Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2005:AU5660

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
26-10-2005
Datum publicatie
07-11-2005
Zaaknummer
278628 CV EXPL 05-6752
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arbeidsrecht. Mededeling aan oproepkracht dat werkgeefster hem niet meer zal oproepen kan niet worden gelijkgesteld aan een ontslag op staande voet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 278628 CV EXPL 05-6752

datum uitspraak: 26 oktober 2005

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

[eiser]

te [woonplaats]

eisende partij

hierna te noemen [eiser]

gemachtigde A.E. de Best

tegen

de besloten vennootschap

RISK SECURITY HOLLAND B.V.

te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer

gedaagde partij

hierna te noemen Risk Security

gemachtigde mr I.J. de Roos

De procedure

Voor de inhoud van het geding verwijst de kantonrechter naar de volgende stukken, waarvan de inhoud als hier ingevoegd is te beschouwen:

- de dagvaarding van 30 juni 2005, met producties,

- de conclusie van antwoord van Risk Security, met producties,

- het tussenvonnis van de kantonrechter van 24 augustus 2005 waarin een comparitie van partijen is bepaald,

- de aantekeningen van de griffier van de ingevolge dat vonnis op 29 september 2005 gehouden comparitie van partijen.

De feiten

Tussen partijen is op 1 januari 2005 een oproepcontract gesloten met onder meer de volgende bepalingen:

Artikel 1

(…) Werknemer treedt met ingang van de datum waarop hij/zij voor de eerste keer als oproepkracht wordt ingezet voor de bepaalde tijd van zes maanden in dienst.

(…)

Artikel 3

(…)

De werkgever is alleen beloning verschuldigd over de periode dat de oproepkracht daadwerkelijk arbeid heeft verricht. (…) Het loon van werknemer wordt per opdracht bekeken en vastgesteld. In het bruto uurloon is het vakantiegeld verdisconteerd.

[eiser] heeft na oproep werkzaamheden verricht gedurende de periode van 19 januari 2005 tot en met 20 februari 2005.

Bij brief van 25 februari 2005 heeft Risk Security aan [eiser] onder meer als volgt bericht:

Recentelijk is ons gebleken dat u diverse malen op het laatste moment uw klussen heeft afgezegd. Verder heeft u (…) te kennen gegeven dat u niet meer in het weekend wil werken. Ook wilt u diensten draaien die niet langer dan 8 uren zijn. De afstand tot de HSL Dordrecht is ook te ver van uw woonplaats verwijderd volgens uw zeggen. U ambieert een baan in de beveiliging. U moet er dan wel van doordrongen zijn, dat weekend diensten alsmede onregelmatige diensten bij elk beveiligingsbedrijf in Nederland regulier is.

In verband met het bovenstaande zullen wij per heden geen gebruik meer maken van uw diensten.

Bij brief van 4 maart 2005 heeft [eiser] de vernietigbaarheid van het ontslag van 25 februari 2005 ingeroepen, zich beschikbaar gehouden voor het verrichten van arbeid en aanspraak gemaakt op doorbetaling van loon.

De vordering

[eiser] vordert (samengevat) nietigverklaring van het ontslag, alsmede veroordeling van Risk Security tot betaling van het netto salaris over de maand februari 2005 van

€ 1.339,86, het loon vanaf 1 maart 2005 ad € 1.278,32 bruto tot het einde van de arbeidsovereenkomst op 30 juni 2005, de uitbetaling van openstaande vakantiedagen en vakantietoeslag, vermeerderd met wettelijke rente, alsmede de afgifte van loonspecificaties vanaf 1 maart 2005. [eiser] stelt daartoe dat de brief van 25 februari 2005 moet worden uitgelegd als een ontslag op staande voet, en dit ontslag is nietig bij gebreke van een geldige dringende reden.

Het verweer

Risk Security betwist de vordering. Zij voert daartoe aan dat de brief van 25 februari 2005 geen opzegging van het oproepcontract is, maar de mededeling dat [eiser] niet meer zal worden opgeroepen omdat Risk Security ontevreden over hem is. [eiser] heeft ook niets meer tegoed, hij is -volgens afspraak- per klus betaald.

De beoordeling van het geschil

Zoals partijen ter zitting hebben bevestigd was het aan beide zijden de bedoeling om [eiser] tegelijkertijd zoveel mogelijk ervaring te laten opdoen als stagiair en hem de gelegenheid te bieden geld te verdienen. Dit neemt niet weg dat in de hierboven aangehaalde inhoud van het oproepcontract tussen partijen van 1 januari 2005 eenduidig valt te lezen dat Risk Security niet verplicht is om [eiser] tijdens de looptijd van de overeenkomst daadwerkelijk op te roepen. Daarmee staat het Risk Security eveneens vrij om op enig moment hem niet meer op te roepen. Daarbij moet de kanttekening geplaatst worden dat van Risk Security als goed werkgever verwacht mag worden dat zij niet zonder reden de oproepingen van [eiser] stopzet. Met de brieven van Risk Security van 25 februari 2005, 14 maart 2005 en de verklaring van de leidinggevende M.N. Marwa van 6 juli 2005 heeft Risk Security haar beslissing om [eiser] niet langer op te roepen voor het verrichten van beveiligingswerkzaamheden zich naar het oordeel van de kantonrechter zorgvuldig gedragen.

Niet valt in te zien hoe de brief van Risk Security van 25 februari 2005 door [eiser] kon worden opgevat als een ontslag op staande voet, zodat de vordering tot nietigverklaring van het ontslag niet toewijsbaar is.

Ten aanzien van de loonvordering c.a. geldt dat niet is gesteld of gebleken dat tussen partijen enig arbeid is bedongen; het oproepcontract bepaalt in artikel 1 immers dat voor de duur van iedere “klus” een arbeidsovereenkomst tussen partijen tot stand komt, zodat van een doorlopende arbeidsovereenkomst voor de duur van 6 maanden geen sprake is. Van de zijde van [eiser] is niet gesteld dat dit beding anders zou moeten worden uitgelegd.

Dit betekent dat de vordering tot doorbetaling van loon en vakantiedagen/vakantiegeld moet worden afgewezen.

De proceskosten komen voor rekening van [eiser] omdat deze in het ongelijk wordt gesteld.

Beslissing

De kantonrechter:

- wijst de vordering af;

- veroordeelt [eiser] tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van Risk Security tot en met vandaag worden begroot op € 350,00 aan salaris van de gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Dubois en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.