Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2004:AR7360

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
23-11-2004
Datum publicatie
10-12-2004
Zaaknummer
15/090775-03
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Opzettelijk uit de opbrengst van enig door misdrijf verkregen goed voordeel trekken; heling. Verdachte heeft in een periode van bijna een jaar op grote schaal geprofiteerd van de door haar partner uit misdrijf verkregen opbrengsten. De rechtbank rekent verdachte dit feit temeer aan nu zij ter terechtzitting geen blijk heeft gegeven het verwijtbare van haar handelen in te zien.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE STRAFKAMER

Parketnummer : 15/030775-03

Uitspraakdatum: 23 november 2004

Tegenspraak

VERKORT STRAFVONNIS (art. 138b Sv)

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 9 november 2004 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats].

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd wat in de dagvaarding is omschreven. Een kopie van die dagvaarding is als bijlage I aan dit vonnis gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Bewijs

De rechtbank acht wetig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan in dier voege dat

zij in de periode van 19 november 2002 tot en met 06 november 2003 te Zandvoort en/of elders in Nederland opzettelijk uit door [medeverdachte] genoten opbrengsten van door misdrijven verkregen goederen voordeel heeft getrokken, immers heeft zij, verdachte, uit deze opbrengsten uitgaven gedaan en in haar levensonderhoud voorzien;

Ten aanzien van het bewijs overweegt de rechtbank dat het uitgavenpatroon van verdachte en haar partner, [medeverdachte], voornoemd, in geen enkele verhouding stond tot het door verdachte genoemde gezinsinkomen.

Voorzover in de bewezenverklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in haar verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. Strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

Het opzettelijk uit de opbrengst van enig door misdrijf verkregen goed voordeel trekken, meermalen gepleegd.

5. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

6. Motivering van sancties

Hoofdstraf

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting en uit de bespreking aldaar van het vanwege de Reclassering Nederland uitgebrachte rapport d.d. 2 juni 2004, opgesteld door J.H. Kooij, is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft in een periode van bijna een jaar op grote schaal geprofiteerd van de door haar partner [medeverdachte] uit misdrijven verkregen opbrengsten. De rechtbank rekent verdachte dit feit temeer aan nu zij ter terechtzitting geen blijk heeft gegeven het verwijtbare van haar handelen in te zien.

In het voordeel van verdachte heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat zij, blijkens het haar betreffende uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister van de Justitiële Documentatiedienst van 6 november 2003, niet eerder terzake van relevante strafbare feiten is veroordeeld.

Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat verdachte een taakstraf in de vorm van een werkstraf van na te noemen aantal uren moet worden opgelegd alsmede een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur, zij het dat deze vrijheidsbenemende straf vooralsnog niet tenuitvoer behoeft te worden gelegd.

7. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

Wetboek van Strafrecht: artikel 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 27, 57 en 416.

8. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3. vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot het verrichten van 200 uren taakstraf in de vorm van een werkstraf.

Beveelt dat, voor het geval dat verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis wordt opgelegd voor de duur van 100 dagen.

Bepaalt dat de tijd, die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de werkstraf in mindering wordt gebracht, naar de maatstaf van 2 uur per dag.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden voorwaardelijk, met bevel dat deze straf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Stelt de proeftijd vast op twee jaren.

9. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. Honig, voorzitter,

mrs. Rosier en Goossens, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffiers mrs. Van der Ploeg en Koster,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 23 november 2004.