszins onbetamelijk toe te spreken;

één en ander telkens op straffe van verbeurte van een dwangsom en met machtiging van eisers om de bedoelde verboden zonodig met de hulp van de sterke arm van politie en justi-tie ten uitvoer te leggen.

3.2. (gedaagde) voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Eisers baseren hun vordering op de stelling dat (gedaagde) zich gedurende een reeks van jaren intimiderend en verbaal agressief heeft gedragen en dat hij in augustus (eiser sub 3) en (eiser sub 2) heeft bedreigd. Dit gedrag moet volgens eisers als onrechtmatig han-delen worden aangemerkt.

4.2. (gedaagde) ontkent dat sprake is van intimidatie en agressie en hij betwist (eiser sub 2) en (eiser sub 3) te hebben bedreigd. Hij heeft ter zitting erkend dat er in het verleden wel eens aanvaringen zijn geweest met medewerkers van de Sociale Dienst van de Ge-meente, maar hij meent dat het nog geldende bestuurlijke verbod daartegen een afdoende middel vormt. Een sector- en contactverbod als thans wordt gevorderd is volgens (gedaag-de) niet gerechtvaardigd.

4.3. In dit betoog kan (gedaagde) niet worden gevolgd. De enkele, niet nader gemoti-veerde ontkenning door (gedaagde) is onvoldoende om de door eisers geschetste situatie als onwaar van de hand te wijzen. Gelet op het feit dat (gedaagde) al sinds september jongstle-den gedetineerd is wegens bedreiging van (eiser sub 3) en (eiser sub 2) en gezien de inhoud van de door de Gemeente overgelegde, onder de feiten aangehaalde correspondentie, is voorshands voldoende aannemelijk dat (gedaagde) zich bij herhaling in en bij het stadskan-toor tegenover (eiser sub 3), (eiser sub 2) en medewerkers van de Gemeente intimiderend en verbaal agressief heeft gedragen en aldus onrechtmatig jegens eisers heeft gehandeld. Nu (gedaagde), naar de Gemeente onweersproken heeft gesteld, de hem door de Gemeente op-gelegde verboden bij herhaling heeft overtreden en die verboden derhalve niet het gewenste effect hebben gesorteerd en nu (gedaagde) voorts geen uitlatingen heeft gedaan op grond waarvan zou kunnen worden aangenomen dat hij na beëindiging van zijn huidige detentie zijn acties jegens eisers zal staken, is voldoende aannemelijk dat sprake is van een zodanige dreiging van onrechtmatig handelen dat een sector- en contactverbod als primair gevorderd gerechtvaardigd is.

4.4. Een dergelijk verbod maakt inbreuk op het grondrecht van vrijheid van verplaat-sing (artikel 2 lid 1 van het 4e Protocol bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden) en mag daarom niet verder gaan dan noodzakelijk is. Om (gedaagde) niet nodeloos te beperken in zijn bewegingsvrijheid zal de voorzieningenrechter de reikwijdte van het sectorverbod beperken tot de directe omgeving van het stadskantoor en de straten waar (eiser sub 3) en (eiser sub 2) wonen. Voorts zal het (gedaagde) worden verboden eisers lastig te vallen. Het verbod om bij de Gemeente werk-zame personen lastig te vallen is eveneens voor toewijzing vatbaar, aangezien de Gemeente dient te waarborgen dat haar medewerkers een onbelemmerde toegang tot het stadskantoor hebben en dat zij dat gebouw ongehinderd en onbevangen kunnen betreden. De aan (ge-daagde) op te leggen verboden zullen gelden voor de gevorderde periode van twee jaar, aangezien het hier gaat om problemen die al jarenlang spelen en de aan (gedaagde) opgeleg-de stadskantoorverboden al diverse malen moesten worden verlengd.

4.5. Een afweging van de wederzijdse belangen kan niet tot een ander oordeel leiden aangezien (gedaagde), zoals hij ter zitting heeft gezegd, in de woonomgeving van (eiser sub 2) en (eiser sub 3) niets te zoeken heeft en hij noodzakelijke contacten met de Gemeente kan onderhouden door tussenkomst van zijn coach, C. S.

4.6. Al het voorgaande voert tot de volgende beslissing. (gedaagde) zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van het geding.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

5.1. Verbiedt (gedaagde) voor de duur van twee jaar na betekening van dit vonnis zich te begeven en/of te bevinden op/in de gebieden rondom het stadskantoor van de gemeente Beverwijk aan de President Kennedylaan 1 en het nabijgelegen parkeerterrein aan de

Dellaertlaan, één en ander zoals aangegeven op de aan dit vonnis gehechte plattegrond.

5.2. Verbiedt (gedaagde) voor de duur van twee jaar na betekening van dit vonnis zich te begeven en/of te bevinden in de (straatnaam) en de (straatnaam) te (plaatsnaam).

5.3. Verbiedt (gedaagde) eisers en/of bij of in opdracht van de gemeente Beverwijk werkzame personen lastig te vallen in de ruimste zin van het woord, onder meer - maar niet uitsluitend - door eisers of bedoelde personen uit te schelden, te bedreigen of anderszins onbetamelijk toe te spreken;

5.4. Bepaalt dat (gedaagde) een dwangsom verbeurt van EUR 100,-- voor iedere over-treding van één van de onder 5.1, 5.2 en 5.3 genoemde verboden, zulks tot een maximum van EUR 5.000,--.

5.5. Machtigt eisers om de onder 5.1, 5.2 en 5.3 genoemde verboden zonodig met de hulp van de sterke arm van politie en justitie ten uitvoer te leggen.

5.6. Veroordeelt (gedaagde) in de kosten van het geding tot aan de uitspraak van dit vonnis aan de zijde van eisers begroot op EUR 329,60 aan verschotten en EUR 816,-- aan procureurssalaris.

5.7. Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

5.8. Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. van der Meer en in het openbaar uitgesproken op 8 december 2005.?