Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2005:AU3216

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
20-07-2005
Datum publicatie
26-09-2005
Zaaknummer
278828 / VV EXPL 05-199
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Huurrecht; kort geding; toewijzing van vordering tot ontruiming wegens ernstige overlast.

Twee dagen na een gesprek met de burgemeester, een wethouder, de wijkagent en omwonenden dringen één of meer gezinsleden van huurster de woning van een overbuurvrouw binnen, vernielen een ruit, breken de regenpijp af en urineren tegen de heg. De ingeschakelde politie wordt door één of meer gezinsleden van huurster bekogeld met rauwe eieren en bierflessen en houdt tien personen, waaronder huurster aan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2005, 198
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Haarlem

sector kanton, locatie Haarlem

zaak/rolnummer: 278828 / VV EXPL 05-199

datum uitspraak: 20 juli 2005

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER IN KORT GEDING

in de zaak van

de stichting Stichting Elan Wonen

te Haarlem

eisende partij

hierna te noemen: Elan Wonen

gemachtigde: mr. J.P.S. van Schaik

--tegen--

[gedaagde]

te [woonplaats gedaagde]

gedaagde partij

hierna te noemen: [gedaagde]

gemachtigde: mr. M.J. Dekker

1. De procedure

Elan Wonen heeft [gedaagde] op 11 juli 2005 gedagvaard. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 14 juli 2005, waarbij [gedaagde] en de beide gemachtigden zijn verschenen. De gemachtigden zich hebben bediend van pleitnotities. [Gedaagde] heeft nog stukken in het geding gebracht. De griffier heeft aantekening gehouden van hetgeen tijdens de zitting is verklaard.

2. De feiten

Op grond van wat partijen over en weer hebben gesteld en niet of onvoldoende hebben betwist kunnen ten minste de volgende feiten worden vastgesteld.

2.1 Elan Wonen verhuurt aan [gedaagde] sinds 1 oktober 2000 de eengezinswoning aan [adres].

2.2 [Gedaagde] woont op bovenstaand adres samen met haar partner en haar drie kinderen van 15, 19 en 23 jaar.

2.3 In de jaren 2001 tot en met 2005 is een aantal meldingen binnengekomen bij de politie inzake (geluids-)overlast door de familie [gedaagde].

2.4 Op 18 mei 2005 heeft een gesprek plaatsgevonden over de overlast door de familie [gedaagde]. Tijdens het eerste deel van dit gesprek waren vertegenwoordigers van Elan Wonen, de burgemeester van [woonplaats gedaagde], de wethouder volkshuisvesting van de gemeente [woonplaats gedaagde] en de wijkagent van de politie Kennemerland aanwezig. Tijdens het tweede gedeelte van het gesprek waren tevens twaalf bewoners van [straatnaam] aanwezig.

2.5 In de avond van 20 mei 2005 en de nacht van 21 mei 2005 heeft zich een ernstig incident voorgedaan op [straatnaam]. [Gedaagde] is met een of meer van haar gezinsleden de woning van een overbuurvrouw binnengedrongen en heeft deze overbuurvrouw bedreigd. Tevens hebben zij een ruit van een voordeur van de overbuurvrouw vernield, de regenpijp aan de voorkant van de woning afgebroken en tegen de heg staan urineren. De politie, die inmiddels was gekomen, is vervolgens door [gedaagde] en haar gezinsleden met rauwe eieren en bierflesjes bekogeld. De politie heeft tien personen, waaronder [gedaagde] en een aantal van haar gezinsleden, aangehouden.

2.6 Sinds 3 juni 2005 staat de woning van [gedaagde] en de directe omgeving van de woning onder permanente bewaking van twee personen van een particuliere bewakingsdienst.

3. De vordering

Elan Wonen vordert bij wijze van voorlopige voorziening veroordeling van [gedaagde] om binnen 24 uur na de betekening van het vonnis de woning aan [adres] met de haren en al het hare te ontruimen en deze woning te verlaten met afgifte van de sleutels aan Elan Wonen en voorts tot betaling van de proceskosten.

Elan Wonen stelt daartoe dat [gedaagde] in gebreke is gebleken met de nakoming van haar verplichting uit de huurovereenkomst, aangezien zij samen met haar partner en kinderen sinds 2001 structureel ernstige overlast veroorzaken. De gedragingen van [gedaagde] leveren niet alleen wanprestatie op maar zijn eveneens onrechtmatig jegens Elan Wonen en jegens de omwonenden, die ten aanzien van een groot aantal woningen huurder zijn van Elan Wonen.

4. Het verweer

[Gedaagde] heeft gemotiveerd verweer gevoerd waarop, voor zover van belang, bij de beoor-deling van het geschil zal worden ingegaan.

5. De beoordeling van het geschil

5.1 De kantonrechter is van oordeel dat voldoende aannemelijk is geworden dat [gedaagde] en degenen waarvoor zij als huurster verantwoordelijk is op [straatnaam] ernstige overlast hebben veroorzaakt. Dit oordeel is gebaseerd op het volgende.

5.2 Elan Wonen heeft bij de dagvaarding een lijst met meldingen die door de politie Kennemerland zijn geregistreerd op het adres van [gedaagde] overgelegd. Uit deze lijst blijkt dat reeds in augustus 2001 meldingen over geluidshinder door de familie [gedaagde] bij de politie zijn binnengekomen. In de jaren daarna zijn meerdere meldingen over overlast bij de politie binnengekomen. Voorts heeft Elan Wonen een brief van de politie aan Elan Wonen van 23 juni 2005 overgelegd, waarop een aantal incidenten, die zich hebben voorgedaan op en rond [straatnaam], zijn gemeld. Hoewel uit deze brief niet met zekerheid is af te leiden dat [gedaagde] dan wel een van haar gezinsleden de veroorzakers waren van deze incidenten, acht de kantonrechter het – in samenhang met de lijst van meldingen, het verslag van de bewonersbijeenkomst van 18 mei 2005 en het verslag van de politie van 26 mei 2005 – aannemelijk dat [gedaagde] dan wel een van haar gezinsleden bij een aantal van deze incidenten betrokken waren.

5.3 Op 18 mei 2005 – derhalve nog vóór het incident van 20 en 21 mei 2005 – heeft een gesprek plaatsgevonden tussen omwonenden, de wijkagent, vertegenwoordiger(s) van Elan Wonen en zelfs de wethouder Volkshuisvesting en de burgemeester van de gemeente [woonplaats gedaagde]. De betrokkenheid van deze laatstgenoemde personen duidt erop dat de situatie op [straatnaam] ernstig was en ook onder de aandacht stond van de gemeente. De bewoners hebben tijdens het gesprek diverse klachten geuit over de overlast, die door [gedaagde] en haar gezinsleden vanuit en rond hun woning jegens omwonenden wordt veroorzaakt en over de daarmee gepaard gaande gevoelens van spanning en angst. Uit vrees voor de familie [gedaagde] hebben de meeste omwonenden niet openlijk durven te klagen over de overlast. De kantonrechter acht deze vrees voldoende aannemelijk geworden, zodat de kantonrechter voorbij gaat aan de stelling van [gedaagde] dat er te weinig klachten zijn gemeld bij de politie dan wel bij Elan Wonen om aan te nemen dat er sprake is van ernstige overlast.

5.4 Voorts heeft op 20 en 21 mei 2005 een ernstig incident plaatsgevonden op [straatnaam], waarbij [gedaagde] en haar gezinsleden een overwegende rol hebben gespeeld. [Gedaagde] heeft ter zitting ontkend dat zij de overbuurvrouw zou hebben mishandeld, doch in ieder geval is vast komen te staan dat [gedaagde] en een dan wel meerdere van haar gezinsleden de woning van de overbuurvrouw onrechtmatig zijn binnen-gedrongen en aan de woning vernielingen hebben aangericht. Dit incident heeft tot gevolg gehad dat de overbuurvrouw niet naar haar woning durfde terug te keren en – mede gelet de bij de politie bekend geworden klachten van buurtbewoners - dat bewaking is gekomen in buurt van de woning van [gedaagde]. De kantonrechter is van oordeel dat ook deze feiten erop duiden dat sprake is van een zeer ernstige en onhoudbare situatie.

5.5 Gelet op het vorengaande komt de kantonrechter dan ook voorshands tot de conclusie dat [gedaagde] in de nakoming van haar verplichting jegens Elan Wonen om omwonenden geen overlast te bezorgen ernstig is tekortgeschoten. Dat sprake zou zijn van een negatieve beeldvorming en hetzevorming, zoals [gedaagde] heeft aangevoerd, is naar het oordeel van de kantonrechter niet aangetoond. [gedaagde] had de mogelijkheid om door overlegging van het proces-verbaal van de politie van het incident van 20 en 21 mei 2005 aannemelijk te maken dat een en ander niet zo ernstig was als blijkt uit de dag-vaarding en de bijbehorende producties, doch [gedaagde] heeft daarvan om haar moverende redenen geen gebruik gemaakt.

5.6 Voorts is de kantonrechter van oordeel dat nu sprake is van een situatie van ernstige overlast de vordering een spoedeisend karakter heeft en zich derhalve leent voor een vordering in kort geding.

5.7 De vraag is vervolgens of op basis van deze voorlopige conclusie geoordeeld kan worden dat de onderhavige vordering in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft dat vooruitlopen daarop door toewijzing van de verlangde voorziening reeds nu gerechtvaardigd is. De kantonrechter beantwoordt deze vraag bevestigend.

5.8 Zoals reeds uit het bovenstaande blijkt, is de kantonrechter van oordeel dat [gedaagde] ernstig is tekortgeschoten in het nakomen van een wettelijke verplichting die [gedaagde] ten opzichte van Elan Wonen heeft en dat [gedaagde] daarvoor verantwoordelijk kan worden gehouden. Voorts merkt de kantonrechter hierbij op dat, indien is komen vast te staan dat een partij tekort is geschoten in de nakoming van een voortdurende verplichting, zoals de verplichtingen uit een huurovereenkomst, deze verplichting weliswaar in de toekomst alsnog kan worden nagekomen, maar dat daarmee de tekortkoming in het verleden niet ongedaan wordt gemaakt en wat deze tekortkoming betreft nakoming niet meer mogelijk is. Voorts was Elan Wonen naar het oordeel van de kantonrechter, nu [gedaagde] ernstig is tekortgeschoten in haar verplichting omwonenden geen overlast te bezorgen, niet gehouden om [gedaagde] voorafgaand aan de vordering tot ontruiming te waarschuwen dan wel om te proberen om met [gedaagde] tot een oplossing te komen. Gezien de ernst van de overlast zijn de omstandigheden dat [gedaagde] nog een minderjarig kind heeft, gezondheidsproblemen heeft en aan haar geen zekerheid is gegeven omtrent vervangende woonruimte, niet van dien aard dat de vordering van Elan Wonen dient te worden afgewezen.

5.9 Het bovenstaande leidt ertoe dat de kantonrechter de vordering tot ontruiming van de woning zal toewijzen met dien verstande dat de ontruiming op een termijn van één week na betekening van het vonnis zal worden bepaald. Hierbij acht de kantonrechter de gevorderde ontruimingstermijn van een dag te krap, gelet op het belang van [gedaagde] om enige tijd te hebben om – wellicht met behulp van de gemeente of Elan Wonen – vervangende woonruimte te vinden en gelet op het feit dat de overlast thans – mede vanwege de bewaking – op [straatnaam] grotendeels is afgenomen.

5.10 De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde], omdat deze in het ongelijk wordt gesteld.

Beslissing

De kantonrechter:

- veroordeelt [gedaagde] bij wijze van voorlopige voorziening om de woning aan het [adres] met alle zich daarin zijdens [gedaagde] bevindende personen en goederen binnen één week na betekening van dit vonnis te ontruimen en te verlaten met afgifte van de sleutels aan Elan Wonen;

- veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van Elan Wonen tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:

exploot € 71,93

vastrecht € 276,00

salaris gemachtigde € 400,00;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af hetgeen meer of anders mocht zijn gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.J. Harts en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.