Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2005:AU3476

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
09-08-2005
Datum publicatie
29-09-2005
Zaaknummer
88740/2002-3485
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de man kennelijk ongeschikt of kennelijk niet in staat moet worden geacht tot omgang met zijn kinderen. Immers, ten gevolge van zijn poging de moeder van zijn kinderen van het leven te beroven, althans ernstig te mishandelen, kan als vaststaand worden aangenomen dat hij ook de kinderen ernstige, onomkeerbare schade heeft toegebracht. Een omgangsregeling tussen de man en de kinderen acht de rechtbank daarom in strijd met de zwaarwegende belangen van de minderjarigen, zodat de man het recht op omgang zal worden ontzegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Familie-en Jeugdrecht

omgangsregeling

zaak-/rekestnr.: 88740/2002-3485

beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken d.d. 9 augustus 2005

in de zaak van:

[naam vrouw],

domicilie kiezende te [woonplaats],

verzoekende partij,

hierna mede te noemen: de vrouw,

procureur mr. T.A. Bruins,

--tegen--

[naam man],

wonende te [woonplaats],

verblijvende in het Huis van Bewaring te [plaats]

hierna mede te noemen: de man,

procureur mr. M. Middeldorp,

advocaat mr. R.J. Ottens.

1 Verloop van de procedure

Voor het verloop van de procedure verwijst de rechtbank naar de volgende stukken:

- de beschikking van deze rechtbank d.d. 13 december 2004 en de daarin vermelde stukken;

- de dagbepalingsbeschikking van deze rechtbank d.d. 7 juni 2005 en de daarin vermelde stukken;

- de op 28 juni 2005 ter griffie van deze rechtbank ontvangen brief van de advocaat van de man;

- de op 30 juni 2005 ter griffie ontvangen brief van de advocaat van de vrouw.

2 De verdere beoordeling

2.1 Bij beschikking van deze rechtbank d.d. 13 december 2004 is een voorlopige omgangsregeling tussen de man en de minderjarigen [namen kinderen] vastgesteld, waarbij zij gerechtigd zijn eenmaal per veertien dagen zonder begeleiding [data/tijdstip] omgang met elkaar te hebben. De behandeling van de zaak is in afwachting van het verloop van de omgangsregeling aangehouden.

2.2 Van de zijde van de vrouw zijn op [data] stukken binnengekomen met de volgende inhoud. In 2004 toen de vrouw de kinderen na afloop van de omgang bij de man ging ophalen, bleek er niemand thuis te zijn. Zij heeft vervolgens met een vriendin in de auto op terugkomst van de man gewacht. Na een half uur kwam de man zonder de kinderen op de auto van de vrouw afgelopen en hij verzocht de vrouw hem te volgen naar zijn appartement. De vrouw heeft aan het verzoek van de man geen gevolg gegeven, waarna de man is overgegaan tot ernstig geweld, wat ertoe heeft geleid dat de vrouw in het ziekenhuis te [plaats] moest worden opgenomen met een schedelbasisfractuur. Zij heeft diezelfde avond een urenlange operatie ondergaan, waarbij zij zo’n 70 hechtingen in haar hoofd kreeg. Op de maandag erna is de vrouw opnieuw geopereerd, ditmaal aan haar verbrijzelde handen. Dit alles is ontstaan door het inslaan van de man op de vrouw met een ijzeren staaf. Bij vonnis van de rechtbank [plaats] van [datum] is de man veroordeeld voor poging tot moord en is hem een gevangenisstraf opgelegd voor de duur van zes jaar met aftrek van voorarrest. De vrouw heeft de rechtbank verzocht de beschikking van de rechtbank te wijzigen, in die zin dat de man het recht op omgang wordt ontzegd, subsidiair dat de omgangsregeling wordt beeindigd.

2.3 Bij brief van de advocaat van de man van 27 juni 2005 is van de zijde van de man gereageerd op voormelde brief van 29 april 2005 van de vrouw met de navolgende inhoud. De man wil het contact met de kinderen onderhouden. Anders dan de vrouw is hij van mening dat de slechte verstandhouding tussen partijen de omgang met de kinderen niet in de weg zou hoeven te staan. De man is geen gevaar voor de kinderen. Er geen sprake van ongeschiktheid of het niet in staat zijn van het hebben van contact met de kinderen. De kinderen kunnen hem opzoeken in het Huis van Bewaring, waarbij de Kerk voor transport kan zorgen. De man is van mening dat slechts een beslissing op het verzoek tot wijziging van de in beschikking van de rechtbank vastgestelde omgangsregeling kan worden genomen na een hernieuwd onderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming.

2.4 Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de man kennelijk ongeschikt of kennelijk niet in staat moet worden geacht tot omgang met zijn kinderen. Immers, ten gevolge van zijn poging de moeder van zijn kinderen van het leven te beroven, althans ernstig te mishandelen, kan als vaststaand worden aangenomen dat hij ook de kinderen ernstige, onomkeerbare schade heeft toegebracht. Een omgangsregeling tussen de man en de kinderen acht de rechtbank daarom in strijd met de zwaarwegende belangen van de minderjarigen, zodat de man het recht op omgang zal worden ontzegd.

3 Beslissing

De rechtbank:

3.1 Wijzigt de beschikking van de rechtbank [plaats] van [datum], in die zin dat de man het recht op omgang wordt ontzegd.

3.2 Verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

3.3 Wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. A. Stefels en in het openbaar uitgesproken ter terechtzitting van 9 augustus 2005, in tegenwoordigheid van I. Rijs als griffier.