Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2005:AS2933

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
20-01-2005
Datum publicatie
24-01-2005
Zaaknummer
239708 CV EXPL 04-3323
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aandelenlease. Voor het sluiten van de overeenkomst heeft Dexia niet de informatiebrochure over de Winstverdriedubbelaar naar gedaagde gezonden, maar slechts de overeenkomst met algemene voorwaarden, de fiscale opinie en het rekenvoorbeeld.

Dexia heeft gedaagde niet naar behoren ingelicht over de risico's van de Winstverdriedubbelaar. De in reconventie door gedaagde gevorderde vernietiging op grond van dwaling slaagt derhalve. Er bestaat in de onderhavige situatie geen aanleiding de ongedaanmakingsverplichtingen op de voet van 6:278 BW te corrigeren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Zaaknr/rolnr: 239708/CV EXPL 04-3323

Vonnisdatum: 20 januari 2005

RECHTBANK HAARLEM

SECTOR KANTON, LOCATIE ZAANDAM

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

in de zaak van:

de naamloze vennootschap DEXIA BANK NEDERLAND N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

rechtsopvolgster onder algemene titel van Bank Labouchere N.V.,

eveneens handelend onder de handelsnaam Legio, en op haar beurt rechtsopvolgster van Legio Lease B.V.,

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

gemachtigde C.T. Snijder,

-- tegen --

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

gemachtigde mr. J.A. Vos.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Dexia respectievelijk Koopmans.

1. De loop van het geding

Voor de loop van het geding verwijst de kantonrechter naar de volgende zich in het griffiedossier bevindende gedingstukken:

? de dagvaarding d.d. 14 mei 2004, met producties;

? de conclusie van antwoord in conventie, tevens houdende conclusie van eis in re-conventie, met producties;

? de conclusie van repliek in conventie tevens houdende conclusie van antwoord in reconventie, tevens houdende akte voorwaardelijke wijziging van eis in reconven-tie, met producties;

? de conclusie van dupliek in conventie, tevens conclusie van repliek in reconventie, tevens houdende antwoordakte voorwaardelijke wijziging van eis in conventie, met producties;

? de conclusie van dupliek in reconventie, met producties.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende betwist en/of op grond van de onweersproken inhoud van overgelegde producties, staat in dit ge-ding het volgende vast:

a. Dexia en Koopmans hebben op of omstreeks 21 maart 2000 een overeenkomst

(contractnummer 74483867) gesloten (hierna ook: “de overeenkomst”) welke door Dexia WinstVerDriedubbelaar werd genoemd.

b. In de overeenkomst is – onder meer – opgenomen:

“ZIJN OVEREENGEKOMEN ALS VOLGT:

1. Lessee least van Legio-Lease, gelijk deze aan lessee verleast, de hierna te noemen aandelen/effecten, verder ook te noemen de “waarden” (…)

totaal aankoopbedragen € 15.704,01

totaal te betalen rente tijdens de looptijd van deze lease-overeenkomst € 3.295,08

totaal overeengekomen leasesom € 18.999,09

2. Deze lease-overeenkomst wordt aangegaan voor een ononderbroken periode van 36 maanden (…)

3. De lease-som bedraagt:

a. Het totaal van 36 gelijke maandtermijnen van zegge: € 91,53 (...)

b. Een bedrag van f 100,-- (…) op of omstreeks de 35e maand.

c. Aan het einde van de lease-overeenkomst het restant van zegge: € 15.658,63 (...)

Dit restant wordt in principe verrekend met de verkoopopbrengst van de waarden.

(…)

10. Lessee verklaart door ondertekening van deze lease-overeenkomst bekend te zijn met de Bijzondere Voorwaarden Effecten Lease van Legio-lease (…) alsmede de toe-passelijkheid daarvan op deze lease-overeenkomst te aanvaarden.

a. De looptijd van de overeenkomst is op 31 maart 2003 verstreken. Dexia heeft ver-volgens een eindafrekening aan Koopmans gezonden. Hierin staat dat de verkoop-opbrengst van de door Koopmans geleasde effecten € 5.658,03 bedroeg, zodat - na aftrek van een “Eerste aflossingstermijn” ad € 45,38, de “Restant hoofdsom” ad € 15.658,63 en het “Totaal aan inhaalincasso’s” ad € 91,53 - een hoofdsom ten laste van Koopmans van € 10.137,51 resteert.

3. De vordering in conventie en in reconventie

1.1 Dexia vordert in conventie veroordeling van Koopmans bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, tot betaling van € 12.007,57, vermeerderd met de contractuele rente ad 0,96 % per maand, althans de wettelijke rente, over € 10.137,51 vanaf 3 februari 2004 tot de dag der algehele voldoening, met veroordeling van Koopmans in de proceskos-ten.

1.2 Dexia stelt daartoe (samengevat) dat dit het restant is van de door Koopmans geleende hoofdsom (na aftrek van de verkoopopbrengst van de door Koopmans geleasde effec-ten), vermeerderd met de contractuele rente ad 0,96 % per maand en de buitengerech-telijke incassokosten.

1.3 Voorwaardelijk, voor het geval de vordering in reconventie tot vernietiging of ontbinding van de overeenkomst geheel of ten dele mocht worden toegewezen, vor-dert Dexia veroordeling van Koopmans tot betaling van een bedrag gelijk aan het ver-schil tussen de aankoopwaarde van de in artikel 1 van de overeenkomst genoemde ef-fecten minus de verkoopwaarde daarvan op de datum verkoop van de aandelen onder de overeenkomst. Dexia baseert deze vordering op artikel 6:278 BW.

1.4 Koopmans vordert in reconventie:

dat bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,

1.

primair

a. voor recht zal worden verklaard dat de overeenkomst is vernietigd, althans is ont-bonden, dan wel zal worden vernietigd, althans ontbonden;

b. Dexia zal worden veroordeeld om aan Koopmans te betalen een bedrag van € 3.203,55 te verhogen met de wettelijke rente vanaf 15 juni 2004 tot de dag der algehele voldoening;

Subsidiair

a. Voor recht zal worden verklaard dat Dexia onrechtmatig heeft gehandeld jegens Koopmans, en

b. Dexia zal worden veroordeeld om aan Koopmans te voldoen een bedrag van € 15.211,12, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 3.203,55 vanaf 15 juli 2004, alsmede te vermeerderen met de contractuele rente van 0,96 % per maand over € 10.137,51 vanaf 3 februari 2004 tot de dag der algehele voldoening;

2. Dexia te veroordelen in de kosten van de procedure.

1.5 Koopmans stelt daartoe - samengevat - dat de overeenkomst tot stand is gekomen onder invloed van bedrog, misbruik van omstandigheden en dwaling en doet een be-roep op de vernietigbaarheid van de overeenkomst. Subsidiair vordert Koopmans ont-binding van de overeenkomst nu Dexia toerekenbaar tekort is geschoten door mislei-dende reclame aan te bieden en de regelgeving in het kader van de Wet Toezicht Ef-fectenverkeer (in het bijzonder de zorgverplichtingen) te schenden.

2. De verweren in conventie en in reconventie

Partijen hebben elkaars vorderingen over en weer bestreden. Daarop zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van de geschillen nader worden ingegaan.

3. De beoordeling van de geschillen in conventie en in reconventie

3.1 De vorderingen in conventie en in reconventie lenen zich voor gezamenlijke behande-ling.

3.2 Dexia stelt met zoveel woorden dat de overeenkomst met Koopmans tot stand is gekomen, nadat telefonisch contact met Dexia is opgenomen teneinde een overeen-komst met bijbehorende documentatie aan te vragen omtrent de WinstVerDriedubbe-laar, waarna Dexia de overeenkomst, de Bijzondere Voorwaarden Effectenlease, een fiscale opinie en een rekenvoorbeeld aan Koopmans heeft toegezonden. Koopmans heeft vervolgens de overeenkomst ondertekend teruggezonden, aldus Dexia. Koop-mans heeft deze gang van zaken bevestigd, zodat daarvan in deze procedure kan wor-den uitgegaan.

3.3 Het volgende wordt overwogen. Toen Koopmans (of haar moeder) Dexia telefonisch vroeg om een overeenkomst met bijbehorende informatie, heeft Dexia de hierboven genoemde stukken naar Koopmans gestuurd. Daarbij zat niet de informatiebrochure over de WinstVerDriedubbelaar, die als productie 4 door Koopmans in het geding is gebracht, maar slechts de overeenkomst met algemene voorwaarden, de fiscale opinie en het rekenvoorbeeld. De kantonrechter begrijpt de stellingen van Dexia aldus dat zij niet zozeer betwist dat Koopmans heeft gedwaald, maar dat Dexia met het toezenden van laatstgenoemde stukken Koopmans voldoende geïnformeerd heeft over de strek-king van de overeenkomst c.q. de risico’s die daaraan kleven, zodat de dwaling voor risico van Koopmans dient te blijven.

3.4 In zijn algemeenheid geldt dat een bank, indien zij een beleggingsproduct verkoopt waaraan specifieke risico’s zijn verbonden, geïnteresseerden uitdrukkelijk op die risi-co’s moet wijzen. Maatstaf daarbij is de verwachting van een niet ter zake deskundige, doch aandachtige en oplettende consument. De kantonrechter is van oordeel dat Dexia dit in het onderhavige geval - door te verzuimen de brochure, waarin wel duidelijke waarschuwingen staan, mee te zenden - in onvoldoende mate heeft gedaan. Hoewel een omvangrijke geldlening het kernbestanddeel van de overeenkomst vormt is het woord “lening” in de tekst van de overeenkomst nergens te vinden en moet uit het sporadisch gebruik van het woord “rente” afgeleid worden. De fiscale opinie bevat een keer het woord “lening”, maar slechts in een context waar de fiscale consequenties van de constructie worden besproken. Dat er een financieel risico kleeft aan de over-eenkomst - in die zin dat aan het eind van de rit een schuld aan Dexia zou kunnen resteren - wordt nergens in de door Dexia aan Koopmans toegezonden bescheiden onomwonden gezegd.

3.5 Dexia had Koopmans over de risico’s van de WinstVerDriedubbelaar behoren in te lichten maar heeft dit niet - althans niet afdoende - gedaan. De kantonrechter acht het aannemelijk dat Koopmans bij een juiste voorstelling van zaken de overeenkomst niet had gesloten. Deze beoordeling is mede gebaseerd op de door Koopmans geschetste - en niet door Dexia betwiste - financiële situatie van Koopmans.

3.6 De door Koopmans gevorderde vernietiging van de overeenkomst slaagt derhalve. De vraag die vervolgens beantwoording behoeft is welke gevolgen deze vernietiging heeft. Het uitgangspunt bij een dergelijke vernietiging is dat voor zover reeds gepres-teerd is, deze prestatie ongedaan gemaakt moet worden. In dat licht dient Dexia in ie-der geval de door Koopmans betaalde rentetermijnen terug te betalen. Op grond van haar voorwaardelijke wijziging van eis in conventie heeft Dexia aangevoerd dat - zo de overeenkomst al vernietigd wordt - op grond van het bepaalde in artikel 6:278 BW het waardeverschil tussen de over en weer overeengekomen prestaties dient te worden opgeheven door middel van bijbetaling - door Koopmans - van het verschil in waarde van de aandelen bij aankoop en bij verkoop. Koopmans heeft zich tegen toepassing van dit artikel verzet.

3.7 Het volgende wordt overwogen. Weliswaar is aannemelijk dat Koopmans geen beroep op dwaling zou hebben gedaan indien de overeenkomst winst zou hebben gegene-reerd, maar deze omstandigheid brengt in het onderhavige geval niet mede dat de ge-volgen van de dalende beurskoersen voor rekening van Koopmans zouden moeten komen. Kern van Koopmans’ beroep op dwaling is immers dat zij de overeenkomst niet zou zijn aangegaan indien zij volledig was geïnformeerd omtrent de aan de WinstVerDriedubbelaar verbonden risico’s. In die situatie bestaat er geen aanleiding om de ongedaanmakingsverplichtingen op de voet van artikel 6:278 BW te corrigeren.

3.8 Resumerend wordt het in conventie gevorderde afgewezen en het primair in recon-ventie gevorderde toegewezen. Al hetgeen partijen overigens hebben opgeworpen be-hoeft gezien het bovenstaande geen bespreking.

3.9 Dexia zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de conventie en reconventie worden veroordeeld.

4. Beslissing

De kantonrechter:

in conventie:

4.1 wijst het gevorderde af.

in reconventie:

4.2 vernietigt de overeenkomst met contractnummer 74483867;

4.3 veroordeelt Dexia om aan Koopmans te betalen een bedrag van € 3.203,55 te verhogen met de wettelijke rente vanaf 15 juni 2004 tot de dag der algehele voldoe-ning;

in conventie en in reconventie

4.4 veroordeelt Dexia in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van Koopmans begroot op € 765,-- aan salaris gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. B. Vogel, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken ter terechtzitting van 20 januari 2005, in tegenwoordigheid van de griffier.