Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2005:AS2929

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
20-01-2005
Datum publicatie
24-01-2005
Zaaknummer
234742 CV EXPL 04-2247
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aandelenlease. Dexia is tekortgeschoten in de zorgplicht ex artikel 28 NR. Waar die zorgplicht strekt tot bescherming tegen (onverwachte, hoge) restschuld, dient de remedie beperkt te blijven tot dat deel van gedaagdes verplichtingen uit de overeenkomst. Daartoe behoort niet een restitutie van de rentesommen. Met toepassing van 6:248 lid 2 BW wordt gekomen tot een nakomingsverplichting voor gedaagde van 50% van de restschuld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Zaaknr/rolnr: 234742/CV EXPL 04-2247

Vonnisdatum: 20 januari 2005

RECHTBANK HAARLEM

SECTOR KANTON, LOCATIE ZAANDAM

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

in de zaak van:

de naamloze vennootschap DEXIA BANK NEDERLAND N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

rechtsopvolgster onder algemene titel van Bank Labouchere N.V.,

eveneens handelend onder de handelsnaam Legio, en op haar beurt rechtsopvolgster van Legio Lease B.V.,

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

gemachtigde C.T. Snijder,

-- tegen --

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

gemachtigde mr. P. Wieringa.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Dexia respectievelijk [gedaagde].

1. De loop van het geding

Voor de loop van het geding verwijst de kantonrechter naar de volgende zich in het griffiedossier bevindende gedingstukken:

? het verwijzingsvonnis van de sector civiel van deze rechtbank d.d. 17 maart 2004, met de daarin genoemde stukken;

? de dagvaarding d.d. 5 april 2004 betreffende de verwijzing naar de sector kanton;

? de conclusie van repliek in conventie tevens houdende conclusie van antwoord in reconventie, met producties;

? de conclusie van dupliek in conventie, tevens conclusie van repliek in reconventie, tevens houdende akte wijziging van eis in reconventie, met producties;

? de conclusie van dupliek in reconventie.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende betwist en/of op grond van de onweersproken inhoud van overgelegde producties, staat in dit ge-ding het volgende vast:

a. Dexia en [gedaagde] hebben op of omstreeks 3 mei 2000 een overeenkomst

(contractnummer 74408955) gesloten (hierna ook: “de overeenkomst”) welke door Dexia WinstVerDriedubbelaar werd genoemd.

b. In de overeenkomst is – onder meer – opgenomen:

“ZIJN OVEREENGEKOMEN ALS VOLGT:

1. Lessee least van Legio-Lease, gelijk deze aan lessee verleast, de hierna te noemen aandelen/effecten, verder ook te noemen de “waarden” (…)

totaal aankoopbedragen € 7.808,40

totaal te betalen rente tijdens de looptijd van deze lease-overeenkomst € 1.638,36

totaal overeengekomen leasesom € 9.446,76

2. Deze lease-overeenkomst wordt aangegaan voor een ononderbroken periode van 36 maanden (…)

3. De lease-som bedraagt:

a. Het totaal van 36 gelijke maandtermijnen van zegge: € 45,51 (...)

b. Een bedrag van f 100,-- (…) op of omstreeks de 35e maand.

c. Aan het einde van de lease-overeenkomst het restant van zegge: € 7.763,02 (...)

Dit restant wordt in principe verrekend met de verkoopopbrengst van de waarden.

(…)

10. Lessee verklaart door ondertekening van deze lease-overeenkomst bekend te zijn met de Bijzondere Voorwaarden Effecten Lease van Legio-lease (…) alsmede de toe-passelijkheid daarvan op deze lease-overeenkomst te aanvaarden.

c. De looptijd van de overeenkomst is op 2 mei 2003 verstreken. Dexia heeft vervol-gens een eindafrekening aan [gedaagde] gezonden. Hierin staat dat de verkoopop-brengst van de door [gedaagde] geleasde effecten € 3.420,72 bedroeg, zodat - na af-trek van een “Eerste aflossingstermijn” ad € 45,38, de “Restant hoofdsom” ad € 7.763,02 en het “Totaal aan inhaalincasso’s” ad € 45,51 - een hoofdsom ten laste van [gedaagde] van € 4.433,19 resteert.

3. De vordering in conventie en in reconventie

1.1 Dexia vordert in conventie veroordeling van [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, tot betaling van € 5.377,47, vermeerderd met de contractuele rente ad 0,96 % per maand, althans de wettelijke rente, over € 4.433,19 vanaf 5 september 2003 tot de dag der algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

1.2 Dexia stelt daartoe (samengevat) dat dit het restant is van de door [gedaagde] geleende hoofdsom (na aftrek van de verkoopopbrengst van de door [gedaagde] geleasde effec-ten), vermeerderd met de contractuele rente ad 0,96 % per maand en de buitengerech-telijke incassokosten.

1.3 [gedaagde] vordert in reconventie:

primair

I. te verklaren voor recht dat Dexia haar (pre)contractuele zorgplicht heeft ge-schonden op grond van artikel 3:44 BW;

II. de overeenkomst te vernietigen op grond van artikel 3:44 BW;

III. Dexia te veroordelen [gedaagde] tegen kwijting te betalen een bedrag ad € 1.826,31 te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.547,34 vanaf 1 au-gustus 2004 tot aan de dag der algehele voldoening;

IV. Dexia te veroordelen de buitengerechtelijke incassokosten ad € 272,-- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding te betalen aan [gedaagde];

V. Dexia te veroordelen in de kosten van de procedure.

subsidiair

I. te verklaren dat Dexia tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen jegens [gedaagde] danwel onrechtmatig jegens [gedaagde] heeft gehandeld;

II. te verklaren voor recht dat Dexia aansprakelijk is voor de tekortkoming van Dexia jegens [gedaagde];

III. Dexia te veroordelen tot vergoeding van de schade die [gedaagde] heeft geleden en nog zal lijden vanwege deze toerekenbare tekortkoming dan wel onrechtmatige daad, nader op te maken bij staat;

IV. Dexia te veroordelen in de kosten van de procedure.

1.4 [gedaagde] stelt daartoe - samengevat - dat Dexia misbruik van omstandigheden heeft gemaakt door beleggingsproducten te verkopen aan onbetwist onervaren beleggers zonder deze van de risico’s op de hoogte te stellen. Subsidiair stelt [gedaagde] dat er sprake is van wanprestatie dan wel een onrechtmatige daad van de kant van Dexia, door bij het sluiten van de overeenkomst geen informatie in te winnen van [gedaagde], door haar niet te informeren over het product en de risico’s daarvan, door te weinig controle uit te oefenen of [gedaagde] haar verplichtingen uit de overeenkomst wel kon nakomen, door geen verzekering in het leven te roepen die het risico van [gedaagde] zou dekken, door beleggers niet over het koersverloop te informeren en door niet de mogelijkheid te bieden tussentijds uit te stappen. [gedaagde] heeft daardoor schade geleden, waarvoor Dexia aansprakelijk is.

4. De verweren in conventie en in reconventie

Partijen hebben elkaars vorderingen over en weer bestreden. Daarop zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van de geschillen nader worden ingegaan.

5. De beoordeling van de geschillen in conventie en in reconventie

5.1 De vorderingen in conventie en in reconventie lenen zich voor gezamenlijke behande-ling.

5.2 Het primaire verweer van [gedaagde] is dat Dexia misbruik van omstandigheden heeft gemaakt - in de zin van artikel 3:44 BW - door beleggingsproducten te verkopen aan onbetwist onervaren beleggers zonder deze van de risico’s op de hoogte te stellen. Zij stelt dat zij niet op de hoogte was van de consequentie van het sluiten van de overeen-komst, namelijk dat zij met geleend geld belegde en daarbij risico’s liep. [gedaagde] betwist dat zij de door Dexia als productie 8 bij repliek overgelegde brochure heeft ontvangen en stelt dat de overeenkomst tot stand is gekomen nadat zij een bon uit de krant had ingevuld.

5.3 Overwogen wordt als volgt. In het aanmeldingsformulier dat op 29 april 2000 door [gedaagde] is ingevuld en ondertekend staat de volgende passage:

Ik heb de brochure gelezen. Koop nu voor mij het eerste pakket aandelen

In dat licht is de kantonrechter van oordeel dat [gedaagde] zich in deze procedure er niet op kan beroepen dat zij daarvan geen kennis heeft genomen. Uit bovengenoemde pas-sage van het aanvraagformulier blijkt immers dat de inhoud van de brochure kennelijk van belang was voor de te sluiten overeenkomst en van [gedaagde] mocht daarom verwacht worden dat zij - voor ondertekening - daarvan kennis nam. Indien zij dit heeft nagelaten komt dit voor haar eigen rekening.

5.4 De tekst van de brochure bevat onder het kopje “Einde en Uitbetaling” (onder meer) de volgende tekst:

Na afloop van uw lease-overeenkomst (na drie jaar) kunnen de aandelen worden ver-kocht en ontvangt u de volledige verkoopprijs, slechts onder aftrek van de aankoop-prijs. (…) Zou de verkoop van de aandelen onverhoopt minder opbrengen dan de aankoopprijs, dan zou u het verschil moeten bijbetalen. (…)

En onder het kopje “Verlengingsgarantie” staat (onder meer) de volgende tekst:

Mochten uw aandelen onverhoopt minder waard zijn geworden, dan zou u het ver-schil tussen de af te lossen hoofdsom en de verkoopopbrengst van uw aandelen moe-ten bijbetalen. Maar u hoeft u aandelen niet met verlies te verkopen, want u krijgt van ons de garantie dat u uw overeenkomst altijd kunt verlengen in afwachting van betere tijden. (…)

Ten slotte staat onder de kop “LET OP” een omkaderde tekst met (onder meer) de volgende inhoud:

Beleggen bij wie en in welke vorm dan ook brengt risico’s met zich mee. Dat geldt ook voor beleggen met geleend geld via de WinstVerDriedubbelaar. Beleggen geeft u kans op een hoger, maar ook op een lager dan gemiddeld rendement. Dit risico is voor u.

(…)

5.5 In bovengenoemde passages is niet alleen duidelijk aangegeven dat er met geleend geld wordt belegd, maar tevens dat hieraan risico’s kleven. Ook uit de tekst van de aandelenlease-overeekomst kan worden afgeleid dat sprake was van beleggen met geleend geld. Hierin wordt onder meer gesproken over de lease van aandelen en er wordt een bedrag aan te betalen rente genoemd. Ook blijkt uit de overeenkomst hoe de leasesom is opgebouwd, dat deze moet worden terugbetaald en dat zal worden verre-kend met de verkoopopbrengst van de aandelen. De beslissing om in aandelen te be-leggen brengt een eigen verantwoordelijkheid voor de belegger mee. Van [gedaagde] mocht dan ook worden verwacht dat zij het haar gedane aanbod en de haar ter teke-ning toegezonden overeenkomst met de nodige aandacht en oplettendheid zou bestu-deren. Maatstaf daarbij is de verwachting van een niet ter zake deskundige, doch aan-dachtige en oplettende consument. Daarnaast is algemeen bekend dat aandelen sterk in waarde kunnen fluctueren, zodat [gedaagde] de voorlichting die zij kreeg ook in dat licht had moeten bezien. Dat zij zich door de (achteraf bezien) veel te optimistische toonzetting van de informatie tot de aandelenlease-constructie heeft laten overhalen, levert geen misbruik van omstandigheden op. Dit betekent dat het beroep hierop faalt. De primaire vordering in reconventie zal daarom worden afgewezen.

5.6 [gedaagde] voert subsidiair aan - en legt dit tevens aan haar subsidiaire vordering in reconventie ten grondslag - dat ook Dexia is tekortgeschoten in haar contractuele ver-plichtingen doordat zij bij de totstandkoming van de overeenkomst heeft nagelaten in-formatie over de financiële positie van [gedaagde] in te winnen teneinde te beoordelen of zij haar verplichtingen voortvloeiende uit het contract kon dragen.

5.7 Dit verweer slaagt. Nadat [gedaagde] zich bij Dexia had aangemeld voor deelname aan de WinstVerDriedubbelaar, had het op de weg van Dexia gelegen om zich tenminste rekenschap te geven van de vraag of [gedaagde] naar redelijke verwachting over vol-doende draagkracht zou beschikken om niet alleen de rentetermijnen te betalen maar ook om een eventuele restschuld na verkoop van de aandelen te voldoen. Niet is ge-steld of gebleken dat Dexia ter zake enige actie heeft ondernomen. Voor zover Dexia informatie bij het BKR in Tiel heeft ingewonnen, kan dat niet als voldoende worden aangemerkt. Dexia heeft aldus gehandeld in strijd met de zorgvuldigheid die van haar als professionele en ter zake deskundige dienstverlener kan worden verwacht. Dexia is hiermee toerekenbaar tekortgeschoten in haar contractuele zorgplicht jegens Beck-man.

5.8 Het standpunt van Dexia dat artikel 28 NR onverbindend is wordt derhalve - in het voetspoor van het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 30 juni 2004 (NJ Feiten-rechtspraak, Afl.31, 410) - verworpen. Dit geldt ook voor de stelling van Dexia dat zij bij het aanbieden van de WinstVerDriedubbelaar niet aan de in de NR vervatte zorg-plicht was gehouden. Ook in dit verband verwijst de kantonrechter naar voornoemde uitspraak van de rechtbank Amsterdam en voorts naar de daaromtrent gedane uitspra-ken van de Klachtencommissie van de DSI. Bij het sluiten van de overeenkomst ging [gedaagde] beleggingsrisico’s aan waartegen artikel 28 NR bescherming beoogt te bie-den. Reeds op deze grond kon Dexia de in deze bepaling vastgelegde onderzoeks-plicht feitelijk niet buiten toepassing laten. Ook in zoverre heeft Dexia haar zorgver-plichting jegens [gedaagde] veronachtzaamd.

1.9 Vervolgens is de vraag welke gevolgen moeten worden verbonden aan het oordeel dat Dexia toerekenbaar is tekortgeschoten in haar zorgplicht. Dienaangaande wordt het volgende overwogen. Waar die zorgplicht juist strekt tot bescherming tegen een (on-verwachte, hoge) restschuld, dient de “remedie” tegen de schending ervan ook tot dat deel van [gedaagde]s verplichtingen uit de overeenkomst beperkt te blijven. Daartoe behoort niet een restitutie van de betaalde rentesommen. Hierbij komt dat de wan-prestatie van Dexia een integrale afwijzing van haar vordering ter zake van de rest-schuld niet rechtvaardigt. Dit zou in de gegeven omstandigheden tot een naar de maat-staven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar resultaat leiden. Voorop staat immers dat [gedaagde] zelf de verantwoordelijkheid draagt voor de gevolgen van haar keuze tot deelname aan de WinstVerDriedubbelaar. Door het van haar vereiste onder-zoek naar de draagkracht van [gedaagde] achterwege te laten komt die verantwoorde-lijkheid naar het oordeel van de kantonrechter echter voor een even groot deel bij Dexia te liggen. Dit leidt ertoe dat [gedaagde] - op grond van de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid van artikel 6:248 lid 2 BW - haar verplichting tot betaling van de restschuld niet volledig, maar wel voor 50 % dient na te komen. De vordering van Dexia zal daarom worden toegewezen tot € 2.216,60, vermeerderd met de contractuele rente vanaf 2 mei 2003, en daarmee voor het overige worden afgewe-zen.

1.10 In het verlengde van het voorgaande wordt geoordeeld dat iedere verder strekkende consequentie van de schending van de zorgplicht - de in reconventie door [gedaagde] gevorderde schadevergoeding op te maken bij staat - eveneens afstuit op de beperken-de werking van de redelijkheid en billijkheid. Die vordering van [gedaagde] zal daarom worden afgewezen.

1.11 Nu reeds is overwogen dat Dexia wegens de schending van haar contractuele zorgplicht slechts op de helft van de restschuld aanspraak kan maken, heeft [gedaagde] geen (zelfstandig) belang meer bij de door haar gevorderde verklaringen voor recht.

1.12 Aangezien de aandelenlease-overeenkomst niet (geheel of ten dele) zal worden vernietigd of ontbonden, behoeft het voorwaardelijke beroep van Dexia op artikel 6:278 BW geen bespreking.

1.13 De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zijn niet toewijsbaar, nu niet is gebleken dat het door Dexia ingeschakelde incassobureau meer heeft gedaan dan het versturen van (herhaalde) standaard aanmaningen en een eventuele proceskostenver-oordeling daarvoor reeds een vergoeding pleegt in te sluiten.

1.14 Gezien de samenhang tussen de conventie en reconventie enerzijds, en anderzijds de omstandigheid dat partijen over en weer op punten in het gelijk zijn gesteld, zullen de proceskosten worden gecompenseerd, in die zin dat ieder van partijen de eigen kosten draagt.

6. Beslissing

De kantonrechter:

in conventie:

1.1 veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Dexia van € 2.216,60, te vermeerderen met de contractuele rente van 0,96 % per maand over dat bedrag vanaf 11 oktober 2002 tot aan de dag van de algehele voldoening;

1.2 wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd;

1.3 verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

in reconventie:

1.4 wijst het gevorderde af;

in conventie en in reconventie

1.5 compenseert de proceskosten, in die zin dat ieder van partijen de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. B. Vogel, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken ter terechtzitting van 20 januari 2005, in tegenwoordigheid van de griffier.