Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2004:AU3843

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
12-05-2004
Datum publicatie
06-10-2005
Zaaknummer
206524
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Tussenvonnis. Werkgever op grond van 7:658 BW aansprakelijk voor psychische schade?

Zie ook LJ-nummers AU3846, AU3848, AU3324, AU2482.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

sector kanton, locatie Haarlem

zaaknummer: 206524

datum vonnis: 12 mei 2004

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER TE HAARLEM

in de zaak van:

[eiseres],

te [woonplaats],

EISERES,

hierna: [eiseres],

gemachtigde mr. M.A.I. Gerards, SRK Rechtsbijstand,

--tegen--

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HOLLAND CATERING SPECIALISTEN B.V.,

te Haarlem,

GEDAAGDE,

hierna: HCS,

gemachtigde H. Terhoeven.

1. Het verloop van de procedure

1.1 Voor de loop van het geding verwijst de kantonrechter naar de volgende stuk-ken, waarvan de inhoud als hier ingevoegd is te beschouwen:

- de dagvaarding van 6 juni 2003, met producties,

- de conclusie van antwoord, met producties,

- het door de kantonrechter tussen partijen gewe-zen en op 27 augustus 2003 uitgesproken tussenvonnis,

- de aantekeningen van de griffier van de ingevolge dat vonnis op 22 oktober 2003 gehouden comparitie van partijen en de bij die gelegenheid door [eiseres] met de brief van 9 oktober 2003 in het geding gebrachte stukken,

- de conclusie van repliek tevens akte houdende wijziging van eis, met producties,

- de conclusie van dupliek.

1.2 De kantonrechter heeft de salarisstrook over juli 2002, die volgens HCS aan de conclusie van dupliek zou zijn gehecht, niet bij de stukken aangetroffen. HCS zal deze productie alsnog bij akte in het geding kunnen brengen zoals hieronder zal worden bepaald. [eiseres] dient bij akte te vermelden of zij haar hierop betrekking hebbende vordering onder d. handhaaft.

2. De vordering

2.1 [eiseres] vordert dat de kantonrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

a. voor recht zal verklaren dat HCS aansprakelijk is voor de schade die [eiseres] lijdt en zal lijden als gevolg van de werkomstandigheden en de uitval wegens ziekte vanaf 18 juli 2001;

b. partijen zal verwijzen naar de schadestaatprocedure om te komen tot de veroordeling van HCS tot de voldoening van de schade die [eiseres] lijdt en zal lijden als gevolg van het onder a. omschrevene, zulks te vermeerderen met de wettelijke rente over de schade met ingang van 14 november 2002, althans de dag van dagvaarding, tot de dag der algehele voldoening;

c. voor zover de kantonrechter zich onvoldoende voorgelicht acht, over te gaan tot het benoemen van één of meer deskundigen ter zake de vraag hoe de aandoening van [eiseres] medisch dient te worden geduid en/of er verband is tussen deze aandoening en de omstandigheden op het werk die leiden tot de uitval wegens ziekte met ingang van 18 juli 2001, althans één of meer andere vragen die de kantonrechter van belang acht en naar goede justitie vermeent te behoren;

d. HCS zal veroordelen tot afgifte van de loonstrook juli 2002 en de loonstrook over de laatstelijk verrichte betaling door HCS;

met veroordeling van HCS in de kosten van de procedure.

2.2 [eiseres] heeft het volgende aan haar vordering ten grond-slag gelegd:

[eiseres] is ten gevolge van de omstandigheden op het werk ziek geworden. HCS valt ter zake een verwijt te maken. [eiseres] heeft dientengevolge schade geleden.

[eiseres] baseert haar vordering primair op artikel 7:658 BW en subsidiair op artikel 7:611 BW.

3. Het verweer

HCS heeft de vordering gemotiveerd weersproken. Op het verweer zal, voor zover relevant, bij de beoordeling van het geschil nader worden ingegaan.

4. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende betwist en/of op grond van de onweerspro-ken inhoud van de overgelegde producties, staat tussen partij-en het volgende vast:

a. [eiseres] vervulde bij HCS laatstelijk de functie van manager.

b. [eiseres] is sedert 18 juli 2001 arbeidsongeschikt.

c. Bij vertrouwelijk schrijven van 8 augustus 2001 heeft de bedrijfsarts onder meer het volgende aan HCS bericht:

"Hierbij delen wij u mee dat betrokkene op 08-08-2001 op het spreekuur van de bedrijfsarts is geweest.

Betrokkene wordt 100% arbeidsongeschikt geacht. Arbeidsongeschiktheid werkgerelateerd.

Advies: takenpakket aanpassen om uitval in de toekomst te voorkomen."

d. Op 5 september 2001 heeft de arboarts verslag uitgebracht aan HCS. Dat verslag vermeldt onder meer het volgende:

"Betrokkene wordt momenteel nog 100% arbeidsongeschikt geacht."

e. Ook het verslag van de arboarts van 16 oktober 2001 vermeldt dat [eiseres] nog arbeidsongeschikt wordt geacht.

f. Het volledige reïntegratieplan van 30 januari 2002 vermeldt onder meer het volgende:

- er zijn blijvende beperkingen voor het eigen werk, te zijner tijd wel eigen werk, maar waarschijnlijk niet meer bij eigen werkgever,

- er zijn geen mogelijkheden voor ander of aangepast werk,

- er bestaat geen verwachting voor werkhervatting in de eigen onderneming,

- er is sprake van een arbeidsconflict.,

g. Het verslag van de arboarts van 19 februari 2002 vermeldt dat de situatie nog ongewijzigd is.

h. Bij brief van 29 mei 2002 heeft de arbeidsdeskundige aan [eiseres] onder meer het volgende meegedeeld:

"Ik heb u (…) verteld dat u ongeschikt wordt geacht voor eigen werk bij de eigen werkgever. U wordt echter wel geschikt geacht voor eigen werk, bij een andere werkgever.

Wij hebben geadviseerd om uw arbeidsongeschiktheidsklasse per einde wachttijd vast te stellen op minder dan 15%."

i. Bij schrijven van 2 juli 2002 is door Gak Nederland B.V. aan [eiseres] meege-deeld dat er geen sprake is van verdiencapaciteit en dat aan [eiseres] geen WAO-uitkering wordt toegekend.

5. De beoordeling van het geschil

5.1 Gelet op de primaire grondslag van de vordering is allereerst aan de orde of HCS op grond van artikel 7:658 lid 2 BW schadeplichtig jegens [eiseres] is. Daartoe moet worden beoordeeld:

a. of [eiseres] in de uitoefening van haar werkzaamheden bij HCS schade heeft geleden, omdat zij ten gevolge van lichamelijke en geestelijke klachten arbeidsongeschikt is geraakt en

b. of causaal verband bestaat tussen de werkzaamheden en de klachten.

5.2 Indien komt vast te staan dat [eiseres] in de uitoefening van haar werkzaam-heden schade heeft geleden, is HCS in beginsel aansprakelijk, tenzij zij aantoont dat zij niet is tekort geschoten in haar zorgplicht als bedoeld in lid 1 van artikel 7:658 BW.

HCS moet in dat geval stellen en bewijzen dat zij heeft voldaan aan alle op haar rustende verplichtingen teneinde deze specifieke klachten te voorkomen.

Slaagt HCS niet erin het bewijs te leveren dat zij aan haar zorgverplichting heeft voldaan, dan is het causaal verband tussen haar tekortkoming en de arbeidsongeschikt-heid gegeven. Zij kan dan evenwel nog aan aansprakelijkheid ontkomen, indien zij stelt en bewijst dat nakoming van haar zorgplicht de arbeidsongeschiktheid niet zou hebben voorkomen.

5.3 De kantonrechter zal thans eerst ingaan op de onder 5.1. onder a. weergegeven vraag. Uit de thans in het geding gebrachte medische stukken blijkt onvoldoende dat sprake is van arbeidsongeschiktheid die het gevolg is van de ten behoeve van HCS verrichte werkzaamheden. Veeleer lijkt sprake te zijn van een situationele arbeidonge-schiktheid, omdat uit die stukken blijkt dat er een arbeidsconflict speelt en [eiseres] wel arbeidsgeschikt is voor eigen werk maar dan bij een andere werkgever.

[eiseres] heeft in dat verband een verklaring overgelegd van de arts, homeopathie, [arts], die verklaart dat haar op 19 augustus 2002 was gebleken dat de burn-out dermate was dat [eiseres] op dat moment niet in staat was om hetzij bij HCS hetzij elders aan het werk te gaan. Die verklaring is evenwel onvoldoende om de aard van de ziekte van [eiseres] in deze procedure te kunnen vaststellen. Evenmin blijkt uit de thans beschikbare stukken hoe het verloop van de ziekte is geweest en of sprake is van een eindtoestand en zo ja per wanneer. Het vorenstaande brengt met zich dat [eiseres] weliswaar aan haar stelplicht heeft voldaan, maar dat haar arbeidsongeschiktheid nog niet vaststaat. Daarvoor is dus nog voorlichting door deskundigen nodig overeenkomstig het door [eiseres] gedane bewijsaanbod en haar daartoe strekkende vordering onder c.

In dat verband is het noodzakelijk vast te stellen vanaf welke datum [eiseres] in dienst is van HCS. Volgens [eiseres] is dat per 15 oktober 1979 en volgens HCS is de datum van indiensttreding 1 juni 1996. [eiseres] heeft bij repliek gesteld niet over bewijsmiddelen te beschikken ter nadere onderbouwing van de door haar gestelde ingangsdatum. Nu uit de wel voorhanden zijnde stukken die ingangsdatum onvoldoende is gebleken moet ervan worden uitgegaan dat de datum van indiensttreding 1 juni 1996 is.

5.4 Zoals uit het vorenstaande blijkt kan nog niet beoordeeld worden of aan de vereisten genoemd onder 5.1 onder a. is voldaan.

5.5 Ervan uitgaande dat daar wel aan is voldaan, moet de kantonrechter vervolgens beoordelen of het vereiste causale verband, genoemd onder 5.1 onder b., aanwezig is.

5.6 De in dat verband op HCS rustende stelplicht brengt met zich dat zij gemoti-veerd moet stellen of en zo ja welke maatregelen zij heeft getroffen om aan haar zorgplicht te voldoen. In dat verband heeft HCS het volgende gesteld:

- HCS heeft [eiseres] alle vrijheid gegund in haar (oude) functie,

- per 1 februari 2000 heeft HCS in overleg met [eiseres] het aantal uren van [eiseres] teruggebracht van 40 tot 36 uur in verband met de werkzaamheden van [eiseres] in haar eigen onderneming Herbalife,

- per 1 juni 2001 heeft HCS de werkzaamheden van [eiseres] in overleg met [eiseres] aangepast van een operationele functie naar een meer ondersteunende func-tie.

5.7 Deze door HCS gestelde maatregelen zijn onvoldoende om te kunnen zeggen dat zij vanaf 1 juni 1996 aan haar zorgverplichting in de zin van artikel 7:658 lid 1 BW heeft voldaan. Overige maatregelen heeft HCS niet gesteld, zodat nadere bewijslevering niet aan de orde kan komen. Dit brengt met zich dat, indien de arbeidsongeschiktheid van [eiseres] komt vast te staan, het causale verband tussen die arbeidsongeschiktheid en de bij HCS verrichte werkzaamheden moet worden aangenomen.

5.8 In dat geval is HCS aansprakelijk voor de daardoor ontstane schade, tenzij zij stelt en bewijst dat nakoming van haar zorgplicht de arbeidsongeschiktheid niet zou hebben voorkomen. In dat verband heeft HCS gewezen op de werkzaamheden die [eiseres] verricht in haar eigen onderneming. De invloed van die werkzaamheden op de, nog vast te stellen, arbeidsongeschiktheid zal ook door één of meer deskundigen moeten worden onderzocht. Het is doelmatig om die vraagstelling ook nu al te betrekken bij de vraag naar de arbeidsongeschiktheid van [eiseres].

5.9 Gelet op het vorenstaande zal thans eerst onderzoek moeten worden verricht naar de vraag of [eiseres] arbeidsongeschikt is. Daarvoor is voorlichting door deskundigen nodig. Op grond van het bepaalde bij artikel 194 Rv dienen partijen zich daarover nog uit te laten. De zaak zal daartoe naar de rol worden verwezen. Partijen dienen zich dan uit te laten over de persoon en het aantal van de te benoemen deskundige(n) en de aan deze(n) voor te leggen vraagstelling.

5.10 Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

6. De beslissing

De kantonrechter:

Verwijst de zaak naar de rolzitting van:

WOENSDAG 9 JUNI 2004.

voor overlegging productie door HCS als bedoeld onder 1.2., voor uitlating [eiseres] als bedoeld onder 1.2. en voor uitlating partijen als bedoeld onder 5.9.

Houdt iedere verdere beslissing aan.

Aldus gewezen door mr. F.J.P. Veenhof, kantonrechter en in het openbaar uitgesproken ter terechtzitting van 12 mei 2004, in tegenwoordigheid van de griffier.