Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2004:AR4535

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
25-10-2004
Datum publicatie
26-10-2004
Zaaknummer
15/087002-04
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt het vernielen van (het interieur van) één of meer opgeslagen strandhuisjes. Het plegen van voornoemd delict kwam volgens verdachte voornamelijk voort uit verveling en de behoefte aan een warme plek om te kunnen drinken en “blowen”. Daarnaast heeft hij samen met medeverdachten snoepgoed en frisdrank gestolen. Tot slot heeft verdachte - naar eigen zeggen wederom uit verveling - de ruiten van een auto ingeslagen. Deze geweldpleging, die de auto betrof van een familie in IJmuiden, die vaker doelwit was van pesterijen, diende ertoe wederom deze familie te treiteren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE STRAFKAMER

Parketnummer: 15/087002-04

Uitspraakdatum: 25 oktober 2004

Tegenspraak

VERKORT STRAFVONNIS (art. 138b Sv)

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het achter gesloten deuren gehouden onderzoek op de terechtzitting van 11 oktober 2004 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres].

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat

1.

(incidenten 2, 3, 6 en 7)

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 oktober 2003 tot en met 18 november 2003 te IJmuiden, gemeente Velsen, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk (een) strandhuisje(s) en/of het interieur van dat/die strandhuisje(s), in elk geval enig goed, (telkens) geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] (incident 2, huisje 601) en/of [slachtoffer] (incident 3, huisje 644) en/of [slachtoffer] (incident 6, huisje 602) en/of [slachtoffer] (incident 7, huisje 550), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.

2.

(incident 4)

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 september 2003 tot en met 10 januari 2004 te IJmuiden, gemeente Velsen, (telkens) [slachtoffer] en/of [slachtoffer] (telkens) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte (telkens) opzettelijk voornoemde [slachtoffer] en/of [slachtoffer] (telkens) dreigend de woorden toegevoegd :"ik ga je huis in de fik steken en/of ik ga je neuken en/of scherven brengen geluk, een hoop glas in je auto he", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

en

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 september 2003 tot en met 10 januari 2004 te IJmuiden, gemeente Velsen, (telkens) opzettelijk (een) perso(o)n(en) genaamd [slachtoffer] en/of [slachtoffer] (telkens) in diens/dier tegenwoordigheid (te weten via de telefoon) heeft beledigd, door voornoemde [slachtoffer] en/of [slachtoffer] (telkens) de woorden toe te voegen: "dikke hoer en/of kankerlijer", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking.

3.

PRIMAIR:

(incident 4)

hij in of omstreeks de periode van 1 november 2003 tot en met 30 november 2003 te IJmuiden, gemeente Velsen, met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, Stephensonplein, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een personenauto (merk Opel, type Kadett), welk geweld bestond uit het met een zogenaamde ruitentikker en/of een steen, althans een hard voorwerp, inslaan en/of ingooien van de ruit(en) van die personenauto.

SUBSIDIAIR:

hij in of omstreeks de periode van 1 november 2003 tot en met 30 november 2003 te IJmuiden, gemeente Velsen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk (de ruit(en) van) een personenauto (merk Opel, type Kadett), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.

4.

(incident 5)

hij op of omstreeks 23 januari 2004 te IJmuiden, gemeente Velsen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk een lichtbak (in een parkeergarage), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.

5.

(incident 21)

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2004 tot en met 10 januari 2004 te IJmuiden, gemeente Velsen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeeigening heeft weggenomen snoepgoed en/of frisdrank, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s).

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Bewijsbeslissing

3.1 Vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is niet bewezen hetgeen verdachte onder 2 en 4 ten laste is gelegd. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

3.2 Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1, 3 primair en 5 ten laste gelegde feiten heeft begaan in dier voege dat

1.

hij op tijdstippen in de periode van 15 oktober 2003 tot en met 18 november 2003 te IJmuiden, gemeente Velsen, telkens tezamen en in vereniging met anderen, telkens opzettelijk en wederrechtelijk (een) strandhuisje(s) en/of het interieur van dat/die strandhuisje(s), telkens toebehorende aan [slachtoffer] (incident 2, huisje 601) en [slachtoffer] (incident 3, huisje 644), heeft beschadigd.

3.

PRIMAIR:

hij in de periode van 1 november 2003 tot en met 30 november 2003 te IJmuiden, gemeente Velsen, met anderen, aan de openbare weg, Stephensonplein, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een personenauto (merk Opel, type Kadett), welk geweld bestond uit het met een zogenaamde ruitentikker inslaan van de ruiten van die personenauto.

5.

hij in de periode van 1 januari 2004 tot en met 10 januari 2004 te IJmuiden, gemeente Velsen, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen snoepgoed en frisdrank, toebehorende aan [slachtoffer].

Voorzover in de bewezen verklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte onder 1, 3 primair en 5 meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. Strafbaarheid van de feiten

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1: medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat aan een ander toebehoort beschadigen

Ten aanzien van feit 3 primair: het openlijk in vereniging geweld plegen tegen goederen

Ten aanzien van feit 5: diefstal door twee of meer verenigde personen

5. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

6. Motivering van sancties en van overige beslissingen

6.1 Hoofdstraf

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, alsmede de persoon van verdachte, zoals van een en ander is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting en uit de bespreking aldaar van het door Bureau Jeugdzorg Noord-Holland, afdeling Jeugdreclassering te Haarlem uitgebrachte rapport van 30 september 2004.

Bij de bepaling van de strafsoort, - duur en modaliteit heeft de rechtbank meer in het bijzonder het navolgende overwogen.

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt het vernielen van (het interieur van) één of meer opgeslagen strandhuisjes. Het plegen van voornoemd delict kwam volgens verdachte voornamelijk voort uit verveling en de behoefte aan een warme plek om te kunnen drinken en “blowen”. Daarnaast heeft hij samen met medeverdachten snoepgoed en frisdrank gestolen.

Diefstal en vernieling zijn ernstige maar vooral ook ergerlijke feiten die niet alleen schade en hinder toebrengen aan de gedupeerden maar ook, gelet op de verzekeringsclaims van de gedupeerden, een financiële belasting vormen voor de maatschappij. Verdachte heeft hakenkruizen in één van voornoemde strandhuisjes getekend uit pure verveling. Het aanbrengen van deze tekens is ernstig, omdat dit vooral voor personen die de oorlog hebben meegemaakt als zeer pijnlijk wordt ervaren.

Tot slot heeft verdachte - naar eigen zeggen wederom uit verveling - de ruiten van een auto ingeslagen. De rechtbank houdt het er echter voor dat deze geweldpleging, nu het de auto betrof van een familie in IJmuiden, die vaker doelwit was van pesterijen, ertoe diende wederom deze familie te treiteren, hetgeen de rechtbank verdachte zwaar aanrekent.

De rechtbank heeft acht geslagen op de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het positief veranderde gedrag van verdachte tijdens zijn schorsing uit de voorlopige hechtenis. Verdachte was ten tijde van het plegen van de bewezen verklaarde delicten een jongen van 16 jaar oud zonder een gestructureerde dagbesteding. Het plegen van de bewezen verklaarde delicten kwam volgens verdachte voornamelijk voort uit verveling. Om genoemde oorzaken van het criminele gedrag van verdachte weg te nemen, is de Jeugdreclassering na de schorsing van verdachte uit zijn voorlopige hechtenis gestart met de begeleiding van verdachte. Sinds zijn schorsing is het gedrag van verdachte positief veranderd en heeft hij zich goed aan de afspraken met de Jeugdreclassering gehouden. Hij heeft zijn vrije tijd ingevuld met een bijbaan en sport.

Alles overziende brengen de jeugdige leeftijd van verdachte en het feit dat verdachte tijdens zijn schorsing een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt met zich dat de rechtbank een geheel voorwaardelijke jeugddetentie van na te noemen duur geboden acht. Enerzijds om verdachte er in de toekomst van te weerhouden strafbare feiten te begaan en anderzijds om het in bovengenoemd rapport van Bureau Jeugdzorg beschreven plan met de bijzondere voorwaarde - inhoudende verplicht contact en begeleiding met en door de Jeugdreclassering voor de periode van twee jaar - vorm te geven.

De rechtbank wijkt hierin af van het advies, gegeven door de Jeugdreclassering, om verdachte een proeftijd op te leggen van één jaar. Aangezien verdachte thans nog geen fulltime baan heeft en hij zijn dagbesteding beter dient te structureren, om de kans op recidive te minimaliseren, acht de rechtbank het passend en tevens geboden om een proeftijd van twee jaar op te leggen, zodat de Jeugdreclassering in de gelegenheid wordt gesteld om verdachte voor een periode van maximaal twee jaar te begeleiden.

Voorts acht de rechtbank gelet op het bovenstaande een taakstraf in de vorm van een werkstraf van na te noemen duur geboden.

6.2 Vordering benadeelde partij

Door de benadeelde partij, [slachtoffer], wonende te [woonplaats], is een vordering, groot € 200,00, ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die hem in verband met het onder 3 primair ten laste gelegde feit is toegebracht. De rechtbank is van oordeel dat deze schade gedeeltelijk, te weten tot een bedrag van € 150,00 rechtstreeks voortvloeit uit dit bewezen verklaarde feit. Tot de hoogte van dat bedrag zal de vordering dan ook worden toegewezen.

Daarbij zal de rechtbank bepalen dat, indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd. Daarnaast zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De rechtbank zal hetgeen meer of anders is gevorderd, afwijzen.

Tevens acht de rechtbank termen aanwezig om een schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen tot het bedrag waartoe de vordering van de benadeelde partij is toegewezen, te weten € 150,00.

6.3 Vordering benadeelde partij

Door de benadeelde partij, [slachtoffer], wonende te [woonplaats], is een vordering, groot € 300,00, ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die haar in verband met het onder 5 ten laste gelegde feit is toegebracht. De rechtbank is van oordeel dat deze schade, nu een nadere toelichting ontbreekt, niet kan worden vastgesteld, zodat de benadeelde partij in haar vordering niet zal worden ontvangen.

7. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

47, 77a, 77i, 77l, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 141, 311 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

8. Beslissing

De rechtbank:

Spreekt verdachte vrij van de hem onder 2 en 4 ten laste gelegde feiten.

Verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.2 vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1, 3 primair en 5 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 1 maand, met bevel dat deze straf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich voor het einde van de op 2 jaar bepaalde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, dan wel niet naleeft de bijzondere voorwaarde dat hij zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door of namens de Bureau Jeugdzorg Noord-Holland, afdeling Jeugdreclassering te Haarlem, thans in de persoon van mevrouw J. van der Veldt, zolang die instelling dit nodig acht.

Geeft in het kader van deze bijzondere voorwaarde tevens aan bovengenoemde instelling de Opdracht tot het verlenen van Hulp en Steun ex artikel 77aa van het Wetboek van Strafrecht.

Legt verdachte een taakstraf op bestaande uit een werkstraf voor de duur van 21 uren en beveelt dat voor het geval de verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 10 dagen.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige jeugddetentie heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde werkstraf in mindering wordt gebracht, met dien verstande dat 6 uren werkstraf in mindering worden gebracht.

Wijst gedeeltelijk toe de vordering van de benadeelde partij, [slachtoffer], tot een bedrag van € 150,00 en veroordeelt verdachte om voornoemd bedrag tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij, [slachtoffer] voornoemd, te betalen door overmaking op bankrekeningnummer [nummer], en veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vastgesteld op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Wijst de vordering voor het overige af.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij, [slachtoffer], de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 150,00, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 3 dagen jeugddetentie.

Bepaalt dat, voorzover genoemd bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens één van de medeverdachten is betaald aan de benadeelde partij en/of de staat, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn bevrijd.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij, voornoemd, in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij, [slachtoffer], niet-ontvankelijk in haar vordering.

Heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

9. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door:

mr. Goedhuis-Visser, voorzitter, tevens kinderrechter,

mrs. Van den Boogaard en Fase, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. Brok,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 25 oktober 2004.