Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2004:AR4540

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
25-10-2004
Datum publicatie
26-10-2004
Zaaknummer
15/085040-04
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan het vernielen van (het interieur van) één of meer opgeslagen strandhuisjes. Het plegen van voornoemd delict kwam volgens verdachte voornamelijk voort uit verveling en de behoefte aan een warme plek om te kunnen drinken en te kunnen “blowen”. Daarnaast heeft hij een vrouw op de fiets van haar tas met inhoud beroofd, heeft hij een bromfiets gestolen en heeft hij tot tweemaal toe sleutels bij een woning weggenomen. Samen met anderen heeft hij voorts snoepgoed, frisdrank en een spijkerbroek gestolen. Ook heeft hij samen met een ander een ruit bij een ijzerhandel vernield. Tot slot heeft verdachte samen met een ander een 14-jarige jongen in het gezicht gestompt en geslagen en het hoofd van die jongen hardhandig tegen een muur heeft geduwd. Naar eigen zeggen deed verdachte dit uit verveling, irritatie en om stoer te doen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE STRAFKAMER

Parketnummer: 15/085040-04

Uitspraakdatum: 25 oktober 2004

Tegenspraak

VERKORT STRAFVONNIS (art. 138b Sv)

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het achter gesloten deuren gehouden onderzoek op de terechtzitting van 11 oktober 2004 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats].

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat

1.

(incidenten 2, 3, 6 en 7)

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 oktober 2003 tot en met 18 november 2003 te IJmuiden, gemeente Velsen, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk (een) strandhuisje(s) en/of het interieur van dat/die strandhuisje(s), in elk geval enig goed, (telkens) geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] (incident 2, huisje 601) en/of [slachtoffer] (incident 3, huisje 644) en/of [slachtoffer] (incident 6, huisje 602) en/of [slachtoffer] (incident 7, huisje 550), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.

2.

PRIMAIR:

(incident 11)

hij in of omstreeks de periode van 08 juli 2003 tot en met 10 maart 2004 te Beverwijk en/of IJmuiden, in elk geval in Nederland, een mobiele telefoon (merk Nokia type 3510 I) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die mobiele telefoon wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

SUBSIDIAIR:

hij in of omstreeks 08 juli 2003 te Beverwijk met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een mobiele telefoon (merk Nokia, type 3510 I), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

3.

(incident 12)

hij op of omstreeks 21 november 2003 te IJmuiden, gemeente Velsen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een tas met inhoud, waaronder een envelop met 600 euro en een portemonnee met ongeveer 80 euro, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij (verdachte) naast die [slachtoffer] is gaan fietsen en onverhoeds haar tas uit het mandje van de fiets van die [slachtoffer] heeft gerukt waardoor die [slachtoffer] hevig met de fiets is gaan slingeren en daardoor bijna ten val kwam.

4.

(incident 19)

hij in of omstreeks de periode van 02 maart 2004 tot en met 9 maart 2004 te Velsen-Zuid, gemeente Velsen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een (garage)deur behorende bij een woning gelegen aan de [adres] heeft weggenomen een sleutelbos, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

5.

(incident 19A)

hij in of omstreeks 26 februari 2004 te Velsen-Zuid, gemeente Velsen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een brievenbus behorende bij een woning gelegen aan de [adres] heeft weggenomen een sleutel, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

6.

(incident 21)

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2004 tot en met 10 januari 2004 te IJmuiden, gemeente Velsen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeeigening heeft weggenomen snoepgoed en/of frisdrank, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s).

7.

PRIMAIR:

(parketnummer 081061-04, dossiernummer 04-503111 = incident 22)

hij op of omstreeks 09 december 2003 te IJmuiden, gemeente Velsen, met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, Van Broekhuijsenstraat, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer], welk geweld bestond uit:

- het meermalen, althans eenmaal stompen en/of slaan tegen/in het gezicht, althans het hoofd van die [slachtoffer] en/of

- het (met kracht) tegen een muur duwen van het hoofd van die [slachtoffer] en/of

- het meermalen, althans eenmaal schoppen en/of trappen tegen het/de be(e)n(en), althans het lichaam van die [slachtoffer].

SUBSIDIAIR:

hij op of omstreeks 09 december 2003 te IJmuiden, gemeente Velsen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer])

- meermalen, althans eenmaal (met kracht) tegen/in het gezicht, althans het hoofd heeft/hebben gestompt en/of geslagen en/of

- (met kracht) met zijn hoofd tegen een muur heeft/hebben geduwd en/of

- meermalen, althans eenmaal (met kracht) tegen het/de be(e)n(en), althans het lichaam van die [slachtoffer] heeft/hebben geschopt en/of getrapt, waardoor voornoemde [slachtoffer] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

8.

PRIMAIR:

(parketnummer 081061-04, dossiernummer 04-503082)

hij op of omstreeks 18 januari 2004 te Santpoort-Noord, gemeente Velsen, met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, Hagelingerweg, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een etalageruit, welk geweld bestond uit het gooien van een steen, althans een hard voorwerp tegen die ruit en/of het schoppen en/of trappen tegen die ruit.

SUBSIDIAIR:

hij op of omstreeks 18 januari 2004 te Santpoort-Noord, gemeente Velsen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk een etalageruit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] en/of [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.

9.

(parketnummer:080161-03)

hij op een of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 4 februari 2003 tot en met 6 februari 2003 te IJmuiden, gemeente Velsen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening (in/uit een winkel (gelegen aan het Marktplein) heeft weggenomen een spijkerbroek, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s).

10.

(parketnummer: 080160-03)

hij op of omstreeks 06 mei 2003 te IJmuiden, gemeente Velsen, en/of in de gemeente Beverwijk, in elk geval in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een bromfiets (merk Citta, type Gillera), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Bewijsbeslissing

3.1 Vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is niet bewezen hetgeen verdachte onder 2 primair en subsidiair ten laste is gelegd.

Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

3.2 Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1, 3, 4, 5, 6, 7 primair, 8 primair, 9 en 10 ten laste gelegde feiten heeft begaan in dier voege dat

1.

hij op tijdstippen in de periode van 15 oktober 2003 tot en met 18 november 2003 te IJmuiden, gemeente Velsen, telkens tezamen en in vereniging met anderen, telkens opzettelijk en wederrechtelijk (een) strandhuisje(s) en/of het interieur van dat/die strandhuisje(s), telkens toebehorende aan [slachtoffer] (incident 2, huisje 601) en [slachtoffer] (incident 3, huisje 644) heeft beschadigd.

3.

hij op 21 november 2003 te IJmuiden, gemeente Velsen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een tas met inhoud, toebehorende aan [slachtoffer].

4.

hij in de periode van 02 maart 2004 tot en met 9 maart 2004 te Velsen-Zuid, gemeente Velsen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een garagedeur behorende bij een woning gelegen aan de [adres] heeft weggenomen een sleutelbos, toebehorende aan [slachtoffer].

5.

hij op 26 februari 2004 te Velsen-Zuid, gemeente Velsen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een brievenbus behorende bij een woning gelegen aan de [adres] heeft weggenomen een sleutel, toebehorende aan [slachtoffer].

6.

hij in de periode van 1 januari 2004 tot en met 10 januari 2004 te IJmuiden, gemeente Velsen, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen snoepgoed en frisdrank, toebehorende aan [slachtoffer].

7.

PRIMAIR:

hij op 09 december 2003 te IJmuiden, gemeente Velsen, met een ander aan de Van Broekhuijsenstraat, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer], welk geweld bestond uit:

- het stompen en slaan in het gezicht van die [slachtoffer] en

- het met kracht tegen een muur duwen van het hoofd van die [slachtoffer].

8.

PRIMAIR:

hij op 18 januari 2004 te Santpoort-Noord, gemeente Velsen, met een ander, aan de Hagelingerweg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een etalageruit, welk geweld bestond uit het gooien van een steen en het trappen tegen die ruit.

9.

hij in de periode van 4 februari 2003 tot en met 6 februari 2003 te IJmuiden, gemeente Velsen, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een winkel (gelegen aan het Marktplein) heeft weggenomen een spijkerbroek, toebehorende aan [slachtoffer].

10.

hij op 06 mei 2003 in de gemeente Beverwijk, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een bromfiets (merk Citta, type Gilera), toebehorende aan [slachtoffer].

Voorzover in de bewezen verklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte onder 1, 3, 4, 5, 6, 7 primair, 8 primair, 9 en 10 meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. Strafbaarheid van de feiten

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1: medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat aan een ander toebehoort beschadigen

Ten aanzien van de feiten 3, 4, 5 en 10: telkens: diefstal

Ten aanzien van de feiten 6 en 9: telkens: diefstal door twee of meer verenigde personen

Ten aanzien van feit 7 primair: het openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen

Ten aanzien van feit 8 primair: het openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen

5. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

6. Motivering van sancties en van overige beslissingen

6.1 Hoofdstraf

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting en uit de bespreking aldaar van het psychologische pro justitia rapport, opgemaakt door Fora Amsterdam van 23 augustus 2004 en van het door Bureau Jeugdzorg Noord-Holland, afdeling Jeugdreclassering te Haarlem uitgebrachte rapport van 7 oktober 2004.

Bij de bepaling van de strafsoort, - duur en modaliteit heeft de rechtbank meer in het bijzonder het navolgende overwogen.

Verdachte heeft zich aan een negental strafbare feiten schuldig gemaakt.

Ten eerste heeft hij zich samen met anderen schuldig gemaakt het vernielen van (het interieur van) één of meer opgeslagen strandhuisjes. Het plegen van voornoemd delict kwam volgens verdachte voornamelijk voort uit verveling en de behoefte aan een warme plek om te kunnen drinken en te kunnen “blowen”.

Daarnaast heeft hij een vrouw op de fiets van haar tas met inhoud beroofd, heeft hij een bromfiets gestolen en heeft hij tot tweemaal toe sleutels bij een woning weggenomen. Samen met anderen heeft hij voorts snoepgoed, frisdrank en een spijkerbroek gestolen. Ook heeft hij samen met een ander een ruit bij een ijzerhandel vernield.

Diefstal, vernieling en openlijke geweldpleging zijn ernstige en ergerlijke feiten die niet alleen schade en hinder toebrengen aan de gedupeerden maar ook, gelet op de verzekeringsclaims van de gedupeerden, een financiële belasting vormen voor de maatschappij. Het wegnemen van de huissleutels heeft voorts voor grote onrust en onveiligheidsgevoelens bij de bewoners gezorgd, vanwege het feit dat er mogelijk iemand met een onbekend doel gebruik zou kunnen maken van hun huissleutels. Ook het roven van een tas is voor het directe slachtoffer vaak een ingrijpende en angstige ervaring.

Tot slot rekent de rechtbank verdachte zwaar aan dat hij samen met een ander een 14-jarige jongen in het gezicht heeft gestompt en geslagen en het hoofd van die jongen hardhandig tegen een muur heeft geduwd. Naar eigen zeggen deed verdachte dit uit verveling, irritatie en om stoer te doen. Het slachtoffer heeft verklaard erg bang te zijn geweest en veel pijn te hebben overgehouden aan de klappen en de stompen. Ten tijde van zijn aangifte waren beide kanten van zijn gezicht rood en licht opgezet. Dergelijk geweld maakt een ernstige inbreuk op de rechtsorde en veroorzaakt gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving, meer in het bijzonder bij zeer jonge slachtoffers.

De rechtbank heeft de persoonlijke omstandigheden van verdachte in acht genomen alsmede het gedrag van verdachte tijdens zijn schorsing uit de voorlopige hechtenis. Verdachte was ten tijde van het plegen van de bewezen verklaarde delicten een jongen van 16 jaar oud zonder een gestructureerde dagbesteding. Het plegen van de bewezen verklaarde delicten kwam volgens verdachte voornamelijk voort uit verveling. Om genoemde oorzaken van het criminele gedrag van verdachte weg te nemen, is de Jeugdreclassering na schorsing uit de voorlopige hechtenis gestart met de begeleiding van verdachte. Dit verliep in het begin zeer moeizaam, hetgeen leidde tot opheffing van de schorsing. Het moeizame verloop van de begeleiding van verdachte had mede te maken met de zorgelijke thuissituatie van verdachte. Een week later is verdachte echter opnieuw uit zijn voorlopige hechtenis geschorst en sindsdien is het gedrag van verdachte positief veranderd. Hij heeft nu een baan voor vier dagen in de week en er worden oplossingen gezocht voor de conflictueuze thuissituatie van verdachte.

De jeugdige leeftijd van verdachte en het feit dat verdachte tijdens zijn (tweede) schorsing een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt brengt met zich dat de rechtbank naast de reeds in voorarrest doorgebrachte jeugddetentie een voorwaardelijke jeugddetentie van na te noemen duur geboden acht. Enerzijds om verdachte er in de toekomst van te weerhouden strafbare feiten te begaan en anderzijds om het in bovengenoemd rapport van Bureau Jeugdzorg beschreven plan met de bijzondere voorwaarde - inhoudende verplicht contact en begeleiding met en door de Jeugdreclassering voor de periode van twee jaar met daarbij een intensieve behandeling bij De Waag - vorm te geven.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank voorts een taakstraf in de vorm van een werkstraf van na te noemen duur geboden. Bij de hoogte van de werkstraf heeft de rechtbank mee gewogen dat verdachte reeds een werkstraf van 15 uur heeft verricht in verband met een - deels nagekomen - transactievoorstel met betrekking tot de feiten zoals onder 9 en 10 aan hem ten laste zijn gelegd.

6.2 Vordering benadeelde partij

Door de benadeelde partij, [slachtoffer], wonende te [woonplaats], is een vordering, groot € 300,00, ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die haar als gevolg van het onder 6 ten laste gelegde feit is toegebracht. De rechtbank is van oordeel dat deze schade, nu een nadere toelichting ontbreekt, niet kan worden vastgesteld, zodat de benadeelde partij in haar vordering niet zal kunnen worden ontvangen.

6.3 Vordering benadeelde partij

Door de benadeelde partij, [slachtoffer], gemachtigde van [slachtoffer], is een vordering, groot € 1.224,51, ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die hem als gevolg van het onder 8 ten laste gelegde feit is toegebracht.

[slachtoffer] heeft op het voegingsformulier benadeelde partij in het strafproces onder het kopje “Gegevens over eventueel reeds vergoede of elders geclaimde schade” vermeld schadebedrag ingevuld, zodat, nu niet anderszins is gebleken, het ervoor moet worden gehouden dat de opgegeven schade reeds is vergoed. Om die reden kan de benadeelde partij niet in de vordering worden ontvangen.

6.4 Vordering benadeelde partij

Door de benadeelde partij, te weten [slachtoffer], wonende te [woonplaats], is een vordering, groot € 492, 45, ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die haar in verband met het onder 10 ten laste gelegde feit is toegebracht.

Nadat is gebleken dat verdachte een bedrag, groot € 150,00, had betaald heeft de officier van justitie op 25 maart 2004 opdracht gegeven tot betaling van dat bedrag aan [slachtoffer]. Voorts blijkt uit een kwitantie van de Centrale Balie, Gerechtelijke Diensten, Arrondissement Haarlem van 24 juni 2004, dat verdachte het resterende gedeelte van de vordering, groot € 342,45, heeft betaald en dat op 6 juli 2004 opdracht is gegeven tot overmaking daarvan aan [slachtoffer].

Nu de gehele schade door verdachte is vergoed zal de rechtbank de vordering afwijzen.

7. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

47, 77a, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 141, 310, 311, 350 van het Wetboek van Strafrecht.

8. Beslissing

De rechtbank:

Spreekt verdachte vrij van het hem onder 2 primair en subsidiair ten laste gelegd feit.

Verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.2 vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1, 3, 4, 5, 6, 7 primair, 8 primair, 9 en 10 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 100 dagen, met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot 89 dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat veroordeelde zich voor het einde van de op 2 jaar bepaalde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, dan wel niet naleeft de bijzondere voorwaarden dat:

I. hij zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door of namens de Bureau Jeugdzorg Noord-Holland, afdeling Jeugdreclassering te Haarlem, thans in de persoon van de heer E. de Bruijn, zolang die instelling dit nodig acht;

II. hij zich onderwerpt aan een intensieve behandeling bij De Waag.

Geeft in het kader van deze bijzondere voorwaarde tevens aan bovengenoemde instelling de Opdracht tot het verlenen van Hulp en Steun ex artikel 77aa van het Wetboek van Strafrecht.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Legt verdachte een taakstraf op bestaande uit een werkstraf voor de duur van 80 uren en beveelt dat voor het geval de verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 40 dagen.

Wijst af de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij, [slachtoffer], geleden schade.

Verklaart de benadeelde partijen, [slachtoffer] en [slachtoffer], gemachtigde van [slachtoffer], niet-ontvankelijk in hun vorderingen.

Heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

9. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door:

mr. Van den Boogaard, voorzitter, tevens kinderrechter,

mrs. Goedhuis-Visser en Fase, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. Brok,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 25 oktober 2004.