Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2005:AU0368

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
07-07-2005
Datum publicatie
02-08-2005
Zaaknummer
Awb 05-134 Huisv
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

besluitbegrip in Awb; gemeente heeft beslisbevoegdheden over urgentieaanvragen bij privaatrechtelijke overeenkomst overgedragen aan woningcorporaties; klachtencommissie is ingesteld bij deze overeenkomst; klachtencommissie geen bestuursorgaan ex Awb; bestuursrechter niet bevoegd; bevoegde rechter is burgerlijke rechter

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Gst. 2005, 145 met annotatie van J.C. Binnerts
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

reg. nr: Awb 05 - 134 Huisv

uitspraakdatum: 7 juli 2005

RECHTBANK HAARLEM, sector bestuursrecht

enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

in de zaak van:

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

gemachtigde: mr. A. Khan, advocaat te Hoofddorp,

-- tegen --

De Geschillencommissie Woonruimteverdeling Amstel-Meerlanden,

verweerder.

1. Ontstaan en loop van het geding

Op 29 september 2004 heeft de directeur van "Het vierde huis" besloten het verzoek van eiseres om urgentie ten behoeve van andere woonruimte af te wijzen.

Eiseres heeft bij brief van 6 oktober 2004 een bezwaarschrift ingediend bij verweerder.

Bij besluit van 22 december 2004 heeft verweerder beslist dat de klacht ongegrond is

Tegen dit besluit heeft eiseres bij brief van 17 januari 2005, aangevuld bij brief van 15 februari 2005, beroep ingesteld.

Verweerder heeft op de zaak betrekking hebbende stukken ingezonden en een verweerschrift ingediend.

Het beroep is behandeld ter zitting van 1 juni 2005. Eiseres en haar gemachtigde zijn, met bericht van afwezigheid, niet ter zitting verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.F.A. Dankbaar, advocaat te Haarlem en A.G.E. van Meeteren, voorzitter.

2. Overwegingen

2.1. Verweerder heeft eiseres in haar bindend advies van 22 december 2004 bericht het door haar tegen de afwijzing van haar urgentieaanvraag ingediende bezwaar ongegrond te hebben verklaard. Onder aan dit advies heeft verweerder vermeld dat eiseres op grond van de Algemene wet bestuursrecht terecht kan bij de bestuurskamer van de rechtbank. Het beroep van eiseres richt zich tegen deze ongegrondverklaring. Eiseres meent dat haar verzoek om verlening van een urgentieverklaring, gelet op haar feitelijke situatie en met name ook de belangen van haar minderjarige kind, ten onrechte is afgewezen. In het verweerschrift gaat verweerder er van uit dat haar bindend advies moet worden gezien als een bestuursrechtelijk besluit waartegen in beroep kan worden gegaan bij de bestuursrechter. Verweerder motiveert dit standpunt door te stellen dat deze rechtsgang de beste rechtsbescherming biedt. Ter zitting geeft verweerder aan primair van oordeel te zijn dat, anders dan in het verweerschrift verwoord, eiseres in haar beroep niet ontvankelijk is. Verweerder is thans de mening toegedaan geen bestuursorgaan te zijn in de zin van artikel 1:1, lid 1, Algemene wet bestuursrecht (Awb).

2.2. De rechtbank overweegt naar aanleiding hiervan het volgende.

In artikel 8:1, eerste lid, Awb is bepaald dat een belanghebbende tegen een besluit beroep kan instellen bij de rechtbank.

In artikel 1:3, eerste lid, Awb wordt onder besluit verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.

Artikel 1:1, eerste lid, Awb verstaat onder bestuursorgaan:

a. een orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, of

b. een ander persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed.

2.3. Ingevolge artikel 2 Huisvestingswet stelt de gemeenteraad, indien het naar zijn oordeel noodzakelijk is regelen te stellen met betrekking tot het in gebruik nemen of geven van woonruimte (...) een huisvestingsverordening vast. Artikel 4 Huisvestingswet biedt een gemeente de mogelijkheid om met een eigenaar van woonruimte een overeenkomst af te sluiten over het in gebruik geven daarvan. In dit artikel is tevens bepaald dat een gemeente, indien zij een of meer overeenkomsten sluit, er zorg voor draagt dat een belanghebbende bij een besluit ter uitvoering van zodanige overeenkomst daarover zijn beklag kan doen bij een daartoe ingestelde commissie, die haar taak onafhankelijk van de gemeente en van de betrokken eigenaar of eigenaren van woonruimte verricht. Een overeenkomst als hier bedoeld dient een bepaling te bevatten die ertoe strekt dat de uitspraken van die commissie, voor zover betrekking hebbend op de uitvoering van die overeenkomst, partijen bij de overeenkomst tot bindend advies strekken.

2.4. De gemeente heeft, zo blijkt uit de overgelegde stukken, op grond van onder meer artikel 4, eerste lid, Huisvestingswet en artikel 11, juncto 13, Besluit Beheer Sociale Huursector met de Woonmaatschappij (destijds Stichting Binnen de Ringvaart) een convenant woonruimteverdeling gesloten. Deze overeenkomst is op 16 oktober 1995 tot stand gekomen. De overeenkomst werd aangegaan voor de periode van 1 oktober 1995 tot en met 31 december 2000 en is stilzwijgend verlengd. Artikel 6 van de overeenkomst regelt de mogelijkheid tot het verlenen van een urgentieverklaring. De Woonmaatschappij heeft daartoe met WoningNet Marktdiensten BV de Overeenkomst urgentiebeoordeling Amstel-Meerlanden gesloten. De reikwijdte van deze overeenkomst is dat de beoordeling van urgentieaanvragen voor woonruimte plaatsvindt door WoningNet Marktdiensten. Voor de uitvoering van deze overeenkomst maakt WoningNet gebruik van de diensten van "Het vierde huis".

In de overeenkomst is verder voorzien in de mogelijkheid voor een woningzoekende om zijn beklag te doen bij een klachtencommissie. In artikel 9 is de instelling en het functioneren van een klachtencommissie vastgelegd. Artikel 9.1 bepaalt dat er een klachtencommissie wordt ingesteld, waarbij een ieder die door een besluit ter uitvoering van deze overeenkomst rechtstreeks in zijn belang is getroffen, zijn beklag kan doen. In artikel 9.2 staat dat de commissie haar taak onafhankelijk van de gemeente en de corporaties verricht. Ingevolge artikel 9.3 strekken uitspraken van de klachtencommissie, voor zover zij betrekking hebben op de uitvoering van dit convenant, de partijen bij dit convenant tot bindend advies.

2.5. De klachtencommissie als hier bedoeld is verweerder. In artikel 1, eerste lid, Reglement van de Geschillencommissie woonruimteverdeling Amstel-Meerlanden staat dat de commissie is ingesteld door de gemeenten Aalsmeer, Haarlemmermeer en Uithoorn op grond van de tussen de gemeenten en de corporaties afgesloten overeenkomsten inzake de woonruimteverdeling. Per 1 januari 2000 hebben ook de gemeenten Amstelveen en Ouder-Amstel zich aangesloten. Blijkens artikel 1, vijfde lid, heeft de commissie tot taak bindende uitspraken te doen over klachten inzake de toewijzing van huurwoningen en standplaatsen van een ieder die door een besluit ter uitvoering van (een van) de overeenkomsten tussen de gemeenten en de corporaties rechtstreeks in zijn belang wordt getroffen, tenzij op grond van de Algemene wet bestuursrecht bezwaar kan worden gemaakt bij het college van burgemeester en wethouders van een van de gemeenten.

2.6. De rechtbank stelt op grond van het vorenstaande vast dat de gemeente Haarlemmermeer de bevoegdheden betreffende het nemen van beslissingen over urgentieaanvragen bij een privaatrechtelijke overeenkomst heeft overgedragen aan een woningcorporatie. Verweerder is bij deze privaatrechtelijke overeenkomst als klachtencommissie ingesteld en is als zodanig bevoegd een bindend advies uit te brengen. In de gemeente Haarlemmermeer is geen huisvestingsverordening (meer) van kracht.

2.7. Naar het oordeel van de rechtbank volgt hieruit dat verweerder niet kan worden beschouwd als een orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld en evenmin als een college dat met enig openbaar gezag is bekleed. Verweerder is derhalve geen bestuursorgaan in de zin van artikel 1:1, eerste lid, Awb. Dit houdt in dat het bindend advies van verweerder van 22 december 2004 dan ook geen besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, Awb, waartegen bezwaar of beroep op grond van de Awb kan worden ingesteld.

2.8. Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat de rechtbank niet bevoegd is van het geschil kennis te nemen. Een inhoudelijke beoordeling zal daarom niet plaatsvinden.

2.9. De rechtbank overweegt voorts nog, onder verwijzing naar het bepaalde in artikel 8:71 Awb, dat, nu er voor eiseres geen bestuursrechtelijke weg openstaat, zij uitsluitend een vordering kan instellen bij de burgerlijke rechter.

2.10. De rechtbank acht voorts, vanwege de onjuiste rechtsmiddelenverwijzing, termen aanwezig verweerder te veroordelen in de kosten die eiseres in verband met de behandeling van haar beroep bij de rechtbank redelijkerwijs heeft moeten maken. De rechtbank kent ter zake van de verrichte proceshandelingen (indienen beroepschrift) een punt toe met een waarde van € 322,- en bepaalt het gewicht van de zaak op gemiddeld. Het te vergoeden bedrag voor verleende rechtsbijstand bedraagt € 322,-.

2.11. Ook zal de rechtbank verweerder gelasten het door eiseres betaalde griffierecht aan haar te vergoeden.

3. Beslissing

De rechtbank

3.1. verklaart zich onbevoegd;

3.2. bepaalt dat ter zake van het bestreden besluit uitsluitend een vordering bij de burgerlijke rechter kan worden ingesteld;

3.3. veroordeelt verweerder in de proceskosten, aan de zijde van eiseres begroot op € 322,- te betalen door de gemeente Haarlemmermeer aan eiseres;

3.4. draagt de gemeente Haarlemmermeer op het door eiseres betaalde griffierecht van € 136,- aan haar te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. F.F.W. Brouwer, rechter, in tegenwoordigheid van mr. H.R.A. Horring, als griffier en uitgesproken in het openbaar op 7 juli 2005.

Afschrift verzonden op:

RECHTSMIDDEL

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. Het hoger beroep dient te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen zes weken onmiddellijk liggend na de dag van verzending van de uitspraak door de griffier.