Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2004:AR3487

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
07-10-2004
Datum publicatie
07-10-2004
Zaaknummer
15/000054-04
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak nu behoudens het bagagelabel het strafdossier geen aanwijzing bevat dat de bewuste cocaïnekoffer in het bezit is geweest van verdachte of door verdachte is ingecheckt. Ook is uit andere omstandigheden niet aannemelijk geworden dat verdachte enige betrokkenheid heeft gehad bij de invoer van deze koffer met cocaïne.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

VESTIGING SCHIPHOL

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE STRAFKAMER

Parketnummer: 15/000054-04

Uitspraakdatum: 7 oktober 2004

Tegenspraak

VERKORT STRAFVONNIS (art. 138b Sv)

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 30 september 2004 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats],

overigens zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd wat in de dagvaarding is omschreven. Een kopie van die dagvaarding is als bijlage I aan dit vonnis gehecht en maakt daarvan deel uit.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Bewijsbeslissing

Naar het oordeel van de rechtbank is niet bewezen wat aan de verdachte is tenlastegelegd.

De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4. Motivering van de vrijspraak

Op 28 november 2003 wordt op Schiphol een zwarte rolkoffer met daaraan een bagagelabel ten name van verdachte aangetroffen, afkomstig van vlucht KL 686 vanuit Mexico. In de koffer wordt een hoeveelheid pakketten aangetroffen, naar later bleek bijna 20 kilogram cocaïne.

Op 10 januari 2004 wordt verdachte aangehouden op het moment dat zij wilde terugreizen naar Mexico.

Verdachte heeft vanaf het moment van aanhouding ontkend dat de bewuste koffer van haar was. Wel bleek zij in het bezit te zijn van een claimtag waarvan de nummers volledig overeenstemden met het aan de cocaïnekoffer aangetroffen label.

Door de verdediging is betoogd dat het goed mogelijk is dat een bagagelabel van een onschuldige passagier na het inchecken van diens koffer wordt gestolen en wordt gebruikt voor een andere koffer met daarin verdovende middelen.

Het Hoofd beveiliging van de KLM, [naam getuige], heeft als getuige tegenover de rechter-commissaris op 13 september 2004 met betrekking tot de onderhavige zaak verklaard dat het mogelijk is dat een bagagelabel van een koffer wordt gestolen en aan een andere koffer wordt bevestigd welke zich bijvoorbeeld al op Schiphol bevond. In een dergelijk geval is het mogelijk dat de koffer van de onwetende passagier, zonder label, wel op de juiste bagageband in de aankomsthal terecht komt. Behoudens het bagagelabel bevat het strafdossier geen aanwijzing dat de bewuste cocaïnekoffer in het bezit is geweest van verdachte of door verdachte is ingecheckt. Overigens is ook uit andere omstandigheden niet aannemelijk geworden dat verdachte enige betrokkenheid heeft gehad bij de invoer van deze koffer met cocaïne.

Gelet op voorgaande, de inhoud van het dossier en al hetgeen ter terechtzitting naar voren is gekomen, komt de rechtbank tot de slotsom dat het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend is bewezen.

5. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte is tenlastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Heft het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte op.

Gelast de teruggave aan verdachte van:

– 15 fotorollen, 1 x Kodak Gold 35 mm, 24 exp, 9 x Kodacolor 35 mm althans de daaruit ontwikkelde foto’s en negatieven.

– 1 vliegticket, Mexicana, 1322129855901.

9. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. Ruijpers, voorzitter,

mrs. Koole en Roke, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier De Koning,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 7 oktober 2004.