Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2005:AT7076

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
08-06-2005
Datum publicatie
08-06-2005
Zaaknummer
259468 /CV EXPL 04-13070
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontvreemde koffer.

Op het internationaal bagagevervoer per vliegtuig zijn toepasselijk de bepalingen van het in 1929 te Warschau gesloten Verdrag tot het brengen van eenheid in enige bepalingen inzake het internationale luchtvervoer (verder: het verdrag), zoals onder meer gewijzigd bij het Protocol Nr. 4 van Montreal (1975). Op grond van dat bedrag is de aansprakelijkheid van de betrokken vliegmaatschappij in beginsel beperkt tot het bedrag van 17 bijzondere trekkingsrechten per kilogram.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2005, 350
Prg. 2005, 160
S&S 2006, 90
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Haarlem

sector kanton, locatie Haarlem

zaak/rolnummer: 259468 /CV EXPL 04-13070

datum uitspraak: 8 juni 2005

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

in de zaak van

[eiser]

wonende te [woonplaats]

eisende partij

hierna te noemen [eiser]

gemachtigde mr. M.J. Blokzijl

--tegen--

de commanditaire vennootschap

TRANSAVIA AIRLINES C.V.

gevestigd te Schiphol Luchthaven, gemeente Haarlemmermeer

gedaagde partij

hierna te noemen Transavia

gemachtigden mr. R.L.S.M. Pessers en mr. C. Vleggaar

De procedure

[Eiser] heeft Transavia gedagvaard op 17 december 2004. Transavia heeft schriftelijk geantwoord. [Eiser] heeft daarop schriftelijk gereageerd, waarna Transavia nog een schriftelijke reactie heeft gegeven.

De feiten

Transavia heeft [eiser] op 7 mei 2004 per vliegtuig vervoerd van Schiphol naar Tenerife, Canarische Eilanden (Spanje) alwaar [eiser] een week heeft verbleven.

[eiser] heeft in dat kader twee stuks bagage met een gezamenlijk gewicht van 14 kilogram ingecheckt.

Bij aankomst op Tenerife bleek één koffer (met kleding en andere eigendommen) van [eiser] niet op Tenerife te zijn aangekomen (verder: de koffer).

Een medewerker van Iberia, Transavia’s afhandelaar op de luchthaven Tenerife, heeft [eiser] aldaar te woord gestaan en contact opgenomen met Transavia.

Transavia stelde vast dat de ontbrekende koffer in plaats van naar Tenerife was gevlogen naar Trevisio. De koffer is vervolgens per vliegtuig naar Schiphol vervoerd.

Omstreeks 15 mei 2004 is [eiser] teruggekeerd naar Nederland en werd hem door de politie telefonisch medegedeeld dat hij verdacht werd van betrokkenheid bij een misdrijf.

Toen [eiser] zich meldde op het betreffende politiebureau is hem medegedeeld dat hij verdacht werd van het feit dat hij op 9 mei 2004 een taxi had genomen van Schiphol naar Amsterdam, dat hij de taxirit niet had betaald, zijn koffer als borg in de taxi had achtergelaten en ondanks een toezegging om geld te halen niet was teruggekeerd. De betreffende koffer bleek de koffer te zijn die [eiser] op 7 mei 2004 had ingecheckt. De koffer was beschadigd en de zaken die aan [eiser] toebehoorden waren niet meer in de koffer aanwezig.

Transavia heeft haar aansprakelijkheid voor het verlies van de koffer erkend en een vergoeding aangeboden van € 278,00. [eiser] heeft dat aanbod afgeslagen.

De vordering

[Eiser] vordert (samengevat) veroordeling van Transavia, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, tot betaling van € 3.512,76, inclusief de buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 mei 2004.

[Eiser] heeft ten eerste aan zijn vordering ten grondslag gelegd dat Transavia haar verplichtingen uit hoofde van de vervoerovereenkomst niet is nagekomen. Transavia had de koffer naar Tenerife moeten vervoeren, de koffer is echter niet op de plaats van bestemming aangekomen. Hierdoor heeft [eiser] schade geleden.

[Eiser] heeft de grondslag van zijn vordering bij conclusie van repliek gewijzigd. Hij heeft aan zijn vordering mede een onrechtmatige daad ten grondslag gelegd, die daarin bestaat dat Transavia, althans haar vertegenwoordiger in Tenerife, hem herhaaldelijk onjuist heeft voorgelicht over het moment waarop zijn koffer alsnog kon arriveren op de luchthaven van Tenerife. [Eiser] is daardoor verschillende keren voor niets naar de luchthaven gekomen waardoor hij schade heeft geleden.

Het verweer

Transavia erkent dat zij aansprakelijk is voor het in het ongerede raken van de koffer van [eiser] maar voert aan dat haar aansprakelijkheid beperkt is tot circa € 278,00. De door [eiser] gestelde onrechtmatige daad is door Transavia gemotiveerd betwist.

De beoordeling van het geschil

Allereerst is aan de orde aan de hand van welke rechtsregels dit geschil beoordeeld moet worden.

Voor zover Transavia in dit geval algemene voorwaarden heeft gehanteerd, kunnen de daarover aangevoerde argumenten buiten beschouwing blijven. Geen van de partijen beroept zich immers op de toepasselijkheid daarvan.

Op het internationaal bagagevervoer per vliegtuig zijn toepasselijk de bepalingen van het in 1929 te Warschau gesloten Verdrag tot het brengen van eenheid in enige bepalingen inzake het internationale luchtvervoer (verder: het verdrag), zoals onder meer gewijzigd bij het Protocol Nr. 4 van Montreal (1975).

[Eiser] heeft nog aangevoerd dat het verdrag in dit geval niet van toepassing is omdat sprake is van diefstal. Hij kan daarin niet worden gevolgd. Weliswaar valt niet met zekerheid te zeggen waar en door wie de koffer is ontvreemd, maar dat neemt echter niet weg dat kan worden aangenomen dat dit na het inchecken, tijdens het vervoer van de koffer van Schiphol naar Tenerife, is gebeurd. Ingevolge artikel 1 van het verdrag is het verdrag daarom van toepassing.

Vervolgens is aan de orde wat de omvang is van Transavia’s aansprakelijkheid vanwege het verlies van de koffer. [Eiser] vordert een volledige vergoeding van de kosten die hij heeft gemaakt vanwege vervanging van de eigendommen die zich in de koffer bevonden, vervoer per taxi en een vergoeding voor de gemiste vakantie.

In dit verband is van belang dat de aansprakelijkheid van Transavia ingevolge artikel 22, tweede lid, sub b, van het verdrag in beginsel beperkt is tot het bedrag van 17 bijzondere trekkingsrechten (SDR) per kilogram (verder: de verdragslimiet). [Eiser] heeft geen feiten of omstandigheden gesteld waaruit volgt dat de verdragslimiet in dit geval niet van toepassing is. Immers, Transavia kan op grond van hetgeen door [eiser] is gesteld ten aanzien van het in het ongerede raken van de koffer geen opzet of grove schuld (“intent to cause damage or recklessly and with knowledge that damage would probably result”) worden verweten als bedoeld in artikel 25 van het verdrag. [Eiser] heeft niet met feiten onderbouwd op grond waarvan hij van mening is dat Transavia onzorgvuldig en roekeloos met de koffer is omgegaan en ook anderszins is daarvan niet gebleken. [Eiser] heeft zich overigens niet op andere feiten of omstandigheden beroepen die in de weg staan aan toepassing van de verdragslimiet.

Voorts is aan de orde de stelling van [eiser], dat hij ook recht heeft op schadevergoeding op grond van een onrechtmatige daad omdat hij op het vliegveld te Tenerife door de afhandelaar van Transavia herhaaldelijk onjuist is geïnformeerd over het nazenden van de koffer. Daardoor zijn kosten gemaakt en is de vakantie “in het water gevallen”, aldus [eiser].

Transavia heeft betwist dat haar afhandelaar op Tenerife jegens [eiser] onzorgvuldig heeft gehandeld. Voorts heeft zij aangevoerd dat de verdragslimiet onverkort van toepassing is voor zover een vordering op een grond buiten het verdrag mogelijk is.

Ook in dit verband is van belang welk recht van toepassing is op de door [eiser] gestelde omstandigheden. Aangezien de door [eiser] gestelde schade ten gevolge van onjuiste informatie geen schade betreft zoals bedoeld in het verdrag, moeten zowel de grondslag als de omvang van de aansprakelijkheid worden beoordeeld naar maatstaven van het toepasselijke Nederlandse recht. Dat volgt uit artikel 24 van het verdrag en uit artikel 3, derde lid, van de Wet conflictenrecht onrechtmatige daad. Dit kan [eiser] echter niet baten aangezien uit de vaststaande feiten niet volgt dat Transavia jegens [eiser] onrechtmatig heeft gehandeld in de zin van artikel 6:162, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek en [eiser] ook overigens geen feiten en omstandigheden heeft gesteld die tot dat oordeel kunnen leiden. De enkele stelling dat door de afhandelaar van Transavia aan [eiser] meermalen onjuiste informatie zou zijn verstrekt over het nazenden van de koffer, is in dit verband onvoldoende.

[Eiser] heeft nog aangevoerd dat de vergoedingen voor het zoekraken van bagage in 2004 omhoog zijn gegaan.

Of de vergoedingen onder het verdrag omhoog zijn gegaan, hangt ingevolge artikel 22, zesde lid, van het verdrag af van de door het Internationale Monetaire Fonds gehanteerde koersverhoudingen. Op grond van deze bepaling zal de omvang van de schadevergoeding in euro’s berekend worden aan de hand van de koers van de SDR op de dag van het vonnis, met dien verstande dat de toe te wijzen schadevergoeding niet lager zal zijn dan de door Transavia erkende schadevergoeding. Gelet op het voorgaande zal van de gevorderde hoofdsom dus een equivalent in euro’s van het bedrag van 238 SDR (14 kilogram vermenigvuldigd met 17 SDR), althans tenminste € 278,00, worden toegewezen.

[Eiser] heeft voorts een bedrag aan buitengerechtelijke (incasso)kosten gevorderd. Nu [eiser] niet heeft gesteld, noch is gebleken, dat de gevorderde buitengerechtelijke kosten daadwerkelijk zijn gemaakt, zal dit onderdeel van de vordering worden afgewezen.

Het standpunt van Transavia, dat de wettelijke rente niet is verschuldigd omdat zij eerder heeft aangeboden om de schadevergoeding te voldoen, wordt niet gevolgd. De schadevergoeding was immers per 7 mei 2004 opeisbaar en is nog niet betaald. [eiser] heeft het aanbod van Transavia weliswaar afgewezen, daarmee is echter niet gegeven dat [eiser] zelf in verzuim is. De gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom zal daarom worden toegewezen.

De proceskosten komen voor rekening van [eiser] omdat hij overwegend in het ongelijk is gesteld.

Beslissing

De kantonrechter:

- Veroordeelt Transavia tot betaling aan [eiser] van € 286,33, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 7 mei 2004 tot aan de dag der algehele voldoening.

- Veroordeelt [eiser] tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van Transavia tot en met vandaag worden begroot op € 108,-- aan salaris gemachtigde.

- Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

- Wijst af hetgeen meer of anders mocht zijn gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J. de Bruijn en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.