Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2005:AU0672

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
28-07-2005
Datum publicatie
09-08-2005
Zaaknummer
277796
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst vanwege de negatieve houding van werknemer. Werknemer is echter ziek ten tijde van het indienen van het ontbindingsverzoek. De ziekte hangt niet samen met de indiening van het verzoek tot ontbinding. Afwijzing volgt, omdat het ontslagverbod van artikel 7:670 lid 1 van toepassing is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Haarlem

sector kanton, locatie Haarlem

Zaak/rep.nummer: 277796/AO VERZ 05-1476

Datum uitspraak: 28 juli 2005

Beschikking ontbinding arbeidsovereenkomst

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VIALIS VERKEER & MOBILITEIT B.V.,

gevestigd te Haarlem,

verzoekster,

hierna: Vialis,

gemachtigde: mr. J.L. van Schouten,

--tegen--

[verweerder],

wonende te [woonplaats],

verweerder,

hierna: [verweerder],

gemachtigde: mr. M. Kroon.

De procedure

Op 29 juni 2005 is ter griffie een verzoekschrift ontvangen van Vialis, strekkende tot ontbinding van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst. [verweerder] heeft een verweerschrift ingediend. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 21 juli 2005. Op deze zitting hebben partijen hun standpunt nader toegelicht. De gemachtigde van Vialis heeft pleitnotities overgelegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen ter zitting is verhandeld. Beide partijen hebben producties in het geding gebracht.

De feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of niet voldoende gemotiveerd weersproken wordt van het volgende uitgegaan.

a. [verweerder] is 38 jaar oud. Hij is sedert 12 augustus 1985 bij Vialis in dienst op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. De huidige functie van [verweerder] is Productiemedewerker. Zijn salaris bedraagt thans € 2.002,49 bruto per vier weken (exclusief vakantiegeld en verdere emolumenten).

b. In de periode vanaf 1 januari 2002 tot 1 september 2003 is de functie van [verweerder] gewijzigd geweest in die van Meewerkend Voorman Productie Lantaarnlijn.

c. Zowel in 2003 als in 2004 heeft [verweerder] een matige beoordeling gekregen.

d. Bij brief van 2 december 2004 bericht Vialis [verweerder] onder meer: “(…) De reden voor deze gesprekken was dat uw houding en uitstraling op de werkvloer zeer slecht is, waardoor er een zeer negatieve sfeer ontstaat op de werkplek. Wij hebben geprobeerd u op alle mogelijke manieren te motiveren, maar dat is blijkbaat niet gelukt. (…) Wij hebben te kennen gegeven dat er in ieder geval verbetering moet komen op de navolgende punten: < uw uitstraling: u loopt er erg ongelukkig bij. U straalt uit of u de dag uitzit; < door uw negatieve houding raken de verstandhoudingen op de werkvloer verstoord en is er duidelijk spanning op de werkvloer; < u bent zeer vaak van uw werkplek af, terwijl dit in het geheel niet nodig is; < u moet vanuit uw kennis en ervaring in staat zijn goed vooruit te denken en pro-actieve houding aan te nemen. Het mag van u verwacht worden dat u mensen bovendien stimuleert. Wij willen u door middel van het met u gevoerde gesprek en deze brief kenbaar maken dat de bovenstaande punten echt daadwerkelijk moeten verbeteren, aangezien anders een verdere voortzetting van de arbeidsrelatie niet mogelijk is. (…)”

e. Bij brief van 22 december 2004 bericht Vialis [verweerder] onder meer: “(…) De afgelopen drie weken is uw houding en uitstraling positief verbeterd. Uw houding ten opzichte van uw werk is prima, u laat uw betrokkenheid en pro-activiteit zien. Dat is dan ook de reden om u nog een kans te geven. (…) Mocht u toch terugvallen in uw oude patroon, dan zullen wij u nog één laatste waarschuwing geven. Na deze waarschuwing zullen wij helaas het traject, wat we in de brief van 2 december hebben aangeven, moeten gaan opvolgen.”

f. [verweerder] heeft zich op 25 april 2005 ziek gemeld met rug- en nekklachten.

g. Achmea Arbo heeft op 11 mei 2005 een werkhervattingsadvies gegeven. In dit advies wordt bericht dat [verweerder] op 17 mei 2005 zijn werkzaamheden in zijn functie van Productiemedewerker volledig kan hervatten, waarbij rekening dient te worden gehouden met enige beperkingen, te weten zwaarder tillen, duwen en trekken en werkzaamheden waarbij hoofdbewegingen dienen te worden gemaakt.

h. Vialis heeft [verweerder] op 12 mei 2005 vrijgesteld van het verrichten van zijn werkzaam-heden.

i. Bij brief van 17 mei 2005 bericht Vialis [verweerder] onder meer: “Op 22 december 2004 hebben wij met u een evalutiegesprek gehad over uw houding en uitstraling op de werkvloer. Deze was in de tijd voor het gesprek positief verbeterd en wij hebben u kenbaar gemaakt dat u op deze wijze verder diende te gaan. Helaas hebben wij gezamenlijk moeten constateren dat dit niet is gelukt. U blijft zeer negatief in uw werk en uw werkhouding en de collega’s van de werkvloer hebben hier ook last van omdat er een zeer negatieve sfeer ontstaat.” In deze brief doet Vialis [verweerder] een voorstel om te komen tot een einde van het dienstverband.

j. [verweerder] is niet ingegaan op het voorstel van Vialis.

k. Op 29 juni 2005 heeft Achmea Arbo opnieuw een werkhervattingsadvies gegeven. In dit advies wordt bericht dat [verweerder] vanaf deze datum volledig arbeidsongeschikt is en dat een prognose met betrekking tot werkhervatting nog niet is te geven.

Het verzoek

Vialis verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst per 1 augustus 2005, althans tegen een door de kantonrechter te bepalen datum onder toekenning van een vergoeding van

€ 23.429,13 bruto, met veroordeling van [verweerder] in de kosten van deze procedure.

Vialis baseert het verzoek op veranderingen in de omstandigheden.

Ter toelichting heeft Vialis – samengevat – het volgende gesteld. Vanaf 2001 heeft zij moeten bemerken dat [verweerder] een zeer negatieve houding en uitstraling heeft op de werkvloer. Vialis heeft de nodige inspanningen verricht om te proberen deze houding en uitstraling aanmerke-lijk te verbeteren. Zo werden er veelvuldig (evaluatie)gesprekken met [verweerder] gehouden, waarin hij erop werd gewezen dat hij zijn functioneren diende te verbeteren en tevens is getracht om hem te motiveren door hem de rol van meewerkend voorman te laten vervullen. Ondanks deze inspanningen heeft zich in de houding en uitstraling van [verweerder] niet de door Vialis gewenste structurele verbetering voorgedaan. Voor Vialis is de maat nu vol. Zij heeft alles gedaan wat in haar vermogen ligt om de situatie te verbeteren, maar moeten constateren dat dit niet is gelukt. Zij heeft geen enkel vertrouwen meer in een verdere vruchtbare samen-werking van partijen.

Het verweer

[verweerder] concludeert primair tot afwijzing van het verzoek. Voor het geval de arbeidsover-eenkomst toch wordt ontbonden, verzoekt [verweerder] om deze ontbinding niet eerder te doen ingaan dan met ingang van 1 november 2005 en onder toekenning van een vergoeding van

€ 46.858,27.

Ter toelichting heeft [verweerder] - samengevat - het volgende aangevoerd. Hij is op dit moment arbeidsongeschikt. Hij heeft zich op 25 april 2005 ziek gemeld wegens rug- en nekklachten.

Vialis handelt in de gegeven omstandigheden niet als een goed werkgeefster door een ontbin-ding van de arbeidsovereenkomst te verzoeken. Hij heeft zich 20 jaar naar zijn beste kunnen voor Vialis ingezet. Hij begrijpt dat hij sedert zijn frequente uitvallen wegens rugklachten e.d. niet meer de meest ideale werknemer is en hij begrijpt dat Vialis waarschijnlijk geen zin heeft in een misschien moeizaam proces van reïntegratie, maar dit is geen grond voor een ontbin-ding. Vialis verwijt hem ten onrechte een ongelukkige uitstraling en een negatieve houding. Hij heeft altijd al een van nature nogal treurige uitstraling gehad, maar dat is hem niet eerder tegengeworpen. Hij is tevens bepaald niet sterk verbaal begaafd. Hij heeft veel moeite om zaken onder woorden te brengen. Hij is meer een doener dan een prater. Hij heeft zijn werk steeds naar behoren uitgevoerd. De afgelopen jaren is zijn functioneren bemoeilijkt door zijn terugkerende rugklachten. Deze klachten zijn waarschijnlijk een gevolg van het zware werk dat hij voor Vialis heeft verricht. Vialis is van de klachten op de hoogte, maar heeft nagelaten om hem fysiek wat lichter werk te geven of op een andere werkplek te plaatsen. Hij betwist dat hij tot meewerkend voorman is benoemd om hem te motiveren. Tenslotte merkt hij nog op dat hij gelet op zijn vooropleiding (niet afgemaakt speciaal voortgezet onderwijs) en zijn ziektegeschiedenis weinig tot geen kans heeft op de arbeidsmarkt.

De beoordeling van het verzoek

1. De kantonrechter dient in zaken als de onderhavige te controleren of het verzoek verband houdt met de aanwezigheid van een opzegverbod. Bij een geconstateerd verband zal de kantonrechter het verzoek afwijzen, tenzij zich andere omstandigheden voordoen die een gewichtige reden voor ontbinding vormen.

2. Op de datum van indiening van het onderhavige verzoek is [verweerder] door Achmea Arbo volledig arbeidsongeschikt geacht. Uit de overgelegde stukken en het ter terechtzitting gestelde is voldoende aannemelijk geworden dat deze arbeidsongeschiktheid verband houdt met rug- en/of nekklachten van [verweerder] en niet met een aan het werk gerelateerde conflictsituatie. Er moet daarom van worden uitgegaan dat [verweerder] na zijn herstel zijn werkzaamheden gewoon zal kunnen hervatten. Onder deze omstandigheden is de kantonrechter van oordeel dat het ontslagverbod van artikel 7:670 lid 1 BW ook de ontbinding van de arbeidsovereenkomst dient te treffen. Daarbij is ook van belang dat [verweerder] al 20 jaar in dienst is bij Vialis en dat Vialis onvol-doende aannemelijk heeft gemaakt dat er voor [verweerder] geen andere werkzaamheden voorhanden zouden zijn. [verweerder] heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hij niet dan wel heel moeilijk een andere baan zou kunnen vinden als de arbeidsovereenkomst op de door Vialis aangevoerde gronden zou worden ontbonden, rekeninghoudend met zijn vooropleiding, zijn werkervaring en zijn ziektegeschiedenis. Het verzoek zal daarom worden afgewezen.

3. Gezien de aard van de procedure worden de kosten tussen partijen gecompenseerd in die zin dat ieder der partijen de eigen kosten draagt.

Beslissing

De kantonrechter:

- wijst het verzoek af;

- bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;

Deze beschikking is gegeven door mr. F.J.P. Veenhof, kantonrechter en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.