Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2004:AT0771

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
05-11-2004
Datum publicatie
13-04-2005
Zaaknummer
250058 AO
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arbeidsrecht. Ontbinding arbeidsovereenkomst op grond van bedrijfseconomische redenen. Doorkruising van het ancienniteitsbeginsel acceptabel geacht nu het terugbrengen van het personeelsbestand de overleving van de onderneming dient. Een ondernemer kan en mag binnen de grenzen van het redelijke voorbijgaan aan het afspiegelings- en anciënniteitsbeginsel en kiezen voor behoud van die werknemers die voor de onderneming de meest waardevolle bijdrage kunnen leveren.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 685
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAR 2005/56
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Zaak-/rolnummer : 250058 / AO VERZ 04-1990

RECHTBANK HAARLEM

sector kanton, locatie Haarlem

Beschikking ontbinding arbeidsovereenkomst

datum beschikking : 5 november 2004

In de zaak van :

de besloten vennootschap SILVER AEROSPACE B.V.,

te Haarlem,

nader te noemen Silver,

gemachtigde : mr. J. Koekkoek,

t e g e n :

[verweerder],

te [woonplaats],

nader te noemen [verweerder],

gemachtigde : mr. F. Reith.

De procedure.

1. Op 17 september 2004 is ter griffie een verzoek-schrift ontvangen van Silver, strekkende tot ontbinding van de tussen partijen bestaande arbeidsovereen-komst. [verweerder] heeft daarop een verweerschrift ingediend, welk ver-weer-schrift op 25 oktober 2004 ter griffie is binnengekomen.

2. Op 1 november 2004 heeft de mondelinge behandeling van het verzoek plaats gehad. Partijen hebben aldaar hun standpunten nader toegelicht en door hun gemachtigden doen toelichten. Door de gemachtigde van Silver zijn pleit-aantekenin-gen overgelegd. Door beide par-tijen zijn producties in het geding gebracht. Door de grif-fier is van het ter zitting verhandelde aanteke-ning gehouden.

3. Ter zitting is de uitspraak bepaald op heden.

4. De kantonrechter heeft kennis genomen van voormelde stuk-ken, de inhoud daarvan moet als hier herhaald worden be-schouwd.

De feiten.

5. Silver, in juli 2002 ontstaan na een ingrijpende reorganisatie bij de rechtsvoorganger van Silver, is als ingenieursbureau actief op het gebied van vliegtuigbouw en ruimte vaarttechniek waarbij Silver hoogwaardige specialistische deskundigheid aan haar klanten levert mede op detacheringsbasis.

6. Silver bevindt zich thans in financieel zwaar weer. In verband daarmee heeft Silver zich voor het bewerkstelligen van personeelsreductie zowel tot de kantonrechter als tot het CWI gewend. De OR van Silver heeft, zij het niet van harte, positief geadviseerd met betrekking tot de door Silver voorgestane personeelsreductie.

7. [verweerder], 56 jaar oud, is sedert 1 september 1990 bij (de rechtsvoorganger van) Silver in dienst. Zijn functie is thans design engineer. Het salaris bedraagt op dit moment € 2.661,-- bruto per maand (excl. emolu-men-ten).

Het verzoek.

8. Silver grondt het verzoek op veranderingen in om-standigheden die van dien aard zijn dat de dienstbetrekking tussen partijen billijkheidshalve dadelijk of na korte tijd behoort te eindi-gen. In dat verband heeft Silver aange-voerd dat zij zich op dit moment in acute financiële problemen bevindt. De voornaamste oorzaak daarvan is dat de grootste opdrachtgever van Silver, Airbus in Duitsland, ernstige budgettaire problemen heeft. De grootste projecten waaraan Silver binnen Airbus participeert zijn de “Inner Flap” en “FTI” projecten. Airbus heeft “Inner Flap” noodgedwongen beëindigd waardoor het contract met Silver (voortijdig) is verbroken en de betalingen inzake “FTI” zijn uitgesteld terwijl geen tijdelijke of andere opdrachten aan Silver worden verstrekt. Door dat alles kan Silver haar schuldeisers niet op tijd betalen en heeft zij onvoldoende opdrachtgevers, terwijl de kosten van Silver stijgen dan wel niet meer zijn op te brengen. Daarenboven is het werkaanbod drastisch afgenomen waardoor de orderportefeuille c.q. het betaalde onderhanden werk op substantiële wijze is verminderd. Silver betoogt dat zij thans genoodzaakt is om ter voorkoming van een verslechtering van haar bedrijfsresultaten kostenbesparende maatregelen te treffen in de vorm van een reorganisatie waarbij inkrimping van het personeelsbestand noodzakelijk is. De totale loonsom beslaat namelijk 73% van de totale kosten. Bij het inkrimpen van het personeelsbestand is geselecteerd op declarabele inzetbaarheid van de verschillende werknemers. Waar specialistische kennis, en dan met name IT-kennis van speciale software toegepast op lucht- en ruimtevaart fabrikanten een absoluut vereiste is en binnen Silver het personeelsbestand voor een belangrijk deel uit werknemers bestaat dat qua opleidingsniveau functioneert op mts/mavo niveau met weinig tot geen specialistische IT-kennis, zullen binnen Silver voornamelijk arbeidsplaatsen met mts-niveau vervallen. Om die reden kunnen noch het afspiegelingsbeginsel noch het anciënniteitsbeginsel worden toegepast.

[verweerder] heeft zich voornamelijk bezig gehouden met ruimtevaart. Tijdens de afgelopen jaren heeft Silver nooit opdrachten gekregen binnen de ruimtevaart sector. [verweerder] beschikt over een specialisme waar nagenoeg geen vraag naar is. [verweerder] is niet inzetbaar bij klanten en daardoor niet declarabel. Voor [verweerder] is binnen Silver geen andere functie beschikbaar.

Het verweer.

9. [verweerder] heeft het door Silver verzochte en daartoe aange-voerde gemotiveerd bestreden. Zo het onverhoopt tot een ontbinding mocht komen maakt [verweerder] aanspraak op een vergoeding ex art. 7:685, lid 8 BW.

De ontbinding.

10. De financiële positie van Silver rechtvaardigt een reductie van het personeelsbestand. Uit de stukken die Silver in dat verband heeft overgelegd (bijvoorbeeld de producties 5, 12 en 18) komt naar het oordeel van de kantonrechter een en ander genoegzaam naar voren. De OR van Silver kan met gedwongen personeelsreductie ook instemmen. De vraag is vervolgens of [verweerder] in aanmerking komt voor een beëindiging van de arbeidsovereenkomst zoals Silver, met loslating van afspiegelings- en anciënniteitsbeginsel, aangewezen acht. Bij de selectie van werknemers met wie de arbeidsovereenkomst beëindigd zou moeten worden heeft een ondernemer als Silver een zekere beleidsvrijheid. Het terugbrengen van het personeels bestand dient de overleving van de onderneming. Dientengevolge kan en mag een ondernemer er, binnen de grenzen van het redelijke en met voorbijgaan aan het afspiegelings- en anciënniteitsbeginsel, voor kiezen die werknemers te behouden die voor de onderneming de meest waardevolle bijdrage kunnen leveren. Overigens heeft een ondernemer met betrekking tot blijvende werknemers ook een zorgplicht, namelijk door er voor zorg te dragen dat het concern zo spoedig als mogelijk uit de financiële problemen geraakt en een einde komt aan de onzekerheid over het voortbestaan van de onderneming.

De verminderde inzetbaarheid van [verweerder], al dan niet gecombineerd met zijn in verhouding tot andere werknemers wat lagere opleiding, wordt door Silver aangevoerd als reden waarom de arbeidsovereenkomst met [verweerder] zou moeten worden ontbonden. [verweerder] heeft de keuze wel bestreden maar hij heeft niets aangevoerd op grond waarvan zou kunnen/moeten worden aangenomen dat niet de keuze op hem maar op een andere werknemer van Silver zou moeten vallen. Gelet op de keuzevrijheid die Silver heeft en waaromtrent hiervoor is overwogen en het door Silver opgegeven selectiecriterium moet de slotsom zijn dat Silver de keuze om met [verweerder] de arbeidsovereenkomst te laten ontbinden kan en mag maken. Dat op grond van de criteria die Silver hanteert met name oudere werknemers voor ontslag geselecteerd worden houdt naar het oordeel van de kantonrechter geen leeftijdsdiscriminatie in, nu Silver voor de keuze een gerechtvaardigd doel heeft, het resultaat enkel op de door Silver bewandelde weg kan worden bereikt en van disproportionaliteit geen sprake is.

11. De kantonrechter zal de arbeidsovereenkomst met [verweerder] ontbinden wegens veranderingen in de omstandigheden. De kan-ton-rechter stelt zich voor dat te doen per 1 januari 2005. De keuze voor die datum is ingegeven door het vermoeden dat de arbeidsovereenkomst van de werknemers met wie de arbeidsovereenkomst beëindigd zal worden door opzegging na verkregen toestemming van het CWI niet voor genoemde datum beëindigd zullen zijn. De kantonrechter oordeelt het onwenselijk dat er in deze zaak enige discrepantie gaat ontstaan tussen een beëindiging via het CWI en een beëindiging via de kantonrechter.

12. De kantonrechter heeft zich ervan vergewist of het verzoek verband houdt met het bestaan van een opzegverbod als bedoeld in art. 7:685, lid 1 BW.

Van enig opzegverbod als hiervoor bedoeld is niet gebleken.

De vergoeding.

13. Nu de kantonrechter ertoe zal overgaan de dienstbe-trekking tussen partijen te beëindigen, ligt de vraag voor of [verweerder] ten laste van Silver een vergoe-ding als be-doeld in art 7:685, lid 8 BW toegekend dient te worden.

14. Gelet op de financiële positie waar Silver in verkeert is er voor het toekennen van een vergoeding geen ruimte. De werknemers met wie de arbeidsovereenkomst wordt opgezegd ontvangen een dergelijke vergoeding ook niet.

Wel is de kantonrechter van oordeel dat zo de arbeidsovereenkomsten met de werknemers van wie de beëindiging van het dienstverband bij het CWI is aangekaart, na verkregen toestemming, op een later tijdstip zullen eindigen dan 1 januari 2005, [verweerder] aanspraak kan maken op een vergoeding die overeenkomt met een brutosalaris over de periode dat die arbeidsovereenkomsten langer dan 1 januari 2005 hebben geduurd. De afwikkeling van de arbeidsovereenkomsten van beide categorieën werknemers dient zoveel als mogelijk gelijkluidend te zijn. Zo niet alle overeenkomst na verkregen toestemming van het CWI tegen dezelfde datum worden opgezegd, geldt de arbeidsovereenkomst die na 1 januari 2005 het één na langste heeft voortgeduurd als uitgangspunt voor het toekennen van een vergoeding als hier bedoeld.

Intrekken van het verzoek.

15. Silver dient in de gelegen-heid te worden gesteld het verzoek tot ontbinding in te trekken.

De kosten.

16. Maakt Silver gebruik van de onder 15. geboden gelegen-heid, dan wordt zij veroordeeld in de kosten van deze procedu-re, tot op heden aan de kant van [verweerder] begroot op € 360,-- aan salaris gemach-tigde. Voor het geval Silver afziet van het recht als be-doeld onder 15. ziet de kantonrech-ter aanlei-ding de kosten van deze procedure te compenseren, in dier voege dat iedere partij de eigen kosten draagt.

B E S C H I K K I N G :

Silver wordt tot 19 november 2004 te 15.00 uur in de gelegenheid gesteld haar verzoek in te trekken.

Maakt Silver van deze geboden gelegenheid gebruik dan wordt zij veroordeeld in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de kant van [verweerder] begroot op € 360,--.

Wordt het verzoek niet ingetrokken, dan wordt als volgt be-slist:

De tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst wordt per 1 januari 2005 ontbonden.

Ter zake van die ontbinding wordt [verweerder] ten laste van Silver- een vergoeding toegekend als hiervoor onder 14. aange-duid. Silver wordt veroordeeld voormeld bedrag aan [verweerder] te betalen.

De proceskosten worden gecompenseerd, in dier voege dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Aldus gegeven door mr. S.R. Mellema, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op

5 november 2005 in tegenwoordigheid van de grif-fier.