Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2005:AU6822

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
23-11-2005
Datum publicatie
24-11-2005
Zaaknummer
278653 CV EXPL 05-6771
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Schiphol aansprakelijk voor schade aan een auto ontstaan door een ondeugdelijke parkeerplaats in een parkeergarage. Omdat de bestuurder niet de gebruikelijke voorzichtigheid in acht had genomen dient hij echter 25% van zijn schade zelf te dragen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2006, 84
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 278653/ CV EXPL 05-6771

datum uitspraak: 23 november 2005

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

[eiser]

te [woonplaats]

eisende partij

hierna te noemen [eiser]

gemachtigde H. Terhoeven

tegen

de naamloze vennootschap

N.V. LUCHTHAVEN SCHIPHOL

te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer

gedaagde partij

hierna te noemen Schiphol

gemachtigde mr. D.J. van der Kolk

De procedure

[eiser] heeft Schiphol gedagvaard op 5 juli 2005. Schiphol heeft schriftelijk geantwoord.

Nadat de kantonrechter had beslist dat de zaak zich niet leent voor een comparitie van partijen na antwoord, heeft [eiser] schriftelijk op het antwoord gereageerd, waarna Schiphol nog een schriftelijke reactie heeft gegeven.

De feiten

1. Op 2 juni 2004 heeft [eiser] een aan hem in eigendom toebehorende personenauto (een zogenoemde stationcar) van het merk Audi, type A6 Avant (hierna: de Audi), achteruit geparkeerd in een aan Schiphol in eigendom toebehorende parkeergarage, in een parkeervak van 4.70 meter lang.

2. Boven dit parkeervak is op een hoogte van 1.40 meter een luchtverversingskanaal aangebracht, dat over een afstand van 1.35 meter over het parkeervak heen steekt. [eiser] is met de Audi tegen het luchtverversingskanaal aangereden.

3. De Audi heeft ten gevolge van de aanrijding met het luchtverversingskanaal schade opgelopen, bestaande uit een diepe kras over de achterklep en het dak.

4. De schade bedraagt volgens een aan Merlentax B.V. gerichte factuur van 3 september 2004 van Autoschade Service Vermaire Haarlem € 1.071,--.

5. [eiser] heeft Schiphol aansprakelijk gesteld voor de schade aan de Audi.

6. Schiphol heeft zich jegens [eiser] beroepen op uitsluiting van aansprakelijkheid voor de door [eiser] geleden schade ingevolge haar algemene voorwaarden.

7. Bij brief van 20 oktober 2004 heeft de gemachtigde van [eiser] het exoneratiebeding waarop Schiphol zich beroept, vernietigd en Schiphol gesommeerd tot betaling van € 1.071,-- onder aanzegging van rente en kosten.

8. Schiphol is niet tot betaling overgegaan.

De vordering

[eiser] vordert (samengevat) veroordeling van Schiphol tot betaling van in totaal € 1.249,50. [eiser] stelt daartoe het volgende.

Schiphol heeft zich niet gehouden aan de op haar rustende verplichting om aan [eiser] een parkeerplaats ter beschikking te stellen die geschikt is voor normaal gebruik.

Het parkeervak waarin [eiser] zijn auto wilde neerzetten, wordt door het daarboven hangende luchtverversingskanaal ingekort tot een lengte van 3.35 meter. Veel auto’s zijn, evenals die van [eiser], langer dan 3.35 meter. Zo’n auto kan dus alleen van de desbetreffende parkeerplaats gebruik maken, indien vooruit wordt ingeparkeerd.

Het luchtverversingkanaal is, gelet op de hoogte waarop het hangt, bij het achteruit parkeren vanuit de auto niet zichtbaar. [eiser] behoefde er niet op bedacht te zijn dat zijn auto met het kanaal in aanraking zou komen. Omdat Schiphol heeft verzuimd een waarschuwing aan te brengen, waaruit blijkt dat het luchtverversingskanaal fors oversteekt, zodat alleen vooruit kan worden ingeparkeerd zonder schade, is zij toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen jegens [eiser]. Zij dient daarom de door [eiser] geleden schade te vergoeden.

Deze schade bestaat uit de reparatiekosten van de Audi ten bedrage van € 1.071,--, vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW die, berekend vanaf 30 oktober 2004 tot 5 juli 2005, € 28,50 bedraagt, alsmede de buitengerechtelijke incassokosten ten belope van € 150,-- welke [eiser] vordert ten titel van vermogensschade ex artikel 6:96 BW.

Het verweer

Schiphol betwist de vordering. Zij voert daartoe het volgende aan.

Het parkeervak waarin [eiser] zijn auto heeft geparkeerd, is geschikt voor normaal gebruik. Het luchtverversingskanaal is duidelijk waarneembaar voor een normaal oplettend persoon. Schiphol is niet tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen en derhalve niet aansprakelijk voor de door [eiser] geleden schade.

[eiser] heeft zelf schuld aan de aanrijding. Hij had met de mogelijkheid rekening moeten houden dat zich op of rond de parkeerplaats bijzondere omstandigheden zouden voordoen en had, juist omdat hij in een auto van meer dan gemiddelde lengte rijdt, extra behoedzaam moeten wezen. Bij de schuld van [eiser] aan de aanrijding valt een eventuele fout van Schiphol in het niet.

Schiphol beroept zich voorts op de door haar gehanteerde algemene voorwaarden, welke de de aansprakelijkheid voor schade, geleden door gebruikers van de parkeergarage, uitsluiten. Dit staat duidelijk vermeld op borden die Schiphol heeft aangebracht bij de ingang van het luchthaventerrein en de parkeergarages.

Nu Schiphol niet gehouden is tot vergoeding van de schade aan de Audi , is zij ook geen rente en buitengerechtelijke kosten verschuldigd.

De buitengerechtelijke kosten komen bovendien niet voor toewijzing in aanmerking, nu [eiser] deze kosten niet heeft gespecificeerd en voorts, omdat [eiser] geen kosten heeft gemaakt, nu hij verzekerd is voor rechtsbijstand.

De beoordeling van het geschil

Gelet op hetgeen hierna zal worden overwogen en beslist, is er geen aanleiding om [eiser] in de gelegenheid te stellen te reageren op de door Schiphol bij conclusie van dupliek overgelegde producties.

Als verst strekkend verweer dient te worden aangemerkt het beroep dat Schiphol doet op de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden, welke haar aansprakelijkheid voor door gebruikers van de parkeergarage geleden schade uitsluit.

[eiser] betwist de toepasselijkheid van die algemene voorwaarden bij gebrek aan wetenschap en voert voorts aan dat, voor zover er al borden staan die de aansprakelijkheid van Schiphol uitsluiten, deze uitsluiting ingevolge artikel 6:237 sub f BW dient te worden gekwalificeerd als een kennelijk onredelijk bezwarend beding en derhalve vernietigbaar is.

Schiphol heeft daarop betoogd, dat aan [eiser] geen beroep op artikel 6:237 BW toekomt, aangezien niet [eiser] schade heeft geleden, maar zijn bedrijf Merlentax B.V., nu de factuur van het autoschadebedrijf door dit bedrijf is voldaan.

Het verweer van Schiphol kan geen doel treffen. Tussen partijen staat vast dat de Audi [eiser] in privé toebehoort. Gesteld noch gebleken is dat [eiser], toen hij de Audi op 2 juni 2004 in de parkeergarage van Schiphol parkeerde, handelde in de uitoefening van een beroep of bedrijf. Dat de factuur van het schadebedrijf aan Merlentax B.V. is gericht en mogelijker-wijs door Merlentax is voldaan, doet dit niet anders zijn.

Schiphol heeft nog aangevoerd dat de door haar gehanteerde aansprakelijkheidsuitsluiting geenszins onredelijk bezwarend is, maar zelfs gebruikelijk op betaalde parkeerplaatsen en in parkeergarages.

De kantonrechter volgt Schiphol niet in haar redenering. Het mag dan zo zijn dat de eigenaars van de door Schiphol genoemde locaties hun aansprakelijkheid voor door gebruikers van die locaties geleden schade plegen uit te sluiten door middel van een exoneratiebeding, dit feit op zichzelf maakt niet dat een dergelijk beding per definitie niet onredelijk bezwarend is of kan zijn. Daarvoor dienen alle relevante omstandigheden te worden meegewogen. De bestuurder van een auto die van een garage gebruik maakt, moet er in beginsel op kunnen vertrouwen dat hij zijn auto schadevrij in een parkeervak in die garage kan zetten, zonder bedacht te hoeven zijn op een zodanige constructie van het parkeervak, dat dit slechts op één manier mogelijk is. Aan Schiphol als eigenaar van de parkeergarage zou een beroep op het door haar gehanteerde vrijwaringsbeding alleen dan kunnen toekomen, indien zij maatregelen genomen had om de gebruiker van de parkeergarage, i.c. [eiser], op de beperkte gebruiksmogelijkheid van het parkeervak in kwestie te attenderen. Dit laatste is gesteld noch gebleken.

Dit brengt tevens mee dat het verweer van Schiphol niet tekortgeschoten te zijn in de nakoming van haar verplichtingen om aan [eiser] een parkeerplaats ter beschikking te stellen die geschikt is voor normaal gebruik, faalt.

Het beroep dat Schiphol doet op de eigen schuld van [eiser] treft doel. Van een bestuurder van een auto mag immers worden verwacht dat hij de gebruikelijke voorzichtigheid in acht neemt. Dit betekent dat bij het parkeren dient te worden geanticipeerd op de daadwerkelijke mogelijkheid om de auto zonder schade in de gewenste parkeerplaats te zetten. Zo had [eiser], alvorens over te gaan tot het parkeren van de auto, eerst een inschatting moeten maken van de situatie ter plaatse. De omstandigheid dat [eiser], achteruit rijdend, het boven het parkeervak hangende luchtverversingskanaal niet kon waarnemen, bevrijdt hem niet van de verplichting rekening te houden met de omstandigheid dat hij ten gevolge van de aanwezigheid van dat kanaal zijn auto niet op de door hem gewenste wijze schadevrij zou kunnen parkeren.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen omtrent de nalatigheid van Schiphol om de parkeer-plaats zodanig in te richten dat [eiser] voor het gevaar van mogelijke schade zou zijn gewaarschuwd, leidt het voorgaande tot een vermindering van de vergoedingsplicht van Schiphol met 25%, welk gedeelte voor rekening van [eiser] dient te blijven.

De vordering zal derhalve worden toegewezen tot een bedrag van € 803,25, vermeerderd met de wettelijke rente daarover.

De buitengerechtelijke kosten zijn toewijsbaar, nu genoegzaam is gebleken van werkzaam-heden anders dan die waarvoor de proceskostenveroordeling een vergoeding pleegt in te houden. Dat [eiser] verzekerd is tegen de kosten van rechtsbijstand, doet aan de verschuldigdheid van de incassokosten niet af.

De proceskosten komen voor rekening van Schiphol omdat deze voor het grootste deel in het ongelijk wordt gesteld.

Beslissing

De kantonrechter:

- veroordeelt Schiphol tot betaling aan [eiser] van € 953,25 te vermeerderen met de wettelijke rente over € 802,50 vanaf 30 oktober 2004 tot aan de dag van de algehele voldoening;

- veroordeelt Schiphol tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van [eiser] tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd, en bepaalt dat de explootkosten worden verhoogd met een percentage dat overeenkomt met het percentage, bedoeld in art. 9, 1e lid, van de Wet op de Omzetbelasting 1968, omdat [eiser] de hem in rekening gebrachte omzetbelasting niet op grond van genoemde wet kan verrekenen en dit nadrukkelijk verklaart, en de gerechtsdeurwaarder aan de voet van het exploot verklaart dat de kosten in verband daarmee zijn verhoogd:

exploot € 79,53

vastrecht € 146,00

salaris gemachtigde € 200,00;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af hetgeen meer of anders mocht zijn gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.J.P. Veenhof en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.